Music to watch girls by

Door de voortdurende stortvloed aan nieuwe releases en nieuwe artiesten zou je bijna vergeten dat er al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw op grote schaal muziek wordt gemaakt. Natuurlijk hebben artiesten en groepen als Elvis, The Beatles en Frank Sinatra de tand des tijds doorstaan en staan ze gebeiteld in het muzikale geheugen van iedere muziekliefhebber, maar wat is er gebeurd met die duizenden nummers die er niet in slaagden een deuk in het muzikale pakje geschiedenisboter te slaan? De muziek die vaders en moeders in de jaren zestig beluisterden, terwijl hun kinderen rebelleerden met lawaaierige beatmuziek? Juist, die dreigt zo langzamerhand in de vergetelheid te raken. Gelukkig bestaan er enkele fijne verzamel-cd's die het onbezorgde gevoel van toen nieuw leven inblazen.

Zo luister ik nu al de hele week voor het slapen gaan naar 'Music to watch girls by, volume 1', met grote 'easy listening' hits van Vic Damone, Doris Day, Al Martino, Danny Williams, Nancy Sinatra en Dean Martin - om er slechts een paar te noemen. Het is grappig om te merken hoe je al die evergreens vaak na enkele seconden moeiteloos mee kunt neurieën. De bijna veertig nummers op 'Music to watch girls by' komen nu weliswaar over als restaurantmuziek, in hun tijd (de jaren vijftig en zestig) waren het stuk voor stuk 'millionsellers'; weelderig gearrangeerde Top 40-muziek voor de massa. In vergelijking met de eendagsvliegen van nu zijn deze songs decennia later nog wél leuk - vind ik dan tenminste. Bestellen is mogelijk via Amazon.

Luister ter kennismaking naar enkele tracks van Andy Williams, Al Martino, Scott Walker, Perry Como, Doris Day, Petula Clark, Louis Armstrong en Bert Kaempfert (via Rapidshare, 27 MB). Je zou er bijna pijp van gaan roken en pantoffels dragen...

peter Dinsdag 30 Augustus 2005 at 11:58 pm | | flashback | Drie reacties

Lili Marleen

'Lili Marleen'is ongetwijfeld het meest bekende oorlogslied ooit. Het lied is gebaseerd op het gedicht 'Das Lied eines jungen Soldaten auf der Wacht', dat in 1915 werd geschreven door de jonge Duitse soldaat Hans Leip, vlak voordat hij naar het  Russische front vertrok. In het gedicht mijmert een soldaat over zijn liefje Lili Marleen, die buiten de kazerne bij een lantaren op hem wachtte. Naarmate het gedicht vordert, blijkt dat de soldaat vertrokken is naar het front en vraagt hij zich af op welke soldaat Lili Marleen nu staat te wachten in de schemering. In het laatste couplet stijgt de soldaat 's avonds uit de aarde op, om rond te dwalen bij de lantaren waar hij ooit zijn geliefde ontmoette.

Lili was de naam van zijn Leips vriendin, Marleen was mogelijk een verpleegster waar Leip een oogje op had. Het gedicht werd in 1937 opgemerkt door de componist Norbert Schultze, die het (met behulp van zangeres Lale Andersen) onder de titel 'Lili Marleen' op muziek zette. Het nummer dreigde in de vergetelheid te raken, totdat het in de zomer van 1941 werd herontdekt door luitenant Karl-Heinz Reintgen. Deze luitenant verzorgde in Belgrado radio-uitzendingen voor de Duitse troepen in Afrika. 'Lili Marleen' sloeg enorm aan en groeide in korte tijd uit tot de 'herkenningstune' van Radio Belgrado.

Opmerkelijk genoeg konden niet alleen de Duitsers het nummer waarderen, ook de geallieerden zongen luidkeels mee met 'Lili Marleen'. In 1944 zag een Engelse versie het licht, geschreven door Tommy Connor en gezongen door Anne Shelton. 'Lili Marlene' werd wel enigszins gecensureerd: de soldatenmeid in het origineel was vervangen door een beschaafd meisje dat op haar geliefde wacht. Ook het sinistere en dubbelzinnige einde is wat afgezwakt. Na de Tweede Wereldoorlog boette 'Lili Marlene' nauwelijks aan populariteit in; zo werd het onder meer opgenomen door Marlene Dietrich en in ruim 48 talen vertaald.

Om een lang verhaal kort te maken: op deze site vind je een groot aantal intrigerende versies van 'Lili Marlene'. De bitrate is uitermate beroerd, maar dat heeft ook wel zijn charme. (Overigens vind je hier tevens maar liefst 20.000 uiteenlopende volksliederen, marsen en wat dies meer zij.)

peter Maandag 29 Augustus 2005 at 11:25 pm | | interessant | Eén reactie

Eric Clapton

Dat de inmiddels 60-jarige Eric Clapton een gelukkig mens is, blijkt al tijdens het doorbladeren van het boekje bij zijn nieuwe album 'Back Home': de foto's laten een glimlachende Eric Clapton, zijn kinderen en zijn stralende tientallen jaren jongere vrouw Melia zien - gitaar binnen handbereik, baby op schoot, you get the picture. Tja, en dan verwacht je natuurlijk geen album vol hartverscheurende bluesnummers vol zielenpijn en smart waar 'Slowhand' bekend mee is geworden.

De twaalf tracks op 'Back Home' bestaan uit vijf eigen composities en zeven covers (onder andere 'Love Comes To Everyone' van George Harrison, 'Love Don't Love Nobody' van The Spinners en Stevie Wonders 'I'm Going Left'). Degelijke soul/blues-pop, met af en toe een reggae-uitstapje ('Say What You Will' en 'Revolution') zonder al te veel poespas. Clapton heeft de hulp ingeroepen van een groot aantal bekende muzikale vrienden (onder wie Steve Winwood, John Mayer en Chris Stainton) en het resultaat is dan ook onberispelijk: goed geproduceerd, uitstekend gezongen en uitmuntend gespeeld.

Het enige probleem is dat 'Back Home' nergens tot leven wil komen en wel wat zout kan gebruiken; de tracks kabbelen zo'n beetje aangenaam voort op een niets-aan-de-hand Sky Radio-manier en gaan het ene oor in en het andere uit. 'Back Home' is niet wereldschokkend en de ideale plaat om op te zetten als je ouders eens op bezoek komen.

peter Maandag 29 Augustus 2005 at 12:48 am | | review | Eén reactie

HERR

De Nederlandse neofolk-scene is klein; er zijn slechts zo'n drie bands die je onder deze noemer kunt rangschikken: Predella Avant, Volksweerbaarheid en HERR (oftewel: Heiliger Europa! Römisches Reich), het project van Leidenaar Michiel Spapé. In het zomernummer van Alert! ('vakblad voor antifascisten') staat een aardig (maar niet geheel onbevooroordeeld) artikel over Herr door John Postma, waar ik eens lekker uit ga citeren. Grappig genoeg is Alert! overigens een van de weinige Nederlandse tijdschriften met regelmatige aandacht voor neofolk,  hoewel de insteek duidelijk vermanend en waarschuwend is.

Zoals gebruikelijk in de neofolk-scene neemt HERR een duidelijke stellingname in. Het oude Romeinse Rijk wordt gezien als nieuw ideaalbeeld; het huidige West-Europa bevindt zich in een comateuze toestand, waarbij de inwoners slapen of zijn verdoofd door geld en consumptiedrang. Zanger Troy Southgate: ''We willen mensen laten weten dat de waarden van toen nog steeds levendig zijn. Als HERR kan dienen als een meta-politiek referentiepunt voor gedesillusioneerde mensen in de huidige wereld, dan is dat prima.''

De teloorgang van Europa valt te verklaren als gevolg van 60 jaar vrede: ''Europa heeft een gebrek aan oorlog. Tegenwoordig zijn de zwaarden en schilden omgeruild voor de centrale verwarming en pantoffels.'' Southgate pleit voor een nieuwe 'Mannerbund' die nieuwe helden voortbrengt en de wapens opneemt tegen de vervrouwelijking (het feminisme wordt door hem als verderfelijk beschouwd) van de maatschappij. De opvattingen van Southgate (om nog maar te zwijgen over diens verleden in de skinhead-scene en diverse fascistische organisaties) worden door de overige HERR-leden niet onderschreven, maar door Alert! vanzelfsprekend breed uitgemeten.

Nu ken ik Michiel Spapé persoonlijk, en durf dan ook gerust te beweren dat het met zijn 'foutgehalte' wel meevalt. HERR komt voor sommigen veeleer provocatief over dan dat de groep daadwerkelijk een conservatieve ideologie aanhangt. Voor meer informatie over neofolk zie elders op mijn log, breng gelijk eens een bezoekje aan de HERR-site en beluister wat fragmenten van het nieuwe album 'Vondel's Lucifer'.

peter Zondag 28 Augustus 2005 at 10:33 pm | | interessant | Acht reacties

Tsjaikovski

De Russische componist Peter Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893) was zelf niet zo te spreken over zijn Ouverture 1812, opus 49 (uit 1880). Hij noemde de ouverture 'extreem luid en lawaaierig' en schreef het waarschijnlijk alleen omdat hij er een flinke som geld mee opstreek; de ouverture was bedoeld voor de opening van de van de Kathedraal van Redeemer in Moskou, die speciaal was gebouwd ter herinnering aan de overwinning in 1812. Het stuk dramatiseert de terugtrekking van de Franse troepen onder leiding van Napoleon - een strategische terugtrekking die echter door de Russen altijd als een overwinning is gezien. De 'Marseillaise' en 'God Save the Czar' leveren een muzikale strijd en uiteindelijk overwint (uiteraard) het Russische volkslied.

Ouverture 1812 werd lovend ontvangen en hoewel het niet tot de beste werken van Tsjaikovski behoort ('Romeo en Julia', 'De notenkraker' of de 'Pathétique' komen hiervoor meer in aanmerking) is het wel een van zijn meest bekende. Ik mag er graag naar luisteren, en vooral de laatste vijf minuten vind ik prachtig: het Russische leger zegeviert, gesymboliseerd door de klokken van Moskou, kanongebulder, patriottisch hoorngeschal en (in de oorspronkelijke uitvoering) een groots vuurwerk. Als Tsjaikovski nu had geleefd, was dit ongetwijfeld een klapper van een power metal-nummer geweest.

Het is eigenlijk verwonderlijk dat Tsjaikovski zulke 'vrolijke' muziek wist te componeren; hij was namelijk een gekweld man met de nodige geldzorgen en een homoseksueel dubbelleven. Tsjaikovski heeft zijn homoseksualiteit zijn hele leven moeten verbergen (niet geheel verwonderlijk: homo's werden in Rusland verbannen naar werkkampen in Siberië). Hij trouwde met een vrouwelijke bewonderaar, in de hoop zijn kwelling te 'genezen', maar tevergeefs: zijn huwelijk was een ramp, en hij bleef alleen en ongelukkig achter om uiteindelijk zelfmoord te plegen. Luister zelf: Ouverture 1812, opus 49.

peter Zaterdag 27 Augustus 2005 at 01:13 am | | interessant | Geen reacties

Rockzanger

Als je wilt doorbreken als rockzanger heb je een lange weg te gaan. Een logisch startpunt lijkt het ophangen van wervende advertenties in muziekwinkels. Je kent het wel: 'zanger zoekt band', 'gitarist op zoek naar verloren sleutelbos' en dergelijke. En dat is precies wat de Amerikaanse 'The Rawker' heeft gedaan. Alleen pakte hij wat ambitieuzer aan: hij maakte een heuse video-opnames van zichzelf, kopieerde deze op een groot aantal VHS-cassettes en legde deze stapel in de plaatselijke muziekhandel. Een goed idee natuurlijk, en de stapel video's vloog dan ook de deur uit. Het enige probleem is dat je wel een beetje moet kunnen zingen om indruk te maken. Om naar maar te zwijgen over enige podiumervaring. Enfin, kijk zelf maar. En vergeet vooral niet de remixen te checken. Ben ik even blij dat ik geen muzikale ambities heb...

En om deze post toch nog enig gewicht te geven: Joris Gillet, schrijver van het Stereo-weblog, is weer begonnen met zijn zoektocht naar leuke en legale mp3'tjes. Op de website van 3VOOR12 staat alles netjes op een rijtje (inclusief de oudere edities), voorzien van commentaar en een cd-hoesje. Ik moet eerlijk zeggen dat ik zelf nog niet aan luisteren ben toegekomen, maar het ziet er in ieder geval veelbelovend uit. (Met dank aan Baby Grandpa voor de eerste link!)

peter Vrijdag 26 Augustus 2005 at 01:51 am | | overig | Geen reacties

Rolling Stones

Tjonge, wat ben ik aan het onthaasten - en dat is te merken aan het aantal updates. Vanaf volgende week is alles weer bij het oude en zal ik de updatemachine wat vaker aanzwengelen. Vooralsnog ben ik het aan relaxen en laat ik de nieuwe single van de Rolling Stones wel erg vaak uit mijn speakers schallen. De aardige midtempo ballad 'Streets of love' is bedoeld als smaakmakertje voor het album 'Bigger Bang', dat op 6 september het licht moet zien (overigens is de derde track op de cd-single, 'Rough Justice', verrassend fel en energiek).

Volgens de Stones zelf weerspiegelt deze titel hun fascinatie voor de diverse wetenschappelijke theorieën over het ontstaan van het universum. Aan de tracklist te zien is het wetenschappelijk gehalte op de rest van het album ver te zoeken en dat is maar goed ook. Ter promotie van 'Bigger Bang' is de groep inmiddels aan hun zoveelste wereldtournee begonnen, en zullen de bejaarde rockers in 2006 Europa aandoen. Om hun tournee enige luister bij te zetten, is er zelfs een heuse rel in het leven geroepen: Keith Richards heeft volgens de Engelse 'kwaliteitskrant' The Sun in diverse interviews beweerd dat Mick Jagger een klein piemeltje heeft. Mick is 'not amused' en de twee hebben nu ruzie. Waar je je allemaal niet over op kunt winden... Ik ben in ieder geval benieuwd naar het album; 'Bridges to Babylon' stamt alweer uit 1997 en klinkt zeker niet onaardig. O ja: hee, psst...

peter Vrijdag 26 Augustus 2005 at 01:19 am | | overig | Geen reacties

Prem Joshua

Tijdens ons uitstapje naar Berlijn belandden we op een avond in restaurant Mount Everest (voor de liefhebber: Eisenacher Strasse 54; heerlijk Thais, Nepalees en Tibetaans eten voor een vriendelijk prijsje). Zoals in vrijwel alle restaurants schalde er muziek uit de speakers, alleen kon ik de gedraaide muziek deze keer wél waarderen: relaxte lounge met de nodige Indiase invloeden. Eigenaar Narenda Raj Shrestha vertelde mij dat het ging om muziek van ene Prem Joshua. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar gelukkig mocht ik 'The best of Prem Joshua, volume 1' voor vijf euro mee naar huis nemen.

Het levensverhaal van de van oorsprong Duitse Prem Joshua leest als een spiritueel sprookje: als kind was Prem uiterst muzikaal en tijdens zijn puberteit speelde hij in een groot aantal jazz-, rock- en fusiongroepen. Op 16-jarige leeftijd maakte hij kennis met de sitarmuziek van Ravi Shanker en was verkocht. Hij stopte met zijn studie en reisde naar India. Daar aangekomen raakte hij gefascineerd door de leringen van Osho, trad toe tot zijn commune en kreeg hij bovendien intensieve sitarlessen van Ustad Usman Khan. Na enkele jaren keerde Prem Joshua terug naar het westen om zich te ontpoppen als succesvol muzikant.

Hij heeft tot dusverre een slordige 14 albums uitgebracht, variërend van ingetogen meditatiemuziek tot downtempo lounge. De muziek van Prem Joshua (althans, de muziek op de eerder genoemde verzamel-cd) mag dan wel ruwweg onder de noemer ambient/lounge vallen, dankzij het veelvuldig gebruik van de sitar en diverse fluiten (die overduidelijk niet uit een synthesizer komen) en Indiase songteksten krijgt alles een authentieke sound, die ik vaak mis bij de gangbare lounge van tegenwoordig. Luister naar het ruim 13 minuten durende 'Sky Kisses Earth' (19 MB, via Rapidshare).

peter Woensdag 24 Augustus 2005 at 01:07 am | | interessant | Geen reacties

Moog

Zo, en wederom terug in Nederland! Ik kan geen stad meer zien voorlopig... Ik moet zeggen: Antwerpen is een schitterende stad, met een paar fijne cd-winkeltjes, gigantische stripwinkels en prachtige musea (het Rijksmuseum van de Schone Kunsten en het Rubenshuis zijn aan te raden!). Tijdens het checken van mijn mail kwam ik tot de ontdekking dat de legendarische Dr. Robert Moog op 71-jarige leeftijd is overleden. Bij Moog werd vier maanden geleden een hersentumor geconstateerd. Robert 'Bob' Moog is de geschiedenis ingegaan als de grondlegger van de elektronische muziek.

Op 14-jarige leeftijd bouwde Moog zijn eerste elektronische muziekinstrument - de theremin - en veranderde in 1964 het muzieklandschap voorgoed met zijn MiniMoog, de eerste min of meer gebruiksvriendelijke synthesiser. De MiniMoog bereikte dankzij Wendy Carlos en haar album 'Switched-On Bach' uit 1968 een groot publiek. Langzamerhand werd de karakteristieke analoge Moog-sound echter vervangen door digitale apparatuur. De MiniMoog wordt momenteel alleen nog gebruikt door fans en artiesten die op zoek zijn naar een 'warm' en 'organisch' geluid. Op deze Wikipedia-pagina vind je uitgebreide informatie over de invloedrijke Bob Moog. In 2004 verscheen de (overigens matige) documentaire 'Moog'. De (eveneens helaas nogal matige) soundtrack van deze film kun je downloaden via Rapidshare (deel 1, deel 2 en deel 3).

peter Dinsdag 23 Augustus 2005 at 8:11 pm | | overig | Geen reacties

Varia

Zo, en weer terug in Nederland! Berlijn is een interessante stad, maar wel gigantisch groot. Na enkele dagen intensief Berlijnen (van west naar oost en zelfs nog even voorstad Potsdam bezocht) is het tijd om mijn voeten even rust te gunnen. Ik heb een behoorlijke stapel cd's aangeschaft (vooral de klassieke afdeling van de KaDeWe - het grootste warenhuis van Europa, een soort Amsterdamse Bijenkorf maar dan vier keer groter en luxer - viel in de smaak dankzij de vriendelijke prijsjes en de zeer imponerende vijf meter Bach) die de komende tijd ongetwijfeld de revue zal passeren. Naast alle obligate bezienswaardigheden hebben we nog even gesnuffeld aan de alternatieve scene en een erg gezellige 'Schwarze Veranstaltung' bezocht. Enfin, om een lang en een voor de argeloze bezoeker niet bijster interessant verhaal kort te maken: zeker nog een bezoekje waard.

En als je je afvraagt wanneer ik weer uitgebreid begin te loggen: even geduld, want komend weekend reizen vriendin Eva en ondergetekende af naar Antwerpen voor enkele dagen jolijt en vermaak. Breng om het weekend goed door te komen anders eens een bezoekje aan de Russische site Diskoteka 80, waar je tientallen videoclips uit de jaren tachtig kunt bekijken. Nu eens geen uitgekauwde clips van Duran Duran of Madonna, maar bijna vergeten klassiekers van onder andere Gazebo, Trans-X, Max Him, London Boys (jawel!), Divine en Bananarama. Wederom: tot over een paar dagen!

peter Vrijdag 19 Augustus 2005 at 11:58 pm | | overig | Drie reacties

Berlijn

In navolging van illustere namen als David Bowie, Lou Reed en Iggy Pop reizen vriendin Eva en ondergetekende zaterdagochtend af naar Berlijn voor onze 'Berlijnse Periode'. We blijven vijf dagen en da's natuurlijk te kort om een legendarisch album op te nemen - zoals David Bowie eind jaren zeventig deed in Kreuzberg met zijn mijlplaat 'Heroes'. In plaats daarvan zullen we de nodige historische plekken en gebouwen bezoeken (Kaiser Wilhelm Gedachtniskirche, Potsdamer Platz, Reichstag, Alexanderplatz, Brandenburger Tor, Rathaus Schoneberg, Slot Charlottenburg, Unter den Linden - eens kijken of we dat in vijf dagen kunnen proppen), wat musea snuiven (het Museuminsel schijnt de place to be te zijn), platenwinkeltjes leegkopen (iemand nog tips?), relaxen en ongetwijfeld enkele leuke feestjes bezoeken. Ik ben nog nooit in Berlijn geweest, en als ik de verhalen mag geloven, heb ik heel wat gemist. Tijd dus om daar verandering in te brengen! Ik ben alleen bang dat we onze paraplu hard nodig zullen hebben... Medio volgende week ben ik weer online.

peter Zaterdag 13 Augustus 2005 at 12:00 am | | overig | Eén reactie

Cat Stevens

Ik ken maar weinig artiesten die zo'n grillige carrière achter de rug hebben als Cat Stevens. In de jaren zestig schreef de als Steven Demetre Georgiou (zijn vader was van Grieks-Cypriotische afkomst, zijn moeder Zweeds) geboren Cat Stevens een groot aantal hits voor anderen, en in de jaren zeventig belandde hij solo talloze malen in de hitlijsten, met onder meer 'Lady D'Arbanville', 'Wild world', 'Moonshadow' en 'Morning has broken' – folky popliedjes met een persoonlijke inslag. Het schijnt dat Stevens tussen 1967 en 1977 maar liefst 50 miljoen lp's aan de man bracht en dat is toch heel behoorlijk. Midden jaren zeventig werd het hem allemaal te veel (en kreeg hij het bovendien aan de stok met de Engelse belastingdienst) en verhuisde hij naar Brazilië. Intussen bracht Cat Stevens gestaag nieuwe albums uit, die steeds persoonlijker en experimenteler werden.

De ommekeer kwam in 1977. Volgens eigen zeggen zwom de behoorlijk aangeschoten Stevens in zee vlakbij Malibu, Californië toen hij plotseling kramp kreeg en op het punt stond te verdrinken. Een golf bracht hem echter terug aan land - een geschenk van God, aldus de zanger. Hij startte een spirituele zoektocht, besloot zich te bekeren tot de de Islam en nam de naam Yusuf Islam aan. Hij opende een school voor moslims in Londen, zei zijn muzikantenbestaan vaarwel (hoewel Stevens later wel enkele cd's opnam met Islamitische kinderliedjes), trouwde, zette zich in voor diverse goede doelen en is nu vader van vijf kinderen.

Vorig jaar september kwam de gewezen zanger nog in het nieuws omdat hij verdacht zou worden van het financieren van terroristische groeperingen. Achteraf bleek het om een vergissing te gaan: de gezochte terrorist heette Youssouf Islam. In november 2004 ontving hij uit handen van Michael Gorbatsjov de vredesprijs Man for Peace 2004, vanwege "zijn toewijding om de vrede te bevorderen, mensen te verzoenen en terrorisme te veroordelen".

Allemaal leuk en aardig, maar het zou mij niets verbazen als in zijn bureaulade honderden prachtige liedjes wachten om op cd gezet te worden... Luister naar Cat Stevens 'Greatest hits' (via Rapidshare, één mp3 van 45 MB).

peter Vrijdag 12 Augustus 2005 at 12:00 am | | flashback | Geen reacties

Ulver

Ulver is zo'n band die al tijden op mijn 'nog eens te luisteren'-lijstje bivakkeert. Ik heb ooit eens gelezen dat deze Noorse band progressieve metal maakt in het straatje van Opeth, en dat klonk wel interessant. Tijdens het ronddwalen in de pulserende onderbuik van het internet stuitte ik op een open dirretje met het Ulver-album 'Perdition City' en enthousiast zette ik me aan het luisteren. Ik moest mijn verwachtingen direct bijstellen, want metal is op dit album niet te bespeuren. Na enig research bleek dat de leden Ulver van de nodige stijlveranderingen houden en er dol op zijn om ieder album compleet anders te laten klinken. Hun eerste albums 'Bergtatt', 'Kvedssanger' en 'Nattens madrigal' (uit respectievelijk 1994, 1995 en 1996) zijn weliswaar behoorlijk black metal getint, maar daarna zijn de heren driftig aan het experimenteren geslagen.

De ondertitel van het in 2000 verschenen 'Perdition City' is 'Music to an interior film' en dat klopt wel aardig: broeierige, sfeervolle elektronica, een af en toe opduikend traag ritme, aanzwellende piano-akkoorden, afgewisseld met bliepjes, noise uitbarstingen en sporadische zang. Als er ooit nog een remake van Blade Runner gemaakt zou worden, is dit de perfecte soundtrack. Film-noir in cyberspace - zoiets. Bij elke luisterbeurt ontdek je wel iets nieuws en ik krijg bijna zin in om met Ulver op mijn mp3-speler door de desolate nachtelijke straten te fietsen, stilstaand bij flikkerende neonreclames, peinzend turend naar vervallen fabrieksgebouwen. Ulvers nieuwe album 'Blood inside' zag vorige maand het licht, en ik denk dat ik dit album binnenkort maar eens ga opsnorren. O ja, het desbetreffende open dirretje (met eveneens drie Ulver-ep's) vind je hier.

peter Donderdag 11 Augustus 2005 at 12:01 am | | interessant | Drie reacties

Editors

Ik weet niet wie er een potje met retro-wave heeft leeggeschud, maar dat de hype nog lang niet over is en er zo langzamerhand een heus subgenre aan het ontstaan is, bewijst de jonge Engelse formatie Editors. De groep werd opgericht in 2003, tekende eind 2004 een contract bij het kleine label Kitchenware en bracht onlangs hun debuut 'The Back Room' uit. Origineel is het allemaal niet; het album is doordrenkt met de dramatische, desolate postpunksound van de vroege jaren tachtig en zanger/gitarist Tom Smith, gitarist Chris Urbanowicz, bassist Russell Leetch en drummer Ed Lay hebben wel erg goed geluisterd naar Joy Division en Echo & the Bunnymen.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld Franz Ferdinand en The Killers klinkt het merendeel van de 11 tracks verbazingwekkend authentiek. Vooral bij uptempo tracks als 'Munich', 'Blood' en 'Lights' (heerlijke new wave-gitaarloopjes ondergedompeld in reverb!) waan ik me in een heuse batcave en krijg ik spontaan de neiging om mijn puntschoenen van zolder te halen. De langzamere nummer klinken daarentegen behoorlijk zeurderig en doen denken aan U2 in hun slechte dagen. En bij vlagen doemt zelfs de vergelijking op met een verkouden Michael Stipe. En nu ik toch aan het klagen ben: de Editors hebben eveneens nadrukkelijk hun oor te luisteren gelegd bij Interpol.

'The Back Room' weet niet de volle drie kwartier te overtuigen, maar de nummers die dat wel doen, doen dat vol overgave. Snelle kopers krijgen bij het album overigens nog een bonus-cd met zes b-kantjes. Download ter kennismaking 'Munich' en 'Blood' (via Rapidshare).

peter Dinsdag 09 Augustus 2005 at 12:00 am | | review | Eén reactie

Erwin Nijhoff

Zeg, wat is er gebeurd met Erwin Nijhoff? Zo tijdens het ontbijt schoof hij ineens voorbij in mijn Winamp-speler. Ik heb Nijhoff ooit eens in een piepklein zaaltje zien spelen en heb sindsdien een zwak voor 'm: tijdens het optreden begaf de apparatuur het, en ietwat gegeneerd pakte Nijhoff toen zijn gitaar om een geweldig akoestisch concert weg te geven. De Zwollenaar met de rockstem timmerde begin jaren negentig niet onverdienstelijk aan de weg met The Prodigal Sons. Na uiteenvallen van de groep ging Nijhoff in 1996 solo verder als The Prodigal Son en later gewoon onder zijn eigen naam.

In 1999 tekende hij een contract bij Warner Music en begon hij aan de voorbereidingen voor zijn eerste solo-album, het in Nashville opgenomen 'Take your time', dat vanwege uiteenlopende problemen pas in 2001 zou verschijnen. In vergelijking met zijn The Prodigal Sons-oeuvre laat 'Take yor time' een wat gepolijster geluid horen: poprockliedjes die bij vlagen aanschurken tegen het country- en singer/songwriter-genre. Een soort mix tussen The Jayhawks (de Amerikaanse band) en Ilse DeLange. Het album was volgens mij niet al te succesvol; al na enkele maanden zag ik de cd opduiken in diverse uitverkoopbakken - geen goed teken.

Een blik op zijn website leert dat er sinds 'Take your time' geen nieuw album van Nijhoff is verschenen, en dat de singer/songwriter door het land tourt met het nieuw leven ingeblazen The Prodigal Sons, daarnaast ook solo is te boeken, bezig is met een U2-tribute én sinds eind 2004 deel uitmaakt van de bluesrockgroep The Grand Slam. Genoeg kansen om hem weer eens in actie te zien. Luister ter kennismaking naar enkele tracks van 'Take your time' (via Rapidshare).

peter Zaterdag 06 Augustus 2005 at 11:41 am | | overig | Geen reacties

Tangerine Dream

Samen met Kraftwerk stond Tangerine Dream aan de wieg van de elektronische muziek zoals we die nu kennen. Of het nu gaat om trance, new age of industrial - Tangerine Dream heeft overal een dikke vinger in de pap gehad. Hoewel Tangerine Dream vandaag de dag nog maar wazige schim is van de pioniers van toen, is hun vroege werk met recht grensverleggend te noemen.

De groep werd in 1967 opgericht door Edgar Froese in Berlijn en hun oeuvre is te verdelen in ruwweg vier perioden: eind jaren zestig werd er volop geëxperimenteerd, de jaren zeventig staan in het teken van spacy muziek met een hoop sequencers, in de jaren tachtig sluipen er wat meer jazz- en soundtrackinvloeden in hun muziek, en in de jaren negentig tot nu slingert het zo'n beetje alle kanten  op, met vooral veel rock- en dance-elementen. Ik ben erg kort door de bocht en later zal ik wel eens een wat uitgebreider stuk schrijven (alleen al de bezettingswisselingen zijn een boek waard), want waar het me eigenlijk om gaat is het magistrale album 'Phaedra' uit 1974 - misschien wel het meest belangrijke album in de geschiedenis van de elektronische muziek.

De groep was zo'n beetje klaar met experimenteren, had zojuist een contract met Virgin Records in de wacht gesleept en van platenbaas Richard Branson de vrije hand gekregen voor hun eerste Virgin-album. Het resultaat was, zeker voor die tijd, verbazingwekkend. Als ik naar het album luister, heb ik altijd het gevoel in een ruimteschip te zitten, slingerend door wormgaten, af en toe een glimp opvangend van vreemde buitenaardse wezens en planeten - maar misschien heb ik wel te veel Farscape gekeken. 'Phaedra' opent met het ruim 17 minuten durende titelstuk, dat zich langzaam ontvouwt en zich pulserend een weg baant, af en toe vervreemdende Moog- en Mellotron-klanken op zijn weg tegenkomend. Je zou het bijna verwachten, maar het nummer ontspoort nergens in een kakofonie van bizarre klanken. In plaats daarvan krijg je een hallucinerend kosmisch bad over je heen gestort. De overige twee tracks, 'Mysterious Semblance at the Strand of Nightmares' en het hypnotiserende 'Movements of a Visionary', zijn minstens net zo goed - maar na het openingsnummer moet ik altijd even op adem komen.

Nu, ruim 30 jaar later, weet 'Phaedra' nog steeds te overtuigen, misschien wel meer dan toen. Luister zelf: 'Phaedra' (let op: het gaat hier om een edit van 10 minuten, zoals gezegd duurt het origineel 17 minuten en een beetje). Een tip: luister met koptelefoon of zet je stereo lekker hard.

peter Donderdag 04 Augustus 2005 at 11:58 pm | | flashback | Zeven reacties

Vive la Fête

Enige dagen geleden (zie onder) was ik behoorlijk enthousiast over 'Nuit blanche' van Vive la Fête. Zo enthousiast zelfs dat ik het nieuwe album van Danny Mommens en Els Pynoo gelijk maar in huis heb gehaald. 'Grand Prix' ligt in het verlengde van 'Nuit blanche' en dat betekent dus swingende en bonkende electro-pop, af en toe wat gitaarriffjes en het Franstalige gekir van Els Pynoo. Het album hapt lekker weg -? ik heb sowieso een zwak voor retro-bliepjes en een flinke scheut new beat - maar het is aan te raden om niet al te goed te luisteren; de tracks op 'Grand Prix' zijn flinterdun en de teksten gaan helemaal nergens over: foute zangers (Claude Francois), tieten (Litanie des Seins) en wat dies meer zij.

Vive la Fête weet dus niet te verrassen of zichzelf te vernieuwen. Maar toch, maar toch - het swingt allemaal als een trein en gelukkig neemt de groep zichzelf ook niet serieus, op hun website noemen ze zichzelf de 'Formule 1 van de kitschpop'. De twaalf tracks op het album nodigen onbedwingbaar uit om eens flink met de kont te schudden en als een heuse Beavis en Butthead flink door de kamer te springen - of je nu wilt of niet. 'Grand Prix' bewandelt de grens tussen kitsch en genant en wat mij betreft wordt deze grens nergens overschreden. Het zou anders zijn geweest als Danny en Els een cover hadden opgenomen van, pak 'm beet, Aha's 'Take on me' of 'Sweet Dreams' van The Eurythmics. Ik kan me amper voorstellen dat ze daarmee zouden zijn weggekomen. Luister naar Claude Francois en Machine sublime en schud met die billen...

peter Woensdag 03 Augustus 2005 at 11:34 pm | | review | Geen reacties

Alice Cooper

Ik geloof niet dat Alice Cooper de muziekgeschiedenis ingaat als een briljant songwriter of geniaal muzikant. Zijn verdienste ligt in het feit dat hij aan de wieg stond van de shockrock en al heel vroeg besefte dat het juiste imago de sleutel tot het succes vormt. Coopers hoogtepunt ligt begin jaren zeventig en sindsdien heeft hij zijn imago als cultfiguur met succes weten uit te bouwen. Op zijn nieuwe album 'Dirty Diamonds', de opvolger van het in 2003 verschenen 'The Eyes of Alice Cooper', klinkt Vincent Damon Furnier alsof de tijd heeft stilgestaan. Rauwe rocktracks worden afgewisseld met verhalende ballads. Zo af en toe weet hij te verrassen, zoals met het Johnny Cash-achtige 'The Saga of Jesse Jane', dat begint met de zinnen "I'm in jail in a Texas town / In my sister's wedding gown" en het leven van een nogal bijzonder vrachtwagenchauffeur beschrijft.

Voor het overige gaan de (soms wel wat flauwe en ietwat kinderachtige) teksten voornamelijk over vrouwen en seks. Niets nieuws onder de zon dus, hoewel Cooper altijd wel een duistere draai aan de teksten weet te geven. Tijdens het luisteren zat ik vrolijk met mijn voet mee te tikken -  altijd wel een goed teken. 'Dirty Diamonds' klonk me bekend in de oren, en na enig nadenken wist ik waarom: de meeste tracks op het album zouden zo op een nieuw Kiss-album kunnen staan; vervang Coopers stem door die van Paul Stanley en je hoort geen verschil. 'Dirty Diamonds' is geen bijzonder geweldig album (alles is al eens gedaan), maar ik geloof dat de inmiddels 57-jarige Cooper het allang niet meer voor het geld hoeft te doen en naast zijn bezigheden op de golfbaan puur de lol af en toe eens de studio induikt. Op de (matige) bonustrack 'Stand' is overigens rapper Xzibit te horen. Luister ter kennismaking naar 'Sunset Babies (All Got Rabies)' en 'The Saga of Jesse Jane'.

peter Maandag 01 Augustus 2005 at 11:41 pm | | review | Eén reactie

Kung Fu Hustle

Vriendin Eva houdt van filmhuisfilms en kostuumdrama's (kort door de bocht natuurlijk, als ze dit leest dan zegt ze: grom...) en ik hou van SF, horror en splatter. Als we samen een bioscoopje willen pikken, duurt het dan ook altijd even voordat we iets hebben gevonden naar ons beider smaak (ik overdrijf). Vreemd genoeg hebben we beiden een voorkeur voor de Chinese cinema, en zo bevonden we ons dit weekend in het Louis Hartlooper Complex in Utrecht voor 'Gong fu' (Kung Fu Hustle) van regisseur Stephen Chow. Eerder al moest ik erg lachen om zijn regiedebuut 'Shaolin Soccer', en met 'Gong fu' weet Chow nog meer indruk te maken.

Het verhaal is eigenlijk bijzaak: een kleine crimineel wil graag bij een beruchte bende horen, en om aan zijn 'carriëre' te werken, begint hij met het afpersen van de onschuldige bewoners van een appartementencomplex, die echter niet zo hulpeloos blijken te zijn als ze eruit zien. 'Gong fu' is vooral een hilarische martial arts-komedie, waarbij absurdistische lach-of-ik-schiet-humor hand in hand gaat met tekenfilm-achtige special effects en de nodige knipogen naar diverse filmklassiekers. Road Runner meets Bruce Lee ? zoiets. Chow regisseerde niet alleen, hij schreef tevens mee aan het script en speelt bovendien de hoofdrol. In China was 'Gong fu' een regelrechte kraskraker (zo'n film waar je op een zaterdagavond naar toe gaat en al kijkend de nodige emmers popcorn verorbert), en ik vind het ergens wel eigenaardig dat zo'n blockbuster nu in het 'arty farty' Louis Hartlooper Complex te zien is. Zolang dergelijke films ?berhaupt in Nederland te zien zijn, hoor je mij echter niet klagen.

peter Maandag 01 Augustus 2005 at 5:54 pm | | film | Geen reacties