Disco

Je kent het wel: ben je op een feestje, haalt er opeens iemand de volledige Corné Klijn's Disco Classics Party-collectie uit zijn binnenzak en voor je het weet staat iedereen te dansen op ouwe discomeuk. Maar discodansen, hoe ging dat ook al weer? Deze vriendelijke Noorse meneer legt het allemaal nog een keertje uit: folk.uio.no/tsandvik/fun/learn_disco.mpg, (rechtsklikken en Save as. Bestand is 38 MB, dus even geduld).

peter Dinsdag 28 September 2004 at 11:49 pm | | sponstijd | Vier reacties

Amerika und Wunderbra!

Het is maar goed dat mijn buurvrouw behoorlijk doof is, want anders zou ik ongetwijfeld een bezoekje van haar hebben gekregen. En dan niet om een kopje suiker te lenen. De nieuwe cd van Rammstein schalt namelijk al de hele avond HARD uit mijn speakers. De 'tanzmetal' van deze Duitsers laat zich het beste beluisteren met de volumeknop in de bovenste regionen, nietwaar? 'Reise, Reise' is het vierde reguliere Rammstein-album en wat als eerste opvalt is dat de songs ietwat rustiger zijn en dat zanger Till Lindemann wat meer aandacht heeft besteed aan pakkende refreintjes.

'Reise, Reise' bevat enkele vertrouwde knallers (zoals 'Mein Teil' en 'Kein Lust', die als vanouds op worden getrokken uit een muur van gitaargeweld en beukende drums), maar zo af en toe wordt er wat geëxperimenteerd (een koortje in 'Amerika', een accordeon in het titelnummer en sporadisch opduikende creepy synthesizergeluidjes) en wat gas teruggenomen (zo valt het nummer 'Los' min of meer te omschrijven als een soort ZZ Top op z'n Duits). En dat bevalt eigenlijk wel goed! Sterker nog: 'Reise, Reise' bevat geen enkel slecht nummer, en dat is een knappe prestatie.

Damn. Net nu ik dacht dat ik het Rammstein-trucje begon door te krijgen, weten Lindemann en zijn mannen me te verrassen... Luister naar het meest hitgevoelige nummer van 'Reise, Reise' (en tegelijkertijd ook de meest vertrouwd aandoende Rammstein-track én maatschappijkritisch met een knipoog): Amerika - Coca Cola und Wunderbra! (dat laatste heb ik er zelf bij verzonnen, het wordt overigens wel gezongen!). Haal ondertussen maar even kopje koffie; 'Amerika' is bijna 7 MB groot (320 kbps en VBR, dus de moeite wel waard).

arnold Dinsdag 28 September 2004 at 11:12 pm | | review | Twee reacties

Gary Numan en de drummachine

Van sommige artiesten hoop je dat ze ooit nog eens een goede plaat maken, ook al lijkt de kans daarop met ieder nieuw album kleiner te worden. Mike Oldfield heb ik definitief afgeschreven toen hij met Tubular Bells deel drie op de proppen kwam, Michael Jackson blijf ik vanaf de zijlijn volgen, stilletjes hopend dat hij het niveau van Thriller ooit nog eens weet te evenaren. Zo langzamerhand begin ik ook steeds meer te twijfelen aan Gary Numan. Eind jaren zeventig bracht hij als Tubeway Army twee ronduit briljante albums uit, Tubeway Army en Replicas, gevuld met futuristische synthesizerpop en natuurlijk de wereldhit Are Friends Electric?. Het ging echter fout toen Numan de drumcomputer ontdekte, en kennelijk vergat de handleiding te lezen.

De als Gary Webb geboren zanger begon zijn carriëre in de punkgroep The Lasers. Na twee singles voor het roemruchte Engelse label Beggars Banquet hield Numan het in 1979 voor gezien. Geïnspireerd door groepen als Kraftwerk en Can richtte hij met bassist en beste vriend Paul Gardiner en zijn oom Jess Lidyard op drums Tubeway Army op. Numans excentrieke, androgyne verschijning en zijn songteksten vol angst, eenzaamheid en wanhoop, doorspekt met science fiction-elementen, sloeg verrassend genoeg aan bij een groot publiek. Het tweede album Replicas belandde op de eerste plaats van de Engelse albumlijsten, net zoals de later door de Sugababes gebruikte single Are Friends Electric?. Eveneens in 1979 verscheen het derde album The Pleasure Principle, met de single Cars die zelfs in Amerika in de hitlijsten te vinden was. Eind 1979 schreef hij enkele songs voor Robert Palmers The Clue.

Lees meer »

peter Maandag 27 September 2004 at 9:41 pm | | bio | Drie reacties

Oude rockers

Eigenlijk wilde ik een grappig stukje schrijven over 'Start from the dark', de nieuwe cd van de Zweedse rockgroep Europe. Er valt echter nogal weinig te lachen om hun nieuwe album. Niet omdat het zo dramatisch slecht is, integendeel. Joey Tempest, John Norum, Mic Michaeli, John Levén en Ian Haugland zijn bloedserieus en zo te horen zitten de heren boordevol frustratie, want vrolijk zijn de nummers niet... In 1991 verscheen hun laatste studioalbum, 'Prisoners in paradise', dat nou niet echt een succes te noemen was. Reden genoeg om de handdoek in de ring te gooien. Tempest en Norum startten wisselvallige solocarrières, maar het grote succes bleef uit.

Het geld, binnengestroomd door wereldhits als 'The final countdown', 'Rock the night' en 'Carrie', was blijkbaar zo rond 1999 opgemaakt aan drank, vrouwen en snelle auto's, want tot verrassing van velen stond de groep tijdens de jaarwisseling in de originele bezetting weer op de planken. Europe dook in 2003 de studio in om de wereld een jaar later te bestoken met 'Start from the dark'.

Wie verwacht een album vol vrolijke meezing-metal in huis te halen, komt bedrogen uit. Er is geen synthesizer te bekennen en Tempest lijkt wel al zijn frustraties van zich af te zingen. Alleen 'Hero', een midtempo rocker dat niet misstaan zou hebben op 'Out of this world' uit 1988, brengt nog een beetje nostalgie naar boven. Echt bijzonder is het allemaal niet, en Europe lijkt met 'Start from the dark' tussen wal en het schip te vallen: oude fans zullen zich niet herkennen in de nieuwe sound, en hoewel de meeste nummers wel rocken, is het allemaal al een keer gedaan en klinkt de cd te mat en verplicht om nieuwe fans aan te spreken. Zo mat zelfs, dat ik nog geen eens zin heb om een nummertje online te gooien...

peter Maandag 27 September 2004 at 9:23 pm | | bio-en-review | Negentien reacties

De besneeuwde vlaktes van OMD

Ik ben altijd enigszins jaloers op mensen die nog precies weten waar, wanneer en waarom ze hun allereerste singletje hebben gekocht. Wat mijn eerste plaatje was? Ik heb geen flauw idee. Ik weet nog wel wat het eerste singletje was dat ik cadeau kreeg (Dennie Christian en de Marsipulami met 'Wij zijn twee vrienden'), maar dat telt niet.

Ik weet echter nog wel wat de eerste videoclip was die ik bewust meemaakte. Dat was 'Maid of Orleans' van Orchestral Manoeuvres in the Dark, oftewel OMD. In die tijd was ik een fervent Toppop-kijker, en begin 1981 keek ik als zesjarig jongetje gefascineerd naar deze prachtige clip vol sneeuw, ridders, kastelen en vooral veel sfeer. Ik vond het ronduit schitterend, en nog steeds heeft het nummer een haast feeërieke bijklank als ik het beluister. OMD zou later uitgroeien tot een succesvolle synthpopformatie, maar altijd ietwat opererend in de marge, om uiteindelijk als een kaars te doven. En toch begon het allemaal zo veelbelovend...

Lees meer »

peter Zaterdag 25 September 2004 at 01:08 am | | 80s | Negentien reacties

Spaccanapoli

Zo af en toe kom je muziek tegen die fascineert. Muziek die niet bijzonder mooi is of lekker in het gehoor ligt, maar songs waarvoor je alles even opzij legt om goed te kunnen luisteren. Dat had ik vandaag met de Italiaanse groep Spaccanapoli. De naam van de groep betekent letterlijk 'gespleten Napels', en verwijst naar de straat die de stad Napels in tweeën deelde.  De leden van Spaccanapoli maakten in de jaren zeventig deel uit van het politiek getinte gezelschap E Zezi, dat bestond uit meer dan 100 zangers, instrumentalisten en dansers. E Zezi mengde traditionele Italiaanse muziek met (linkse) politieke ideeën en idealen. Eind jaren negentig viel het gezelschap uiteen en besloten enkele muzikanten verder te gaan onder de naam Spaccanapoli. Het resultaat was intrigerende folkmuziek, met af en toe wat zigeuner- en klezmer-invloeden.

De muziek mag dan traditioneel aandoen, de bezongen onderwerpen zijn dat niet: de problemen van de werkende klasse, vervuiling en epidemieën, hoewel er natuurlijk ook gefeest dient te worden. Of om violist Antonio Fraioli te citeren: "Music is one of the best ways to tell people about social and political problems. And the future, the global village, is made up of lots of different musics, we think. Including ours."

Blikvangers zijn zangeres Monica Pinto en Marcello Colasurdo, die worden bijgestaan door Antonio Fraioli (viool, piano, percussie), Oscar Montalbano (gitaar, bas) en Emilio De Matteo (akoestische en elektrische gitaar). En alsof dat nog niet genoeg is, komen af en toe nog wat vroegere leden van E Zezi opdraven. Nu is mijn Italiaans nogal roestig, maar de energie in de muziek spreekt boekdelen.

peter Donderdag 23 September 2004 at 11:47 pm | | Standaard | Geen reacties

André Hazes (1951-2004)

Als ik alles weer opnieuw kon doen en iemand zou me vragen
wat ik dan met mijn leven zal gaan doen
ik denk dat ik zal zeggen ik doe 't zeker niet 't zelfde
maar ik weet ik kan het nooit meer overdoen
't lijkt me fijn als je straks thuis komt en je prakkie staat op tafel
je praat en drinkt 'n biertje met z'n twee
maar zo'n leven is voor mij niet weggelegd
nee ik blijf eenzaam

André Hazes - Ik blijf eenzaam (van de cd 'Jij bent alles' uit 1987).

peter Donderdag 23 September 2004 at 12:57 pm | | Standaard | Twee reacties

Enya en mijn zondagochtend

Er zijn maar weinig artiesten die zo publiciteitsschuw en zo adembenemend saai zijn, en toch zo veel succes hebben als de Ierse zangeres Enya. Alhoewel de albums van Enya onderling inwisselbaar zijn, en van enige progressie nauwelijks sprake is, zijn haar cd’s wereldwijd zo’n 50 miljoen keer over de toonbank gegaan. Ondergetekende is zelfs in het bezit van Enya’s complete oeuvre. Zo af en toe, voornamelijk op een zondagmorgen, zet ik nog wel eens ‘Shephard Moons’ of ‘Watermark’ op, waarbij ik me dan steeds afvraag wat nou toch precies de Enya-magie is.

Enya werd als Eithne Ní Bhraonáin op 17 mei 1961 geboren in het kleine Ierse plaatsje Gweedore. Ze groeide op in een muzikale familie; haar vader Leo Brennan was een van de oprichters van de Ierse groep The Slieve Foy Band en haar moeder was pianiste en muzieklerares. In 1976 richtten enkele van haar broers, ooms en zussen de folkgroep Clannad (Gaelic voor ‘familie’) op. Enya trad in 1979 toe tot de groep en speelde mee op enkele succesvolle Clannad-albums. In 1982 besloot ze Clannad te verlaten omdat ze het niet eens was met de muzikale richting die de formatie wilde inslaan. Maakte Clannad aanvankelijk min of meer authentieke folk, langzamerhand verschoof het accent meer naar gelikte pop met een scheutje folk.

Lees meer »

peter Woensdag 22 September 2004 at 11:29 pm | | Standaard | Eén reactie

Dresden Dolls

Waar een Oor al niet goed voor kan zijn... Een paar weken geleden bladerde vriendin Eva een exemplaar van muziekblad Oor door en bleef hangen bij de laatste pagina: een advertentie voor een optreden van The Dresden Dolls op 21 september in de Amsterdamse Melkweg. De advertentie zag er zo intrigerend uit dat ze besloot om kaartjes te kopen voor het concert. Nu is dat natuurlijk hartstikke leuk, maar ik had eigenlijk nog nooit van de Dresden Dolls gehoord - misschien maakt de groep wel ontzettende grindcore of snoeiharde oi-punk en daar zit ik nu ook weer niet op te wachten.

Gelukkig bleek het allemaal nogal mee te vallen. De Dresden Dolls zelf (zangeres/pianiste Amanda Palmer en drummer Brian Viglione) omschrijven hun muziek als 'Brechtian Punk Cabaret'. Het duo ontstond medio 2001 in Boston en begin dit jaar verscheen hun debuutalbum'The Dresden Dolls' (overigens voorafgegaan door de live-cd 'A is for accident). Palmer en Viglione combineren hun voorliefde voor de (Duitse) muziek en het cabaret uit de Weimar-periode met de alternatieve rock van PJ Harvey, Tori Amos en Courtney Love.

Dit levert bijzondere muziek op, waarbij het visuele aspect een belangrijke rol speelt. Amanda Palmer en Brian Viglione zien er op het podium uit als het bizarre buitenechtelijke zusje en broertje van respectievelijk Marlène Dietrich en Marilyn Manson. Ik ben in ieder geval benieuwd...

Luister naar hun hitje: The Dresden Dolls - Girl anachronism.

Edit: en het was leuk!

peter Maandag 20 September 2004 at 8:43 pm | | Standaard | Twee reacties

Let op het afwijkende ritme!

Onlangs kocht ik bij de plaatselijke De Slegte het boek 'Inside classic rock tracks', geschreven door (muziek)journalist en gitaarleraar Rikky Rooksby. Een geinig boek waarin Rooksby 100 legendarische songs de revue laat passeren, en deze voorziet van wat achtergrondinformatie en uitlegt hoe de desbetreffende track is opgebouwd. Het is grappig om te merken hoe je dankzij Rooksby opeens allerlei details in een song hoort die je tot dan toe nauwelijks waren opgevallen. Hij roept dingen als 'let op het afwijkende drumrite op 1:45' en 'opvallend is de cymbal op 2:45'. Het hoge synthesizerlijntje in 'A forest' van The Cure op 2:24 had ik in ieder geval nog niet eerder opgemerkt.

Soms krijg ik echter gevoel dat ik niet echt tot de doelgroep behoor; zo schrijft Rooksby over 'Frozen' van Madonna: "Harmonically, 'Frozen' is in F minor, a key which some composers associate with cold and bleak experience. The chord progression is based on I-VI-VII-I, which is also the basis for 'Running up that hill' and 'Forbidden colours'. There's also a Fm Bbm Gb Ab phrase, and a Fm Bbm Db Ab section. To get the Eastern phrasing, the string use the harmonics minor on the first and third phrase of the bridge (at 3:19 and 3:37), where an E natural is heard."

Interessant!, zou de vader van mijn vriendin zeggen.

Araglin Zaterdag 18 September 2004 at 3:37 pm | | Standaard | Eén reactie

Araglin.nl

Araglin.nl is een feit! Na een nachtje Pivot-puzzelen is mijn nieuwe muzieklog 'up & running'. De komende dagen zal ik nog wat details aanpassen, maar het geraamte staat. De logs van mijn vorige weblog zijn, voor zover relevant, overgeheveld.

Mijn dank gaat uit naar Thijs en Sacha van de Stichting Ebriositas! Vragen of opmerkingen? Laat een berichtje achter of stuur een mail naar araglin@araglin.nl.

peter Zaterdag 18 September 2004 at 2:24 pm | | Standaard | Eén reactie

Kauwgom-pop

Voor mijn zusje ging ik op zoek naar 'Balance', het debuutalbum van de Nederlandse Kim-Lian van der Meij. Ik had haar (Kim-Lian dan) wel eens voorbij zien stuiteren in Top of the Pops, met achtereenvolgens 'Teenage Superstar', 'Hey Boy' en de (overbodige) Kim Wilde-cover 'Kids in America'. Nu moet ik in alle eerlijkheid zeggen dat het debuutalbum van de 23-jarige Kim-Lian best wel aardig is, eigenlijk. Springerige poprock met een hoog na-na-na-gehalte en voorspelbare meezingrefreintjes - een soort Avril Lavrigne, maar dan zonder die chagrijnige kop en stukken vrolijker. De ballads op de cd zijn stuk nogal slecht, maar gelukkig zijn die in de minderheid. Dat scheelt.

Kim-Lian is dan ook onder meisjes van een jaar of 15 ontzettend populair, en ook in Azië schijnt de roodharige zangeres volle zalen te trekken. Grappig allemaal. Daarnaast vind je haar in de Happy Meals van McDonalds, op tv als FoxKids-presentatrice en speelde ze vorig jaar een van de hoofdrollen in de musical 'Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen'. Het kan niet op. Kauwgom-pop van de bovenste plank.

peter Zaterdag 18 September 2004 at 12:58 pm | | Standaard | Geen reacties

Accept

Zo af en toe heb ik ontzettende zin in ronkende gitaren, beukende drums en stupide songteksten over motors, vrouwen en 'trouw blijven aan je metal-roots'. En dan bedoel ik dus muziek waarbij je je luchtgitaar uit de gangkast kast, je linkervoet op de salontafel zet en lekker mee brult. Met andere woorden: muziek van de Duitse rockformatie Accept. De groep werd midden jaren zeventig opgericht, en bracht zo ongeveer jaarlijks een album uit met ronkende rock (waaronder hoogtepunten als 'Balls to the walls' uit 1983 en 'Metal heart' uit 1985).

Leuker is echter de bandgeschiedenis, die, zoals het een rockgroep betaamt, aan elkaar hangt van ruzie, drank en drugs. Middelpunt van Accept is zanger Udo Dirkschneider, een Duitser die eruit ziet als een militaristische dwerg maar gezegend is met een door merg en been gaande stem en zich moeiteloos tussen de gitaarduels van Wolf Hoffman en Jorg Fischer staande weet te houden. De eerste haarscheurtjes worden in 1982 zichtbaar als gitarist Fischer uit de groep besluit te stappen. Een geschikte opvolger dient zich niet aan, en daarom besluit Hoffman dan maar zelf alle gitaarpartijen voor zijn rekening te nemen. Als het album 'Ball to the walls' opeens blijkt aan te slaan, kiest Fischer eieren voor zijn geld en keert terug.

En dit is het moment waarop Accept had kunnen toetreden tot de heavy metal-eredivisie door een verrassende en innovatieve plaat af te leveren. In plaats daarvan blijft de groep gewoon ronkende rock maken, waarbij schaamteloos het ene cliché op het andere wordt gestapeld. Udo Dirkschneider ziet de bui al hangen, en verlaat de band. Het is het begin van een reeks verwikkelingen die zelfs in 'Goede tijden, slechte tijden' op de lachspieren zou werken. Accept gaat achtereenvolgens in zee met Engelsman Rob Armitage en Amerikaan David Reece. Fischer heeft er dan al geen zin meer in en stapt voor de tweede keer uit het Accept-bootje. Zijn vervanger is de Engelsman Jim Stacey en in de nieuwe bezetting verschijnt in 1989 dan eindelijk 'Eat the heat'. Zanger Reece blijkt echter wel een glaasje te lusten, en staat regelmatig stomdronken op het podium. Tijdens een tournee door Amerika is hij zelfs zo ver heen dat hij bassist Peter Baltes een paar meppen verkoopt, die vervolgens van het podium afdondert. Reece wordt daarop uit de band gezet. Drummer Stefan Kaufmann hangt vanwege een spierziekte de drumstokjes aan de wilgen, en als Hoffman een nieuwe roeping gevonden lijkt te hebben als fotograaf, sterft Accept na het afscheidsalbum 'Staying a life' (1989) een stille dood

Intussen proberen zowel Dirkschneider als Fischer met weinig succes een solocarrière van de grond te krijgen. Na drie hartaanvallen besluit Dirkschneider zich terug te trekken uit de muziekindustrie. En dan is het 1992. Tot grote vreugde van de vele fans komt Accept onverwacht weer bij elkaar in de originele bezetting. Volgens Udo kon hij de talloze smeekbeden van fans niet langer weerstaan. Waarschijnlijker is dat aan de reunie financiële motieven ten grondslag liggen. Er verschijnen drie nieuwe albums, waarop de beproefde metalformule tot op de laatste druppel wordt uitgemolken. Na een tournee door Duitsland, maakt de groep in 1996 bekend dat het doek definitief gevallen is. Gelukkig zijn er nog de opnieuw uitgebrachte albums, digitaal geremasterd en voorzien van bonustracks. En dan waan ik me weer even in de jaren tachtig, toen rockers nog zweetbandjes en strakke leren broeken droegen...

peter Zaterdag 18 September 2004 at 12:51 pm | | Standaard | Geen reacties

Nachtmuziek

Van de Engelse singer-songwriter Nick Drake zijn maar een handvol foto's bekend. Stemmige afbeeldingen van een introverte jongeman met warrig, halflang haar, vaak in de verte turend met een onbestemde blik. Het is verleidelijk om zijn korte leven in de foto's weerspiegeld te zien: tijdens zijn leven een niet bijster bekende folkmuzikant, kampend met depressiviteit en misschien wel zelfmoordneigingen, wanhopig op zoek naar erkenning. 

In 1969 bracht de toen 21-jarige Nick Drake zijn eerste album 'Five Leaves Left' uit, een sober, melancholisch folk-album. De titel van de plaat verwees naar het waarschuwingspapiertje in het doosje Rizla dat er 'nog maar vijf vloeitjes over' waren. Achteraf gezien was de titel een onheilspellend voorteken: de vijf laatste jaren van zijn leven waren aangebroken. Zijn tweede album 'Bryter Layter' liet een wat meer uptempo geluid horen, met wat jazzy-invloeden. Zijn albums werden echter nauwelijks opgemerkt, en Drake werd er niet vrolijker op. ''Ik ben mislukt in alles wat ik heb geprobeerd te bereiken'', moet hij herhaaldelijk tegen vrienden en familie gezegd hebben. Zijn zwanenzang, het indringend akoestische 'Pink Moon', zag in 1972 het licht.

Vanaf dat album ging het bergafwaarts; Drake leed onder een writer's block, werd enkele weken opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis wegens depressieve problemen en tot overmaat van ramp had hij last van stemproblemen. De opnames voor zijn nieuwe album begin 1974 verliepen niet bijzonder voorspoedig; Drake vluchtte naar Parijs en ging op een woonboot liedjes schrijven. Na enkele weken keerde hij terug naar zijn ouders in Tanworth-in-Arden, waar hij verviel in een hevige depressie. De dood van Drake, in de vroege ochtend van de 25ste november 1974, was volgens de lijkschouwer een duidelijk geval van zelfdoding. Toch houden vrienden en fans tot op de dag van vandaag vol dat het een ongeluk was.

Pas jaren later kreeg Nick Drake de waardering waar hij zo lang naar op zoek was en wordt hij bewonderd als het veel te vroeg gestorven muzikale genie dat hij naar alle waarschijnlijkheid was. Perfecte muziek om de nacht mee in te gaan...

peter Zaterdag 18 September 2004 at 12:46 pm | | Standaard | Geen reacties

Zomerduisternis

Afgelopen weekend (13-15 augustus) vond in Utrecht de tweede editie plaats van het jaarlijkse Summer Darkness-festival. Hoewel menigeen dat misschien denkt, heb ik niet het hele weekend ondersteboven aan een lantaarnpaal gehangen om me af en toe, en met een ijselijke gil, op een nietsvermoedende voetganger te laten vallen. In plaats daar van heb ik bandjes gekeken, Grieks gegeten in de binnenstad (en een dag later veganistische nasi en saté) en nog meer bandjes gekeken. Vooral het optreden van de Franse band Rosa Crux was? interessant. Over de groep is nogal weinig bekend (het zal eens w?l); zo zouden ze in de binnenlanden van Frankrijk met z'n allen in een boerderij wonen en zich bezighouden met omineuze occulte praktijken. Nu is daar natuurlijk niets mis mee (met occulte praktijken wel te verstaan), dus togen we naar Tivoli om deze cultband met eigen ogen te aanschouwen.

Een blik op het podium beloofde veel goeds: een joekel van een klokkenspel, een zwarte vleugel en een handvol drumrobots die marsritmes moesten voortbrengen. De band bestond uit de gitaarspelende zanger Olivier Tarabo, bassiste Amelle Payen en pianist Claude Feeny. Het donkere gedreun werd ondersteund met bizarre, hallucinerende videobeelden, een met vlaggen wapperende man en vrouw, een rat in een kooi (die kennelijk door het draaien van zijn radje geluiden moest voortbrengen, maar daar weinig zin in had), psychedelische lichteffecten en klokkengelui. De muziek was niet bijzonder mooi of dynamisch, wel fascinerend.

Intrigerend hoogtepunt werd gevormd door een bizar reinigingsritueel (de zogeheten Danse de la Terre) dat de strijd tegen de dood moet symboliseren; een naakte man en vrouw zitten in een bak gevuld met meel, en maken repeterende, bijna psychotisch-mechanische bewegingen, zichzelf kastijdend met de poederige substantie. Gecombineerd met een vage videoclip, stroboscopen en de snerpende stem van Tarabo was dit gedeelte van het concert ontegenzeggelijk geniaal. De rest was wat minder, maar je kunt niet alles hebben natuurlijk. En voor wie zich afvraagt hoe Rosa Crux klinkt: Rosa Crux - Omnes qui descendunt

peter Zaterdag 18 September 2004 at 12:41 pm | | Standaard | Geen reacties

Mooi bezit

Over zanger John Davis heb ik eigenlijk helemaal geen informatie kunnen vinden. Aan de hoes van 'Rozen voor mama' te zien, stamt de single uit de jaren zeventig en ik heb het vermoeden dat het een vertaling is van een country-nummer uit de jaren vijftig. De single is nooit een hit geweest, en dat is een regelrechte schande! Rozen voor mama is een onvervalste tranentrekker en laat je achter met een snik in de keel en het bijna onweerstaanbare verlangen om je lieve moedertje zo snel mogelijk een bezoekje te brengen.

peter Zaterdag 18 September 2004 at 12:31 pm | | Standaard | Twee reacties

Meneer Kokosnoot

Hoe goed een rock- of dancenummer nu daadwerkelijk is, blijkt in de meeste gevallen pas als de desbetreffende artiest of groep een akoestische variant opneemt. Het resultaat is vaak pf afschuwelijk of juist erg goed. Een andere graadmeter is een coverversie; als het nummer ook in een erbarmelijke of extreem afwijkende uitvoering overeind blijft, heb je als componist goed werk afgeleverd.

Senor Coconut maakt het je echter wel heel moeilijk; de rockklassieker Smoke on the water van Deep Purple wordt door hem omgetoverd in een swingend latin-nummer, en na beluistering van zijn album Fiesta Songs uit 2003 (met soortgelijke covers van onder andere Riders on the Storm, Beat it en Oxygene) weet je eigenlijk niet of de meneer Kokosnoot nu moet arresteren wegens rockheiligschennis of moet prijzen vanwege zijn inventieve uitvoeringen. Op zijn debuutalbum El baile aleman neemt Senor Coconut overigens het oeuvre van Kraftwerk (check zijn versie van The robots) flink onder handen en ik hou mijn hart vast voor zijn nieuwe cd...

Achter Senor Coconut schuilt overigens de Duitser Uwe Schmidt, die begin jaren negentig als dj en producer aan de weg timmerde en talloze dance-platen uitbracht (onder meer als Atom Heart). In 1996 verhuisde hij naar Chili waar hij zich onderdompelde in cumbia, merengue, en salsa, en zichzelf de belachelijke naam Senor Coconut aanmat. Zijn twee onder deze naam uitgebrachte albums werden al snel populairder dan al zijn vroegere werk bij elkaar...

peter Zaterdag 18 September 2004 at 12:19 pm | | Standaard | Geen reacties

Cowboy Gerard

Er zijn van die nummers die zo'n beetje sluimeren in een donker hoekje van je onderbewuste, wachtend op het moment om na jaren eens beluisterd te worden. Het spel kaarten van Cowboy Gerard (oftewel voormalig Veronica dj Gerard de Vries) uit 1965 is zo'n nummer. Een smartlap eerste klas!

'Het spel kaarten' is overigens een cover 'Deck of Cards' van T. Texas Tyler, bekend geworden in onder andere de uitvoering van Tex Ritter.

peter Zaterdag 18 September 2004 at 12:16 pm | | Standaard | Vier reacties

Sopor Aeternus

Kunstenaars en musici zijn vaak een beetje raar, maar er zijn maar weinig bands die zo door mysteries en raadselen omgeven zijn als het Duitse Sopor Aeternus & The Ensemble of Shadows. Dit enigmatische gezelschap vermengt melancholische, middeleeuws aandoende folkmuziek met rock-, dance- en klassieke elementen. Wat Sopor Aeternus echter een totaal eigen geluid geeft is het karakteristieke stemgeluid van de transseksuele zangeres Anna-Varney Cantodea. Ze omschrijft zichzelf als een 'Priesterin der Neutralen Zone' (een soort androgyn spiritueel helper) en beweert in voortdurende verbinding te staan met onsterfelijke entiteiten ('The Ensemble of Shadows') die haar begeleiden in haar leven als discipel van Saturnus. Deze entiteiten spreken tot haar in dromen, die dienen als doorgeefluik voor muziek en songteksten.

Het eerste album van Sopor Aeternus verscheen in 1994 en draagt de welluidende titel 'Ich töte mich jedesmal aufs Neue, doch ich bin unsterblich, und ich erstehe wieder auf; in einer Vision des Untergangs...'' In de jaren die volgden bracht Anna-Varney regelmatig nieuwe cd's uit, met songteksten over zelfmoord, dood, transseksualiteit en eenzaamheid. Met het nieuwe album La chambre d'echo Where the dead birds sing lijkt het tij echter gekeerd. De muziek klinkt wat optimistischer en, vooral, elektronischer. We have a dog to exercise is een goed voorbeeld; vreemd, maar hoogst intrigerend...

Als je meer wilt weten over Sopor Aeternus, elders op mijn log vind je een uitgebreid artikel: http://www.araglin.nl/pivot/entry.php?id=109#body

peter Zaterdag 18 September 2004 at 12:06 pm | | Standaard | Acht reacties

Hidden tracks

Sommige artiesten vinden het leuk om aan het eind van een cd stiekem een extra nummer te stoppen, zonder dit ergens te vermelden. Neem nu Nevermind van Nirvana. De cd duurt bijna een uur en het laatste nummer Something in the Way bestrijkt volgens mijn cd-speler meer dan 20 minuten. Na beluistering blijkt dat het eigenlijke liedje zo'n drieënhalve minuut duurt, waarna er na een kwartiertje stilte een ontzettende bak herrie losbarst.

Hidden tracks zijn niet nieuw. Het principe werd als eerste toegepast door de Beatles. Op het laatste album van de Fab Four, Abbey Road uit 1969, is op het einde van kant twee het verborgen nummer Her Majesty te vinden - een ongelukje. Kant twee van de lp bevat een soort mini rock-opera, met fragmenten van songs die samen één geheel vormen. Dit idee was afkomstig van Paul McCartney en producer George Martin. De track Her Majesty stond oorspronkelijk tussen de nummers Sun King en Polythene Pam, maar op het laatste moment besloot McCartney dat het nummer verwijderd moest worden. Technicus John Kurlander knipte keurig het desbetreffende stukje muziek weg en plakte het nummer vervolgens aan het eind van de geluidsband; je wist nooit of het ooit nog gebruikt zou worden. Voor de volgende sessie werd er een demo van Abbey Road gemaakt, met Her Majesty onbewust verborgen aan het einde van de tape. Toen de Beatles het resultaat hoorden, besloten ze om het nummer daar te laten staan. En zo werd Her Majesty de eerste hidden track in de muziekgeschiedenis.

Inmiddels is het een veelgebruikte manier om de luisteraar te ergeren, met tal van variaties. Zo vind je soms tientallen nummers van enkele seconden op een cd, met een hidden track als laatste. Of blijkt een nummer na een minuut stilte opeens nog een extra nummer te bevatten. En als stoere black metal-band is begrijpelijk om alle nummers 6:66 seconden lang te laten zijn. Of dit handig is, is een volgende vraag. Met de opkomst van mp3-bestanden (die sterk gericht zijn op losse nummers), heeft het weinig nut meer om dergelijke praktijken toe te passen. Maar ook met mp3's valt te sjoemelen. Zo hebben muziekbestanden soms een andere of verkeerde naam, en weet je nooit helemaal zeker of  je inderdaad het juiste nummer aan het downloaden bent. Geen hidden, maar 'confused tracks'.

peter Vrijdag 17 September 2004 at 10:41 pm | | Standaard | Eén reactie

Engage!

Na een hele avond science fiction op Veronica ben ik wel in een 'ruimtelijke' stemming. Nu kan ik wel een zweverig ambient-cd'tje opzetten, maar dat is toch minder leuk dan de muziek van Michael Garrison (1956-2004). Deze Amerikaanse synthesizerpionier maakte naam met zijn sequencer-muziek, die het nu vooral goed zou doen als achtergrondmuziek bij documentaires. Zijn debuutalbum 'In the regions of sunreturn and beyond' verscheen in 1979 en klinkt vandaag de dag nog steeds wel lekker, maar behoorlijk gedateerd. De melodielijnen zijn simpel en veel variatie kent Garrison niet (reden waarom hij nooit echt is doorgebroken, want ook zijn latere albums klonken steevast hetzelfde), maar als je de bas helemaal open draait knallen die sequencers zo heerlijk de speakers uit! To the other side of the sky is het openingsnummer van Garrisons eerder genoemde debuut. En als je je afvraagt wat in godsnaam 'sequencers' zijn: ze worden in dit nummer na een seconde of 50 aangezet...

peter Vrijdag 17 September 2004 at 10:36 pm | | Standaard | Eén reactie

Lenny

Enthousiast gemaakt door de fijne single 'Where are we runnin?' besloot ik het nieuwe album van Lenny Kravitz, 'Baptism', eens in huis te halen. En om een lang verhaal kort te maken: een matig album. Lenny is in mei 40 geworden en blijkbaar gaat dit gepaard met een nogal heftige midlifecrisis, want hij klinkt op 'Baptism' uitgeblust en als een oude zeur: ''I'm internationally known [...] I've got millions sold / But after the party, I'm left standing in the cold" (The Other Side).

De ballads zijn allemaal zo godvergeten zielig en hoewel weliswaar de oude Lenny opduikt in opzwepende tracks als 'Califonia' en 'Flash', bevat 'Baptism' voor het merendeel gewoonweg matige nummers. Bovendien liggen de inspiratiebronnen er wel heel dik bovenop; zo klinkt 'Where are we running?' bijvoorbeeld als een (geslaagde) ZZ Top / Kiss-imitatie, terwijl 'Sistamamalover' gejat lijkt te zijn van Sly Stone. Wat wel weer aardig is dat Lenny alle instrumenten zelf heeft ingespeeld.

peter Vrijdag 17 September 2004 at 10:30 pm | | Standaard | Geen reacties

Zomerhit

Hoewel de zomer in Nederland voorlopig nog even op zich laat wachten, kent 2004 wel een onmiskenbare zomerhit: 'Dragostea din tei' (Roemeens voor: liefde onder de lindeboom) van O-Zone. Het nummer heeft alle kenmerken van een zomerhit: het wordt gezongen in een exotische taal, is uitermate vrolijk en boven alles beschikt het over een irritant meezingbaar refreintje. Het zou nog mooier zijn geweest als er ook een bijhorend danspasje is, maar daarover tast ik nog in het duister. De drie heren van O-Zone zingen weliswaar in het Roemeens, maar komen oorspronkelijk uit Moldavië. En zoals gebruikelijk probeert iedereen een graantje mee te pikken; Haiducii heeft een coverversie uitgebracht en een Nederlandstalige versie is inmiddels ook al verschenen. Het enige probleem dat ik bij 'Dragostea din tei' heb is dat ik bij beluistering steeds de piemel van Giel Beelen voor me zie (met dank aan de 3FM-reclame)...

peter Vrijdag 17 September 2004 at 10:23 pm | | Standaard | Geen reacties