Araglin Radio

Het leek me altijd al een leuk idee: een eigen online radiozender. Eens in de zoveel tijd kreeg ik de geest en verdiepte me in de materie – om dan redelijk snel te besluiten dat ik er geen drol van snapte bij het bestuderen van de handleidingen. De aanhouder wint, want zo moeilijk is het allemaal niet, zo bleek toen ik zojuist na een tiental minuten knutselen een eigen zender uit de grond stampte: Araglin Radio is een feit! Ik heb geen idee of er überhaupt mensen op zitten te wachten, maar het leek me wel aardig om op gezette tijden mijn nieuwe Shoutcast-zender aan te zwengelen en muziek de virtuele ether in te sturen. Geen suffe Top 40-muziek of andere sufgekookte genres, maar obscure krautrock, easy listening-pareltjes, pulserende elektronische muziek en een scheutje ambient en new age. Kortom: al die muziek die je nooit op de radio hoort – en die sommigen ook nooit op de radio zouden willen horen.

Om te weten te komen wanneer je kunt inschakelen en wat je dan voorgeschoteld krijgt, vind je rechtsboven een button en een 'uitzendschema', met de datum van de eerstvolgende 'live uitzending'. Woensdagavond 1 november ga ik van start met een krautrock-editie: drie uur lang spacy en kosmische (van vinyl-geripte) klanken, die je meenemen op een hallucinerende reis. Voor geestverruimende middelen moet je zelf zorgen... Verzoekjes of tips zijn vanzelfsprekend van harte welkom! Het is even afwachten of alles naar behoren werkt, maar daar komen we al doende wel achter. Araglin Radio is te beluisteren via Winamp, iTunes en Windows Media Player en mocht dit allemaal nu soepeltjes verlopen, dan maak ik er een wekelijkse traditie van. Om de legendarische woorden van Timothy Leary te gebruiken: ''drop out, turn on, then come back and tune it in... and then drop out again, and turn on, and tune it back in... it's a rhythm...''

peter Dinsdag 31 Oktober 2006 at 11:55 pm | | overig | Twee reacties

Wolfgang Bock

Ik ben geen ochtendmens. Doordeweeks voer ik elke dag een hels gevecht met mijn wekker, slinger mezelf slaapdronken op mijn fiets en rij zwalkend naar mijn werk. Ik hoef niet zo heel ver te fietsen en aangezien ik de route nagenoeg kan dromen, slaap ik gewoon verder met mijn ogen open. En nu ik het album 'Cycles' (uit 1980) van Wolfgang Bock op mijn mp3-speler heb gezet, gaat dit gemakkelijker dan ooit. Het eerste album van deze krautrocker dompelt je namelijk onder in een warm bad van analoge synthesizers, aanzwellende mellotron-koren en een hele hoop bliepjes, bloepjes en whoesh-geluidjes.

De lp opent met het bijna twintig durende, zeer kosmische 'Cycles'. De eerste zes minuten dommel je ontspannen door de uitgestrektheid van het heelal, in slaap gesust door pulserende synths en mysterieuze geluidseffecten. Na ongeveer zes minuten worden de sequencers aangezet, duiken er drums op en scheer je met een duizelingwekkende vaart langs exotische planeten, nebula's en zwarte gaten. Eenmaal weer op aarde beland, is het tijd voor kant B (met de tracks 'Robsai part 1 & II' en 'Changes (Stop the World)'), die wordt gedomineerd door orgelklanken, drum- en Moog-solo's en sequencers – iets verontrustender en meer freaky dan kant A.

'Cycles' komt over als de ontbrekende schakel tussen Klaus Schulze's 'Timewind' (1975) en 'Moondawn' (1976), en dat is niet verwonderlijk: Schulze produceerde het album. 'Cycles' verscheen in een gelimiteerde oplage en aangezien de krautrockrage in 1980 op zijn laatste benen liep, werd de lp grotendeels genegeerd of over het hoofd gezien. Wolfgang Bock zou later een aantal platen maken met niet bijster boeiende (en weinig succesvolle) romantische elektronische muziek, om zich vervolgens terug te trekken uit de muziekindustrie. Zijn debuut staat echter als een huis. Of liever gezegd: als een rond de aarde cirkelend ruimtestation.

Download 'Cycles' via Rapidshare (51 MB, 192 kbps – het gaat om een voortreffelijk opgepoetste vinyl-rip). Met dank aan 8 Days in April.

peter Maandag 30 Oktober 2006 at 9:22 pm | | krautrock | Geen reacties

Felix Mendelssohn

Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) schudde de composities moeiteloos uit zijn mouw. Net zoals bij Mozart kwamen de wijsjes kant-en-klaar opborrelen en hoefde hij ze slechts te noteren. Al op jonge leeftijd poepte Mendelssohn de prachtigste stukken uit, waaronder het Octet voor Strijkers (in Es majeur, opus 24) en de ouverture voor Shakespeares 'A Midsummernight's Dream' (geschreven op respectievelijk zijn zestiende en zeventiende). Mendelssohn was een van de weinige componisten die nog tijdens zijn leven beroemd werd en als een ware popster van de ene stad naar de andere trok om concerten te geven voor een dolenthousiaste menigte en vrouwen die slipjes naar hem gooiden. Op latere leeftijd belandde hij in Leipzig, waar hij de werken van Bach herontdekte en opnieuw onder de aandacht bracht. Zo haalde hij de Matthäus-Passion onder het stof vandaan en voerde het monumentale stuk als eerste sinds de dood van Bach weer uit.

In navolging van zijn helden Bach en Händel schreef Mendelssohn diverse oratoria (een soort opera's, maar dan zonder de kostuums, decors en overacterende diva's), maar hij is het meest bekend geworden door zijn symfonieën, die sprankelen en bubbelen als goede champagne. Fraai is met name zijn vierde symfonie, de de geschiedenis is ingegaan als 'de Italiaanse'. Van 1829 tot 1831 reisde Mendelssohn door Europa om handjes te schudden met onder andere Hector Berlioz en Franz Liszt, en vooral Italië maakte diepe indruk op hem. Hij probeerde de feestelijke, opgewekte stemming van het Italiaanse platteland te vangen in muziek, en is daar wonderwel in geslaagd. Mendelssohn overleed op 38-jarige leeftijd aan een beroerte, kort na de plotseling dood van zijn lievelingszus Fanny.

Luister naar de 'Italiaanse symfonie' (39 MB, 192 kbps), uitgevoerd door de Berliner Philharmoniker onder leiding van Herbert von Karajan.

peter Vrijdag 27 Oktober 2006 at 11:54 pm | | klassiek | Geen reacties

Red Sonja

Niet alleen ben ik dol op onsmakelijke horrorfilms, ik heb ook een groot zwak voor fantasyfilms, waaronder het 'sword & sorcery'-subgenre. Je kent het wel: gespierde helden in een lendendoek, boosaardige magiërs met snode plannen, prinsessen die gered moeten worden uit de klauwen van wanstaltige wezens en dit alles tegen een pseudo middeleeuwse achtergrond. Om dergelijke films goed te kunnen maken, is veel geld nodig (voor de special effects), zijn de juiste locaties onontbeerlijk en is een goede kostuumontwerper van levensbelang – het ziet er al snel nogal amateuristisch uit, en dan wordt het moeilijk om al die rondrennende barbaren nog serieus te nemen. Films als 'The Beastmaster' en de Conan-serie heb ik verslonden en dat geldt in mindere mate ook voor 'Red Sonja' (uit 1985).

Meegolvend op het succes van de Conan-films probeerde regisseur Richard Fleischer de roodharige krijgster Red Sonja (in de gedaante van Brigitte Nielsen) tot leven te wekken en dat lukte hem zo'n beetje half. Het meest memorabel is nog wel de muziek van niemand minder dan Ennio Morricone (bekend van bijvoorbeeld 'The Good, the Bad and the Ugly', 'Once Upon a Time in the West' en 'The Untouchables'), hoewel het me een raadsel is waarom hij zijn medewerking verleende aan een dergelijke film. Morricone bleef trouw aan de epische stijl van Basil Poledouris, die de score verzorgde van 'Conan the Barbarian' en 'Conan the Destroyer'. De meeste tracks bestaan uit de standaard dreigende aanzwellende violen, maar het hoofdthema (dat vaak terugkomt en bijna Carl Orffiaanse-elementen kent) en de af en toe opduikende massale koren mogen er zeker zijn. Download de soundtrack via Rapidshare (86 MB, 320 vbr).

Overigens gaat het om de lp die is verdeeld in meerdere segmenten, met als slot het 15 minuten durende 'Reprise', waarin alles netjes terugkomt. De meeste Red Sonja-soundtracks bestaan uit twee suites, aangevuld met de muziek voor 'Bloodline'.

peter Donderdag 26 Oktober 2006 at 11:10 pm | | film | Twee reacties

Bud

Hier stond eerst een fragment uit het geweldige 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raapleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes of Bol.com

Admin Woensdag 25 Oktober 2006 at 11:40 pm | | overpeinzing | Geen reacties

Sneltreinrecensies

Hoewel het lijkt alsof ik de hele dag naar de meest rare muziek aan het luisteren ben, pik ik vanzelfsprekend ook talloze nieuwe albums mee. Probleem is alleen dat ik vaak geen greintje aandrang voel om er een stukje over te tikken. Er zijn er talloze sites (zoals FileUnder) die dat veel beter kunnen en bovendien zijn de meeste nieuwe releases op zijn hoogst best aardig en niet meer dan dat - en dan heb ik het dus over de cd's in de Album Top 100.

Een aantal is echter te leuk om dood te zwijgen – zoals 'Nashville' van Solomon Burke. Het nieuwe album van deze zwaarlijvige dominee annex zingende doodgraver is namelijk een juweeltje. Na zijn prachtige comeback-albums 'Don't give up on me' (2002) en 'Make do with what you want' (2005), flikt Burke het opnieuw. Met 'Nashville' levert hij een gloedvol country-album af, doordrenkt met soul, zweet en gospel. Beroemde gasten als Emmylou Harris, Dolly Parton, Patty Griffin en Gillian Welch verlenen hun medewerking en het resultaat mag er zijn. Van een geheel andere orde is 'Chaos Total', het nieuwe album van Welle: Erdball. Aan hun sound (uptempo Duitstalige synthpop met Commodore 64-invloeden) is niets veranderd en hun zesde cd is bijzonder geschikt om je tijdens deze druilerige dagen in een goed humeur te brengen.

Wil je liever blijven zwelgen in somber najaarsgeweld, dan is de nieuwe My Dying Bride een aanrader. 'A Line of Deathless Kings' bevat negen lang uitgesponnen tracks die je in een dramatisch-romantische stemming brengen en bewijzen dat de doom metal-pioneers van weleer nog niets aan kracht hebben ingeboet.

Tot slot een album dat een jaar geleden is verschenen, maar tot dusverre aan mijn aandacht was ontsnapt: het eerste solo-album Erasure-zanger Andy Bell. De laatste albums van Erasure waren maar zozo, en ik had de hoop al opgegeven dat het duo ooit nog met iets opzwepends op de proppen zou komen. Wat ze samen niet lukt, lukt Andy Bell wel in zijn eentje; 'Electric Blue' staat tjokvol energieke dance-pop met een vette knipoog naar de jaren tachtig. Voormalig Propaganda-zangeres Claudia Brücken en Scissor Sister-zanger Jake Shears maken het feest compleet.

peter Dinsdag 24 Oktober 2006 at 10:02 pm | | review | Geen reacties

Stichtelijke liederen

In elke plaats zit er wel eentje: zo'n Christelijke boekhandel waar je eigenlijk nooit iemand binnen ziet. Onlangs stapte ik die van mij binnen, puur uit nieuwsgiergigheid. Mijn belangstelling werd gewekt door de grote verzameling cd's in een hoekje. Op de hoesjes lachten in klederdracht gehulde bejaarden me vriendelijk toe en de kreet 'Opwekkingsliederen' spatte in kleurige letters van een groot aantal cd'tjes af. Navraag leerde dat Opwekkingsliederen in feite moderne religieuze liederen zijn, die worden uitgegeven door Stichting Opwekking. Ze zijn meestal Nederlandstalig en nogal 'aanbiddend' van aard - God wordt voortdurend de hemel in geprezen. Opwekkingsliederen zijn ontstaan binnen de Pinkstergemeente, maar worden nu in talloze Nederlandse kerken gezongen.

Kritiek is er ook: de liederen zouden te eenvoudig en niet statig genoeg zijn. Verder wordt heel eenzijdig Gods lof bezongen, zonder ruimte voor twijfel, angst of gebed. En tot slot hoort bij dergelijke liederen een heuse 'praiseband', en geen kerkorgel. En dat is natuurlijk koren op de molen van streng gelovige critici die dit allemaal maar werelds en heidens vinden. De Opwekkingsbundel bestaat momenteel uit zo'n 650 liedjes en elk jaar komen er wel een paar bij.

Ik heb geen cd gekocht in de Bijbelwinkel, vooral omdat je niet even kon luisteren en de prijzen nogal hoog waren; ik weet dus niet hoe 'opwekkend' die cd's nu daadwerkelijk zijn, maar ze zullen vast en zeker vrolijker klinken dan de slaapverwekkende koor- en samenzangprogramma's die ik wel eens voorbij zie komen op de EO. Voor wie toch behoefte heeft aan statige, stichtelijke muziek, heb ik 'De wereld zingt Gods lof, deel 1' (via Rapidshare, geen wachttijden!) in de aanbieding, met krakers als 'Voor alle heil'gen in de heerlijkheid', 'Wees mijn Leidsman trouwe Here' en 'Leid vriend'lijk licht mij als een trouwe wacht'. Het gaat om een keurig opgepoetste vinyl-rip van een driedubbel-lp, uitgegeven in 1984 ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de NCRV. Deel 2 en deel 3 heb ik trouwens ook, geef gerust een gil als ik met deze post een leemte vul en je de overige lp's wilt beluisteren!

peter Maandag 23 Oktober 2006 at 11:57 pm | | weird | Geen reacties

Bonnen

Als je echt niet weet je wat je iemand moet geven voor zijn verjaardag, geef je hem of haar een platenbon. Altijd goed, al getuigt het wel van weinig creativiteit (vind ik dan – zoek dan gelijk een leuk cd'tje uit). Per 1 oktober is de DVD&CD Bon vervangen door de Nationale EntertainmentBon. Dit omdat de naam van de oude bon niet ''aansloot op de ontwikkelingen in de markt van muziek, films en games. Teveel lag de aandacht op het segment muziek terwijl ook films en games met de bon kunnen worden aangekocht''. Nu weet ik niet precies waarom (ik dacht altijd die dingen jaren geldig waren), maar de brancheorganisatie van entertainmentwinkeliers (NVGD) roept mensen op om hun oude bonnen zo snel mogelijk in te wisselen. Uit onderzoek van de NVGD blijkt dat veertig procent van de uitgegeven bonnen namelijk stof ligt te vergaren in een bureaulade of op het geschikte moment wacht om doorgegeven te worden. In totaal circuleren er nog 1,4 miljoen oude platenbonnen en die moeten terug. Om je een duwtje in de rug te geven, zijn de bonnen tijdelijk 10% extra waard als je 'm inlevert in de week van 21 tot en met 28 oktober. ''Voor dit geld kan Nederland een leuke collectie films, games en dvd’s aanschaffen'', aldus NVGD-voorzitter Martin de Wilde. Ik dacht, ik meld het even – hoewel ik een week wel wat kort vind.

Overigens werd deze bon al in 1959 geïntroduceerd en het is grappig om te zien hoe de muzikale evolutie terugkomt in de naamgeving. Aanvankelijk werd de bon aan de man gebracht als Nationale Platenbon, om begin jaren tachtig te veranderen in Nationale Platen & CD-bon. Na de introductie van de dvd stond er Nationale DVD&CD Bon op het papiertje en nu luidt het dus Nationale EntertainmentBon. Over vijf jaar, zo vermoed ik, zal een dergelijke bon ongetwijfeld zijn vervangen door een digitale variant en gewoon eBon heten, goed voor al je online aankopen...

peter Vrijdag 20 Oktober 2006 at 11:58 pm | | nieuws | Eén reactie

Zero Zero en de Neue Deutsche Welle

Eind jaren zeventig bereikte de punk- en new wave-hype Duitsland. Talloze groepen gingen met het nieuwe stijlidioom aan de slag, waarbij ze niet zozeer slaafs de Engelse voorbeelden navolgden, als wel een eigen draai aan hun muziek probeerden te geven door bijvoorbeeld in het Duits te zingen. In met name West-Berlin, Düsseldorf, Hamburg, Hannover en Hagen ontstonden er bloeiende jongerenculturen, die in 1979 zijn naam kreeg toen muziekjournalist Alfred Hilsberg een artikel schreef in het magazine Sounds met de titel 'Neue Deutsche Welle - Aus grauer Städte Mauern'.

Begin jaren tachtig kwam de muziekindustrie deze stroming op het spoor en werd er uit alle macht geprobeerd de onafhankelijke band die als vaandeldragers van de Neue Deutsche Welle (NDW) fungeerden een platencontract aan te smeren. Toen dit mislukte, sloeg men een andere richting in door nieuwe, commerciële bands op poten te zetten en daar nadrukkelijk het etiket 'NDW' op te plakken. Gedurende een jaar of twee waren artiesten en eendagsvliegen als Nena, Peter Schilling en IXI razend populair, maar rond 1983 was de hype alweer voorbij, vooral ook omdat oudgedienden (waaronder DAF, Einstürzende Neubauten en Xmal Deutschland) geen kans onbenut lieten om hun afschuw kenbaar te maken. In Nederland begon overigens op dat moment een soort Nederpop-hype, en was het, net zoals in Duitsland, opeens weer hip om in je moerstaal te zingen.

Maar in ieder geval, in een relatief korte tijd doken er opeens talloze nieuwe Duitse bands op, die vaak slechts een of twee hitjes scoorden om daarna in de vergetelheid te zinken. Een goed voorbeeld is Zero Zero uit München. Deze groep, opgericht in 1980 door Gerald Klepka, werd in snel tempo populair met hun lichtelijk rammlende uptempo wave-synth en scoorde een hitje met 'Irrenanstalt', te vinden op het debuut 'Herzklopfen' (1982). Toen in 1983 de NDW-bel barstte, verdween Zero Zero geruisloos van het toneel. Klepka ontpopte zich tot een professioneel fotograaf en houdt zich – voor zover ik kan nagaan – niet meer muziek bezig. 'Herzklopfen' (192 kbps, 41 MB – een keurige vinyl-rip) klinkt best aardig. Voor die tijd dan.

peter Donderdag 19 Oktober 2006 at 11:56 pm | | 80s | Geen reacties

Heksenjacht

Een onopvallend ANP-bericht dat vandaag (18 oktober) werd opgepikt door onder andere Nu.nl en De Telegraaf: ''Platenindustrie klaagt muziekpiraten aan''. De IFPI, de branche-organisatie voor de internationale platenindustrie, heeft dinsdag wederom duizenden rechtszaken aangespannen tegen mensen die illegaal mp3'tjes online aanbieden en delen. Volgens de IFPI loopt de muziekindustrie op deze manier miljarden aan inkomsten mis en richt het daarom zijn pijlen op gebruikers van p2p-netwerken als Limewire, DirectConnect, BitTorrent, Gnutella en SoulSeek.

Achtduizend mensen in onder meer in Nederland, Argentinië, Oostenrijk, Brazilië, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Mexico en Polen hebben inmiddels een dagvaarding ontvangen. Onder de beklaagden bevinden zich, volgens de IFPI, een Finse laboratoriumassistent, een Duitse geestelijke en een groot aantal ouders dat zich een hoedje is geschrokken. Inmiddels heeft de muziekindustrie in Amerika een slordige 18.000 rechtszaken lopen tegen vermeende illegale muziekruilers en 13.000 in de rest van de wereld.

Ergens anders las ik weer dat de IFPI de desbetreffende 'piraten' wil benaderen om tot een schikking te komen. Het gemiddelde bedrag waarvoor geschikt wordt is 2420 euro. Inmiddels zouden meer dan 2300 mensen voor een schikking hebben gekozen. Nu snap ik best dat grootscheepse en commerciële piraterij moet worden aangepakt, wat ik echter niet snap, is waarop het rekensommetje van ''miljarden aan gederfde inkomsten'' is gebaseerd. Gedownloade mp3'tjes staan mijns inziens niet zonder meer gelijk aan gekochte cd's, om nog maar te zwijgen over de albums die (al dan niet in de legale downloadwinkels) niet meer verkrijgbaar zijn of liefdevol worden gerestaureerd vanaf vinyl door liefhebbers.

Nog vreemder vind ik het echter dat de muziekindustrie kennelijk zonder problemen achter de namen en adresgegevens van de vermeende verspreiders kan komen. Enkele maanden geleden zorgde Stichting Brein voor ophef door van UPC de namen van drie notoire uploaders te eisen (en te krijgen), maar over de acties die nu gaande zijn hoor je niemand. Of zouden er nu talloze rechtszaken lopen waarin providers gedwongen worden de namen van hun klanten vrij te geven?

peter Woensdag 18 Oktober 2006 at 11:58 pm | | nieuws | Geen reacties

The devil's rejects

'House of 1000 corpses' (2003) is naar mijn bescheiden mening een van de beste horrorfilms van de afgelopen jaren. Rob Zombie's hommage met een knipoog naar de hardcore-horror van de jaren zeventig is zeer gewelddadig, bij vlagen nogal naar en bovenal verontrustend, vooral ook omdat Zombie niet de moraalridder uithangt en zijn hoofdpersonen (een maniakaal moordende psychopatenfamilie) ongestoord de meest gruwelijke dingen laat uitvreten. Ik was dan ook erg benieuwd naar opvolger 'The devil's rejects' (2005), dat onlangs in Nederland op dvd is uitgekomen.

Zombie pikte de draad op zoals hij 'm in 'House of 1000 corpses' achterliet, maar leverde wel een totaal andere film af. 'The devil's rejects' valt te omschrijven als een intens grimmige roadmovie, met wederom veel buitensporig en realistisch overkomend geweld, messcherpe dialogen, emmers vol religieus fanatisme en absurde karakters (met bijvoorbeeld een fantastische Sid Haig als gestoorde clown en William Forsythe als fanatieke agent) in een uitgebleekte jaren zeventig-setting, inclusief bakkebaarden. Een soort zieke variant van 'Bonnie and Clyde', waarbij Zombie zich niet heeft ingehouden.

Ik kan me voorstellen dat niet iedereen zijn films kan waarderen; Zombie schotelt je een nihilistische wereld voor, waar het goede niet automatisch als winnaar uit de bus komt en de dood en de menselijke dorst en neiging naar geweld de enige zekerheden zijn. Niets dan de inktzwarte werkelijkheid dus. Speciale vermelding verdient de zorgvuldig door Rob Zombie samengestelde en sfeerverhogende soundtrack, gevuld met southern rock-krakers van onder andere The Allman Brothers Band en Lynyrd Skynyrd. Aanrader derhalve – als je tenminste tegen een stootje kunt. Zie de officiële site voor meer info en diverse trailers.

peter Dinsdag 17 Oktober 2006 at 11:59 pm | | film | Geen reacties

Festival Mooie Woorden

Ingezonden mededeling: Festival Mooie Woorden is hét Utrechtse literaire verzamelfestival voor alles & iedereen die 'iets' met mooie woorden doet. Het festival vindt plaats van 4 tot en met 12 november op verschillende plekken in de Utrechtse binnenstad. De openingsavond op zaterdag 4 november in het Academiegebouw (Domplein 29) gaat goed van start! Naast bekende namen uit de literaire wereld als Arthur Japin en Vrouwkje Tuinman kun je aanstormend talent bewonderen als dichteres Anne Büdgen en poëzieperformer/muzikant Skinfiltr8r.

Daarnaast gaat de eigen festivalproductie van Festival Mooie Woorden 2006 deze avond in première! Samen met de jonge Utrechtse theatergroep De Heiploeg maakte het festival de multidisciplinaire voorstelling 'Afwas' op basis van een tekst van Raymond Carver. Van deze festivalproductie wordt dit jaar ook weer een speciale festivaluitgave uitgebracht. De hele week zijn er talloze literaire salons, voordrachten, optredens, lezingen en workshops bij te wonen, en vaak gratis! Zie voor meer informatie de festivalwebsite en laat je verrassen!

peter Dinsdag 17 Oktober 2006 at 11:54 pm | | overig | Geen reacties

L'Ham de Foc (door: Eva)

Popmuziek is conservatief, en op z’n minst zo traditioneel als de zondagse kleren van je oma. Tenminste, dat vindt het Spaanse L’Ham de Foc. Want is negentig procent van de hedendaagse muziek immers niet gebaseerd op gitaren, bas en drums? Deze eigenzinnige groep uit Valencia mijdt deze instrumenten dan ook zorgvuldig in hun bijzondere en bezwerende muziek. Een greep uit hun instrumentarium: saz, draailier, oud, tanpura, didgeridoo, ney, kaval, Renaissancefluit, middeleeuwse harp, zanfona, santur, bendir, kanjira. Ik moet bekennen dat ik van veel van deze instrumenten nog nooit gehoord had en dat prikkelde mijn nieuwsgierigheid naar L’Ham de Foc.

Grondleggers zangeres Mara Aranda en multi-instrumentalist Efrén López ontmoetten elkaar acht jaar geleden en ontdekten dat ze beiden van dezelfde muziek hielden en elkaar inspireerden om tot iets nieuws te komen - iets eigens en unieks met een stevig anker in de traditie zonder te vervallen in klakkeloze imitaties. Het leuke van L’Ham de Foc (Catalaans, letterlijk: vishaak van vuur) is dan ook dat ze in alle windstreken inspiratie opdoen en samenwerken met muzikanten uit onder meer Griekenland, India en Turkije. De muziek van L’Ham de Foc is dan ook te omschrijven als middeleeuws, Pan-Europees, Arabisch, Oriëntaals - elk nummer kent een andere sfeer. Mijn huisgenoot kwam met de omschrijving ‘moors’, en dat vind ik nog de mooiste benaming. De Spanjaarden hebben tot dusverre drie uitstekende albums uitgebracht (‘U’, ‘Cançó de Dona i Home' en het onlangs verschenen 'Cor de Porc').

Lees meer »

peter Zondag 15 Oktober 2006 at 11:13 pm | | interessant | Vier reacties

Volksliederen

Met een beetje goede wil zou je volksliederen kunnen beschouwen als het muzikale equivalent van een vlag – leuk om mee te wapperen, maar in feite heb je er weinig aan. En als je het hebt over het Wilhelmus, het Nederlandse volkslied, lijkt het wel een verplicht voorafje tijdens sportwedstrijden. Je brult het eerste couplet mee, je borst zwelt patriottisch op en dat was het wel. Het Wilhelmus is geschreven rond 1568 door Philip Marnix van St. Aldegonde (1540-1598) op een al bestaande, en nog oudere melodie.

Toen het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 werd opgericht, werd besloten dat er een nationaal volkslied moest komen. De keuze viel op de hymne 'Wiên Neerlandsch bloed in d'aders vloeit'. Na de beëdiging van koningin Wilhelmina in 1898 werd dit lied vervangen door het Wilhelmus. De meeste, wat oudere volksliederen zijn ontstaan in perioden van nationale crisis of als symbool voor een nieuwe periode – de Franse en Amerikaanse volksliederen zijn hier een goed voorbeeld van. Bloeitijd voor nationalistische liedjes was het midden van de negentiende eeuw, toen steeds meer landen zich wilden onderscheiden van hun buren en dat deden aan de hand van gezwollen liederen die naar voren brachten hoe geweldig het desbetreffende land wel niet was.

Ruwweg zijn volksliederen te verdelen in vijf categorieën. Als eerste heb je de plechtstatige hymnen, waar de liederen van de meeste Europese landen onder te scharen zijn. Een andere grote groep wordt gevormd door de marsen (zoals 'La marseillaise'). Verder heb je nog de op de Italiaanse opera geïnspireerde liederen (vooral populair in Zuid-Amerika), volksliederen gebaseerd op volksmuziek (Azië) en de fanfares (Midden-Oosten). Van meer recenter datum zijn de volksliederen die een internationaal karakter hebben, zoals de Internationale (het voormalige lijflied van de USSR) en het Europese volkslied (1972), dat zwaar leunt op Beethovens Negende Symfonie.

Interessant allemaal, nietwaar? En na deze lange inleiding, kom ik waar ik wezen moet: een zipje (49 MB, 160 kbps) met 33 volksliederen, uitgevoerd door het Orlando Philharmonic Orchestra, inclusief het Wilhelmus (wie mee wil zingen, hier meer info).

peter Vrijdag 13 Oktober 2006 at 11:54 pm | | interessant | Eén reactie

Links

En weer even wat al dan niet geinige linkjes om de tijd te doden, anders vergaren ze ook alleen maar stof – ze begonnen al een beetje te ruiken... Om te beginnen de Battle of the Album Covers (een zeer fraaie en geinige animatie met tal van bekende hoezen), een flash-filmpje in retro-stijl (met muziek van Daft Punk), Beethoven in morsecode (waarom?), nostalgische advertenties, The Matrix meets The Office, Salvador Dali en Walt Disney maakten in 1946 een tekenfilm (zeer intrigerend), een 'gezellig' feestje in Duitsland (let op het einde), een geinig kort filmpje, lol in de ruimte (huh?), een kwartier lang de Zweedse chef uit de Muppet Show (bork bork), en in een Noorse variant op de 'Beauty & The Nerd' moeten de dames een processor vervangen.

Verder: een Indiase remake van Michael Jacksons 'Thriller' (gewoonweg angstaanjagend!), 'The Robot' van Teach In (wazig optreden met een robot), Rick Miller zingt 'Bohemian Rhapsody' (en doet daarbij 25 stemmen na), de schepping in MS Dos, een scratchende kat, een peuter die dol is op metal, Michael Jackson-moves achter elkaar geplakt, de veertig leukste muzikale momenten in de filmgeschiedenis, en ehh ja, een muziekclip met instrumenten, maar toch ook weer niet, funken met Buck Rogers en vier dj's die lekker bezig zijn.

Tot slot (ik heb geen zin meer), een aanstekelijke documentaire waarin een hyperactieve Engelse presentator probeert om de overgebleven (en nog levende) leden van The A-Team bij elkaar te krijgen, te bekijken in twaalf delen via YouTube: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7, deel 8, deel 9, deel 10, deel 11 en deel 12.

peter Donderdag 12 Oktober 2006 at 11:55 pm | | overig | Eén reactie

Johnny & Jones

De muziek van Johnny & Jones vind ik eerlijk gezegd niet zo bijster boeiend, het verhaal er achter des te meer – hoewel het niet vrolijk stemt. Amsterdam 1934. De vrienden Nol van Wesel en Max Kannewasser werken overdag bij de Bijenkort en in hun vrije tijd maken ze muziek, waarbij ze zich laten inspireren door Amerikaanse jazz. Tijdens een gezapig personeelsfeestje springen ze op een gegeven moment op het podium en spelen een deuntje mee met The Bijko Rhythm Stompers, die door het warenhuis waren uitgenodigd om voor de gezelligheid te zorgen.

Een jaar later zeggen Nol en Max de Bijenkorf vaarwel om hun geluk te beproeven als het duo Johnny & Jones. In 1938 slepen ze een platencontract in de wacht en scoren met hun eerste single 'Mijnheer Dinges weet niet wat swing is (Hij weet niet wat een saxofoon voor een ding is)' een joekel van een hit. Het duo groeit prompt uit tot een van de eerste tieneridolen van Nederland. Zichzelf begeleidend op gitaar en met een (in mijn ogen niet zo grappig) Amerikaans accent, zingen de twee ludieke, jazz-achtige liedjes, vaak met een actuele inslag.

De Tweede Wereldoorlog maakt een eind aan hun bliksemcarrière; omdat Nol en Max joods zijn, krijgen ze een speelverbod opgelegd en in 1942 worden ze samen met hun echtgenotes afgevoerd naar Westerbork. De twee vrienden worden te werk gesteld op een vliegtuigsloperij en treden in maart 1944 nog één keer op, nu onder de naam Johnny und Jones. Op 4 september 1944 worden Nol en Max overgebracht naar concentratiekamp Bergen-Belsen, waar ze een half jaar later door uitputting overlijden. Tragisch.

Luister naar 'Penny serenade' en 'We hoeven niet te hamsteren' (stammend uit circa 1940). In het Amsterdamse Verzetsmuseum is overigens een speciale vitrine ingericht over het leven en de muziek van Johnny & Jones. Op deze site meer info en 'Mijnheer Dinges' als streaming audio.

peter Woensdag 11 Oktober 2006 at 11:55 pm | | flashback | Eén reactie

Mp3-heffing

Anderhalf jaar geleden schreef ik al over Stichting De Thuiskopie en de SONT (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding), die er een kopieerheffing probeerden door te drukken. Kamerleden deden hun beklag, het was volstrekt onduidelijk wat de stichting met het geld zou doen en bovendien zou dit een aanzienlijk inkomstenverlies voor Nederlandse fabrikanten opleveren. De heffing werd op de lange baan geschoven en leek een stille dood te sterven. Eind vorige week werd echter bekend dat SONT stilletjes op 20 november nieuwe tarieven wil vaststellen om deze vervolgens per 1 januari 2007 te laten ingaan. Het gaat om een heffing van maximaal 25 euro (exclusief btw) op een mp3-speler van meer dan 10 gigabyte. Een harddiskrecorder krijgt te maken met 15 eurocent heffing per gigabyte. Verder wil SONT nieuwe tarieven invoeren voor blanco cd's en dvd's (de belasting bedraagt nu respectievelijke 14 en 60 cent).

De diverse brancheorganisatie van Nederlandse elektronicafabrikanten stuurden vervolgens een brief naar minister van justitie Hirsch Ballin waarin ze hun beklag deden over de gang van zaken en fijntjes melding maakten van het feit dat de Europese Commissie in december met een aanbeveling over een mogelijke mp3-heffing komt. Stichting De Thuiskopie reageerde daar weer op door te stellen ''dat rechthebbenden de financiële compensatie krijgen waarop zij nu al lange tijd wachten. Het is zaak [...] dat rechthebbenden vanaf 1 januari 2007 worden gecompenseerd voor de grote hoeveelheden beschermde werken die consumenten voor hun privégebruik kopiëren op die voorwerpen." (Bron: ZDNet.nl)

Met andere woorden: iedereen met een mp3-speler of harddisk-recorder houdt zich bezig met illegale praktijken en downloadt zich helemaal suf of is van plan dat te gaan doen. Ja, ho eens even, zo reageerde Hirsch Ballin, allemaal leuk en aardig, maar we wachten wel netjes op de Europese regelgeving rond kopieerheffing. Mocht de Stichting De Thuiskopie toch een nieuwe heffing invoeren per 1 januari, dan zal het kabinet ingrijpen. Dat beloven dus nog spannende tijden te worden...

peter Dinsdag 10 Oktober 2006 at 11:54 pm | | 80s | Geen reacties

Wim Mertens

De meningen zijn verdeeld over de Vlaamse componist Wim Mertens (1953). Toen ik wat muziek van hem aan mijn collega's liet horen, lieten ze gelaten de tracks over zich heen komen, om af en toe 'volgende!' te roepen als het een beetje te raar werd. Vriendin Eva vond zijn muziek wel aardig, maar niet al te indrukwekkend, terwijl ik zelf nu al het hele weekend naar Wim Mertens luister en nog steeds niet weet ik ervan moet vinden.

Mertens maakt muziek in een minimalistische traditie, waarbij hij laat inspireren door met name Steve Reich en Philip Glass, Eind jaren zeventig brak hij internationaal door met zijn ensemble Soft Verdict en was hij een graag geziene gast op diverse festivals in Amerika, Japen en Europa. Mertens houdt kennelijk niet zo van stilzitten, want zijn productie is gigantisch; hij brengt gemiddeld vier albums per jaar uit (de teller staat nu op vijftig). Daarnaast is hij een veelgevraagd filmcomponist en heeft hij de soundtracks verzorgd van onder andere 'The belly of an architect' (Peter Greenaway), 'La femme de nulle part' (Louis Delluc) en 'Father Damien' (Paul Cox) en theaterstukken als 'The power of theatrical madness' van Jan Fabre. Wel allemaal heel VPRO dus.

Zijn muziek klinkt ogenschijnlijk bijzonder sober, met veel herhaling en echoënde pianoklanken op het kruispunt tussen avant-garde, ambient, minimalisme en modern klassieke muziek. Opvallend is dat hij op sommige nummers ook zingt en daarbij een door merg en been dringende falsetstem gebruikt – waar je behoorlijk aan moet wennen. Bij het grote publiek is hij niet al te bekend, hoewel zijn muziek regelmatig voorbij komt in reclamespotjes. Zo maakte zowel de Belgische provider Proximus als de Koreaanse autofabrikant Hyundai goede sier met 'Struggle for Pleasure'. Luister ter kennismaking naar het prachtige pianostuk 'Close cover', 'Struggle for Pleasure' en het bijna twaalf minuten durende 'Maximizing the audience' in dit zipje van 26 MB.

peter Zondag 08 Oktober 2006 at 11:55 pm | | klassiek | Zes reacties

Sabrina

Sabrina Salerno (beter bekend als simpelweg 'Sabrina') komt regelmatig voorbij zetten op mijn log, waarbij woorden als 'jaren tachtig', 'opspelende hormen' en 'zwembad' dan nooit ver weg zijn. De nu 38-jarige Italiaanse zangeres beleefde haar hoogtijdagen eind jaren tachtig, en liet al tepels zien toen Janet Jackson nog rondliep in hooggesloten coltruitjes. Ik had graag willen schrijven dat Sabrina zich heeft ontwikkeld tot een volwassen zangeres en dito presentatrice annex actrice, maar een blik op haar site (SabrinaSalerno.com) leert dat ze nog steeds pronkt met haar door god gegeven kroonjuwelen. Hoewel, vorig jaar won ze voor de prijs voor beste actrice tijdens het Cinema Festival in Salerno voor haar rol in 'Colori'.

Maar goed, ze zal voor altijd de geschiedenis ingaan als zangeres van weinig om het lijf hebbende niemendalletjes. Ze doet zelf een beetje besmuikt over haar verleden (getuige een gesprek dat Reinout Oerlemans met haar had voor zijn TV Show – hier de Rapidshare-link). Zo heel gek is dat niet, want haar debuut 'Boys' uit 1987 (en haar latere albums) valt bijna van gekkigheid uit elkaar - zelfs producers Stock, Aitken & Waterman konden daar weinig aan veranderen. 'Boys' opent met de gelijknamige wereldhit, waarna nummers als 'Like a yoyo', 'All of me', 'My Chico en het bijzonder slechte 'Pirate of love' volgen.

Ik had het album al jaren niet meer gehoord en tijdens het luisteren betrapte ik mezelf erop dat ik vrolijk zat mee te zingen met de platte, maar aanstekelijke disco en de onzinteksten. Anno 2006 ben ik misschien wel de enige die dat nog doet, maar in 1988 was ze de onbetwiste ondeugende discokoningin. Luister, voor een portie jeugdsentiment, naar 'Boys' uit 1987 (53 MB, 192 kbps) en bekijk de clips van 'Boys', 'My Chico' en 'All of me' en zie hoe Sabrina enthousiast en ongegeneerd rondhupst in een Duitse televisieshow en tijdens een concert in Spanje.

peter Zaterdag 07 Oktober 2006 at 11:54 pm | | 80s | Eén reactie

Kilima Hawaiians

Nederlanders die in Nederlands- Indië waren geweest, brachten in de jaren twintig van de vorige eeuw niet alleen de nodige spannende verhalen mee naar huis, ze zorgden er tevens voor dat er allerlei exotische muziekgenres in ons kouwe kikkerlandje werden geïntroduceerd. Vooral muziek uit Hawaï bleek enorm aan te slaan; men viel als een blok voor het melancholische geluid van de steelgitaar en liedjes over zonnige stranden, heupwiegende donkerharige schoonheden en verloren liefdes.

Rotterdammer Bill Buysman vond het allemaal reuzegrappig en samen met Smoke van der Elst en Willem Ruivenkamp richtte hij in 1934 de Kilima Hawaiians op. De groep was redelijk succesvol, maar het grote succes kwam bizar genoeg tijdens de Tweede Wereldoorlog – de Duitsers hadden een enorme hekel aan 'Amerikaanse muziek' als jazz en bigband, maar stonden de Nederhawaïaanse groepen oogluikend toe, mits ze in het Nederlands zongen. Bills vrouw Mary trad tijdens de oorlog toe tot de Kilima Hawaiians en gitarist Vic Spangenberg (die overigens in 1944 Nederland moest ontvluchten vanwege zijn enthousiaste activiteiten in het verzet) maakte het plaatje compleet.

Kort na de oorlog en tijdens de politionele acties in Nederlands- Indië waren de Hawaïaanse groepen ongekend populair, met de Kilima Hawaiians als grote publiekstrekkers. Midden jaren vijftig was het genre over zijn hoogtepunt heen; rock-'n-roll en later beatmuziek zorgden ervoor dat de Kilima Hawaiians veranderden in een wandelend anachronisme, hoewel Bill Buysman wanhopig probeerde het tij te keren door ook country- en Zuid-Afrikaanse en Indische liedjes op het repertoire te zetten. De groep bleef tot diep in de jaren zeventig actief, maar het succes van weleer was voorbij.

Als je nu, ruim zestig jaar na dato, naar muziek van de Kilima Hawaiians luistert, kun je je haast niet voorstellen dat dergelijke tropische, exotische muziek in Nederland is gemaakt. Luister naar 'De roos van Honolulu', 'On the beach of Waikiki', 'Sarina, een kind uit de dessa', 'Onder wuivende palmen', aangevuld met 'Vienni Vienni' en 'Danscollege' van De Ma-U-I Eilanders in dit rar-bestand.

peter Vrijdag 06 Oktober 2006 at 11:56 pm | | flashback | Dertien reacties

Arnold Schönberg

Aan het begin van de 20ste eeuw hadden sommige componisten het wel zo'n beetje gehad met de muziek van die tijd en de traditionele manier van componeren. Met name Oostenrijker Arnold Schönberg (1874-1951) vond het hoog tijd worden voor iets nieuws. Hij zocht de grenzen van de muziek op en rommelde enthousiast met toonladders en niet voor de hand liggende noten. Aanvankelijk was zijn muziek nog geworteld in een romantische traditie (met echo's van Mahler en Strauss), maar zo rond 1900 begon Schönberg rond te wandelen op paden die nog niemand had betreden; zijn composities stonden in geen enkele toonsoort ('atonaal') en klonken nogal raar – alsof alle noten een plekje waren versprongen. Hij sleutelde een aantal jaar aan deze techniek en besloot op een gegeven moment helemaal af te stappen van de traditionele compositieleer.

Schönberg gebruikte wiskundige en logische regels om te bepalen waar welke noten moesten komen. Deze muziek is bekend geworden als twaalftoons muziek of seriële muziek. Klinkt ingewikkeld, maar het komt er op neer dat een toon pas mag terugkomen als eerst de elf andere chromatische tonen aan de beurt zijn geweest. Als je bijvoorbeeld op de piano van de ene C naar de andere C gaat, sla je alle zwarten toetsen over. Discriminatie, vond Schönberg. In zijn manier van werken krijgen alle noten tussen C en C een gelijkwaardige behandeling. Dat het dan allemaal niet zo lekker meer klinkt, tja, so be it. Verder besloot Schönberg dat als hij eenmaal een C had gebruikt, hij deze noot niet meer mocht gebruiken voordat alle elf andere noten aan de beurt waren gekomen. En zo verzon hij nog meer regels; zo mocht deze serie van twaalf noten ook achterstevoren gespeeld worden.

Leuk om over te lezen, maar niet bijzonder boeiend om naar te luisteren. Dan is 'Verklärte Nacht' uit 1898 interessanter; Schönberg stoeide met avant-gardistische denkbeelden (zonder daarbij de atonale grens over te steken – nóg niet), en stopte het stuk vol met extreme modulaties en dissonanten, zonder te verzanden in raar gedoe. Luister zelf (28 MB, Berlin Philharmonic Orchestra onder leiding van Herbert von Karajan).

peter Woensdag 04 Oktober 2006 at 11:53 pm | | klassiek | Twee reacties

Lou Bandy

Lodewijk Ferdinand Dieben (1890-1959), beter bekend als Lou Bandy, was een van de populairste Nederlandse zangers en conferenciers in de periode tussen de twee wereldoorlogen. Hij groeide op in een Haags arbeidersgezin en na een reeks halfslachtige baantjes en een geflopte militaire carrière, besloot hij in 1915 zijn geluk te beproeven in het variété. Aanvankelijk met zijn broer, maar aangezien de twee voortdurend aan het ruziën waren, besloot Lou al snel om solo verder te gaan. Hij trouwde in 1921 met de pianiste en danseres Eugenie Küch, een Duitse officiersdochter, die hem manieren bijbracht, netjes leerde praten en de nodige lucratieve contracten voor hem wist te regelen.

In de jaren twintig en dertig groeide Bandy tot een Nederlandse superster; hij stond bekend als zanger van vrolijke liedjes, die tijdens zijn optredens de ene mop na de andere tapte en zowel zichzelf als het publiek in de zeik nam. Lou Bandy speelde tevens mee in verschillende Nederlandse films, waaronder 'Het meisje met den blauwe hoed' uit 1934. Over zijn rol tijdens de Tweede Wereldoorlog bestaat nogal wat onduidelijkheid; hij maakte weliswaar kortstondig deel uit van de door de Duitse bezetter opgerichte 'Vakgroep Kleinkunst' (in het kader van de zogeheten 'Kultuurkamer'), maar liet zich voorstaan op zijn anti-Duitse sympathieën en toen hij tijdens een revue het manke loopje van Seyss-Inquart imiteerde, werd hij prompt opgepakt en vervoerd naar een kamp in Haarlem. Met een slijmerige brief aan de kampleiding wist hij zijn vrijlating te bewerkstelligen. Toen hij later wat al te nationalistisch getinte liedjes begon te zingen, kreeg hij huisarrest opgelegd en mocht hij de rest van de Tweede Wereldoorlog niet meer optreden.

Lees meer »

peter Dinsdag 03 Oktober 2006 at 11:04 pm | | flashback | Geen reacties

Jan Smit

Jan Smit in gesprek met premier Balkenende: ''Wat ga je stemmen Jan?''. De Volendamse zanger schraapt zijn keel, probeert moeilijk te kijken en antwoordt dan: ''C&A.'' (Serieus! Gebeurde tijdens de A1 Grand Prix-races in Zandvoort.) Jan Smit dus, de ideale kandidaat voor wie van vrolijke Nederlandstalige liedjes houdt, maar Frans Bauer een zacht ei vindt. Eind september verscheen zijn nieuwe album 'Op weg naar geluk', dat direct dubbel platina werd en op de eerste plaats binnenkwam in de Album Top 100.

En ach, het is niet moeilijk in te zien waarom: Jan Smit zingt ongecompliceerde en opgewekte liedjes over de zon, leuke meisjes en uitslapen. Aan de instrumentatie kan niemand zich een buil vallen; niets-aan-de-hand koortjes, een exotisch accentje op de achtergrond en synthesizers die alle gaatjes vakkundig dichtsmeren. Achter de schermen hebben Cees en Thomas Tol zich helemaal uitgeleefd en Jan Smits elfde album van een behoorlijke BZN-echo voorzien. De teksten zijn geschreven door Jan zelf en diens boezemvriend Simon Keizer, waarbij ze kennelijk het rijmwoordenboek van André Hazes hebben overgenomen; alles rijmt wel erg voor de hand liggend ('Ik waan me in het paradijs / in die mooie stad Parijs') en de dooddoenerige pseudolevenswijsheden vliegen je om de oren: 'Voor ik 's avonds naar mijn kamer ga / denk ik over vele dingen na / ik denk aan hoe de wereld zou zijn zonder de zon / wat zou het gek zijn als ie niet bestond'.

Tijdens het luisteren naar 'Op weg naar geluk' had ik voortdurend het gevoel naar een potpourri van bekende deuntjes te luisteren die naadloos in elkaar overvloeien. 'Als de morgen is gekomen' lijkt bijvoorbeeld wel héél erg veel op 'Ik meen het' van Hazes (hier een mp3'tje om zelf te oordelen). Bonustrack 'Perhaps Love' (een duet met Paul De Leeuw) is dan weer verrassend goed, eigenlijk. Breng het op single uit rond Kerstmis en je hebt een geheide nummer 1-hit. Snelle kopers vinden bij het album overigens nog een extra cd (met overbodige Duitse liedjes) en een dvd.

peter Maandag 02 Oktober 2006 at 11:57 pm | | review | Drie reacties

Ableton

Er wordt wel eens gezegd dat muziekjournalisten in feite geflopte muzikanten zijn. Net zoals literaire critici allemaal gefrustreerde schrijvers zouden zijn. Nu weet ik niet of ik mezelf muziekjournalist mag/wil noemen, maar feit is dat ik geen instrument bespeel en geen muzikale carrière ben misgelopen, laat staan gefrustreerd ben. Maar misschien denk ik hier binnenkort wel anders over - sinds kort heb ik namelijk een nieuwe computer en dankzij collega L-rs beschik ik nu over Abbleton Live, een professioneel programma om zelf muziek te maken.

Allemaal hartstikke leuk natuurlijk, maar toen ik het voor de eerste keer opstartte voelde ik me alsof ik de controlekamer van een kerncentrale was binnengewandeld – overal knopjes, schuifjes en nog meer knopjes. Je kunt je afvragen waarom je in vredesnaam zo veel tijd en energie in een programma wilt stoppen en niet aan de slag gaat met wat simpeler varianten, maar ik ging compleet overstag toen ik enkele VST-plugins probeerde – softwarematige emulaties van diverse synthesizers. Binnen de kortste keren golfden de vetste analoge geluiden uit mijn speakers, startte ik een kosmische sequencer op en begon ik wilde visioenen te krijgen over lang uitgesponnen krautrocknummers waarin ik de tijden van weleer tot leven liet komen. Het lukte me echter vooralsnog niet om de VST's vlekkeloos te integreren in een nummer en tijdens het doorbladeren van de vuistdikke handleiding kwam ik al snel tot de conclusie dat je Abbleton niet in een avondje onder de knie krijgt.

Nu waren vriendin Eva en ondergetekende dit weekend afgereisd naar Friesland, dus veel Ableton-gepiel zat er niet in. Komende week zal ik eens op mijn gemakje aan het experimenteren slaan – als er minder entry's verschijnen, dan weet je waar het aan ligt...

peter Zondag 01 Oktober 2006 at 11:54 pm | | overig | Eén reactie