SD 2010: de nabeschouwing

[Medio augustus vormde de Utrechtse binnenstad het decor van Summer Darkness 2010, het jaarlijkse gothicfestival in de Domstad. Voor 3VOOR12/Utrecht deed ik verslag; al mijn concertverslagen vind je zowel op Araglin.nl als in het 3VOOR12 Summer Darkness 2010-dossier, waar je nog veel meer verslagen aantreft, inclusief fraaie foto’s. Op speciaal verzoek een heuse SD-terugblik…]

Bij de aanblik van de met frisse polo’s en blonde kuiven bevolkte terrassen, is het moeilijk voor te stellen dat nog maar een halve maand geleden Utrecht bedolven lag onder de duistere figuren. Nu zelfs de allerlaatste zwarte sporen afgespoeld en via het doucheputje naar andere dimensies afgedreven zijn, is mijn blik helder genoeg voor een nabeschouwing van Summer Darkness 2010.

Summer Darkness is uitgegroeid tot hét gothic-evenement van Nederland. Het jaarlijkse festival trok dit jaar ruim 6500 betalende goths, waaronder bijna 2200 uit het buitenland. En dat is een bijzonder goed resultaat. Vooral omdat de Summer Darkness-organisatie in velerlei opzichten een stapje terug heeft moeten doen. Zo duurde het festival nu slechts drie dagen (in plaats van vijf in 2009) en is het aantal locaties enigszins ingekrompen (zo deden EKKO en SJU niet mee).
 
Aan de andere kant concentreerde Summer Darkness zich dit jaar nadrukkelijker dan ooit op de échte liefhebber. Stonden er voorheen vaak nog wel onvervalste metalbands of wat meer poppy bands op het programma, deze editie bevatte puur namen uit 'de scene'. Verder was het gratis toegankelijke Summer Darkness-gedeelte op het Domplein uitgebreid en ook de randprogrammering bood voor ieder wat wils: modeshows, literaire boottochten, filmvoorstellingen en noem het maar op.
 
Vrijdag 13 augustus
Summer Darkness 2010 trapte officieel af met een concert van Brendan Perry, een naam die onlosmakelijk is verbonden met die van Dead Can Dance. De Domkerk vormde het decor voor een oorverdovend optreden, waarbij Perry niet alleen veel nummers van zijn nieuwe album 'Ark' de revue liet passeren, maar ook uit zijn rijke Dead Can Dance-verleden putte. Perry koos voor een volledig versterkte set, en dat was geen onverdeeld genoegen. Ondergetekende werd bijkans de kerk uitgejaagd, want het geluid stond knoerthard afgesteld.

Wie echter vooraan stond (nog voor de eerste rij speakers), had naar het scheen nergens last van. 3VOOR12/Utrecht-collega Das Bob was zeer te spreken over het optreden van Brendan Perry, die zelf ook tevreden huiswaarts keerde. En zo blijkt maar eens hoe subjectief een concert kan zijn.

Lees verder »

Araglin | Donderdag 02 September 2010 at 4:34 pm | Concerten | Reageer
Gebruikte Tags:

Het Mechatronisch Orkest

[Gelezen in NRC Handelsblad, 30 augustus 2010, geschreven door Lex Veldhoen.] Op de speelvloer van de driehoekige Gentse concertzaal reageren veertig muziekautomaten op bewegingen van een naakte danseres. De automaten zijn gebouwd door componist, musicus, instrumentbouwer en docent Godfried-Willem Raes (58). Tijdens het concert worden tevens met de computer geprogrammeerde composities uitgevoerd. Je ziet rondom je pianotoetsen bewegen, trompetknoppen ingedrukt worden en ventielen op en neer gaan van orgels met houten, koperen en messing buizen.

Raes bouwde ze op basis van bestaande of zelf ontwikkelde instrumenten. Zo is er een rij trommels van oplopende grootte, een vleugel, een accordeon, een buizenframe met koeienbellen en een rek met apparaten die natuurgeluiden nabootsen. Ze zijn, net als twee zingende zagen, met de benodigde elektronica op wagentjes met rubberbanden gemonteerd en staan tussen vier oversized spiraalveren, die vanaf geluidstrommels op de grond met het plafond verbonden zijn.

Raes geeft les aan de universiteit en het conservatorium (akoestiek en compositie). Hij ziet er uit als een verstrooid genie, met wilde haren en baard. Pijprokend vertelt hij enthousiast dat hij samen met bevriende musici Stichting Logos oprichtte. In 1990 werd de concertzaal gebouwd, bestaande uit vier driehoekige vlakken (Tetraeder), die volgens Raes de meest ideale akoestiek heeft. ''Het is de enige geometrische vorm die vrij is van resonantiefrequentie, omdat er geen enkele parallelle wand is. Ze staan allemaal onder hoeken van 60 graden''. En passant voegt hij toe: ''Als ze zo huizen zouden bouwen in aardbevingsgevoelige gebieden, zouden er nooit meer slachtoffers vallen.''

Het begon rond 1968 met het bouwen van synthesizers. ''Elektronische instrumenten leken toen de toekomst. Maar ik kwam erop terug; tijdens live optredens miste je iets. Alle geluid kwam uit luidsprekers. Bij dit mechatronisch orkest laten muziekmachines zien wat ze doen. Het is zuiver akoestisch. De elektronica dient alleen om de mechanica te sturen. In tegenstelling tot vroegere muziekautomaten, zoals Decap orgels en pierementen, zijn ze tot expressie in staat.'' Hij bant ook menselijke tekortkomingen uit. ''De vleugel heeft 88 toetsen die allemaal tegelijk ingedrukt kunnen worden, wat een mens niet kan. ''

Naast geprogrammeerde muziekstukken uitvoeren, kan ‘het orkest’ improviseren. Raes wijst op sensoren, overal op en rond het speelvlak. ''Bij die muziekstukken met dansers reageerde het orkest daarnet op de dansbewegingen via gesture recognition, bewegingsdetectie met sonar- en microgolf-radartechnologie. Het werkt via reflectie van geluidsgolven op de huid.'' Hij draait aan wat knoppen, gaat op het speelvlak staan en maakt een zwiepende, verticale armbeweging, alsof hij op een trommel slaat. Uit de trommelopstelling klinkt vervolgens een slag.

Raes: ''Voor een optimaal effect moeten de dansers naakt optreden. Dat heeft wel tot enige controverse geleid.''

Zie voor foto's en video's: Logos M&M en voor meer informatie de officiële website van Raes. Concert bijwonen? Maandelijks vindt er een optreden plaats in het Tetraëder, Bomastraat 26-28 in Gent.

Araglin | Maandag 30 Augustus 2010 at 11:55 pm | Default | Reageer

La isla bonita

Het begint met roffelende conga's, een direct invallende beat, synth-akkoorden en Madonna die zwoel mompelt: 'Como podria ser verdad'. Ze komt direct ter zake en zingt: ''Last night I dreamt of San Pedro / Just like I'd never gone, I knew the song / A young girl with eyes like the desert / It all seems like yesterday, not far away''.

En hops, het refrein, ondersteund met ge-ahhhh: ''Tropical the island breeze / All of nature wild and free / This is where I long to be / La isla bonita / And when the samba played / The sun would set so high / Ring through my ears and sting my eyes / Your Spanish lullaby.''

Een Spaans gitaartje benadrukt nog maar een keertje het lome vakantiegevoel, waarna Madonna vervolgt: ''I fell in love with San Pedro / Warm wind carried on the sea, he called to me / Te dijo te amo / I prayed that the days would last / They went so fast''. En na nog een keer het refrein en gezellige zomerse gitaarakkoorden, is het tijd voor wat geneuzel over hoe warm en lekker het wel niet is en 'Where a girl loves a boy, and a boy loves a girl'. En na een synthsolootje, een paar keer het refrein en een hele hoop 'Ta-la-ta-ta-taa', 'La-la-la-la-la-la-laaa', 'Pa-pa-la-pa-pa pa-pa-pa-pahaaa' en 'Ahaa, aha-ahaaa' draait er na bijna vier minuten iemand aan het fade-out-knopje.

'La isla bonita' (want daar gaat het om) is te vinden op Madonna's derde album 'True Blue' (1986). Het is geschreven door Bruce Gaitsch, die in Michael Jackson de perfecte kandidaat zag om het nummer te zingen. Jackson was op dat moment druk bezig met de opnames van 'Bad' en vond 'La isla bonita' helemaal niets. Het nummer belandde vervolgens bij producer Patrick Leonard, die er samen met Madonna aan begon te sleutelen. Samen schreven ze een nieuwe tekst en voegden wat meer Spaanse elementen toe. Toen het zomerse niemendalletje in het voorjaar van 1987 op single werd uitgebracht (en prompt een gigantische wereldhit werd), vroegen talloze mensen zich logischerwijs af: San Pedro, waar ligt dat eigenlijk?

Volgens Madonna zelf bestaat dit eiland helemaal niet en koos ze voor deze naam omdat het zo lekker zomers klonk. En het is dan ook puur toeval dat La Palma (een van de Canarische eilanden) ook wel bekend staat als ‘la isla bonita’. En dat je op Tenerife, het eiland een paar kilometer verderop, het kleine dorpje San Pedro aantreft? Ook toeval. En zo dreigt een aanvankelijk leuk stukje te verzanden in een anticlimax. Maar! In 1982 was Madonna op vakantie op het eiland Ambergris Caye, voor de kust van Belize (zo'n beetje tussen Mexico en Cuba in). En drie keer raden wat de naam van het grootste stadje is… San Pedro.  Het heeft er alle schijn van dat Madonna deze naam heeft onthouden en is blijven associëren met een tropisch vakantieoord - een naam die dus in haar onderbewuste voor het grijpen lag.

Goed, toch een anticlimax: Bruce Gaitsch vertelde later dat Madonna in 1986 veel tijd doorbracht in het plaatsje San Pedro, vlakbij Los Angeles. En om het nog prozaïscher te maken waren Madonna en haar toenmalige echtgenoot Sean Penn in die tijd goed bevriend met een dichter met de bijnaam… San Pedro. Madonna zelf vindt de exacte herkomst niet zo interessant; zij ziet 'La isla bonita' vooral als een 'eerbetoon aan Latijns-Amerika en zijn inwoners'.

Het is overigens grappig om te zien hoe Madonna een ogenschijnlijk lichtvoetig nummer voor de clip opeens voorziet van een religieus prikkelende context: de video symboliseert zowel de link met als de innerlijke strijd tussen het katholicisme en de latino-cultuur, verbeeld door respectievelijk de simpele witte outfit en de flamboyante rode jurk (om nog maar te zwijgen over de talrijke rondslingerende katholieke parafernalia in contrast met de onbezorgd buiten dansende menigte).

(O, omdat platenmaatschappij Warner alle 'La isla bonita'-clipjes van YouTube heeft gedonderd en je de 'officiële video' niet mag embedden, dan maar een lousy variant.)

Araglin | Donderdag 26 Augustus 2010 at 12:15 am | Default | 1 reactie

Lutz Rahn (reprise)

Zo op het eerste gezicht ziet 'Solo Trip' (uit 1978) van toetsenist Lutz Rahn er veelbelovend uit. Op de hoes is zijn studio te zien, met aan de rechterkant een imposante Moog die de hele muur in beslag neemt, terwijl een schemerlamp en een wit gehaakt kleedje voor wat gezelligheid zorgen.

Wat het geheel echter een eigenaardige draai geeft, is het feit dat Rahn (ik neem tenminste aan dat hij het is) zich voor de gelegenheid heeft uitgedost als clown, inclusief rode fopneus. Alsof hij wil zeggen dat dit geen lp is met standaard elektronische muziek en hij altijd wel in is voor een geintje.

Rahn was de organist van de Duitse progressieve rockgroep Novalis en 'Solo Trip' is zijn eerste en enige solo-album. De lp bevat acht relatief korte nummers (naar elektronische muziek-begrippen tenminste) die schommelen tussen energieke pop en dromerige midtempo songs, met aanzwellende Mellotron-golven en borrelende bliepjes en bloepjes. Het heeft bij vlagen wel wat weg van een vroege Jean-Michael Jarre en het solowerk van Rick van der Linden.

'Solo Trip' is niet bijster origineel, maar ach, de boog kan niet altijd gespannen zijn. Bijgestaan door drummer Helge Tillman levert Rahn een plezierig synthesizeralbum af, dat ook degenen zal aanspreken die niet zo'n behoefte hebben aan hallucinerende ruimtereizen en vreemde geluidseffecten. Uitschieters zijn de voortvarende en energieke titeltrack, het golvende 'Galaxy Taxi' (met een fijne Mellotron-fluit) en het ontspannen, Air-achtige 'Drakula's Kuss' (met een Fender Rhodes-piano en wederom lekker veel Mellotron). De overige nummers weten een stuk minder te overtuigen en komen enigszins over als afgekeurde tracks van de Franse groep Space...

Het ruim dertig jaar oude 'Solo Trip' (nooit op cd verschenen) duurt een half uurtje – precies lang genoeg. Download een meer dan uitstekende vinyl-rip (320 kbps, 76 MB, via WeTransfer).

Overigens: het titelnummer klinkt me verdacht bekend in de oren - volgens mij is het ooit gebruikt als tune voor het een of ander of misschien heeft Rahn wat al te letterlijk zitten knippen en plakken. Ik heb er een tijdje over na zitten denken, maar er kwam niets bovendrijven. Mocht het je tijdens het luisteren te binnen schieten, reageer gerust!

Araglin | Vrijdag 20 Augustus 2010 at 12:03 am | Default | Reageer

SD 2010: Bacio di Tosca

[Afgelopen weekend vormde de Utrechtse binnenstad het decor van Summer Darkness 2010, het jaarlijkse gothicfestival in de Domstad. Voor 3VOOR12/Utrecht deed ik verslag en de komende dagen zal ik een en ander online zetten op Araglin.nl. Voor meer verslagen en fraaie foto’s verwijs ik je graag naar het speciale Summer Darkness 2010-dossier.]

Kijk, zo dacht ik, al bladerend door het programmaboekje van Summer Darkness, op deze manier sla ik twee vliegen in één klap! Ik was namelijk nog nooit in Museum Speelklok geweest én ik had het neo-classicalproject Bacio di Tosca van Dörthe Flemming niet eerder live gezien. De Duitse mezzosopraan koos voor een sober optreden – misschien iets té sober…

Museum Speelklok (voorheen bekend als Museum van Speelklok tot Pierement) is een bijzondere locatie voor een concert. Omgeven door uit de kluiten gewassen draaiorgels en tal van kleurrijke en buitenissige instrumenten waan je je in de koortsdroom van een muzikale Geppetto. In een klein zaaltje was een podium neergezet, precies onder een indrukwekkend kerkorgel - de plek waar Bacio di Tosca zondagavond 15 augustus zou optreden.

Mezzosopraan Dörthe Flemming staat bekend om haar met vele emmers passie overgoten muziek, vol Weltschmerz, zwarte romantiek, intriges en drama. De naam van haar project (‘kus van Tosca’) verwijst naar de beroemde moordscène in Giacomo Puccini’s hevige romantische opera ‘Tosca’ (1887). Flemming maakt zogenoemde ‘neo-classical’ (op klassieke leest geschoeide muziek, ook bekend als ‘heavenly voices’ of ‘ethereal’), af en toe vermengd met lichte elektronische beats. Voor haar teksten laat ze zich inspireren door Duitse romantici als Eduard Mörike, Heinrich Heine en Georg Trakl.

Het podium zag er angstvallig leeg uit, en dat was met opzet: de fraai uitgedoste Dörthe Flemming zong namelijk mee met een DAT-tape. En terwijl de muziek dreigend uit de speakers golfde, pakte ze de microfoon en begon vol overgave en met intense uithalen aan haar optreden. In het daaropvolgende uur passeerden diverse nummers van haar debuut ‘Der Tod und das Mädchen’ (2007) en opvolger ‘Und wenn das Herz auch bricht!’ (2008) de revue. De nadruk lag vooral op het begin dit jaar verschenen ‘Hälfte des Lebens’.

Hoewel de locatie prachtig is en Flemming zelf er delicaat uitzag, was het jammer dat er voor de rest weinig gedaan was om een sfeer te creëren. Het had al gescheeld als er wat op het podium was neergezet, als er sfeervolle videobeelden werden geprojecteerd of wat dan ook. Maar aan de andere kant: het getuigt wel van lef om zo alleen op het podium te gaan staan en puur te overtuigen met je stem.

In het programmaboekje werden vergelijkingen getrokken met Qntal en Dead Can Dance, maar dat is een beetje te veel eer. Bacio di Tosca valt te beschouwen als een mix tussen Sarah Brightman, Blutengel, Sara Noxx en Ophelia’s Dream. De dramatiek lag er soms wel heel dik bovenop en halverwege dwaalden mijn gedachten af. Hoe zou het hebben geklonken als Dörthe Flemming een strijkkwartet had meegenomen in plaats van een tape in haar handtasje? Als de muziek wat minder synthetisch zou zijn geweest? Als - ik schrok op uit mijn dagdromen toen Flemming tijdens het voorlaatste nummer ‘Verborgenheit’ de zaal in liep, alsof ze merkte dat hier iemand aan het indommelen was…

Kortom, toen ze na ruim een uur van het podium stapte om even later op te duiken achter haar merchandisingstandje, had ze ondergetekende niet helemaal overtuigd. Maar toen bleek weer hoe persoonlijk muziek eigenlijk is: ik sprak diverse bezoekers die tot tranen toe waren geroerd en juist vol lof waren over haar sobere aanpak. En dat ze meezong met een tape? Ach, het gaat er toch om dat je wordt geraakt door de muziek? Daar viel weinig tegenin te brengen. Dörthe Flemming beroerde de harten van veel luisteraars, behalve die van mij – en laat ik nu net die ene zeikerd zijn die een stukje tikt…

Gezien: Bacio di Tosca, zondag 15 augustus 2010 @ Museum Speelklok

Araglin | Woensdag 18 Augustus 2010 at 12:32 am | Concerten | Reageer
Gebruikte Tags: ,