Links

En even wat geinige linkjes tussendoor om het weekend enige luister bij te zetten- de boog kan niet altijd gespannen zijn, nietwaar? Het is bovendien toch te warm om iets anders te doen... Om te beginnen: de PianoLina, een leuke flash-applicatie, waarin klassieke deuntjes van onder andere Beethoven en Satie worden gevisualiseerd aan de hand van vallende vierkantjes die je naar hartelust mag schuiven en aanpassen. Klinkt wazig, maar zeker de moeite waard.

Verder: een bijzondere (in de zin van: zo slecht dat het hilarisch wordt) videoclip uit India, 'Sally Can Wait' van Oasis omgetoverd in een tekenfilmpje (heeft iemand heel veel tijd ingestoken – jammer alleen dat ik niet van Oasis hou), Britney Spears laat een onverwachte kant van zichzelf zien (onderbroekenlol alert!), coole mp3-schoenen die rechtstreeks uit 1984 lijken te komen, Cecil Dill demonstreert in een clip uit 1935 hoe je 'Let Me Call You Sweetheart' met je handen speelt (dus alléén met je handen), terwijl Pjotro dol is op muziek, dansen en techniek en deze drie heeft samengebracht in een pak dat muziek maakt als je danst. Op zijn site legt hij uit hoe het allemaal werkt en kun je hem een dansje laten doen.

Ook nog: een Zweeds dancenummer voor IRC-bot Anna (momenteel op de tweede, eerste en vierde plaats in respectievelijk de Zweedse, Deense en Noorse hitlijsten), maak je eigen new age-muziek met deze mixer, bekijk hoe je in zo'n zes minuten een hit in elkaar sleutelt met Fruity Loops en een slordige 1400 videoclips uit de jaren tachtig. Is dit allemaal wat te luchtig, stort je dan op de relativiteitstheorie (met een hoop plaatjes en filmpjes) of bekijk wat er gebeurt als de aarde wordt geraakt door een meteoriet (Engelse vertaling is te vinden na een klik op 'Show More').

En tot slot een handige plugin voor wie graag zijn gedraaide muziek achter zijn naam in MSN wil weergeven, maar weigert om Windows Media Player te gebruiken en stug vasthoudt aan Winamp (ik dus).

peter Vrijdag 30 Juni 2006 at 11:56 pm | | overig | Drie reacties

Elektriktus

Over de groep Elektriktus is helemaal niets bekend. Vast staat wel dat hun eerste en enige lp in 1976 verscheen op het Italiaanse label PDU, dat bekend stond om haar krautrock- en spacerockreleases. 'Electronic Mind Waves' is misschien wel het enige Italiaanse album uit de jaren zeventig dat zich zo nadrukkelijk schaart in de Duitse krautrocktraditie. De lp telt acht relatief korte tracks, die worden gedomineerd door – hoe kan het ook anders – allerhande synths en vreemde geluidseffecten.

Met albumopener 'Frequencer Departure Flying At Daybreak' begint een intrigerende reis: een deur slaat dicht, de motor wordt gestart en hoge, onsamenhangende elektronische klanken werken op de zenuwen – als transgalactische navigatie-apparatuur die goed moet worden afgesteld. Na zo'n drie minuten duikt een aan het vroege werk van Tangerine Dream denkende donkere synthgolf op en begeleid door traag zwevende tonen stijg je op. In 'First Wave' worden de sequencers aangezet, bliept en knort alles naar behoren en zorgt een improviserende bas voor een jazzy tintje. Vervolgens krijgt het ruimteschip wat last van turbulentie in het beklemmende en vervreemdende 'Power Hallucination', waarna de reis wordt voortgezet en langzamerhand in steeds ijler en rustiger vaarwater belandt. Uiteindelijk kom je weer op aarde terecht met afsluiter 'Frequencer Arrival'.

'Electronic Mind Waves' is een bijzonder fijn en nagenoeg vergeten album (helaas nooit op cd uitgekomen), dat vooral liefhebbers van kosmische krautrock zal aanspreken, en helemaal goed tot zijn recht komt in het gezelschap van de nodige geestverruimende middelen... Download het album via Rapidshare - het gaat om een vinyl-rip (67 MB, inclusief covers), dus met een heleboel gekraak in met name de wat rustiger passages. Wie daar doorheen luistert, haalt met 'Electronic Mind Waves' een interstellair juweeltje in huis. (via)

peter Donderdag 29 Juni 2006 at 12:10 am | | krautrock | Geen reacties

West End Girls

Het zou zo een sketch uit (pak 'm beet) French & Saunders kunnen zijn: de 16-jarige Zweedse vriendinnen Isabelle Erkendal en Rosanna Jirebeck zijn grote Pet Shop Boys-fans en in plaats van een fanclub op te richten en hun kamers vol te hangen met posters van Neil Tennant en Chris Lowe, richtten de twee in 2003 een eigen tribute-groep op, West End Girls. Isabelle en Rosanna sloegen fanatiek aan het oefenen en in oktober 2005 verscheen hun eerste single 'Domino Dancing' (het origineel is te vinden op het Pet Shop Boys-album 'Introspective').

De Zweedse media stortten zich vol overgave op de meiden uit Stockholm (het is inderdaad weer eens wat anders) en de single werd een grote hit. Ook hun covers van 'West End Girls' en 'Suburbia' (beiden te vinden op het PSB-album 'Actually') deden het goed en begin juni zag hun debuutalbum 'Goes Petshopping' het licht, een cd gevuld met Pet Shop Boys-interpraties. Het klinkt allemaal leuker dan het is, want Isabelle en Rosanna maken zich er nogal gemakkelijk van af; hun uitvoeringen klinken gladjes. voorspelbaar (met een oppervlakkige discodreun en veel synths-presets), en missen de gelaagdheid van de originelen, terwijl Rosanna haar best doet om net zo lijzig te zingen als Neil Tennant. 'Goes Petshopping' is precies leuk genoeg om één keer te draaien.

Geiniger zijn hun clips en optredens; de meiden proberen zich op een soortgelijke manier te kleden als hun helden en hun clips ademen dezelfde sfeer (dus met veel fabrieksgebouwen, hoeden, honden en kleurrijke belichting), zonder als exacte kopieën over te komen. Op hun website vind je clips van 'West End Girls' en 'Domino Dancing', een live fragment en een interview voor de Spaanse televisie. Voor wie het liever zonder QuickTime doet, heb ik de YouTube-links naar de 'West End Girls'- en 'Domino Dancing'-clip even opgezocht.

peter Woensdag 28 Juni 2006 at 12:06 am | | review | Geen reacties

Engelbert goes dutch

Engelbert Humperdinck wordt door zijn fans liefkozend de 'King of Romance' genoemd. Een benaming die hij in de jaren zestig en zeventig verwierf dankzij zijn romantische liedjes, reputatie als zoetgevooisde hartenbreker en een buitenissige garderobe.

Arnold George Dorsey werd in 1936 geboren in India en verhuisde op zevenjarige leeftijd met zijn familie naar Engeland. Na wat halfslachtige pogingen om door te breken als zanger, veranderde hij op aanraden van zijn vroegere kamergenoot Gordon Mills (ooit zanger van de skifflegroep The Viscounts) in 1965 zijn naam in Engelbert Humperdinck (naar de negentiende eeuwse Oostenrijkse componist) en mat hij zich een mysterieus imago aan. Na twee singles die net niet in de hitlijsten belandden, was het in 1967 raak met een cover van 'Release Me', bekend geworden in uitvoeringen van countryzanger Ray Price en r&b-zangeres Esther Phillips. Humperdinck gaf echter een geheel eigen draai aan het nummer en veranderde het in een kwelerige ballad, die zich lekker laat meebrullen.

De toon was gezet en in de jaren die zouden volgen nam Humbertdinck tientallen albums op (veelal met het woord 'love' in de titel), werd hij op handen gedragen door zijn (voornamelijk op leeftijd zijnde vrouwelijke) fans, scoorde hij talloze hits (waaronder 'The Last Waltz', 'Winter World of Love' en 'Sweetheart') en vermaakte hij het publiek in Las Vegas. Medio jaren tachtig dreigde hij in de vergetelheid te raken, maar dankzij de lounge-revival in de jaren negentig, diverse (afschuwelijke) remixen, zogenaamd hippe albums en vreselijk gladde Tell Sell-spotjes bleef zijn ster stralen.

Lees meer »

peter Dinsdag 27 Juni 2006 at 12:34 am | | easy-listening | Twee reacties

En weer terug

De schrik sloeg ons om het hart toen we zondagnacht onze hotelkamer op Malta binnenstapten. We hadden aanvankelijk onze zinnen gezet op St. Paul's Bay, maar dat viel niet te combineren met de vlucht. Online reisbureau Jiba bood ons vervolgens een goedkopere kamer aan in Hotel Bernard in 'het levendige' St. Julians. Prima, zo dachten wij. Wat we echter niet hadden verwacht, was dat St. Julians zo'n beetje het Sodom en Gomorra van Malta belichaamt en Hotel Bernard echt pal naast een drukke uitgaansstraat met disco's, kroegen en nog meer disco's was gesitueerd. De herrie dreunde onbarmhartig overal doorheen. De zeer vriendelijke Maltees vertelde ons dat de kroegen en disco's tot zo'n drie uur 's nachts open zijn en vrijdag en zaterdag zelfs tot zes uur. Gelukkig was er nog een kamer vrij aan de achterkant van het hotel, waar het lekker rustig was – op het vibrerende gezoem van een generator na. Maar goed, hier was wel mee te leven – mede dankzij de oordopjes van vriendin Eva.

Malta is een klein, maar fraai eiland, met een rijke geschiedenis, die wordt beheerst door allerlei ridderorden en diverse bezetters. We hebben van alles gedaan (jeepsafari op Gozo, boottochten langs de fascinerende kustlijn, door duistere grotten gevaren en gezwommen in het azuurblauwe water, prachtige kerken en oude stadjes bezocht – en dat zes dagen lang), waarbij we ons niet van de wijs lieten brengen door de temperatuur van bijna veertig graden. Malta is zeer afhankelijk van toerisme (zo is de toeristische sector verantwoordelijk voor bijna de helft van het bruto nationaal product) en dat merk je; het eiland is bezaaid met souvenierwinkeltjes met prullaria, restaurants en massa's toeristen van uiteenlopend pluimage. De Maltezen zijn echter bijzonder vriendelijk en er is meer genoeg te zien – mocht je ooit nog een keer naar Malta gaan, dan is het echter zaak om St. Julian's waar mogelijk te mijden (of je moet 15 jaar zijn en de hele nacht willen zuipen). Zo, en nu weer terug naar de orde van de dag...

peter Maandag 26 Juni 2006 at 10:23 pm | | overig | Vijf reacties

Vakantie

De komende week wordt het rustig op Araglin.nl; vriendin Eva en ondergetekende reizen namelijk vandaag (zondag 18 juni) af naar Malta voor acht dagen zon, zee en cultuur. Nu zijn wij niet van die strandgangers, maar zo te zien is er genoeg te doen op het eiland en heb ik mijn zinnen gezet op in ieder geval een jeepsafari op Gozo en een bezoekje aan de blauwe grot van Zurrieq.

Een aantal al dan niet grappige linkjes om de tijd door te komen: een ludieke foto-collage bij het Nickelback-nummer 'Photograph' (ik versta zanger Chad Kroeger ook nooit), vijf natuurgebieden die je met je de muis kunt beïnvloeden (inclusief rustgevend muziekje), een erg leuke Mozart-remixer, waarmee je klassieke deuntjes kunt voorzien van effecten en een beat (vooral 'Ave verum corpus' laat zich eenvoudig opleuken) en de Mozart Bandsalat, waarbij je symfoniefragmenten in de goede volgorde moet leggen (of juist niet natuurlijk). Ga je liever voor iets serieuzers, beluister dan de brieven van Mozart, voorgelezen door acteur Klaus Maria Brandauer.

Verder: een Instructional Music Video Mashup (drie instructiefilmpjes om te leren drummen dan wel gitaarspelen op een erg grappige wijze gecombineerd), president Bush zingt 'Sunday bloody Sunday', een getalenteerde vogel, een hyperactief spelletje waarbij je (ondersteund door een lekkere beat) met je muis een balletje door een bewegend doolhof moet leiden, download fijne mixen bij The Tastates, een 'live art iets' in de British Library (met menselijke grammofoons die historische opnamen ten gehore brengen), rare Chinezen zingen een liedje op een bewolkte dag (het gaaaaat maar door), download een cd met Beatles-liedjes gezongen door willekeurige voorbijgangers en bekijk psychedelische rijstpatronen op een speaker (klinkt vreemd, maar is best aardig om te zien).

Tot slot: de Rotterdamse platenzaak Songs for Sale krijgt heel wat sterren over de vloer, die natuurlijk allemaal op de gevoelige plaat zijn vastgelegd (lekker melig). (Met dank aan Uitdragerij voor onder meer de Mozart-links!)

peter Zondag 18 Juni 2006 at 12:57 pm | | overig | Geen reacties

Didgeridoo

De didgeridoo is al ettelijke duizenden jaren hét traditionele instrument van de Aboriginals, en vindt zijn oorsprong in Noord-oost-Arnhemland in Noord-Australië. De naam ' didgeridoo' is een westerse benaming voor het blaasinstrument; de Aboriginals zelf spreken liever over een yidaki, magu, kanbi of ihambilbing. De didgeridoo is traditioneel vaak voorzien van zogeheten rarrk-motieven (streepjes in stemmige okerkleuren) en sobere beschilderingen. De vrolijk gekleurde didgeridoos die je hier in de winkels ziet liggen, zijn speciaal gemaakt voor de westerse markt. Overigens kun je er ook makkelijk zelf eentje maken met behulp van bijvoorbeeld bamboe of twee in elkaar geschoven pvc-buizen.

Iemand die de kunst van het didgeridoo-spelen tot in de perfectie beheerst is de Australiër David Hudson, een lid van de Yalangi-stam in Noord-Queensland. Op zijn album 'Didgeralia' (uit 1997) laat hij horen wat hij allemaal in huis heeft. De meeste tracks klinken zoals je zou verwachten: vibrerende didgeridoo-geluiden af en toe gecombineerd met opzwepend getrommel (zoals in 'Djembe' en 'Territorial Fight'), waarbij je je als vanzelf op de Australische outback waant. Op 'Conversation - Part One' en 'Conversation - Part Two' weet Hudson bijna menselijke klanken aan zijn instrument te ontlokken, terwijl op 'New Shoes' en 'Round Up' westerse ritmes worden gebruikt.

Een heel album vol didgeridoo-gebrom is misschien een beetje te veel van het goede, maar gelukkig biedt Hudson genoeg variatie om te blijven boeien en intrigeren. Overigens is hij ook schilder en brengt hij op zijn website davidhudson.com diverse spulletjes aan de man. Luister naar 'Didgeralia' via deze link. (Met dank aan Bastet & Corwyn's Music-weblog – zeker een bezoekje waard.)

peter Zaterdag 17 Juni 2006 at 10:23 pm | | interessant | Eén reactie

Pachatusan Inkari

Als je het hebt over traditionele muziek uit Peru doemt bijna automatisch de associatie op met van die vrolijke panfluitdeuntjes, gespeeld door Zuid-Amerikaanse mannetjes in kleurige gewaden die zich steevast ophouden bij grote stations en winkelcentra. Nu zullen ze ongetwijfeld wel muziek spelen uit hun geboorteland, maar ik kan me maar moeilijk voorstellen dat ik deze opgewekte wijsjes in (pak 'm beet) een stad als Cusco op straat hoor.

Peruaanse muziek is ruwweg te verdelen in 'música andina' (muziek uit de Andes) en en 'música criolla' (een mix tussen Spaanse en Afro-Caribische stijlen). De muziek uit de hooglanden, met een hoofdrol voor de panfluit, is wereldwijd erg populair en kent een eeuwenoude geschiedenis. Een aantal muziekwetenschappers uit Peru heeft zich gestort op het behoud van hun culturele erfgoed en probeert met zelfgebouwde instrumenten en recente archeologische vondsten de tijden van weleer (vóór de komst van de Spanjaarden) tot leven te brengen. Onder de noemer Pachatusan Inkari hebben zij diverse albums uitgebracht, die eigenlijk nogal ondoorgrondelijk overkomen. Naar eigen zeggen zingen ze over de vreugde van het leven en beschikt hun 'heilige muziek'over helende krachten.

Klinkt vrolijk, maar de praktijk wijst anders uit. De tracks op het album 'Sacred Land' bijvoorbeeld laten zich beluisteren als een nachtelijke wandeling door een tropische jungle, waarbij je in de verte tempelvuren ziet flakkeren en dreigende priesters in het schemerduister die vervaarlijke spreuken mompelen en mysterieuze rituelen uitvoeren – en je als de dood bent dat ze je in handen krijgen. In het nummer 'Supaykqarqo' barst Pachatusan Inkari-oprichter Hebe Ernesto Almonacid Bedaya in een vervreemdend gezang uit en voelt het bijna alsof de peyote uit je speakers druipt... 'From our inherited traditions, we have learned that sound is cosmic, a divine creation, and for this reason music helps mankind to become part of the universe', aldus Bedaya. Apart is het in ieder geval zeker. Luisteren doe je hier.

peter Vrijdag 16 Juni 2006 at 11:55 pm | | interessant | Geen reacties

Pearl Jam

Ik kan natuurlijk de schijn ophouden en een interessant verhaal typen over de opkomst van de grunge, de invloed van hun debuutalbum 'Ten' en de parallellen met hun onlangs verschenen nieuwe cd. De waarheid is echter dat Pearl Jam en ik altijd behoorlijk langs elkaar heen hebben geleefd - ik heb 'Ten' zelfs nog nooit beluisterd (hoewel ik vanzelfsprekend wel de hits ken). Dus waarschijnlijk ben ik niet de meest aangewezen persoon om een oordeel te vellen over de nieuwe Pearl Jam. Aan de andere kant: een visie zonder ballast uit het verleden is misschien ook eens verhelderend.

Het simpelweg 'Pearl Jam' getitelde album schiet voortvarend uit de startblokken; de eerste zes tracks zijn stevige rockers, waarin Eddie Vedder, ondersteund door een muur van gitaren, zijn frustraties uit. ''It’s a shame to awake in a world of pain, what does it mean that a war has taken over?'' briest hij bijvoorbeeld in 'World Wide Suicide'. Pas in 'Parachutes' wordt het gas teruggenomen, waarna het album meer variatie kent, hoewel de groep zwaar leunt op gruizige jaren zeventig-rock (oftewel: radiovriendelijke, zeer Amerikaanse overkomende hardrock). Pearl Jam klinkt gemotiveerd, geëngageerd en fel.

Als ik de recensies mag geloven is dit een van hun beste albums sinds lange tijd. En tja, dat kan best zo zijn, maar tijdens het luisteren werd ik voornamelijk meegesleurd naar de jaren negentig, toen ik voortdurend zat te zappen als er weer een clip van Pearl Jam of een collega-groep als Soundgarden of Alice in Chains voorbij kwam. Terug naar het verleden derhalve. En in hoeverre dat positief is, laat ik graag in het midden. Kijk via YouTube naar de clip van de single 'World Wide Suicide'.

peter Donderdag 15 Juni 2006 at 11:58 pm | | review | Geen reacties

Mo

The Mo (afgekort tot Mo) is een bescheiden voetnootje in de Nederlandse popgeschiedenis. Geïnspireerd door de opkomende new wave-rage besloten door de broers Clemens en Huub de Lange in 1979 een groep op te richten. Heili Helder, in het dagelijks leven verpleegster, werd aangetrokken als zangeres en symfonische rocker Harm Bieger nam plaats achter de drumkit. De sound van Mo was bijzonder, met name te danken aan Clemens en Huub, die onder meer diverse synths, piano, clavinet en fagot bespeelden.

In 1980 sleepte Mo een platencontract in de wacht en eind dat jaar verscheen het titelloze debuutalbum, voorafgegaan door het bescheiden en frisse hitje 'Nancy'. Met hun tweede single, 'Fred Astaire', brak de groep door en was het vervolgens tijd om de Nederlandse concertzalen onveilig te maken. Helaas voldeed Mo live niet helemaal aan de hooggespannen verwachtingen; Clemens en Huub vonden al dat tourgedoe maar niets en zangeres Heili voelde zich hoogst onzeker tijdens optredens. Begin 1981 besloot Huub de groep te verlaten, enkele maanden later gevolgd door broer Clemens en Heili.

Mo werd officieel opgeheven, maar tot verbazing van velen stond de band in september dat jaar weer op de planken - drummer Harm Bieger was niet bij de pakken neer gaan zitten en had een nieuwe Mo samengesteld, met de 18-jarige zangeres Linda Bloemhardt als blikvanger. Het tweede Mo-album 'Ha Ha The Sound of Laughing' (1982) was redelijk succesvol, maar de eigenzinnige Mo-sound had echter plaats moeten maken voor een behoorlijk conventioneel geluid. Na het derde album 'Stop Staring' (1984) hield ook Bieger het voor gezien. De overige leden probeerden er nog wat van te maken, maar een jaar later ging het Mo-schip roemloos ten onder. Linda Bloemhardt zou overigens later opduiken in de groep One Track Charlie (en in 1988 de Grote Prijs van Nederland winnen) en als zangeres bij onder andere Candy Dulfer en Eveline Carels.

In ieder geval: Mo verdient het niet om nu al te worden bijgezet in het Museum der Vergeten Nederlandse Pophelden. Luister naar 'Nancy' en 'Fred Astaire' uit respectievelijk 1980 en 1981.

peter Woensdag 14 Juni 2006 at 11:54 pm | | flashback | 30 reacties

James Last (alweer)

Het grote probleem met James Last is dat hij zo ontzettend veel muziek heeft uitgebracht - de teller staat op ettelijke honderden albums. Het lijkt wel alsof Last tijdens zijn ontbijtje denkt 'goh, een album met medleys afkomstig van het Paaseiland, dat lijkt me nu een leuk idee!', vervolgens wat gigantische moai in zijn studio laat neerzetten, zijn orkest bij elkaar roept en tegen zes uur 's avonds een cd'tje heeft volgespeeld, dat een week later in de winkels ligt. Jammer is alleen dat al zijn albums weinig van elkaar verschillen; als je er eentje hebt gehoord, heb je ze allemaal gehoord en als je er niets aan vond, heb je pech want dan vind je de rest ook niets.

Soms glipt er echter een lp tussendoor waarop James Last uit de band dreigt te springen. Niet op de manier zoals bijvoorbeeld Dick L. Miller en diens 101 Strings Orchestra, maar Last doet zijn best. En dan heb ik het over 'Voodoo Party' uit 1972. De hoes laat zien dat de Duitse orkestleider in een bijzondere stemming was tijdens de opnamen: James Last heeft zich in een hippie-achtige outfit gehesen, terwijl zijn orkestleden om hem heen rare dingen aan het doen zijn in rare kleding. Last heeft zich voor dit album laten inspireren door de voodoo-religie, hoewel dit interessanter klinkt dan het is; op het album vind je nog steeds vrolijke covers (en een net zo blij koor) van evergreens als 'Mamy Blue' en 'Jin-go-lo-ba'.

Zo heel af en toe sluipt er echter wat waanzin in de tracks, zoals het jungleritme en het scheurende hammondorgel in 'Se a gabo', de rare zware stem in 'Mr. Giant Man' en - vooral - 'Voodoo Lady's Love', met een nogal huiveringwekkend tenenkrommend heksenstemmetje, hallucinerende geluidseffecten en een overspannen verteller die raaskaalt over een mysterieus brouwsel. Alleen al voor dit nummer zou je 'Voodoo Party' eens moeten downloaden (inclusief covers). (Met dank aan Xtabays World, dé ultieme website voor exotica-liefhebbers.)

peter Dinsdag 13 Juni 2006 at 01:41 am | | weird | Eén reactie

Pet Shop Boys

Op hun nieuwe album 'Fundamental' klinken de Pet Shop Boys als vanouds, met dit verschil dat de som der delen (de onderkoelde maatschappijkritische teksten en de opzwepende beat) het album naar een hoger niveau tilt en Neil Tennant en Chris Lowe toch ietwat onverwacht met een van de beste cd's uit hun carrière op de proppen komen.

Eerste single 'I'm with stupid' is een luchtig en vrolijk liedje, maar schijnt bedriegt. Tussen door de regels door wordt het beleid van Tony Blair belachelijk gemaakt en geven de Pet Shop Boys een sarcastische, homoseksuele draai aan diens relatie met George Bush. En in het opzwepende 'Integral' wordt de omstreden invoering van de identiteitskaart in Engeland aan de kaak gesteld – op een manier zoals alleen de Pet Shop Boys dat kunnen. Ook in 'M.I.N.I.M.A.L' (met een verre Kraftwerk- en New Order-echo) en 'The Sodom and Gomorrah Show' (over de oppervlakkigheid van nieuwsmedia) ligt het tempo dankzij de voortrollende discobeat lekker hoog. De uptempo tracks worden in evenwicht gehouden door de ballads, zoals het prachtige 'Numb', dat herinneringen oproept aan 'King's Cross' (te vinden op het album 'Actually' uit 1987). De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik de rustiger nummers van de Pet Shop Boys altijd ietsje minder vind – op de een of andere manier komt Neil Tennant in de ballads op me over als een zingende Kermit de Kikker.

Daar staat tegenover dat de songteksten erg goed zijn, en de orkestratie sfeervol – Lowe zet alles dik aan, maar doet op het juiste moment een pas terug op de plaats en voorkomt dat de nummers verzanden in stroperige drakerigheid. Met de hulp van topproducer Trevor Horn laten de Pet Shop Boys horen niets aan maatschappelijke relevantie te hebben ingeboet en scharen ze zich met 'Fundamental' in het rijtje Green Day, Neil Young en Patti Smith, die eveneens geen blad voor de mond nemen. Op YouTube vind je een shitload aan Pet Shop Boys-materiaal, waaronder de geinige (niet geheel van zelfspot gespeende) videoclip van 'I'm with Stupid', met medewerking van Matt Lucas en David Walliams (bekend van de bijzonder grappige serie 'Little Britain').

peter Maandag 12 Juni 2006 at 1:18 pm | | review | Geen reacties

Omnia

Het was een grappig contrast: buiten waren de straten bezaaid met voetbalsupporters die met veel lawaai de verrichtingen van het Nederlands elftal volgden, terwijl vriendin Eva en ondergetekende in een snikheet Ekko een concert van Omnia bijwoonden. Niet omdat we zo'n hekel hebben aan voetbal, maar omdat we ons vergist hadden in de aanvangstijden – gelukkig hield de als enige in het oranje uitgedoste barman ons af en toe op de hoogte.

Ik heb Omnia nu al een aantal malen live zien optreden, en elke keer is het weer een groot feest. Multi-instrumentalist Sic praat de 'neo-Celtic pagan folk' van de Utrechtse groep als een volleerd spreekstalmeester aan elkaar en aangezien het nogal warm was, concentreerde Omnia zich in eerste instantie op de wat rustiger nummers, om er na verloop van tijd de beuk in te gooien met woeste trommels, fluiten en wild gezang. Niet alleen werden er een groot aantal liedjes gespeeld van hun in maart verschenen nieuwe album 'Pagan folk', op het podium trof ik tevens een nieuw gezicht aan: naast Sic, harpiste Jenny en wandelende grizzlybeer Luka zat gitarist Joseph 'Joe King' Hennon bescheiden in een hoekje.

Ik heb maar gelijk van de gelegenheid gebruikgemaakt om de nieuwe Omnia-cd mee naar huis te nemen. Naar goede gewoonte klinkt de groep op cd een stuk rustiger dan live en ligt de nadruk iets meer op Keltische en Ierse folkliedjes. Opvallend is het Afghaanse 'Dil Gaya' en het Zweeds getinte 'Pagan Polska', waarmee de groep nieuwe wereldmuziekwegen inslaat (iets wat ze vaker mogen doen!), en 'Teutates', een rampetampen-uitvoering van het bekende 'Palästinalied' van Walther von der Vogelweide, waarop Omnia Corvus Corax naar de kroon steekt.

Op hun website kun je twee liedjes van 'Pagan folk' downloaden; het springerige en vrolijke 'Tine Bealtaine' (speciaal bedoeld voor een 'cercle circassien', een oude Franse volksdans) en het oorspronkelijk Ierse 'The well', een grimmige folkvertelling. Geinige muziek? Het album is in de online Omnia-winkel te bestellen voor 15 euro.

peter Zondag 11 Juni 2006 at 11:53 pm | | concerten | Eén reactie

Moondog

Wie eind jaren vijftig door het centrum van New York slenterde, moet hem ongetwijfeld zijn tegengekomen: Moondog (oftewel Louis Hardin, 1916-1999), een excentrieke figuur met een woeste baard en gehuld in Viking-kleren. Op de hoek van 6th Avenue pleitte hij met luide stem voor paganistische waarden, hekelde hij de moderne maatschappij met al zijn nietszeggende en bureaucratische regeltjes, droeg hij surrealistische poëzie voor en maakte hij muziek.

Het leven van Moondog is bijzonder fascinerend: hij groeide op in een streng gelovig gezin en raakte op jonge leeftijd in de ban van de tradities van oude indianenstammen. Op zijn zestiende raakte hij blind na een mysterieus ongeluk met dynamiet. Hij studeerde aan diverse blindeninstituten en bekwaamde zich in de compositieleer. In de herfst van 1943 verhuisde hij naar New York, waar hij in contact kwam met Artur Rodzinski, Leonard Bernstein en Toscanini, die zeer enthousiast waren over zijn muziek.

Hij gebruikte vanaf 1947 de naam ‘Moondog’, een eerbetoon aan zijn hond "who used to howl at the moon more than any dog I knew of". Zijn muziek zou nu onder de noemer ‘minimal’ of avant-garde geschaard worden: veelal korte composities, opgebouwd rond modale thema’s die worden ondersteund door contrapunttechnieken. Zijn vriendschap met musici als Charlie Parker en Benny Goodman zorgde voor de nodige jazz-invloeden in zijn muziek, hoewel hij onmiskenbaar totaal eigenzinnig en vernieuwend bezig was. In 1956 en 1957 bracht het jazzlabel Prestige drie albums van Moondog uit, gevuld met korte nummers, gedichtenflarden en zelfgebouwde percussie-instrumenten als de Oo en de Yukh.

Lees meer »

peter Zaterdag 10 Juni 2006 at 1:15 pm | | interessant | Drie reacties

Classix Nouveaux

De telefoon ging. Vriendin Eva aan de lijn: "Ik sta nu in de Plaatboef [een muziekwinkel in Utrecht] met een verzamelaar van Classix Nouveaux in mijn handen. Vind je dat leuk? Het ziet er allemaal zeer new romantic uit - hoewel ze wel wat beter hun oksels hadden mogen scheren." Meenemen, antwoordde ik zonder ook maar een seconde na te denken. Cd's van deze Engelse groep kom je namelijk niet zo heel vaak tegen, hoewel ze nu ook weer niet bijzonder zeldzaam zijn.

Classix Nouveaux ontstond in 1979 uit de resten van de punkgroep X-Ray Spex en maakte naam als een van de eerste new romantic-groepen in Engeland, met de kale Sal Solo als fascinerende en roodbelipstifte blikvanger. Hun sound was net iets rauwer dan collega's als Ultravox, Visage en Japan, wat ongetwijfeld werd veroorzaakt door hun punkwortels. In 1981 verscheen hun eerste album 'Night People' (met het bescheiden hitje 'Guilty'), een jaar later gevolgd door 'La verité'. Dankzij van dit album afkomstige single 'Is it a dream?' brak de groep op kleine schaal door, maar op de een of andere manier slaagden ze er maar niet in om hun cultstatus te ontstijgen.

Classix Nouveaux was behoorlijk populair in Scandinavië en Oost-Europa, maar in hun thuisland Engeland zetten ze geen zoden aan de dijk en na 'Secret' uit 1983 gooide de groep de handdoek in de ring. Zanger Sal ging solo, vond de Heer en houdt zich sinds eind jaren tachtig intensief bezig met Christelijke popmuziek en het organiseren van stichtelijke festivals (zie zijn website voor meer info). Classix Nouveaux staat nu in het new romantic/wave-museum stof te vergaren. Een beetje jammer is dat wel, want hoewel hun muziek ietwat gedateerd klinkt, is de groep meer dan een eendagsvlieg en wordt het misschien eens tijd om ze de waardering toe te kennen die ze verdienen. Bekijk via YouTube de clips van 'Guilty' en 'Is it a dream?' en download via deze link een mp3'tje van 'Guilty'.

peter Donderdag 08 Juni 2006 at 11:58 pm | | flashback | Geen reacties

666

Toen ik op 31 december 1999 de klok zag wegtikken naar 2000 had ik onbewust het gevoel dat de millenniumwisseling een uitgelezen moment zou zijn voor een gestoorde, megalomane wetenschapper om vanuit zijn ondergrondse basis een groot aantal allesverwoestende raketten af te vuren, of hier desnoods mee te dreigen. Er gebeurde echter niets en de wereld vierde feest. Gisteren, de Dag van De Beest (06-06-06), leek me wederom een bijzonder geschikt moment voor naargeestige mensen om een daad te stellen. Ik vond het dan ook ietwat teleurstellend om naderhand tot de conclusie te komen dat er niets noemenswaardigs was gebeurd. Mijn verse pakje shag was weliswaar door twee glazenwassers gejat uit de kantine, maar het voert te ver om daar de hand van Beëlzebub in te zien.

Als ik een aanhanger zou zijn van het Duistere had ik minstens een paard gehuurd om als een Ruiter van de Apocalyps manisch lachend door de straten te galopperen. En om nu de hele dag naar Slayer te luisteren (zoals deze site opriep), daar had ik nu ook weer geen zin in. Tienduizenden gelovigen hebben echter, zo lees ik in De Volkskrant, voorkomen dat Satan in alle hevigheid zijn snode plannen kon uitvoeren dankzij een 24-uursgebed. "De duivel heeft ons getest, maar ik voel echt dat we het kwade hebben gekeerd. Indrukwekkend!", aldus een Katwijkse kerkganger na afloop.

Aangezien ik op de bewuste duivelsdag zelf druk bezig was, probeer ik vandaag mijn 666-gevoel te creëren door heel hard naar de soundtrack van The Omen te luisteren, de remake wel te verstaan. Marco Beltrami treedt in de voetsporen van wijlen Jerry Goldsmith, en doet dat niet slecht. En hoewel de remake flut schijnt te zijn, klinkt de soundtrack best aardig - beetje voorspelbaar dreigend en af en toe neigend naar Zimmeriaanse soundscapes, maar je kunt niet alles hebben. Aardig is de track 'Omen 76/06', waarin Beltrami het omineuze 'Ave Satani' in een nieuw jasje steekt. En na bestudering van alle tracktitels hoef ik de film ook niet meer te zien. Da's pas handig!

peter Woensdag 07 Juni 2006 at 11:56 pm | | overpeinzing | Geen reacties

Chromeo

Het duo Chromeo omschrijft zichzelf als 'the only successful Arab/Jew partnership since the dawn of human culture'. Pee Thug en Dave 1 zijn al sinds hun jeugd in Montreal dikke maatjes en dat is tegenwoordig helaas nogal bijzonder voor een jood en een Arabier. De twee besloten ergens in 2000 samen muziek te gaan maken onder de noemer Chromeo; Dave 1 houdt zich bezig met de elektronica en Pee Thug (afgestudeerd in Franse taal- en letterkunde naar het schijnt) zingt, rapt en schrijft de teksten. Na een handvol singles en ep's verscheen begin 2004 hun debuutalbum 'She's in control'.

Ik kom het album nu pas op het spoor en beter laat dan nooit want het is bijzonder fijne cd – het knarst en funkt allemaal lekker zompig in de beste Daft Punk-traditie (toen het Franse duo nog wat voorstelde tenminste). Invloeden uit de jaren tachtig, disco (inclusief vocoder), elektro en new jack swing worden bij elkaar geflikkerd in een dampende smeltkroes. De teksten van Pee zijn grappig en nogal seksueel georiënteerd, en hij neemt zichzelf totaal niet serieus. Daar moet je bij hem trouwens niet mee aankomen: ''Sure our sound is vintage and danceable. Sure all our songs talk about girls. But we’re so passionate about it that it’s not even funny anymore.''

Ik kan nu wel een heel lulverhaal gaan ophangen, maar het is handiger om gewoon even te luisteren. Op hun warrig vormgegeven site (die al een tijdje niet is bijgewerkt overigens) vind je een handvol te downloaden tracks (hier de directe link naar de desbetreffende flash-afdeling, simpelweg klikken op het liedje om de mp3 binnen te halen) en op hun MySpace-account zijn vier tracks te steamen. Tot slot kun je via YouTube de eigenaardige clip van hun single en bescheiden hitje 'Needy girl' bekijken (en wat live optredens). Ik ga ze intussen even een mailtje sturen en vragen waar in vredesnaam dat tweede album blijft...

peter Maandag 05 Juni 2006 at 11:57 pm | | overig | Drie reacties

Paul Dukas

Van de Franse componist Paul Dukas (1865-1935) zijn slechts weinig werken overgeleverd. Niet alleen omdat hij zo langzaam componeerde, maar vooral omdat Dukas ontzettend kritisch op zichzelf was. Kort voor zijn dood flikkerde hij vrijwel al zijn composities in de open haard; alleen het beste mocht bewaard blijven. Zijn nagelaten oeuvre is dus bescheiden, maar in de beperking toont zich de meester, zullen we maar zeggen. Tot zijn belangrijkste werken behoren de opera 'Ariadne et Barbe-Bleue' (uit 1907, naar het grimmige sprookje rond Blauwbaard) en het ballet 'La Péri' (1912).

Dukas ging echter de geschiedenis in dankzij 'L'apprenti sorcier' ('De Tovenaarsleerling') uit 1897, een symfonische scherzo (een snel en vrolijk stuk) geïnspireerd door de ballade 'Zauberlehrling' (1797) van Goethe. 'Zauberlehrling' gaat over een overmoedige tovenaarsleerling die te lui is om zelf zijn bad te vullen. Hij betovert een bezem om dit klusje voor hem te klaren en leunt genietend achterover. Als het bad vol is, ontdekt hij dat hij geen idee heeft hoe hij de bezem weer stil krijgt. Uit frustratie hakt hij 'm doormidden, waarna de twee helften onverstoorbaar verder gaan met water halen. En juist als het tovenaarshutje uit zijn voegen dreigt te spoelen komt de tovenaar binnengestormd, die de bezems 'onttovert' en zijn leerling vervolgens vermanend toespreekt, met een schop onder zijn kont als toegift.

Dukas is erin geslaagd dit verhaal prachtig en meeslepend in muziek om te zetten en in 1940 deed Walt Disney er nog een schepje bovenop; in de animatiefilm 'Fantasia' figureert Mickey Mouse als vermetele tovenaarsleerling die het aan de stok krijgt met een heel leger overijverige bezems, ondersteund door de muziek van Dukas. Bekijk 'The Sorcerer's Apprentice' via YouTube en beluister 'L'apprenti sorcier', uitgevoerd door The Philharmonia Orchestra onder leiding van Guido Cantelli, via YouSendIt (15 MB, link is zeer beperkt houdbaar).

peter Zondag 04 Juni 2006 at 11:54 pm | | klassiek | Geen reacties

Ferry Corsten

Je hebt Ferry Corsten de dancekoning, verantwoordelijk voor opzwepende trance en uitstekende remixen. Daarnaast heb je de Ferry Corsten die regelmatig teruggrijpt naar de jaren tachtig en druk in de weer gaat met allerhande groovy elektro en 80's-helden. Op zijn nieuwe album 'L.E.F.' (oftewel 'Loud Electronic Ferocious') komen beide werelden samen. Met 'Are You Ready' gaat het album voortvarend van start: lekker pompende en licht sleazy elektrodance. Als 'Fire' (met een hevig gesampelde Simon LeBon) en het titelnummer (met vocoders en jaren tachtig bliepjes) vervolgens net zo hard je speakers uit knallen, lig ik inmiddels al op mijn rug in het midden van de woonkamer, druk bezig mijn breakdance-moves af te stoffen.

Na ongeveer een minuut of twintig komen met 'Galaxia' de trance-invloeden naar boven borrelen en wisselen de track vervolgens tussen lekker bassende synthdance en (ietwat voorspelbare) stadiontrance. Het is niet zo dat 'L.E.F.' dan opeens als een te vroeg uit de oven gehaalde cake in elkaar zakt, maar het album wordt wel wat... zoetig. Daar kunnen zelfs Howard Jones ('Into the Dark') en Guru ('Junk') niets aan veranderen. En net als je denkt dat zangeres Debra Andrew voor enkele dromerige slotakkoorden gaat zorgen, knalt Corsten 'Cubikated' erin, een rauwe remake van de 808 State-klassieker.

'L.E.F.' bevat het beste van twee werelden en hoewel de rustiger nummers veel op elkaar lijken, is het tweede reguliere album van Ferry Corsten een verademing in vergelijking met al die gladde en weinig originele trance waar je mee dood wordt gegooid. De videoclip van 'Fire' vind je op YouTube. Op zijn eigen website kun je ook een en ander downloaden, maar mijn pc heeft nogal moeite met de media-afdeling, dus dat moet je zelf maar even bekijken.

peter Vrijdag 02 Juni 2006 at 11:56 pm | | review | Geen reacties

Jodelen

Rond jodelen hangt een jolige spruitjeslucht. Ik ken niemand die jodelt, laat staan dat ik van het bestaan van een jodelvereniging op de hoogte ben – als die überhaupt bestaan. Alleen op piratenzenders komen De Alpenzusjes of Olga Lowina af en toe voorbij schuiven en ik geloof dat je de enthousiaste uithalen van Focus-zanger en -fluitist Thijs van Leer ook onder de jodel-noemer kunt scharen. Voor de rest lijkt het wel alsof het jodelen een ondergronds bestaan leidt en alleen nog tijdens carnaval en Duitse slempfeesten live is te bewonderen.

Dat was vroeger wel anders. Of dat goed is of niet laat ik in het midden, maar feit is dat jodelen in de jaren dertig en veertig de normaalste zaak ter wereld was. In Amerika werd deze bijzondere manier van zingen omarmd door met name country-artiesten, die het traditionele 'Alpen-jodelen' vermengden met blues- en folkinvloeden. Countrylegende Jimmie Rodgers (1897-1933) was degene die het jodelen populair maakte; hij hanteerde het als een intense manier om zijn gevoelens in zijn liedjes te uiten, als een soort gierende hartekreet.

Het album 'American Yodeling 1911-1946' geeft een intrigerend beeld van dit tijdperk. De liedjes op deze verzamelaar stammen uit de jaren dertig (hoewel de titel anders doet vermoeden) en zijn ronduit verbazingwekkend. Enkele namen klinken bekend in de oren (Roy Rogers, The Carter Family, Bill Monroe and His Bluegrass Boys en de eerder genoemde Jimmie Rodgers, samen overigens met Lil en Louis Armstrong op piano en trompet), maar de meeste nummers worden gezongen door lang vergeten artiesten met illustere namen als DeZurik Sisters, Lottie Kimbrough & Winston Holmes, The Mississippi Shieks en The Guidry Brothers. Het gejodel op de 26 tracks varieert van bijna spookachtig gejammer (E. Mainer's Mountaineers), luchtig en vrolijk (Patsy Montana) tot dierengeluiden (Three Tobacco Tags). Luisteren doe je hier (160 kbps, 89 MB) – let wel: het gaat om originele opnamen, dus inclusief authentiek en sfeerverhogend gekraak en licht gejengel.

peter Donderdag 01 Juni 2006 at 11:57 pm | | flashback | Acht reacties