Angelo Branduardi

De muziek van Angelo Branduardi (1950) roept bij mij steevast het ultieme Rik Felderhof-gevoel op. En dan bedoel ik niet dat ik de behoefte krijg om aan de rand van een klotsend zwembad met bekende Nederlanders te gaan keuvelen over van alles en nog wat. Wel dat ik me verbeeld met een rieten hoedje op door goudgele Italiaanse graanvelden te rennen, een praatje te maken met enkele oude mannetjes op het dorpsplein en vervolgens mijmerend met een glas wijn in slaap te vallen, terwijl de zon in de Middellandse Zee zakt.

Angelo Branduardi brengt al sinds 1974 eclectische albums uit, waarop hij (Ierse) folk-elementen combineert met rock, jazz en klassiek, terwijl zijn vrouw Luisa veelal verantwoordelijk is voor de sprookjesachtige en poëtische teksten. Hoogtepunten zijn met name 'Alla fiera dell'est' (1975) en 'La pulce d'acqua' (1977). Begin jaren tachtig begint Branduardi ook muziek te componeren voor een groot aantal speelfilms (waaronder 'State buoni se potete', 'Momo' en 'Secondo Ponzio Pilato') en wordt zijn muziek langzamerhand steeds serieuzer en wat minder lichtvoetig van aard – het moment waarop ik afhaakte. Opvallend zijn verder de albums 'Branduardi canta Yeats' (1985, met gedichten van de Ierse dichter William Butler Yeats) en 'Futuro antico' (1996, gevuld met hymnes en profane liederen uit de middeleeuwen).

Het oeuvre van deze Italiaanse krullenbol (inmiddels behoorlijk grijs) is gigantisch. Branduari nam vaak niet alleen een Italiaanse versie op van een album, maar stoomde gelijk ook een Franse en Engelse variant klaar – wel zo makkelijk. In zijn thuisland Italië is Branduardi een superster, maar in Nederland is hij (voor zover ik weet) niet bijzonder bekend. Jammer, want zijn muziek luistert lekker weg, je krijgt er een goed humeur van en het is weer eens wat anders dan de standaard popmuziek van landgenoten als Laura Pausini en Eros Ramazzotti. Een handvol tracks ter kennismaking.

Admin Donderdag 31 Augustus 2006 at 01:18 am | | overig | Geen reacties

Boos

De NVPI is boos op de Consumentenbond. In het laatste nummer van de Consumentengids heeft de bond een aantal (legale) muziekdiensten met elkaar vergeleken en kwam tot de conclusie dat je het beste af bent met het Russische Allofmp3.com: de dienst is goedkoop, kent een groot aanbod (ook veel Nederlandse artiesten) en je bent niet gebonden aan DRM-maatregelen. Brancheorganisatie NVPI is niet zo positief en vindt dat de Consumentenbond aanzet tot illegaal downloaden. Allofmp3 is namelijk niet geheel onomstreden; de dienst heeft namelijk alleen copyright-overeenkomsten gesloten met lokale Russische instanties, maar de aangeboden muziek is door iedereen te downloaden – en dat mag niet.

De suggestie dat minder omstreden muziekdiensten artiesten ook niet veel opleveren, werd door de NVPI met opgetrokken wenkbrauwen begroet. "We zijn er klaar mee. De bond moet het niet meer over de site hebben", aldus een woordvoerder. De Consumentenbond zegt alleen de voor- en nadelen van elke dienst aan te geven, zonder een oordeel te vellen over de legaliteit van de desbetreffende site. Maar goed, als de rechter bepaalt dat de site illegaal is, zullen we er niet meer over schrijven, aldus de bond. Nu loopt er al jaren een rechtszaak tegen Allofmp3, dus het zal wel even duren voordat er een definitieve uitspraak komt.

De Russen zien de bui zelf ook al hangen; onlangs werd de site door de Engelse British Phonographic Industry (BPI) voor de rechter gedaagd en voerde de Amerikaanse overheid de druk op door Allofmp3 tot inzet te maken van het Russische lidmaatschap van de wereldhandelsorganisatie. Achter de schermen probeert de dienst nieuwe overeenkomsten te sluiten, worden de prijzen heel voorzichtig verhoogd (hoewel een compleet album nog steeds amper 1,50 euro kost) en is de disclaimer aangepast: The Administration of AllOFMP3.com does not possess information on the laws of each particular country and is not responsible for the actions of foreign users. Is dit genoeg? Ik denk het niet en de vraag is of Allofmp3 sterk genoeg in zijn schoenen staat om alle rechtszaken te overleven...

peter Donderdag 31 Augustus 2006 at 12:52 am | | nieuws | Geen reacties

Zeepaardje met een hoed op

Begin dit jaar verscheen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Het gaat om een verzameling columns (eerder verschenen in Vrij Nederland en de VPRO-gids), aangevuld met het essay ' Over mooi en lelijk en zo' (dat nogal onhandig aan de onderzijde van iedere pagina is te vinden). 'Gezellig' is het sleutelwoord; het essay leest lekker weg en de columns zijn soms hilarisch en over het algemeen best grappig. Vanzelfsprekend gaat het merendeel over muziek, variërend van James Last, Robert Moog, Jean-Jacques Perrey en Herb Alpert tot het wezen van goede muziek, badkamers en kerstmuziek – een beetje zoals mijn weblog dus (zonder mezelf op de borst te willen kloppen!).

Ik moest even wennen aan de nogal melige schrijfstijl, maar na enkele bladzijden was ik om. 'Zeepaardje met een hoed op' leest lekker weg, maar is (afgezien van het essay) te fragmentarisch om achter elkaar uit te lezen. Een perfect wc-boek dus. Iedere keer als je zit te poepen, kun je een stukje of wat lezen en kom je aan de lopende band onvermoede feitjes op het spoor (ik citeer): ''Fotografen die poezen fotograferen hebben vaak een uitrolbare fluit op hun toestel zitten. Ze blazen op de fluit, de poes kijkt verschrikt in de richting van het geluid, en de fotograaf drukt af. Zo doen ze dat.'' Of, om de uitgever te citeren: ''Mooi of lelijk? Het is natuurlijk allemaal een kwestie van perspectief. Muziek, kunst of het heelal, je kunt er veel woorden aan vuilmaken. En dat is dan ook precies wat de Easy Aloha’s doen.''

Overigens gaat het boek vergezeld van een cd met vier tracks. Mijn exemplaar kocht ik bij De Slegte, maar daar zat geen cd'tje bij. Voor de geïnteresseerden: ISBN 90 468 0036 9 / NUR 303/660.

peter Woensdag 30 Augustus 2006 at 12:05 am | | review | Geen reacties

Pallas

Midden jaren zeventig kon symfonische, breed uitgesponnen rock echt niet meer. Het genre werd door behanenkamde punkers in de ban gedaan en van de etiketten 'oubollig' en 'gedateerd' voorzien. Wie toch bleef luisteren naar Pink Floyd, Yes en Emerson, Lake & Palmer deed dat stiekem, zonder er al te veel ruchtbaarheid aan te geven. Begin jaren tachtig leek het erop alsof deze banvloek was opgeheven, mede dankzij het succes van onder meer Marillion en Supertramp.

Platenmaatschappij EMI durfde het in 1984 dan ook wel aan om de Schotse groep Pallas onder zijn hoede te nemen. Hun debuutalbum 'The Sentinel' verscheen later dat jaar en als het woord 'bombastisch' toen nog niet had bestaan, zou het speciaal voor deze lp in het leven geroepen zijn. Het concept-album gaat over de Koude Oorlog en alle ellende die dit met zich meebrengt. Om te voorkomen dat de wereld vergaat moeten we volgens Pallas een voorbeeld nemen aan het vreedzame rijk van Atlantis. Euan Lowson (die na de release van 'The Sentinel' overigens vervangen zou worden door Alan Reed) zingt vol overgave, de tempowisselingen vliegen je om de oren, kamerbrede synths zorgen bij tijd en wijle voor een soundtrack-achtige sfeer, en liefhebbers van gitaarsolo's kunnen eveneens hun lol op – kortom, alles wat je maar verwacht van symfonische en progressieve rock.

De wat kortere nummers zijn aardig, maar de groep gaat pas echt los op de tweede helft van het album, met als hoogtepunten de afsluiters 'Atlantis' en 'Ark Of Infinity' – daar kan bijvoorbeeld Within Temptation nog een puntje aan zuigen. Pallas bestaat nog steeds en heeft tot dusverre negen albums uitgebracht, die stuk voor stuk uitstekend zijn. Luister zelf: 'The Sentinel' (320 kbps) uit 1984 (als de teller bij nul is aanbeland, even het venster ervoor wegklikken), met dank aan Ummagumma van het prima Italiaanse muzieklog De Musica Alterque.

peter Dinsdag 29 Augustus 2006 at 7:00 pm | | progrock | Drie reacties

She Wants Revenge

Schaamteloos – zelfs zo schaamteloos dat ik direct naar de winkel ben gerend om de cd aan te schaffen. Het Amerikaanse duo She Wants Revenge brengt de doemwave-tijden van weleer tot leven en laat zich nadrukkelijk inspireren door met name Joy Division, Bauhaus en vroege Depeche Mode. Niet zo heel bijzonder, dat doen groepen als Interpol en The Bravery ook. Maar terwijl zij nog een eigen draai aan hun muziek (proberen te) geven, lijkt het wel alsof de dj's Justin Warfield en Adam "Adam 12" Bravin hun helden zo natuurgetrouw proberen na te spelen, en daarbij alles uit de kast halen: pompende baslijntjes, zoemende gitaarriffjes, de droge beat van een drumcomputer en gekwelde, getergde new wave-zang, inclusief een nep Engels accent.

De songteksten gaan over Angst, een mislukt avondje stappen, sadomasochisme en dierlijke lust. Zo zingt Warfield in 'These Things': "I heard it's cold out, / But her popsicle melts, / She's in the bathroom, /She pleasures herself, / Says I'm a bad man, / She's locking me out, / It's because of these things.'' En in 'Monologue' klinkt het: ''Just give me the safe word and take my hand / And smack me in the mouth, my love.'' Op het album sijpelen af en toe wat elektronica-invloeden door, waardoor het soms wat neigt naar muziek van het Nightbreed-label, dat begin jaren negentig aan de weg timmerde met retro-goth van onder meer Midnight Configuration en Suspiria.

She Wants Revenge klinkt dus totaal niet origineel - sterker nog: het klinkt allemaal zo vlekkeloos en schaamteloos old school dat het bijna een grap wordt van Spinal Tappiaanse proporties – tracktitels als 'Tear You Apart' en 'Out of Control' kan ik in ieder geval alleen maar opvatten als vette Joy Divsion-knipogen. Ik zie er de lol wel van in en zet 'She Wants Revenge' voor de zoveelste keer op repeat. Op hun MySpace-account kun je luisteren naar achtereenvolgens 'Tear You Apart', 'Red Flags And Long Nights', 'Us' en 'Out Of Control', stuk voor stuk fijne vleermuisstampers!

peter Maandag 28 Augustus 2006 at 11:54 pm | | review | Eén reactie

Downloaden

In dagblad Trouw las ik enige tijd geleden een interessant artikel over de miljardenschade die muziekindustrie oploopt door het massale downloaden – een verlies dat volgens Amerikaanse onderzoekers van de Harvard Business School schromelijk wordt overdreven. Het illegaal ruilen van mp3'tjes zou geen schade opleveren voor de industrie en misschien zelfs wel de legale verkoop stimuleren. Antipiratrtij-organisaties als Brein en zijn Amerikaanse evenknie RIAA gaan uit van de veronderstelling dat elke gedownloade track gelijkstaat aan gemiste inkomsten. Ik heb het al vaker geroepen en de onderzoekers komen tot dezelfde conclusie: dit is helemaal niet het geval.

Nagenoeg alle muziek die (illegaal) wordt gedownload, zou nooit zijn gekocht – men downloadt alleen omdat het mogelijk is én omdat het zo makkelijk is. De wetenschappers hebben enkele maanden statistieken bijgehouden van tracks die op het internet en ruilprogramma's circuleerden en keken of een gestegen online populariteit gevolgen had voor de fysieke cd-verkoop. Er bleek zo goed als geen verband tussen de twee. Eén op de 5000 downloaders zou misschien de muziek op cd hebben gekocht als de mogelijk om te downloaden niet had bestaan. Dat komt neer op een omzetverlies van 0,02 procent. Tevens bleek dat er soms meer cd’s van een artiest werden verkocht als een bepaald nummer populair was online.

Ja maar, werpt de muziekindustrie dan tegen, sinds 2000 beschikt bijna iedereen over internet en de cd-verkoop is sindsdien met vijf procent per jaar ingezakt. Het Harvard-onderzoek wijst echter uit dat downloaders slechts voor 5 procent aan deze daling bijdragen. Het is waarschijnlijker dat de cd een achterhaald concept aan het worden is, en dat het veel makkelijker is om een specifiek nummer te downloaden, al dan niet legaal. Mensen willen best betalen voor muziek, zo blijkt uit bijvoorbeeld het succes van Apple's iTunes Music Store. Ik denk dat deze manier van distribueren de cd-verkoop nog veel harder in elkaar doet storten dan al het illegaal downloaden bij elkaar. Maar goed, het wachten is nu op een Brein-onderzoek waarin precies het tegenovergestelde wordt beweerd.

peter Zondag 27 Augustus 2006 at 10:42 pm | | interessant | Geen reacties

Marlene Dietrich

Marlene Dietrich (1901-1992) – de ongenaakbare filmdiva met de mooiste benen ter wereld (zo werd toen beweerd), een zwoele stem met een nog zwoeler Duits accent en een knetterende uitstraling op het witte doek. Ze leefde een leven waar tien mensen genoeg aan zouden hebben, speelde in talloze films en slechtte taboes door als een van de eerste vrouwen in herenkleding rond te lopen en zich seksueel ambivalent te gedragen.

Toen haar filmcarrière na de Tweede Wereldoorlog wat begon te haperen, werd Marlene Dietrich fulltime zangeres en tourde ze met haar one-woman-show met veel succes over de wereld. Met nummers als 'Ich bin die fesche Lola', 'Ich bin von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt' (ontleend aan 'Der blaue Engel', haar internationale doorbraak in 1929), 'Lili Marlene' (zie mijn eerdere entry) en 'Ich hab' noch ein Koffer in Berlin' (later gecoverd door Hildegard Knef, nog zo'n ikoon uit de Duitse filmgeschiedenis) bracht ze de harten van het publiek op hol. Haar grootste hit is 'Sag mir wir wo die Blumen sind' uit 1962 (te vinden op de lp 'Wiedersehen mit Marlene'), dat in Nederland maandenlang onafgebroken in de hitlijsten was te vinden.

Na de opnames van haar laatste film 'Just a gigolo' (1978) vond de toen 77-jarige Marlene het welletjes – een leven vol seks, alcohol en slaappillen eiste zijn tol. Ze trok zich terug uit de schijnwerpers en woonde tot aan haar dood in een luxueus appartement aan de Avenue Montaigne in Parijs. Ze ligt begraven in haar geboortestad Berlijn, op het kerkhof van Berlin-Friedenau.

Maar over Marlene moet je niet schrijven (hoewel de auteur van deze Wikipedia-pagina erg zijn best heeft gedaan), je moet haar zien en vooral beluisteren: deel 1 en deel 2 van het album 'Marlene' uit 1956, dat een dwarsdoorsnede biedt van haar oeuvre tot dan toe. Het gaat om een krakerige vinyl-rip van 320 kbps (dat dan weer wel) – inclusief 'Ich bin von Kopf bis Fuß'.

peter Zaterdag 26 Augustus 2006 at 12:52 am | | flashback | Geen reacties

Het apocalyptische Beest

Ik zat net op de wc en bladerde door de najaarscatalogus van de spirituele uitgeverij Ankh Hermes. De brochure staat vol met boeken over gidsgeesten, kosmische energievelden, de taal der organen en meer van dat werk. Het viel me op dat de uitgeverij de laatste tijd het contact met de werkelijkheid nagenoeg compleet is kwijtgeraakt en zich bovendien heeft gestort op het bangmaken van zijn lezers, getuige titels als 'De wereld in crisis' en 'Eindtijd of overgang?'. Het nieuwe boek van Marcel Messing ('Worden wij wakker?') trok in het bijzonder mijn aandacht.

Ik citeer: ''WWW is de afkorting van World Wide Web. [...] Velen roemen dit web, anderen kijken er kritisch naar. Weinigen beseffen echter welke macht hierachter staat: die van het apocalyptische Beest, verbonden met het getal 666. Deze tegenkracht probeert op alle mogelijke manieren de spirituele evolutie van de mens tegen te houden. Totale controle, implantatie van de microchip, Big Brother-technieken en bewustzijnsmanipulatie behoren tot het scenario, waarin internet een centrale rol speelt. In plaats van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, verbonden met de ascensie van onze planeet rond 2012, pogen de tegenkrachten een 'Nieuwe wereldorde' te vestigen, waarin de mens tot slaaf geworden is. Dit boek laat op schokkende wijze zien hoe de eens gevallen engelen, bekend als 'wachters', de verborgen krachten zijn achter de huidige wereldsituatie.''

Tja. Tijdens het afvegen van mijn billen dacht ik na over deze bijzondere stelling en kon er eigenlijk weinig chocolade van maken. Het internet begint weliswaar Big Brother-achtige trekjes te vertonen, maar om daar nu gelijk Beëlzebub de schuld van te geven... Misschien beschikt Messing wel over onweerlegbaar bewijsmateriaal en heb ik in de vorm van mijn weblog mijn ziel al verkocht aan satan. Hoe het ook zij, 'Worden wij wakker?' moet binnenkort verschijnen en ik hoop eerdaags een exemplaar in mijn bezit te hebben – als ik tegen die tijd niet verzwolgen ben door online krochten natuurlijk.

peter Vrijdag 25 Augustus 2006 at 12:23 am | | overig | Eén reactie

Brein - UPC: 1 - 0

Stichting Brein heeft de eerste slag in de strijd met UPC in zijn voordeel beslist. Brein wilde in het bezit komen van de namen van drie notoire uploaders; twee daarvan lagen door een stommiteit van UPC al op straat (wat voorafging vind je hier en hier), de derde naam wilde de provider niet vrijgeven omdat de bewijslast te mager was. Brein spande een kort geding aan en de rechter heeft vandaag (donderdag 24 augustus) beslist dat UPC de persoonsgegevens van deze uploader (die gebruikmaakt van het mailadres 'muzan@chello.nl') binnen twee dagen moet vrijgeven. Elke dag uitstel kost UPC duizend euro, tot een maximum van 50.000 euro.

Volgens de rechter kan worden aangenomen dat UPC-klant 'Muzan' tussen april vorig jaar en februari dit jaar een groot aantal bestanden heeft geupload. Het argument van UPC dat het niet duidelijk is of deze abonnee daadwerkelijk dit mailadres hanteerde en dat dit adres misschien door iemand anders werd gebruikt, werd door de rechter als 'te theoretisch' van tafel geveegd. Het is nog niet bekend of UPC in hoger beroep gaat; de provider bestudeert alle stukken en onthoudt zich vooralsnog van commentaar. Het is voor het eerst dat Brein de namen en adresgegevens van internetters van de rechter krijgt, en dit maakt de weg vrij voor rechtszaken tegen andere providers. Brein is natuurlijk in zijn nopjes met de uitspraak, maar weet nog niet zeker of de drie uploaders voor de rechter worden gedaagd.

In een gesprek met tijdschrift Bright vertelde Okke Delfos Visser, hoofd juridische zaken bij Brein: ''Wij gaan altijd eerst in gesprek met uploaders. Meestal komt het niet tot een procedure, maar kiezen ze voor een schikking. Met het tekenen van een piraterijverklaring beloven ze dan het nooit meer te doen.'' De overige Nederlanders providers kijken de kat uit de boom en geven eensgezind aan eerst de gerechtelijke uitspraak te willen bestuderen alvorens met een verklaring te komen. Vormt dit het startschot voor een door Brein geïnitieerde heksenjacht op uploaders? Het lijkt er wel op, want eerder liet directeur Tim Kuik al weten de afgelopen maanden de gegevens van talloze gebruikers te hebben verzameld, en dat doet hij natuurlijk niet voor niets...

peter Donderdag 24 Augustus 2006 at 11:04 pm | | nieuws | Geen reacties

Don Johnson

Don Johnson was cool. Beetje in linnen Armani-kostuums rondlopen, op je bootje dobberen, met je krokodil knuffelen, in snelle auto's rondscheuren en af en toe eens een schurk oppakken. Zo rond 1986 was de ster van Don Johnson dankzij zijn rol in de hitserie 'Miami Vice' tot ongekende hoogtes gestegen. En wat doe je dan als beroemd acteur, die het lichtelijk hoog in zijn bol begint te krijgen? Je neemt een cd op. In navolging van collega-sterren als Patrick Swayze en David Hasselhoff besloot Don in 1987 een album op te nemen, 'Heartbeat'.

Het titelnummer kreeg een stoere videoclip mee (iets met Don Johnson als oorlogsfotograaf, te bekijken via YouTube) en werd een wereldhit, het album in zijn kielzog meeslepend. Don had zich omringd met bekende songwriters, onder wie Tom Petty ('Lost in Your Eyes'), Bob Seger ('Star Tonight') en Diane Warren ('Other People's Lives"), waardoor zijn debuut helemaal zo slecht nog niet was.

'Heartbeat' bevat 10 tracks, waarop de blonde acteur laveert tussen radiovriendelijke rock en zwemelige ballads – best aardig, hoewel het album allang weer vergeten zou zijn als het niet was ingezongen door Sonny Crockett himself. Opvolger 'Let It Roll' (1989) werd minder positief ontvangen en de verkoopcijfers stelden platenmaatschappij Epic behoorlijk teleur. Don Johnson zelf zat er niet zo mee; hij was (is) in de eerste plaats acteur en had altijd wel wat te schnabbelen. In 1990 belandde hij nog in de hitparades met 'Till I Loved You', een duet met Barbra Streisand. Meer over Don Johnson (inclusief alle aanvaringen met de wet en zijn 'witwaspraktijken' in Zwitserland) vind je op deze Wikipedia-pagina.

En als je zijn carrière tot je neemt, is het wellicht aardig om dit te doen met de klanken van 'Heartbeat' (69 MB, 192 kbps).

peter Woensdag 23 Augustus 2006 at 9:40 pm | | 80s | Geen reacties

V - The Original Series

Het miezerde buiten, ik had eigenlijk wel wat beters te doen en daarom besloot ik de sciencefiction-miniserie 'V' (over een buitenaardse invasie) ruim twintig jaar na dato nog eens een keertje te kijken. ''Een meeslepend scenario, doorleefde vertolkingen en voor die tijd verbluffende speciale effecten en actiescènes'', zo beloofde de hoes. En natuurlijk is het behoorlijk gedateerd allemaal. Twee scènes vooral waren met terugwerkende kracht erg grappig (hoewel ze niet zo waren bedoeld door regisseur Kenneth Johnson): als de buitenaardse wezens landen, speelt er een knullig fanfare-orkest nogal vals en heel lang het Star Wars-thema, en als een jong meisje op een gegeven moment een knappe alien mee naar huis neemt, besluiten ze Space Invaders te spelen.

Naja, je had er bij moeten zijn.

In ieder geval: het lukte me hier doorheen te prikken, en dan is het halve werk al gedaan. En hoewel ik hun acteerprestaties nu niet direct doorleefd zou willen noemen, doen Marc Singer en Robert Englund erg hun best en ziet Jane Badler (als de kwaadaardige Diana) er nog steeds uit om op te eten. Een tv-serie en nóg een miniserie volgden, en die ga ik later deze week bekijken – laat het maar lekker regenen. Jammer is alleen dat componist Joe Harnell (1924-2005) heeft nagelaten om een pakkende begintune te schrijven; de soundtrack voor V klinkt helaas nogal gewoontjes en had eigenlijk voor elke spannende serie uit die tijd gebruikt kunnen worden, afgezien dan van de af en toe opduikende marsritmes. Dennis McCarthy (die later bekend zou worden van zijn Star Trek-deuntjes) brengt het er wat dat betreft iets beter van af; zijn score voor 'V - The Series' klinkt bombastischer.

Als je zin hebt om, net als ik, wat jeugdsentiment op te rakelen, luister dan naar de soundtrack van 'V – The Original Series' (1983) van Joe Harnell. Mocht er ook behoefte zijn aan de muziek van McCarthy, laat gerust een reactie achter!

peter Dinsdag 22 Augustus 2006 at 11:50 pm | | flashback | Vier reacties

The Swingle Singers

Klassieke muziek werd in de jaren vijftig en zestig, nog meer dan nu het geval is, beschouwd als oubollig. Reden voor orkestleiders als Bert Kaempfert, James Last en Paul Mauriat om dit imago eens grondig af te stoffen en te overgieten met een lichtgebonden popsausje. The Swingle Singers hadden hetzelfde doel voor ogen, maar pakten het totaal anders aan: veelal bekende klassieke composities werden door hen veranderd in opgewekte a cappella-wijsjes, aangevuld met lichte jazz-invloeden (plukkende bas, percussie).

De Swingle Singers werden begin jaren zestig opgericht door de in de Parijs wonende Amerikaan Ward Swingle. Hij verzamelde een groep gelijkgestemde geesten om zich heen en in 1963 verscheen het debuut 'Jazz Sebastian Bach' (ook wel bekend als 'Bach's Greatest Hits'). De lp sloeg in als een bom en sleepte een Grammy Award in de wacht. De groep tourde met veel succes door Frankrijk en Amerika en was te bewonderen in talloze radio- en tv-programma's. Het zag er ook wel geinig uit natuurlijk; frisse jongens en meiden die vol overgave aan het hummen waren. De succesformule werd op albums als 'Going Baroque' (1964) en 'Anyone for Mozart?' (1965) moeiteloos voortgezet.

Ward Swingle waagde zich in de jaren zeventig zelfs aan opera's en avant-gardistische muziek (veelal onder de noemer Swingles II). In 1973 verhuisde Swingle naar Engeland, waar hij doodleuk een nieuwe Swingle Singers op poten zette en met dit gezelschap tot diep in de jaren tachtig optrad. De groep bestaat nog steeds en is in voortdurend wisselende bezetting te bewonderen op diverse festivals, hoewel hun repertoire en imago wel wat hipper zijn geworden. Het album 'Anyone for Mozart, Bach, Händel, Vivaldi?' bevat de hoogtepunten van de vele lp's die de Swingle Singers in de jaren zestig uitbrachten, met onder andere 'Eine kleine Nachtmusik', 'Air' en 'Badinerie' van respectievelijk Mozart, Händel en Bach. Bijzonder aanstekelijk - iedere keer als ik het album opzet, zit ik binnen de kortste keren vrolijk mee te bambampapadepampampammen.

peter Maandag 21 Augustus 2006 at 11:52 pm | | klassiek | Eén reactie

Theremin

Een van de meest eigenaardige elektronische instrumenten is ongetwijfeld de theremin, een ogenschijnlijk onopvallend kastje dat is uitgerust met twee antennes. Rond deze antennes bevinden zich elektromagnetische velden. Als je je handen (of iets anders) in deze velden beweegt, beïnvloed je de toonhoogte en het volume van de ingebouwde toongenerator. Aangezien een theremin niet beschikt over klepjes, toetsen, pedalen of wat dan ook, moet je vertrouwen op je gehoor om de juiste tonen aan het instrument te ontlokken.

De theremin werd in 1918 ontworpen door de Russische natuurkundige Lev Sergeievitch Termen (1896-1993), in het westen beter bekend als Léon Theremin. Om het uitvoeren van metingen te vergemakkelijken creëerde hij een apparaat dat geluid maakte als de waarde veranderde. Handig, want op deze manier hoefde hij niet steeds op de wijzerplaat te kijken. Hij sloeg driftig aan het experimenteren en merkte al snel dat bij sommige apparaten het geluid veranderde als hij er met zijn handen in de buurt kwam. Theremin, zelf een verdienstelijk cellist, zag direct de mogelijkheden van de 'theremin'. Hij stopte met zijn werk en reisde door Rusland en Europa (in 1927 was hij bijvoorbeeld in Amsterdam) om lezingen te geven en het apparaat te demonstreren. Zelfs Lenin was bijzonder onder de indruk en nam enkele theremin-lessen.

Na zo'n tien jaar in Amerika te hebben gewoond (en te zijn getrouwd met een nachtclubdanseres), keerde de wetenschapper vol spannende verhalen in 1939 terug naar Rusland. Het politieke klimaat was echter danig veranderd en Theremin werd met argusogen bekeken door Stalin, die hem liet oppakken en zonder pardon naar een Siberisch werkkamp stuurde.

Lees meer »

peter Zondag 20 Augustus 2006 at 11:52 pm | | interessant | Eén reactie

Raymond Scott

Sommige mensen zijn hun tijd ver vooruit. Neem nu Raymond Scott (1908-1994). Op tweejarige leeftijd speelde de als Harry Warnow geboren Scott al prachtig piano. Na zijn studie aan het Institute of Musical Art ging Scott aan de slag als jazz- en bigbandpianist bij de CBS Radio Band, die werd geleid door zijn oudere broer Mark. Hij vond de gespeelde muziek maar saai en sloeg zelf aan het componeren en al snel waren zijn stukken (met wazige namen als 'Confusion Among a Fleet of Taxicabs Upon Meeting with a Fare') op de radio te horen. In 1936 richtte hij een eigen groep op om zijn hersenspinsels aan het CBS-publiek te presenteren. Hoewel het Raymond Scott Quintette een groot succes was, hadden de overige groepsleden grote moeite met Scotts obsessieve repetieschema en de strakke wijze waarop zijn vreemde, lichtvoetige composities (met wederom prachtige namen als 'Dinner Music for a Pack of Hungry Cannibals' en 'Boy Scout in Switzerland') moesten worden gespeeld.

Scott werd in 1938 Hoofd Muziek bij CBS, tourde door Amerika en verlegde grenzen door als eerste ook zwarte muzikanten in zijn groep op te nemen. In 1941 benaderde filmstudio Warner Bros. de componist met het verzoek of zijn muziek gebruikt mocht worden in hun tekenfilms. En op deze manier werd de avant-gardistische muziek van Scott onder de aandacht gebracht van een groot publiek. Als je oude filmpjes bekijkt van Bugs Bunny, Daffy Duck en Porky Pig moet je maar eens op de muziek letten. Raymond Scott was inmiddels alweer met hele andere dingen bezig; hij had zich gestort op een succesvolle carrière als maker van radiojingles, schreef muziek voor Broadway-musicals en richtte in 1946 Manhattan Research op, 's werelds eerste elektronische studio.

Lees meer »

peter Zaterdag 19 Augustus 2006 at 01:58 am | | interessant | Geen reacties

The Rockets

De Franse formatie The Rockets is een bescheiden voetnoot in de geschiedenis van de elektronische muziek. De Fransen waren zo'n beetje gelijktijdig met Kraftwerk en Yellow Magic Orchestra in de weer met vocoders, synthesizers en sequencers, maar slaagden er niet in om een blijvende indruk achter te laten. Muziekrecensenten vonden hun muziek maar niets en daar kwam bij dat de Rockets-leden hun hoofden hadden kaalgeschoren, zich zilvergrijs hadden geschilderd, rondrenden in buitenissige 'buitenaardse' kleding en liedjes zongen over verre planeten en robots.

De groep werd in 1972 opgericht door Fabrice Quagliotti en Alain Maratrat en ging aanvankelijk door het leven als Crystal, Rocket Men en Rocketters. In 1976 zag hun eerste album het licht, dat alleen in Frankrijk verscheen. The Rockets overrompelden vriend en vijand met hun imposante live shows, compleet met lasers, rook, ontploffingen en laag overscherende vliegende schotels. Opvolger 'On the Road Again' (1978) sloeg ontzettend aan in Italië en van latere albums ('Plasteroid' uit 1979 en 'Galaxy' uit 1980) gingen in dat land miljoenen exemplaren over de toonbank. Begin jaren tachtig schakelden The Rockets over op een wat gladdere sound. De interesse taande en na een aantal half geslaagde albums hief de groep zichzelf in 1986 op. In 1992 stonden de Fransen weer op de planken en probeerden ze met 'Another Future' (gevuld met nieuwe nummers en remixen van oude hits) de tijden van weleer te doen herleven. Dat mislukte.

The Rockets waren misschien niet zo grensverleggend als Kraftwerk, hun muziek (een mix tussen synthezisermuziek met veel vocoders, disco en rock) klinkt anno 2006 echter nog steeds bijzonder plezierig en laat goed horen waar groepen als Daft Punk, Air en Telex de mosterd hebben gehaald. Luister naar 'On the Road Again' (in een lekkere lange uitvoering van acht minuten), 'Galactica' en 'Future Game' uit respectievelijk 1978, 1980 en 1982 in dit zipje van 24 MB en bekijk de videoclip van 'On the Road Again'' via YouTube.

peter Vrijdag 18 Augustus 2006 at 12:22 am | | flashback | Geen reacties

Brein vs. UPC

Als je aan iets begint, moet je het ook afmaken en daarom deel 2 in de zaak UPC versus Brein. Wat vooraf ging: Stichting Brein wil in het bezit komen van de namen en adresgegevens van drie, in hun ogen, notoire uploaders (die internetten via Chello van UPC) om ze vervolgens voor de rechter te slepen. Deze personen zouden de inmiddels offline gehaalde site Dikkedonder.nl van de nieuwste films en muziek hebben voorzien. Na wat gesoebat heeft UPC afgelopen vrijdag de gegevens van twee van de drie personen vrijgegeven. Aangezien het bewijs voor uploader 3 aan de magere kant was, besloot UPC te wachten tot het door Brein aangespannen kort geding, dat gisteren (dinsdag 15 augustus) plaatsvond.

De hele korte versie is dat de rechter alle stukken bekijkt en op 24 augustus uitspraak doet. Saillant detail is dat UPC in de gerechtelijke stukken de gegevens van deze uploaders heeft vermeld. Brein heeft inzage in deze stukken en had dus gelijk de naam en het adres van uploader 3 te pakken. Een UPC-woordvoerder geeft toe dat Brein de desbetreffende namen kan inzien: ''Maar als de rechter bepaalt dat Brein de namen niet mag gebruiken, mogen ze dus niet gebruikt worden.'' Brein denkt daar anders over en vindt dat ze van de rechter in het huidige kort geding toestemming hebben gekregen om de adresgegevens te gebruiken.

Volgens UPC zijn deze gegevens slechts verstrekt om de rechtbank inzicht te geven in het technische onderzoek naar de identiteit van de klanten. De provider liet Brein in allerijl weten dat de namen niet bedoeld zijn om te worden ingezet in rechtszaken tegen de UPC-klanten. En aangezien Brein hierop niet heeft gereageerd, heeft UPC besloten om de stichting voor de rechter te dagen. Het is nog niet bekend wanneer dit kort geding dient, want eerst gaat Brein-directeur Tim Kuik op vakantie, zo hoorde ik in dit gesprek in Radio Online.

Blijft natuurlijk het feit dat UPC met de billen bloot gaat, want natuurlijk zijn dergelijke stukken openbaar. Het wachten is op de betrokken drie klanten die UPC aanklagen omdat de provider zich niet gehouden heeft aan de eigen Algemene Voorwaarden en de Wet Bescherming Persoonsgegevens...

peter Donderdag 17 Augustus 2006 at 12:02 am | | nieuws | Geen reacties

Brein (deel 550)

Opmerkelijk veel Brein-nieuws de afgelopen dagen. De stichting heeft er zin in deze zomer en reist met grof geschut door Nederland, zowel off- als online. Brein richt zijn pijlen niet alleen op de grote (bittorent-)sites. Dit jaar zijn zo'n 75 Nederlandse (kleinschalige) ruildiensten offline gehaald, die voor miljoenen euro's aan voorwaardelijke boetes kregen opgelegd, zo meldt het Algemeen Dagblad. Brein-inspecteurs bezoeken tevens regelmatig diverse markten en braderieën en hebben dit jaar ruim 250 kleinere handelaren in illegale cd’s en dvd’s beboet. Deze zwarte handel vertegenwoordigt volgens Brein een marktwaarde van 50 miljoen euro.

Ook de huis-tuin-en-keuken gebruiker moet eraan geloven. Zo kreeg een bejaarde man uit Utrecht 50.000 euro boete omdat hij in zijn invalidenwagentje illegaal gekopieerde dvd’s had verstopt die hij voor vijf euro per stuk verkocht aan buurtbewoners, moet een programmeur uit Leeuwarden bijna één miljoen euro betalen omdat hij heeft meegewerkt aan ruildienst dutchnova.com, en is een chauffeur in de kraag gevat omdat hij vanuit de cabine van zijn vrachtwagen films en cd’s verkocht (vijf euro per stuk en drie voor een tientje).

''Vijf keer per week loopt er ergens in Nederland een particulier of kleine handelaar tegen de lamp die illegale cd’s of dvd’s verkoopt'', vertelt de 30-jarige Jan, opsporingsinspecteur bij Brein, die – veeg teken – anoniem wil blijven. ''Vorig jaar werkte de politie nog nauwelijks met ons mee omdat de Stichting Brein nog niet echt bekend was. Nu krijgen we op de meeste braderieën, zomerfeesten of kleinere markten vaker dan ooit steun van de agenten. Niet dat het echt nodig is, die hulp. Meestal schrikken particulieren zó dat ze direct beterschap beloven.''

Lees meer »

peter Dinsdag 15 Augustus 2006 at 9:35 pm | | nieuws | Geen reacties

Doctor Druids

De lp 'Haunted Seances' van Doctor Druids is kennelijk bedoeld voor tieners die hun bijgelovige vriendjes graag de stuipen op het lijf willen jagen. Het album (dat waarschijnlijk uit het begin van de jaren zestig stamt) bevat twee lange huiveringwekkende tracks, terwijl op de hoes tips te vinden zijn om zelf enkele coole, occulte trucjes uit te voeren. Doctor Druids beschikt over een hele zware sonore stem, en echoot er lustig op los. Kant A is te beschouwen als een introductie; Doctor Druids neemt je mee naar de wereld van het occulte en probeert indruk te maken met diverse psychologische trucjes, die blijk moeten geven van zijn ongekende paranormale vermogens. Als je deze handigheidjes nog niet kende, is het best grappig.

Hoogtepunt wordt gevormd door kant B, waarop de dokter een heuse seance uitvoert. Om het optimale effect te bewerkstelligen, is het de bedoeling om deze track in complete duisternis te beluisteren. Ondersteund door aanzwellende kerkorgels, gerinkel van kettingen en af en toe een ijselijke gil, maakt Doctor Druids contact met gene zijde. En toegegeven, de eerste paar minuten klinken best wel creepy, maar naarmate de seance vordert en de geestverschijning opduikt, wordt het behoorlijk grappig allemaal. Wie op zoek is naar samplemateriaal komt aan zijn trekken, want er komt het nodige voorbij zetten, keurig voorzien van rustmomenten om goed te kunnen snijden.

Een willekeurige greep: ''The circle must not be broken during the seance! / We call upon the spirits to join us here – spirits of the beyond, we believe. / Come through to us now! Lift the veil to make your presence known to us! / Let the cosmic forces enter! / Yes, this is the sign. Reveal your presence. / It this is a spirit from beyond the grave, give us a sign.'' De geestendokter besluit met: ''The energies are expanded. The ectoplasmic forces are quiescent.'' Luister naar een krakende vinyl-rip (inclusief hoesscans) van dit fascinerende album – de geluidskwaliteit van track 1 laat soms te wensen over, track 2 is goed te doen.

peter Dinsdag 15 Augustus 2006 at 12:25 am | | weird | Geen reacties

Benny Hill

In een moment van zwakte kocht ik de dvd 'The best of Benny Hill, volume 1' – voor een luttele euro wil ik best wat jeugdsentiment oprakelen. Kijkend naar de sketches kon ik me voorstellen dat ik het als klein jongetje erg grappig vond: de humor van Benny Hill is lollig en niet al te moeilijk. De expliciete verwijzingen naar en toespelingen op seks had ik indertijd niet zo door, maar zorgen er nu voor dat zijn humor nogal gedateerd overkomt.

Hill werd op 21 januari 1924 in Southampton geboren als Alfred Hawthorn Hill. Na een geflopte carrière als stand up comedian besloot hij eind jaren veertig zijn geluk te beproeven bij de BBC; het nieuwe medium televisie was in opkomst en men had grote behoefte aan creatieve programmamakers. Hill ging enthousiast aan de slag en met succes: in de jaren vijftig was The Benny Hill Show het best bekeken en populairste programma op de Engelse tv. Eind jaren zestig stapte hij over naar een commerciële zender en werden zijn shows ook verkocht aan het buitenland. De combinatie van lollige sketches, liedjes en vrouwen in korte rokjes en jarretels sloeg wereldwijd aan. Toen in 1988 zijn contract bij de Engelse zender Thames niet werd verlengd, raakte Hill depressief en zocht hij zijn heil in alcohol en eten. Op 18 april 1992 overleed hij aan een hartaanval.

Hoewel de komiek in het openbaar de geinponem uithing met het nodige vrouwelijk schoon aan zijn zijde, was Hill in werkelijkheid nogal eenzaam. Hij had geen behoefte aan luxe, leefde sober en teruggetrokken en is nooit getrouwd geweest – genoeg redenen voor de roddelpers om te speculeren over zijn vermeende homoseksualiteit. Benny Hill was in de eerste plaats komiek, maar heeft enkele albums opgenomen die best grappig zijn, zeker voor novelty-liefhebbers. Zijn liedjes zijn doorspekt met woordspelingen en variëren van countrypastiches tot variaties op bekende deuntjes. Op 'Benny Hill – Ultimate Collection' vind je 23 geinige tracks uit de periode 1961-1971, waaronder de Engelse nummer 1-hit 'Ernie (The Fastest Milkman in the West)'.

peter Maandag 14 Augustus 2006 at 11:05 pm | | weird | Geen reacties

Brein (deel 549)

Stichting Brein lijkt wel begonnen te zijn aan een media-offensief... Aanstaande dinsdag vindt namelijk een kort geding plaatsvinden tussen Brein en provider UPC. De stichting wil dat UPC-dochter Chello de namen van enkele uploaders vrijgeeft, zodat deze voor de rechter kunnen worden gesleept. Deze uploaders voorzagen de inmiddels uit de lucht gehaalde bittorrent-site Dikkedonder.nl van materiaal. Na het opvoeren van de druk door Brein, heeft UPC inmiddels bekendgemaakt de namen en adressen van een handvol gebruikers vrij te geven.

In een verklaring aan Bright meldde UPC-woordvoerder Mark Zellenrath: ''Wij geven deze gegevens alleen als er zorgvuldig technisch en administratief onderzoek aan vooraf is gegaan. Het mag niet zomaar een vaag vermoeden van Brein zijn. In het geval van enkele uploaders is dat zo. Van die personen gaan wij gegevens aan Brein geven. Maar dat zijn lang niet alle mensen waarvan Brein de identiteit wil weten. Dus is het kort geding niet van de baan. Wij hebben niet van alle gebruikers van die site die Brein wil vervolgen de identiteit vast kunnen stellen.''

Nu Brein de identiteit van een paar grote uploaders op het spoor is gekomen, zal dat waarschijnlijk leiden tot de eerste rechtszaak in Nederland tegen individuele uploaders. Het kort geding is vooral interessant om te kijken hoezeer de Wet Bescherming Persoonsgegevens standhoudt, want UPC mag ''gegevens verstrekken aan derden, indien dit noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de derde". Alleen als het recht op privacy van de betrokkene (in dit geval dus de uploader) zwaarder weegt, kan hiervan worden afgeweken. In alweer een andere rechtszaak probeert Brein de rechter zover te krijgen dat hij inbreuk op het auteursrecht zwaarder laat wegen dan het recht op privacy van de uploadende gebruiker. En dit zie ik nog wel gebeuren, eigenlijk. Kortom, zoals altijd: wordt vervolgd.

peter Zondag 13 Augustus 2006 at 11:53 pm | | nieuws | Geen reacties

Modest Moessorgski

De Russische componist Modest Moessorgski (1839-1881) was niet zo goed in het afmaken van zijn stukken. Dat kwam voornamelijk omdat hij over niet zoveel compositietechniek beschikte. Het feit dat hij daarnaast wel van een borrel hield, zal eveneens een rol hebben gespeeld. Moessorgski maakte deel uit van het beroemde ‘Machtige Hoopje' (zie een eerdere entry), dat tegen het einde van de negentiende eeuw korte metten wilde maken met westerse invloeden in de Russische muziek.

Moessorgski werd beroemd dankzij zijn opera 'Boris Godoenow' (1869) en vooral de pianocyclus 'Schilderijen van een tentoonstelling' (1874), geschreven naar aanleiding van een herdenkingstentoonstelling voor de schilder Victor Hartmann, een goede vriend van hem die enkele maanden eerder was overleden. Tien van de tentoongestelde schilderijen, verbonden door 'promenades', dienden als inspiratiebron voor de cylcus. Titels als 'Gnomus', 'Ballet van de kuikens in de dop' en 'De hut op kippenpoten (Baba Yaga)' maken ontzettend nieuwsgierig naar de schilderijen, maar helaas zijn ze allemaal verloren gegaan (hoewel je op deze site wat schetsen kunt bewonderen).

Moessorgski was inmiddels behoorlijk aan lager wal geraakt; zijn hechte vriendschap met Nikolai Rimski-Korsakov was verbroken en hij zocht zijn heil in de alcohol. Begin 1881 werd Moessorgski opgenomen in het ziekenhuis, waar hij aanvankelijk leek op te knappen. Tot hij een fles jenever te pakken kreeg en zich letterlijk dood zoop. In 1922 stak Maurice Ravel de pianocyclus in een zwierig symfoniejasje (onder andere Rimski-Korsakov en Alexander Glazoenov gingen hem voor) en deze versie is bekender geworden dan het origineel - hoewel je Emerson, Lake & Palmer met hun 'Pictures at an Exhibition' uit 1972 ook niet moet onderschatten. Luister naar de orkestratie van Ravel, uitgevoerd door de Wiener Philharmoniker onder leiding van André Previn.

Leuke feitjes: Hanna-Barbera hebben regelmatig fragmenten voorbij laten komen in hun bekende tekenfilmserie 'De Smurfen', en wie ooit heeft gewerkt met 8-bit Atari-computers kent het 'Promenade'-thema: dit werd gebruikt als herkenningmelodie van de 'self test software'.

peter Zaterdag 12 Augustus 2006 at 10:56 am | | klassiek | Vijf reacties

Vulkaan

Een lichte aardbeving of het uitstoten van gas in de buurt van een vulkaan, geeft aan dat er wel eens wat zou kunnen gebeuren. Wetenschappers hanteren diverse methoden om een uitbarsting te voorspellen, en meten bijvoorbeeld de seismologische golven of analyseren de uitgestoten gassen. Honderd procent betrouwbaar zijn deze methoden echter niet en het is raadzaam om je maar zo snel mogelijk uit de voeten te maken als je een vulkaan voelt rommelen. Italiaanse wetenschappers hebben zich gestort op een nieuwe manier om uitbarstingen te voorspellen: ze zetten de trillingen van actieve vulkanen om in muziek in de hoop patronen te herkennen.

Onderzoekers van de Universiteit van Catania gingen aan de slag met het getril van de Etna en vervingen de lijnen van het seismogram simpelweg door muzieknoten. Eenvoudiger kan bijna niet. Om patronen op het spoor te komen, wordt er gebruikgemaakt van software die eerder is losgelaten op een groot aantal symfonieën van Mozart, onder meer om plagiaat op te sporen. Aangezien de hoeveelheid data enorm is, zet men de zogeheten grid computing-techniek in: computers wereldwijd worden ingeschakeld om de gegevens te analyseren. Het team gebruikt twee grid-netwerken: het door de EU gefinancierde EGAA (Enabling Grids for E-science) en het project EELA (E-Infrastructure shared between Europe and Latin America).

In de 'muziek' van de Etna zijn al enkele opvallende patronen gevonden. De onderzoekers werken momenteel aan een 'partituur' van de onlangs uitgebarsten vulkaan Tungurahua in Equador. Natuurlijk maken vulkanen niet echt muziek, maar toch, het klinkt behoorlijk avant-gardistisch allemaal. Luister naar de Etna in concert, en de repetities van Tungurahua. (Bron: ZDNet)

peter Vrijdag 11 Augustus 2006 at 11:14 pm | | interessant | Geen reacties

Big Elf

Zojuist heb ik mijn badkamer eens grondig schoongemaakt. Moet ook gebeuren. Ik had bij de Albert Heijn een fles met badkamerreiniger gekocht en spoot enthousiast alle muren onder. Het goedje bleek echter net zo voortvarend van start te gaan als ik, en binnen de kortste keren bevond ik me middenin een kwalijke damp en hoorde ik alle kalkaanslag zacht jammerend van de muren druipen. Mijn hersenen deden dapper een poging om mee te druipen en na enkele minuten stond ik bijna stoned de badkamer te schrobben. Uit de woonkamer schalde heel hard 'Closer to Doom', het debuutalbum van Big Elf en hun muziek paste wonderwel bij mijn bijkans psychedelische schoonmaakervaring.

Het Californische viertal maakt namelijk stampende retrohardrock (progressieve stonerkrautrock – om er eens een leuke naam aan te geven), waarbij niet wordt gekeken op een grommend Hammond-orgel, jengelende Melotron, beukende gitaarriff of pompend baslijntje meer of minder. De Big Elf-leden zien eruit alsof ze rechtstreeks uit de jaren zeventig komen (inclusief woeste baarden) en hun slaapkamers vol hebben hangen met posters van Black Sabbath, Led Zeppelin, The Beatles, Deep Purple en King Crimson. De ep 'Closer to Doom' verscheen in 1997, maar als je niet beter weet, zou je het album (dat later werd ge-rereleased met vier extra tracks) klakkeloos situeren in 1973. De cover laat een indrukwekkende verzameling instrumenten zien, en wie goed kijkt ziet op een stapel versterkers een poppetje van Yoda. Big Elf heeft tot dusverre vier cd's uitgebracht, en schijnt zich momenteel op te houden in Scandinavië.

Luister naar twee tracks van hun debuut ('Change' en 'Crazy'), breng een bezoekje aan hun site BigElf.com om cd's te bestellen en bekijk de waanzinnige clips van 'Madhatter' (hoor ik daar iemand Black Sabbath roepen?) en 'Pain Killers', beiden afkomstig van 'Hex' uit 2003.

peter Donderdag 10 Augustus 2006 at 11:54 pm | | interessant | Geen reacties

Men Without Hats

Het is verleidelijk om Men Without Hats af te doen als eendagsvlieg; in 1983 scoorde de Canadese groep een gigantische hit met het aanstekelijke 'The Safety Dance', om daarna ogenschijnlijk in het niets te verdwijnen. Dat ging echter niet zonder het nodige gespartel en enkele albums die beslist de moeite waard waren, maar alleen niet werden opgepikt door het grote publiek. Men Without Hats werd in 1980 opgericht door de broers Ivan en Stefan Doroschuk. Ivan schreef het merendeel van songs en zong, Stefan speelde gitaar en keyboards.

Hun in eigen beheer uitgebrachte ep 'Folk of the '80s' verscheen in het najaar van 1980 en was redelijk succesvol. Twee jaar later was het raak met hun debuut 'Rhythm of Youth'. Broer Colin (keyboards) en drummer Allan McCarthy hadden zich inmiddels bij de groep gevoegd en op de golven van de eerder genoemde wereldhit veroverde Men Without Hats de wereld met hun vrolijke, tegen new wave aanleunende synthpop. Opvolger 'Folk of the '80s (Part III)' (1983) deed echter helemaal niets; vreemd, want het recept was het hetzelfde: energieke liedjes, de karakteristieke zang van Ivan en een heleboel lekker voortronkende synths. 'Pop Goes The World' (1987) is in mijn ogen het beste Men Without Hats-album, met gevarieerde liedjes en intelligente, naïef-humoristische songteksten. Het titelnummer werd een bescheiden hit, maar het doek begon al voorzichtig te schommelen. En toen ook 'The Adventures of Women & Men Without Hate in the 21st Century' (1989) en het gitaargeoriënteerde 'Sideways' (1991) het niet al te best deden, verdween de groep zo'n beetje geruisloos van het podium. In 2003 dook Men Without Hats opeens weer op met 'No Hats Beyond This Point', waarop (geforceerd) wordt teruggegrepen naar de sound van hun begindagen.

Ik geloof dat de groep momenteel het 80's-circuit onveilig maakt en als ze ooit nog een keer Nederland aandoen, sta ik vooraan. Luister naar 'Safety Dance', 'Where Do The Boys Go' en 'Pop Goes The World' van hun uitstekende eerste drie albums en bekijk de respectievelijke videoclips: hier, hier en hier (vooral 'Pop Goes The World' is aanstekelijk lollig).

peter Woensdag 09 Augustus 2006 at 11:53 pm | | flashback | Geen reacties

Brein (deel zoveel)

Stichting Brein blijft jacht maken op de persoonsgegevens van mensen die ruilprogramma’s gebruiken. Onlangs werd de stichting nog op de vingers getikt door de rechter. Brein probeerde via onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal providers te dwingen de namen van de betrokken down- en uploaders vrij te geven. Brein verloor dit kort geding en ging prompt in hoger beroep (ik schreef er eerder over). Brein-directeur Tim Kuik wil nu afspraken maken met internetproviders. Hij spreekt van een 'proportionele aanpak van inbreukmakende gebruikers'. Volgens hem moeten providers gebruikers waarschuwen die illegale kopieën aanbieden. Bij herhaalde overtreding zouden ze een waarschuwing moeten krijgen. En als dit geen resultaat oplevert, moeten ze, volgens Kuik, worden afgesloten en vervolgd.

Met grote stappen snel thuis, zullen we maar zeggen. Provider XS4ALL is bereid om met Brein in gesprek te gaan, maar dan wel over een manier om klachten te behandelen. Directeur Simon Hania pleit voor een onafhankelijke instelling die klachten beoordeelt. Iets dat Brein overigens duidelijk niet is, voegt hij er fijntjes aan toe. Als ik het dus goed begrijp, wil Kuik dat providers hun klanten in de gaten gaan houden en ingrijpen als ze merken dat deze zich bezighouden met het verspreiden cq. down/uploaden van films en muziek. Niet alleen lijkt me dit lastig vast te stellen (dataverkeer alleen zegt lang niet alles), het lijkt me stug dat providers tijd, mankracht en zin hebben om dit allemaal te gaan controleren. Het komt er op neer dat Brein een lijstje inlevert met verdachte ip-adressen, en verwacht dat de providers direct de namen en adresgegevens van de desbetreffende gebruikers vrijgeeft. En als je het zo bekijkt, klinkt het direct een stuk minder vriendelijk. Brein speelt voor opsporingsinstantie, aanklager en rechter ineen – niet slecht voor een stichting zonder ook maar enige rechtsbevoegdheid.

peter Dinsdag 08 Augustus 2006 at 10:29 pm | | nieuws | Geen reacties

Stu Philips

De naam van de Amerikaanse componist Stu Philips laat waarschijnlijk geen al te grote bel rinkelen. De kans dat je muziek van zijn hand hebt gehoord is echter groter dan je denkt, want in de jaren zestig, zeventig en tachtig schreef hij zich helemaal suf, en voorzag hij tientallen series (waaronder 'The Monkees', 'The Six Million Dollar Man', 'Battlestar Galactica', 'Buck Rogers in the 25th Century', 'Spiderman' en 'Knight Rider') en een handvol films van muziek. Philips werkte als pianist in clubs, producer bij Capitol Records (zo is hij onder meer verantwoordelijk voor enkele hits van The Marcels en The Ronettes uit de jaren zestig), richtte hij het succesvolle The Hollyridge Strings Orchestra op en was hij enkele jaren in dienst bij Epic Records als A&R-manger.

In de jaren zestig en begin jaren zeventig begon hij muziek te schrijven voor allerhande b-films (Russ Meyers 'Beyond The Valley Of The Dolls' zal liefhebbers ongetwijfeld als muziek in de oren klinken). Zijn talent werd opgemerkt door Universal Studios, die hem in 1974 vroegen om exclusief voor hen te komen werken. Stu stemde toe en de daaropvolgende tien jaar ging hij als een bezetene te keer; deze lijst op de Internet Movie Database is ronduit indrukwekkend te noemen.

Philips beschikte over de gave om herkenbare tunes te schrijven, maar ging niet de geschiedenis in als een miskende John Williams, Jerry Goldsmith of Ennio Morricone, daarvoor klinkt zijn werk te gedateerd en te oppervlakkig. Philips was iemand van de grote lijnen en maakte zich er soms wel wat al te gemakkelijk vanaf door simpelweg voort te borduren op het hoofdthema en daar wat kleine variaties op aan te brengen. Maar goed, wat wil je ook als je voortdurend moet rennen om de deadline te halen en tientallen min of meer dezelfde afleveringen van muziek moet voorzien... Luister naar het bekende Knight Rider-deuntje en een aantal variaties.

Admin Dinsdag 08 Augustus 2006 at 9:22 pm | | flashback | Geen reacties

Sneltreinrecensies

Ik heb het echt geprobeerd. Veertig minuten lang heb ik met samengeknepen billen naar het solo-album van Thom Yorke geluisterd. Zodra ik de stem van de Radiohead-zanger hoor, begin ik me bijzonder ongemakkelijk te voelen. En als hij dan ook nog onbedaarlijk gaat loeien en zijn klaagzangen over het milieu uit de speakers laat gulpen, kan ik niets anders doen dan lijdzaam wachten tot het elektronisch gefröbel van 'Eraser' is afgelopen.

Van een geheel andere orde, maar net zo slecht, is het debuutalbum van de Russische powermetalformatie Nivaira. Op 'The City' worden alle clichés op een hoop gegooid en is het aan de luisteraar om mee te gaan in de sprookjeswereld van Nirvaira. Ik sla deze keer over. De Oostenrijkers van Edenbridge tappen uit hetzelfde vaatje, maar pakken het op hun vijfde album iets gevarieerder aan. 'The Grand Design' klinkt uitermate bombastisch, bijna musical-achtig, waarbij pompeuze metaltracks worden afgewisseld met zoete ballads. Opmerkelijke gast op dit album is overigens Robby Valentine.

Eveneens sfeervol is de Duitse band Eisheilig, hoewel zij zich meer van hun zwartromantische kant laten zien. Hun sound laat zich het beste omschrijven als een mix tussen Type O Negative, Moonspell en Rammstein, en dat betekent dus veel trage gitaarriffs, de donkere stem van Dennis Mikus en de behoefte om alle lichten uit te doen en een zwarte kaars aan te steken. Hun nieuwe album 'Elysium' kent misschien wat weinig variatie, maar is zeker de moeite waard. Verder een al wat ouder album, dat te leuk is om te laten liggen: het begin dit jaar verschenen tweede album van Film School. De Amerikaanse groep maakt retrowave in de sfeer van Interpol en Editors, en de leden hebben vooral goed naar het latere werk van The Cure en Echo & The Bunnymen geluisterd. Galmende doomwave derhalve.

En tot slot een vrolijke afsluiter met 'Let's Get Out Of This Country', het derde album van Camera Obscura. Het is misschien een beetje flauw om de Schotten met één zin af te doen, maar wie verzot is op de wonderschone liedjes van Belle & Sebastian, vindt in Camera Obscura opnieuw een groep om verliefd op te worden.

peter Maandag 07 Augustus 2006 at 10:38 pm | | review | Eén reactie

Tom Medlock

Tom Medlock was een verstokt roker. Hij pafte de ene na de andere sigaret weg, zonder stil te staan bij de schadelijke gevolgen. In de jaren vijftig en zestig werd het opsteken van een sigaretje of sigaar gepropageerd als teken van goede smaak en verfijning. Wie last had van zijn keel, kreeg als tip een sigaret op te steken. De nadelige effecten waren wel bekend, maar vakkundig door de tabaksindustrie onder het tapijt gemoffeld.

Begin 1966 werd bij de streng gelovige, 51-jarige Tom Medlock longkanker geconstateerd. Hij had nog enkele maanden te leven en besloot deze tijd te benutten om anderen te waarschuwen tegen het roken. Hij zette zijn ervaringen op papier, en spoorde (jonge) priesters aan om absoluut niet in de ''dodelijke fuik van de tabaksindustrie te trappen'' en het goede voorbeeld te geven. Zijn pamflet was zo succesvol (vooral onder de gelovigen van zijn gemeenschap), dat de uitgevers met het plan kwamen om zijn belevenissen op plaat te zetten. Medlock was echter te ziek om langer dan een paar minuten achter elkaar te praten en het grootste gedeelte van de lp ''What Smoking has Done For Me; a personal testimony of Tom Medlock'' werd ingesproken door Bill Jenkins. In het eerste deel is Medlock even kort te horen; tijdens de voltooiing van het album overleed hij op 16 juli 1966.

Jenkins doet op ronkende wijze verslag van de illusie die sigarettenfabrikanten je voorhouden en vooral in het laatste deel worden de religieuze vergelijkingen er met de haren bijgesleept: ''Keep the temple of God's holy spirit pure. Through smoking I have defiled the temple of God myself – o, the humiliating shame of it all...'' en ''Can you see Jesus to pick up the fallen lamb from the rock and a package of cigarettes falling from his garments?''. Wie op zoek is naar interessant sample-materiaal komt zeker aan zijn trekken; de pauzes zijn veelbetekenend en vallen precies op de juiste momenten. Vanzelfsprekend is dit curieuze album uit 1966 nooit op cd verschenen; je zult je moeten behelpen met een krakende vinyl-rip.

peter Maandag 07 Augustus 2006 at 12:03 am | | weird | Twee reacties

Linkjes

En even weer wat linkjes tussendoor, anders blijven ze ook maar liggen. Lars en Wim parodiëren tijdens hun Lars & Wim Show op de lokale omroep Eindhoven VPRO's Zomergasten, en laten hun licht schijnen op fragmenten van onder andere Robert Jensen en Edwin Evers (zeer droge humor – hier het vijftien minuten durende mp3'tje), een grappige clip van OK Go (ingrediënten: vier loopbanden, vier mannen en een middagje ijverig oefenen), een gitaarspelende man en zijn pop en de Canadees Erik Mongrain die op een wel bijzondere manier gitaarspeelt, en dat niet onverdienstelijk doet. Curtis Jones en Jeff Midkiff kunnen er ook wat van, trouwens.

Verder: een heleboel gratis te downloaden cq. te streamen oude films en documentaires (waaronder klassiekers als 'Freaks' en 'Plan 9 From Outer Space'), een clipje over de 'Wilhelm scream' (oftewel de bekende kreet AAAAHHHHH!!), Pablo Franscisco (die bijzonder goed allerhande stemmen kan imiteren) heeft een date, fragmenten van tientallen Nederlandse cabaretiers, SBS-belprogramma's grappig gemonteerd (hier en hier - al wat ouder, maar niet minder melig) en voor wie geen idee heeft waar dat 'Boten Anna' van Basshunter nu precies over gaat, hier de clip met (gebrekkige) Nederlandse ondertiteling.

En tot slot: het Video Games Live Orchestra voorziet oude computerspelletjes van klassieke muziek (aanrader!), de Denen van Press Play on Tape steken hun liefde voor de Commodore 64 niet onder stoelen of banken en 'Liberatio ex purgatorio', een fraai 3D-filmpje van Media Design-student Bruno Ljustina.

peter Zondag 06 Augustus 2006 at 9:15 pm | | overig | Geen reacties

Singles

Voor het eerst is in Nederland het aantal nummers dat wordt gedownload, groter dan het aantal verkochte 'echte' singles. Zo heeft de Nederlandse Vereniging voor Producenten en Importeurs van beeld- en geluidsdragers (NVPI) begin deze week bekendgemaakt. Het gaat om het eerste halfjaar van 2006. De omzet in de entertainmentindustrie na is jarenlange daling stabiel. Dit is vooral te danken aan de groei in de verkoop van spelcomputers en muziekdownloads. De dvd-markt laat hetzelfde beeld te zien als vorig jaar. Hoewel er de eerste zes maanden meer dvd's verkocht werden, daalde de omzet.

De NVPI meldde verder dat in 2006 een cd-album goedkoper is geworden; een cd kost gemiddeld 12,03 euro (in 2005 was dit 12,80), voor een dvd betaal je gemiddeld 11,25 euro, een daling van 10 procent in vergelijking met vorig jaar. In totaal zette de entertainmentbranche in het eerste halfjaar 418,8 miljoen euro om, tegen 404 miljoen euro in het eerste halfjaar van 2005.

Altijd leuk die cijfers. Nu ben ik nooit zo'n grote fan geweest van singles en het nieuws dat de cd-single op zijn retour is, doet me weinig. Het lijkt me eigenlijk een vrij logische ontwikkeling aangezien je alleen het desbetreffende nummer downloadt, en er niet allerlei remixen, meezingversies of andere goed bedoelde leukigheid bijkrijgt. Ik schat dat het nog een jaar of twee duurt voordat ook het fysieke album is ingehaald door zijn digitale tegenhanger.

En ten slotte, in de categorie 'gerelateerd nieuws': Kazaa schikt voor 100 miljoen dollar met Universal, Sony BMG, EMI en Warner en belooft zijn dienst om te toveren tot een legale muziekdienst. Ook het populaire LimeWire ligt onder vuur en is door de eerdergenoemde labels voor de rechter gedaagd.

peter Zaterdag 05 Augustus 2006 at 11:55 pm | | nieuws | Geen reacties

Marilyn Monroe

Marilyn Monroe (1926-1962) – stijlicoon van de twintigste eeuw, wereldberoemd actrice, mannenverslindster en zangeres, zo'n beetje in die volgorde. Over Marilyn Monroe, haar films en stormachtige relaties zijn boeken volgeschreven, maar haar muzikale carrière komt er altijd maar bekaaid van af. Waarschijnlijk omdat dat nooit zo hoog op haar prioriteitenlijstje heeft gestaan. In succesvolle films annex muscials als 'There's No Business Like Show Business' (1954), 'River of No Return' (1954) en 'Gentlemen Prefer Blondes' (1953) zingt ze weliswaar regelmatig een liedje, maar ze heeft zich nooit gewaagd aan een compleet album.

Na haar zelfmoord in 1962 probeerde menigeen een graantje mee te pikken van de Marilyn-hausse en verschenen er talloze compilaties op de markt, gevuld met liedjes uit haar films, fragmenten uit reclamespotjes, radio-interviews en natuurlijk het beroemde 'Happy birthday', dat ze in mei 1962 zong voor de jarige president John F. Kennedy.

De honderden Marilyn Monroe-cd's zijn allen terug te voeren op twee albums: 'Marilyn' uit 1962, dat liedjes bevat uit bovengenoemde films (in 1972 zag een iets uitgebreide variant het licht onder de titel 'Remember Marilyn) en 'Marilyn Monroe' uit 1972, met vooral allerhande rariteiten (later hernoemd naar 'Rare Recording 1948-1962'). De vele verzamelaars uit de jaren tachtig en negentig bestaan voor het merendeel uit een opgewarmd prakje van deze twee albums, hoewel er zo heel af en toe wel wat nieuws opdook. Monroe beschikte over een omfloerste, verleidelijk kirrende stem, die geheel in overstemming was met haar imago. Wereldschokkend is haar nagelaten muzikale oeuvre niet; de bigband-deuntjes en zwijmelballads klinken vooral aandoenlijk, waarbij het beeld van de platinablonde actrice met de opwaaiende jurk als een zwoel parfum uit je speakers komt dwarrelen. Luister naar tien tracks, inclusief de hits 'Diamonds', 'Bye Bye' en 'When I Fall in Love'.

peter Vrijdag 04 Augustus 2006 at 11:54 pm | | flashback | Geen reacties

Steve Reich

Steve Reich (1936) wordt gezien als een van de pioniers van de 'minimal music', muziek die wordt gekenmerkt door herhaling (vaak met subtiele variaties) en een accent op consonante klanken. Reich heeft ontzettend veel gecomponeerd en experimenteerde onder meer met de structuur en opbouw van muziek, integreerde traditionele percussie uit Ghana en Bali in zijn composities en ging aan de slag met Hebreeuwse zang. Zijn carrière begon begin jaren zestig, toen Reich in zijn studio aan het knutselen was met tape-opnamen. Hij speelde identieke tape-loops asynchroon af, en stond versteld van het resultaat – als vanzelf ontstonden er nieuwe en bizarre ritmes en klanken.

Hij noemde deze techniek 'phase shifting' (ook wel bekend als 'phasing', faseverschuiving) en gebruikte het in zijn compositie 'It's Gonna Rain' uit januari 1965, waarin een opname van een jonge zwarte straatpriester centraal stond; twee identieke tape-loops worden geleidelijk gemanipuleerd in een cyclisch proces, uiteindelijk uitmondend in een gecontroleerde chaos.

In de jaren die zouden volgen vervolmaakte Reich zijn 'phase shifting' met werken als 'Come Out' (1966) en 'Piano Phase' (1967). Als je deze stukken nu beluistert, klinkt het misschien minder indrukwekkend en vernieuwend dan veertig jaar geleden (veel van de gebruikte methoden zijn inmiddels gemeengoed geworden in de dancemuziek), het blijft nog steeds bijzonder fascinerend, hallucinerend bijna.

Na zijn 'phasing'-fase begon Reich aan de muzikale structuur en de noten zelf te sleutelen (hoogtepunt is met name 'Music for 18 Musicians' uit 1974), een diepgravend overzicht vind je in dit artikel op Ars Musica, waarin met moeilijke termen wordt gegooid alsof het niets is. Op het album 'Early Works' (256 kbps, deel 1 en deel 2 - inclusief de liner notes van Reich zelf) staan alle bovengenoemde phasing-stukken. Ga er eens goed voor zitten, zou ik zeggen.

peter Donderdag 03 Augustus 2006 at 11:50 pm | | klassiek | Eén reactie

Jacula

'In Cauda Semper Stat Venenum' van de Italiaanse groep Jacula is een bijzonder album. Nu roep ik dit wel vaker, maar deze lp schijnt opgenomen te zijn tijdens een seance in een middeleeuws Engels kasteel – en dat hoor je ook weer niet iedere dag.

Jacula werd begin 1969 opgericht door Antonio Bartoccetti, die een zwak had voor allerhande occulte zaken. Samen met Doris Norton (ook wel bekend als Fiamma Dallo Spirito), organist Charles Tiring en het medium Franz Partheny trok het viertal naar Londen om hun eerste album op te nemen. 'In Cauda Semper Stat Venenum' zag in het najaar van 1969 het licht op Bartoccetti's eigen Gnome Label in een gelimiteerde oplage van 300 exemplaren (plus 10 promo's), die vooral hun weg vonden naar dubieuze occulte sekten.

Het album kent ontegenzeggelijk een macabere en duistere sfeer; Tiring speelt 37 minuten lang dreigende deuntjes op zijn kerkorgel, Norton is in de weer met vervreemdende effecten en roffelt af en toe op haar drumstel, terwijl Bartoccetti op zijn gitaar tokkelt, sporadisch uitbarst in een manische solo en regelmatig in het Italiaans hele verhandelingen houdt met een zware, sonore stem. Ik versta er niets van, maar het zal vast niet over de schoonheid van de liefde gaan.

Jacula was zijn tijd ver vooruit en vooral 'Triumpratus Sad' en 'Veneficium' klinken als een willekeurige Goblin-soundtrack voor een Dario Argento-film. Na de release van dit album hield het viertal zich bezig met obscure groepen als Dietro Noi Deserto en Invisible Force, om in 1972 met een nieuw Jacula-album op de proppen te komen: 'Tardo Pede in Magiam Versus'. Na het vertrek van Tiring was het echter definitief voorbij met Jacula en stortten Bartoccetti en vriendin Doris zich vol overgave op het project Antonius Rex. 'In Cauda Semper Stat Venenum' kun je hier beluisteren (160 kbps, 42 MB) – ook erg leuk voor de dark ambient-liefhebber.

peter Woensdag 02 Augustus 2006 at 10:59 pm | | weird | Geen reacties

Muzikale Misvattingen

En in de serie Muzikale Misvattingen die de Wereld Veranderden staat vandaag de bekende 'I want my MTV'-slogan centraal. Je zou denken dat de Dire Straits deze uitspraak hebben verzonnen; in het nummer 'Money for nothing' (hier de videoclip) komt de kreet regelmatig voorbij zetten en niet op een al te positieve manier. Mark Knopfler beklaagt zich over de oppervlakkigheid van de muziekzender, waar nietsnutterige artiesten de boventoon voeren: ''See the little faggot with the earring and the make-up / Yeah buddy that's his own hair / That little faggot got his own jet airplane / That little faggot he's a millionaire''.

Maar eigenlijk heeft MTV de kreet 'I want my MTV' zelf bedacht. Toen de zender in 1981 in Amerika werd gelanceerd, was het succes aanvankelijk ver te zoeken – net zoals bij alle nieuwe zenders het geval is, Talpa niet uitgezonderd. In een poging hun jonge doelgroep te bereiken sleutelde MTV een reclamespotje (hier te bekijken – bijzonder nostalgisch) in elkaar, waarin The Police, een piepjonge Pat Benatar en The Who-gitarist Pete Townsend 'hun MTV eisen'. Aan het eind van het 14 seconden durende spotje schreeuwen de Police-leden lollig ''Call your cable company and say I want MY MTV!'' En in 1985 had deze leus nog niets aan kracht ingeboet, getuige deze commercial met onder andere David Bowie, Cyndi Lauper, Billy Idol en een bijzonder nichterige Boy George.

Grappig detail is dan weer dat de Dire Straits eveneens in 1985 een wereldhit scoorden met 'Money for nothing', waarbij Police-zanger Sting de kreet 'I want my MTV' voor zijn rekening nam, maar nu met een geheel andere insteek dan hij vier jaar eerder had gedaan.

En ziedaar, een Muzikale Misvatting de wereld uit! En dat er nog maar vele mogen volgen.

peter Dinsdag 01 Augustus 2006 at 11:53 pm | | interessant | Geen reacties