Pauze

De komende dagen wordt het rustig op Araglin.nl: vriendin Eva en ondergetekende reizen af naar Terschelling voor een midweekje strand, zee en ehhh... regen. Tot over een paar dagen!

Araglin Maandag 25 Juni 2007 at 12:36 am | | overig | Geen reacties

Wereldmuziek

Ik dacht eigenlijk dat de markt voor muziekbladen behoorlijk onder druk stond, getuige de fusie van Oor en Aloha, het verdwijnen van Revolver en de dalende oplagecijfers van Heaven. Er zit blijkbaar toch wat rek in de bladenmarkt, want eerder deze maand kocht ik het eerste nummer van Beyond en vanmiddag nam ik het tijdschrift Mixed mee naar huis. Beide magazines richten zich op wereldmuziek en roeren in dezelfde vijver, zijn (vooralsnog) erg goedkoop (respectievelijk 4 en 2,50 euro), hebben een cd'tje bijgesloten met aardige muziek, en nadrukkelijk de handen ineen geslagen met onder meer de NPS.

Het grootste verschil zit 'm in de presentatie: Beyond is een kleurrijk vormgegeven tijdschrift met de gebruikelijke onderdelen, terwijl Mixed de glossykant op gaat met veel foto's en een kunstzinnige vormgeving. Wat beide tijdschriften gemeen hebben is de jubelende manier waarop over het onderwerp geschreven wordt: alle besproken en geïnterviewde artiesten verleggen grenzen en verzetten bakens alsof het niets kost, er worden amper kritische noten gekraakt en wereldmuziek is hét genre bij uitstek waar nog volop wordt geëxperimenteerd en interessante kruisbestuivingen plaatsvinden. Tijdens het doorbladeren van Mixed kreeg ik af en toe de indruk een luxe en door de publieke omroep gesponsorde brochure in handen te hebben.

Ik vraag me echter wel af of er een markt is voor drie tijdschriften (inclusief het wat minder bekende New Folk Sounds) die zich richten op dezelfde doelgroep en putten uit hetzelfde adverteerdersvaatje. Maar ach, dit is niet mijn probleem en feit is dat ik het erg leuk vind om bijgepraat te worden over een genre waar ik nog niet heel erg thuis in ben. En je kunt het ook anders zien: voor 6,50 kom je in het bezit van twee bijzonder aardige cd'tjes. Nu alleen nog een publiekstijdschrift voor elektronische muziek, krautrock en easy listening en ik ben helemaal tevreden...

peter Zondag 24 Juni 2007 at 11:53 pm | | overig | Eén reactie

Frank Chacksfield

Ik had muziek opstaan van de Engelse componist en orkestleider Frank Chacksfield (1914-1995) en terwijl ik op de bank mee zat te deinen op de behaaglijke vioolgolven, kwam vriendin Eva naast me zitten. ''Filmmuziek uit de jaren vijfitg?'' vroeg ze. ''Waarom denk je dat?'' antwoordde ik. ''Het doet me denken aan die tekenfilms van vroeger, die oude Walt Disney- en Warner Brother-filmpjes.'' En terwijl ze dit zei, klonk 'Gin Fizz' uit de speakers en verdraaid: voor mijn geestesoog doemt Tom op die een muizenklem voor Jerry klaarzet met een smeuïg stukje kaas, om zich vervolgens schielijk achter een hoekje te verschuilen. Als Jerry al fluitend komt aanwandelen, snuffelt hij wat aan de kaas, pakt het blokje van de klem en slentert smakkend en op zijn dooie akkertje weer verder. Tom loopt hogelijk verbaasd naar de muizenval en tikt er met zijn vinger op. KLAP! En terwijl Toms vinger onheilspellend opzwelt, draait Jerry zich om om je een vette knipoog te geven...

In ieder geval: Frank Chacksfield was een bijzonder populaire orkestleider in de jaren vijftig en zestig, en verzorgde onder andere de muziek voor Charlie Chaplins 'Limelight' (1953) en talloze films en series. Dankzij enkele grote hits in Amerika steeg zijn roem in een paar jaar tijd tot ongekende hoogten. Alleen al tijdens zijn periode bij het Decca-label verkocht hij wereldwijd meer dan 20 miljoen lp's (die gevuld waren met wat minder gangbare easy listening-covers en af en toe een eigen compositie). Je zou de sound van Chacksfield kunnen omschrijven (ietwat oneerbiedig) als een mix tussen de vrolijke, tegen klassiek aanleunende muziek van Leroy Anderson en het met aanzwellende violen doordrenkte geluid van Mantovani. Tegen het eind van de jaren zestig raakte easy listeng uit de mode en kwam Chacksfield steeds moeilijker aan de bak. Hij overleed in 1995 op 81-jarige leeftijd aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson. Hoewel zijn ster fel had gestraald, is hij vreemd genoeg anno 2007 vrijwel vergeten.

Hoog tijd om daar verandering in te brengen: luister naar een tiental tracks uit de periode 1951-1956, waaronder de wereldhit 'Ebb Tide' (41 MB, 320 kbps – het gaat om formidabel opgepoetste vinyl-rips).

peter Donderdag 21 Juni 2007 at 11:55 pm | | easy-listening | Geen reacties

Mugen

Over het algemeen ben ik niet zo dol op progressieve rock. Het is mij vaak te serieus en te veel op de zenuwen werkend gepiel. Het wordt echter anders als de muzikanten in kwestie er een flinke batterij aan synthesizers bijslepen en zich te buiten gaan aan lang uitgesponnen, orkestrale nummers. Araglin.nl-lezer Herman kwam tot dezelfde conclusie en stuurde me 'Sinfonia Della Luna' (1984), het niet meer in de winkel te vinden debuutalbum van de Japanse formatie Mugen.

Terwijl medio jaren tachtig symforockers probeerden hun sound te moderniseren, bleven de Mugen-leden trouw aan hun voorbeelden uit de jaren zeventig (lees: Genesis en Yes). Katsuhiko Hayashi smeert alles onder met een lekkere Korg-, Yamaha- en Mellotron-saus, terwijl zanger Takashi Nakamura ook wat synths heeft meegenomen en opvalt door zijn hoge, zweverige stem. De bijna twintig minuten durende openingstrack 'Sinfonia Della Luna' zet gelijk de toon: het begint allemaal vrij rustig, maar na een minuut of zes zwellen de drums aan, beginnen de synths tevreden te knorren en als het tempo vervolgens weer wordt teruggenomen, vormt dat de opmaat voor een zinderende finale met machtige Mellotron-koren. De daaropvolgende nummers zijn wat korter en kenmerken zich door energieke uitstapjes en wat lichte folkinvloeden ('A Parade Of The Wonderland' bijvoorbeeld). 'Ballo Della Luna' vangt aan met een rustig voortokkelende gitaar en ijle zang, om uiteindelijk uit te monden in een explosie van synths en elektrische gitaar. En hoewel je het afgaande op de songtitels niet zou verwachten, is het gehele album gezongen in het Japans – ik heb geen idee waar het over gaat.

Mugen bracht nog twee albums uit ('Leda et la Cygne' en 'The Princess of Kingdome Gone' uit respectievelijk 1986 en 1988), om eind jaren tachtig de handdoek in de ring te gooien. Hayashi startte later de progressieve 'supergroep' ??? (Ie Rai Shan) met zangeres Naomi Hokada. In ieder geval: 'Sinfonia Della Luna' is een apart album, dat uiteenlopende muziekliefhebbers zal aanspreken en door velen wordt beschouwd als een miskend hoogtepunt uit de progrockgeschiedenis (hoewel de stem van Nakamura misschien enige gewenning vergt). Probeer het eens zou ik zeggen: deel 1 en deel 2 (320 kbps, in twee delen van 80 en 40 MB - met dank aan Herman!).

peter Dinsdag 19 Juni 2007 at 11:54 pm | | progrock | Geen reacties

Beatmeisjes

Tussen mei 2000 en november 2002 portretteerde Frank van Dam op de achterpagina van NRC Handelsblad 35 'beatmeisjes', bekende en onbekende Nederlandse zangeressen uit de periode 1963-1969. Openhartig vertellen zij in beknopte interviews over hun vaak roerige leven, successen en teloorgang. En hoewel ik in die jaren zelfs nog niet eens in de maak was, is de bundel 'Beatmeisjes' (waarin al deze gesprekken zijn verzameld) fascinerend leesvoer. De meest bekende namen die de revue passeren zijn die van Jerney Kaagman, Patricia Paay, Margriet Eshuijs, Bonnie St. Claire en Mariska Veres, maar Van Dam spoorde ook vergeten zangeressen op als Annet Hesterman, Shirley Zwerus, Trea van der Schoot (oftewel Trea Dobbs), Leontien Snel, Paulien Kouwenhoven, Duifje Gout en Janneke Peper.

De opgetekende verhalen zijn over het algemeen nogal treurig op een wrange manier en verlopen bijna volgens een vast stramien: jong meisje wordt tijdens een kleinschalig optreden bij toeval ontdekt, neemt een handvol singletjes op in een repertoire dat haar eigenlijk niet ligt, wordt in snel tempo een ster, en terwijl ze de hitlijsten bestormt, drukt haar manager het verdiende geld op slinkse wijze achterover. Als ze dan eindelijk voldoende zelfvertrouwen heeft om liedjes te zingen waar ze wél achter staat, wordt ze gedumpt door haar platenmaatschappij, of in de steek gelaten door de producer/manager/platenbaas waar ze op dat moment mee getrouwd is.

Het verhaal van Els Molenaar is wat dat betreft exemplarisch. Haar manager (en dj bij Radio Veronica) veranderde de tekst van het door haar geschreven 'Gezakt of geslaagd', waardoor de royalty's bij hem belandden. Els was woedend en wilde niets meer met die man te maken hebben. Haar single werd niet gedraaid, ze stopte met zingen, trouwde, scheidde en stierf na een slopende ziekte op 46-jarige leeftijd.

Lees meer »

peter Maandag 18 Juni 2007 at 11:11 pm | | interessant | Vier reacties

Dance

Hier stond eerst een fragment uit 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raapleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes of Bol.com

Admin Zondag 17 Juni 2007 at 11:57 pm | | overpeinzing | Twee reacties

Inner-Voice

Ik moest voor mijn werk naar de Amsterdam Arena en na afloop stapte ik nog even de MediaMarkt binnen, het zit er om de hoek dus waarom ook niet. Nu ben ik geen al te grote MediaMarkt-fan, maar het is altijd leuk om over de cd-afdeling te banjeren en wat te wroeten in de bakken met aanbiedingen (Ferry Corstens 'Lef' voor drie euro is overigens geen geld). De afdeling 'Synthesizer' bestond uit welgeteld vier cd's, allemaal dezelfde: 'First Light' (2005) van Inner-Voice. Ik had er nog nooit van gehoord en na de achterkant eens goed bekeken te hebben, bleek dat het album was verschenen bij de Quantum Productions uit Huizen, een klein (inmiddels ter ziele gegaan) label dat is gelieerd aan de inmiddels opgeheven verenigingen Alpha Centauri en KLEM, die zich bezighielden met (het promoten van) elektronische muziek.

Eigenaardig dat een dergelijk album bij de MediaMarkt ligt, dacht ik bij mezelf. Tijdens het afrekenen begon ik een praatje met de man achter de kassa en hij vertelde mij dat Inner-Voice een project is van zijn MediaMarkt-collega, die elders in het filiaal aan de slag was. Grappig. 'First Light' bestaat uit de broers Eelco en Arjan van Elst, die vijf jaar hebben gesleuteld aan het album. De acht tracks schommelen tussen puur elektronische, onopvallende new age (met een hoofdrol voor de piano, wat samples en voortkabbelende whoesj- en bliepgeluiden) en uptempo sequencernummers. De nummers beginnen vaak rustig, waarna er na een paar minuten een sequencerriff opduikt en alles lekker op stoom begint te komen (mijn favoriet is het bijna tien minuten durende 'Trance'). De broers zijn groot fan van Jean-Michel Jarre (geen verrassing als je een nummer 'Thanks to JM' noemt), maar verzanden gelukkig niet in een bloedeloze Jarre-pastiche. Verder doemen vergelijkingen op met Ian Boddy, Ron Boots en af en toe een scheutje Berlijnse School. Wereldschokkend of origineel is het allemaal niet, wel uitermate plezierig.

Ik kocht mijn exemplaar voor 13 euro bij de MediaMarkt in Amsterdam, maar op hun site te zien, is de cd ook te koop bij sommige MusicStore-filialen (zou daar de andere broer werken?). Op hun MySpace-profiel zijn vier nummers te beluisteren.

peter Zaterdag 16 Juni 2007 at 1:06 pm | | review | 21 reacties

Lutz Rahn

Zo op het eerste gezicht ziet 'Solo Trip' (uit 1978) van toetsenist Lutz Rahn er veelbelovend uit. Op de hoes is zijn studio te zien, met aan de rechterkant een imposante Moog die de hele muur in beslag neemt, terwijl een schemerlamp en een wit gehaakt kleedje voor wat gezelligheid zorgen. Wat het geheel echter een eigenaardige draai geeft, is het feit dat Rahn (ik neem tenminste aan dat hij het is) zich voor de gelegenheid heeft uitgedost als clown, inclusief rode fopneus. Alsof hij wil zeggen dat dit geen lp is met standaard elektronische muziek en best wel in is voor een geintje. En dat klopt gedeeltelijk.

Rahn was de organist van de Duitse progressieve rockgroep Novalis en 'Solo Trip' is zijn eerste en enige solo-album. De lp bevat acht relatief korte nummers (naar elektronische muziek-begrippen tenminste) die schommelen tussen energieke pop en dromerige midtempo songs, met aanzwellende Mellotron-golven en borrelende bliepjes en bloepjes. Het heeft bij vlagen wel wat weg van een vroege Jean-Michael Jarre en het solowerk van Rick van der Linden. 'Solo Trip' is dan ook niet bijster origineel, maar dat hoeft ook helemaal niet. Bijgestaan door gastdrummer Helge Tillman levert Rahn een plezierig synthesizeralbum af, dat ook degenen zal aanspreken die niet zo'n behoefte hebben aan hallucinerende ruimtereizen en vreemde geluidseffecten. Uitschieters zijn de voortvarende en energieke titeltrack, het golvende 'Galaxy Taxi' (met een fijne Mellotron-fluit) en het ontspannen 'Drakula`s Kuss' (met een Fender Rhodes-piano en wederom lekker veel Mellotron). De overige nummers weten iets minder te overtuigen en komen gedateerd over.

'Solo Trip' (nooit op cd verschenen) duurt een half uurtje – precies lang genoeg. Download een meer dan uitstekende vinyl-rip (320 kbps, 76 MB). Overigens: het titelnummer klinkt me verdacht bekend in de oren - volgens mij is het ooit gebruikt als begintune voor het een of ander of misschien heeft Rahn wat al te letterlijk zitten knippen en plakken. Ik heb er een tijdje over na zitten denken, maar er kwam niets bovendrijven. Mocht het je tijdens het luisteren te binnen schieten, reageer gerust!

peter Woensdag 13 Juni 2007 at 11:56 pm | | krautrock | Geen reacties

Sugar Belly

In het Jamaica van de jaren vijftig en begin jaren zestig was de vrolijke muziekstijl mento erg populair. Mento is een unieke Jamaicaanse mix van Afrikaanse en Europese tradities en met een beetje goed wil zou je het kunnen bestempelen als de voorvader van de reggae. Een van de bekendste mentomuzikanten uit die tijd was William Walker, beter bekend onder zijn bijnaam Sugar Belly. Hij kon niet alleen geweldig spelen, maar viel ook op dankzij zijn bijzondere instrument: een saxofoon-achtig blaasinstrument, gemaakt van karton, bamboe en tin. Sugar Belly had het vreemde instrument zelf ontworpen en in elkaar gezet, en het klonk nogal eigenaardig snaterend.

Sugar Belly groeide op in Kingston en zijn ouders hadden voor hem het mooie beroep van tingieter in gedachten. Hun zoon had echter andere plannen en wilde het gaan maken in de muziekwereld. Na diverse talentenjachten gewonnen te hebben, maakte hij samen met zijn band de talloze nachtclubs in het Caribisch gebied onveilig. Aanvankelijk speelde Sugar Belly in de typische mentobezetting: banjo, gitaar en handpercussie, aangevuld met de Afrikaanse bas kalimba (in Jamaica beter bekend als de rumba box). En natuurlijk zijn onmiskenbare bamboe-saxofoon. Later kwamen daar een elektrische gitaar en een bas bij. In de jaren zestig veranderde het muzikale klimaat en wonnen reggae en ska aan populariteit. Sugar Belly probeerde het tij nog te keren door over te schakelen op bekende deuntjes, maar het mocht niet baten. Na een lange en slopende ziekte overleed hij in 1990, arm en berooid en nagenoeg vergeten.

De laatste jaren wordt zijn muziek (net zoals de mento) herontdekt en krijgt hij postuum de muzikale eer die hem toekomt. Meer over Sugar Belly en mento vind je op deze aardige overzichtssite. Luister, ter kennismaking, naar 'Shake Up Adina', een archetypisch reggaenummer met de uit duizenden te herkennen bamboe-sax sound, te vinden op het album 'Port-O-Jam' uit 1972. Klik op de Play-knop:

peter Dinsdag 12 Juni 2007 at 11:31 pm | | interessant | Eén reactie

Goldberg-variaties

Graaf Hermann Carl von Keyserling (de Russische gezant aan het hof van de Saksische keurvorst in Dresden) kon 's nachts maar moeilijk de slaap vatten. Ik zou dan een kopje thee gaan drinken en een rondje zappen, maar de graaf had een veel betere methode: hij maakte zijn huismuzikant Johann Gottlieb Goldberg wakker (een zeer begenadigde pianist van 14 die in de kamer naast hem sliep) en liet hem net zo lang ontspannen deuntjes op zijn klavecimbel spelen tot hij weer in slaap viel. En lukte dat niet, dan moest Goldberg de hele nacht door blijven pingelen terwijl Keyserling zo'n beetje lag te dommelen in bed (hoop ik tenminste). Na een tijdje was Goldberg door zijn repertoire heen en aangezien het met de slapeloosheid van de graaf niet opschoot, had hij behoefte aan nieuwe stukken.

Von Keyserling was goed bevriend met Johann Sebastian Bach, en de graaf besloot hem eind 1741 te vragen om enkele klavecimbelstukken te componeren ''met een rustig doch vrolijk karakter". Met andere woorden: wat ontspannen easy listening voor in de nacht. Bach stemde toe; de graaf had hem eerder geholpen aan een baantje aan het hof en dit was een mooie kans om zijn schuld in te lossen. Bach had er zich met een jantje-van-leiden vanaf kunnen maken door met een handvol lullige slaapliedjes op de proppen te komen, maar in plaats daarvan componeerde hij dertig verrassende variaties op een aria, vol technisch vernuft en innovatieve hoogstandjes – een meesterwerk.

Bach werd voor zijn werk beloond met een gouden bokaal gevuld met honderd Louis d'or – een fortuin in die tijd. Graaf Keyserling was in zijn nopjes met het stuk, en gaf het direct aan zijn huispianist, die het vervolgens nachtenlang en tot vervelens toe uitvoerde en het stuk tevens zijn naam gaf: de Goldberg-variaties. Luister naar een prachtige uitvoering door de Hongaars-Engelse pianist András Schiff (320 kbps vbr, 86 MB).

peter Maandag 11 Juni 2007 at 11:44 pm | | klassiek | Eén reactie

Op z'n Duits

Hoewel Robbie van Leeuwen nog steeds prima kan leven van de rechten op de door hem geschreven wereldhit 'Venus', is dit slechts voor weinig Nederlandse artiesten weggelegd. Vooral voor Nederlandstalige artiesten is het behelpen; de afzetmarkt is immers niet zo heel groot en pas als je aan de lopende band de Top 40 haalt en volle stadions trekt, begint je bankrekening vol te stromen. Maar goed, dit geldt alleen voor de écht grote namen. De wat mindere goden proberen het vaak met een sluiproute via het buitenland: ze nemen een vertaalde (of hertaalde) versie op van hun ene grote hit en hopen dat het aanslaat. In Engeland zijn ze meestal niet zo happig op die rare Nederlanders met hun steenkolenengels, maar onze Oosterburen doen minder moeilijk - ze vinden het wel aandoenlijk.

Bovendien lijkt het Nederlands als twee druppels water op het Duits. Of althans, zo denken veel artiesten, die zonder blikken of blozen en met een nadrukkelijke Nederlandse tongval Duitse versies opnemen van hun hit. En dan heb ik het niet over Jan Smit of Frans Bauer (die zeer verdienstelijk hun neus over de grens steken), maar over artiesten van wie je het eigenlijk niet verwacht... Boudewijn de Groot bijvoorbeeld heeft diverse Duitse versies opgenomen van zijn nummers en ook VOF De Kunst probeerde met 'Suzanne' internationaal door te breken.

Ik heb twintig tracks verzameld van bekende Nederlandse artiesten die zich aan het Duits wagen, variërend van Nico Haak (die zich door manmoedig door 'Schmidtchen Schleicher' worstelt, oftewel 'Foxy Foxtrot'), Boer Harms ('Ich bin Boer Harms und ich komm aus Holland'), Benny Neyman ('Der junggeselle'). Maywood (hun Duitse versie van 'Late at Night' blijft moeiteloos overeind), Conny Vandenbos (die in keurig Duits zingt over 'Jan von nebenan') en Henk Wijngaard (die zich voor de gelegenheid Henk Weingard noemt). Download de nummers in dit lijvige zipje (88 MB, het gaat om af en toe gezellig krakende vinyl-rips met wisselende bitrates – met dank aan het Muziek Museum).

Achter de Lees verder-cut vind je de complete tracklisting. Ik heb er nog veel meer, dus laat gerust een reactie achter!

Lees meer »

peter Zaterdag 09 Juni 2007 at 11:51 pm | | interessant | Eén reactie

Doe maar normaal

Ik was wat aan het zappen en belandde in de eerste aflevering van 'Doe maar normaal' (elke vrijdagavond om negen uur op Nederland 3), door BNN omschreven als 'een satirische muziekquiz'. Hee geinig, was mijn eerste reactie – niet wetend dat ik de komende drie kwartier met samengeknepen billen en gekromde tenen op de bank zou zitten. 'Doe maar normaal' is de Nederlandse versie van het BBC-programma 'Never Mind The Buzzcocks' en wordt gepresenteerd door Sander Lantinga, bijgestaan door de vaste panelleden Arie Koomen, Dennis van der Geest, Ricky Koole en Pepijn Lanen en als gasten de onvermijdelijke Bekende Nederlanders, in deze eerste aflevering waren dat Giel Beelen en Nance.

Met muziek had het allemaal weinig te maken; onbenullige vragen en spelletjes (raad het verdere verloop van een clip en het intro van een bekend nummer) werden afgewisseld met zogenaamd sarcastische intermezzo's van Lantinga. Wat voor me vooral is bijgebleven, was het totale gebrek aan humor. Eens te meer blijkt maar weer eens hoe moeilijk het is om op commando grappig te doen. Terwijl ik om Raoul Heertje en Jan Jaap van der Wal in 'Dit was het nieuws' best kan lachen, zijn de panelleden van 'Doe maar normaal' voornamelijk bezig met geforceerde, voorspelbare en lege humor: de grappen hadden een enorme baard, lagen voor de hand (oubollige homograppen bij Elton John en Marokkanen-humor bij Ali B.) en sloegen op mij in ieder geval behoorlijk dood. Bovendien waren de grappen puur bedoeld om de artiest in kwestie belachelijk te maken en getuigden ze van weinig respect en muzikale kennis. Vooral Pepijn Lanen (beter bekend als P. Drong annex P. Vermicelli annex P. Fabergé van de Jeugd van Tegenwoordig) was totaal niet op zijn plek en wist er geen enkele leuke opmerking uit te persen.

Kortom, 'Doe maar normaal' is niet alleen een verspilling van drie kwartier zendtijd, het is tevens een gemiste kans om weer eens geinige muziekquiz op de buis te brengen. 'Late vermaak' met Rob Stenders was ook al niets en 'Popquiz a gogo' is (was?) weliswaar leuk, maar toch vooral gericht op de wat oudere muziekliefhebbers. Zou het er ooit nog van komen?

peter Vrijdag 08 Juni 2007 at 11:54 pm | | overig | Eén reactie

Koto

Bij het geluid van een koto doemen voor mijn geestesoog onherroepelijk beelden op van een in volle bloei staande kersenbloesem en in kimono's gehulde vrouwen die op pantoffelvoetjes heen en weer schuifelen over de tatami en druk in de weer zijn met het bereiden van groene thee. Er is geen ander instrument dat zo karakteristiek is voor Japan als de koto. Het instrument is in wezen een variant op de siter en komt in twee smaken: de k'in (een zevensnarig solo-instrument van ongeveer een meter lang) en de so (die 13 of meer snaren bevat, zo'n twee meter lang is en voornamelijk bedoeld is ter begeleiding).

De koto komt oorspronkelijk uit China. In de zevende en achtste eeuw stuurden diverse Japanse keizers een soort culturele verkenningsploeg naar China, met de bedoeling Chinese gebruiken en tradities te bestuderen om daar vervolgens iets leuks mee te gaan doen. Een van de instrumenten die op deze manier in Japan belandde, was de cheng (de voorloper van de koto). De koto werd voornamelijk bespeeld aan het keizerlijk hof en was in feite een exotisch smaakmakertje. Dankzij de invloed van de blinde koto-meester Yatsuhashi-Kengyo (1614-1685) werd de koto meer dan alleen een begeleidingsinstrument. De 'vader van de moderne koto-muziek' schreef talloze solostukken voor de koto, waaronder 'Roku-dan' (zes variaties), die nog steeds gespeeld worden. De eveneens blinde kotospeler Michio Miyagi (1894-1956) zorgde begin twintigste eeuw voor een nieuwe impuls door westerse invloeden te gebruiken in zijn muziek. Zijn beroemde compositie 'Haru-no-umi' (de lentezee) is geschreven voor koto en shakuhachi (een bamboefluit) en wordt beschouwd als een van de mooiste kotostukken ooit.

Maar goed, het klinkt het dan allemaal? Luister naar 'Japanese Koto Music' (256 kbps, 87 MB) van Chieko Iwazaki, een van de beste kotospelers van dit moment. Het album bevat vijf lange, hypnotiserende tracks, die als vanzelf de ziel tot rust brengen. Iwazaki's echtgenoot Kuniasu speelt de shakuhachi op enkele nummers. Wie toe is aan eens heel wat anders, moet dit album zeker eens een kans geven.

peter Woensdag 06 Juni 2007 at 11:52 pm | | klassiek | Geen reacties

Taggen

Natuurlijk, er zijn ergere dingen te bedenken, maar toch is het vervelend: mp3'tjes die niet of onvolledig getagged zijn. Vooral als je (zoals ik) informatie over de gespeelde muziek doorstuurt naar Last.fm, waarna er vervolgens allerlei lijsten en persoonlijke radiostations uit de grond worden gestampt. Het is een heidens karwei om mp3'tjes goed te taggen, maar tja, als je toch bezig bent, doe het dan goed.

Aangezien de bestandsnamen vaak wel in orde zijn, zo dacht ik, moet het toch mogelijk zijn om automatisch de ID3-tags te kunnen vullen? Na enig speurwerk kwam ik terecht bij het gratis programma ID3-TagIt, de meest volledige tag-editor die ik tot dusverre ben tegengekomen. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is aan te passen en toe te voegen. Mij ging het met name om de optie om automatisch mp3'tjes van de juiste artiestnaam en titel te voorzien en dat is met ID3-TagIt een fluitje van een cent: je selecteert een aantal bestanden, geeft aan of je de ID3V1- of ID3V2-indeling wilt gebruiken, voert desgewenst enkele parameters in en klikt op OK. En hoppa, de tags zijn ingevuld. Is dat handig of niet! Naja, waarschijnlijk alleen voor mp3-controlfreaks zoals ik... ID3-TagIt is hier te downloaden (1,2 MB slechts). Mocht je overigens een handiger manier hanteren, laat gerust een reactie achter!

Verder ben ik al de hele avond druk in de weer met Music Collector (uitgebracht door Collectorz.com), een handig (soms wat nukkig) programma om je cd-verzameling in kaart te brengen. Het is weliswaar nog niet zover dat ik gewapend met een geprinte cd-lijst een platenzaak binnenstap, maar zo langzamerhand begon ik enigszins het overzicht te verliezen en Music Collector leek me wel een aardige oplossing. Jammer is alleen dat de importmogelijkheden (in tegenstelling tot de exportopties) nogal beperkt zijn. Music Collector kan alleen overweg met cdplayer.ini-bestanden, databases gemaakt met de (weinig gebruikte) mediaspeler CDValet en platte tekstbestanden. Importeren vanuit Excel of Access is helaas niet mogelijk. Ik moest dus mijn huidige Excel-lijst omzetten naar tekst en vervolgens in laten lopen.

Leuk is dan weer de optie om Music Collector automatisch naar hoesjes en trackinfo te laten zoeken; dit lukte voor ongeveer de helft van mijn cd's, de overige albums moet ik handmatig opzoeken, vrees ik... Op de Collectorz-site is een gratis demoversie beschikbaar, waarmee je maximaal 100 albums kunt invoeren.

peter Dinsdag 05 Juni 2007 at 11:54 pm | | interessant | Zes reacties

Opwekking

Vriendin Eva en ondergetekende speelden even met het idee om naar Pinkpop te gaan, maar in plaats daarvan reisden we vorige Pinksteren af naar de Pasar Malam in Den Haag. Ik kom er echter nu pas achter dat we nóg een festival hebben gemist: Opwekking in Biddinghuizen. Oftewel: drie dagen lang zang, bijbelstudie en gebed. De 37e editie van dit Christelijke festival trok 50.000 bezoekers, die gratis naar binnen mochten, campinggasten betalen veertig euro. De organisatie is in handen van de interkerkelijke vereniging Stichting Opwekking, vooral bekend als uitgever van de zogeheten ’Opwekkingsbundels’.

Hoewel ik niet zoveel heb met dergelijke thematiek, vind ik de achtergronden erg interessant, en puur uit nieuwsgierigheid had ik er wel bij willen zijn – zonder angst overig dat ik zou worden bedolven door enthousiaste Christenen: als er 'onbekeerde jongelui' deelnemen aan het festival, zo meldt het programmaboekje, dienen de jeugdleiders ze zelf de 'nodige begeleiding' te geven. De stichtelijke lezingen zouden mij alleen niet zo trekken: niets mis met aardse verleidingen, als je het mij vraagt. Het leukst lijken me de Opwekkingsliederen, die door talloze Christelijke jongeren uit volle borst worden meegezongen. Opwekkingsliederen zijn ontstaan binnen de Pinkstergemeente, maar worden nu in talloze Nederlandse kerken gezongen. Het gaat niet om statige liederen vol met archaïsche naamvallen, maar om min of meer eigentijdse popliedjes waarin Gods lof wordt bezongen. Ik heb eens een album opgesnord en met name de uptempo liederen klinken best geinig, eigenlijk.

Luister, terwijl ik mijn lofgewaad (die er te pas en te onpas bij wordt gesleept) onder de mottenballen vandaan haal, naar Opwekking 603, 605, 609. 610 en 611 (30 MB, 192 kbps) – vooral 'Vier nu feest, want God is goed' (met opzwepende breaks na twee minuten en een fijne bassolo) is bijzonder ehhh... opwekkend!

peter Maandag 04 Juni 2007 at 11:56 pm | | interessant | Geen reacties

Off the record

In de loop der jaren heeft de Vlaamse muziekjournalist Serge Simonart talloze beroemdheden geïnterviewd voor met name Humo en Playboy. Zo'n tien jaar geleden verscheen een groot aantal van deze gesprekken in de bundel 'Fuck Off en andere citaten' en nu is er dan 'Off the Record – Serge Simonart in gesprek met de grootste rocksterren van vandaag'. De ondertitel moet je met enkele korrels zout nemen, want de meeste artiesten die aan bod komen hebben hun hoogtepunt achter zich liggen of zijn overleden. In een nogal pompeus voorwoord legt Simonart onder meer uit waar een goed interview aan moet voldoen en schept hij op over zijn eclectische muzieksmaak,

Het begon na dit voorwoord een beetje te borrelen in mijn maag, maar de uitstekende interviews met onder andere Keith Richards, Oasis, David Bowie, Lou Reed, Prince, Paul McCartney, Lenny Kravitz, Morrissey, Nick Cave, Radiohead, Donald Fagan en James Brown, maken alles goed. Uit de gesprekken blijkt dat Simonart bovenal fan is. Hij kan bijvoorbeeld minutenlang doorzagen over een Coldplay-b-kantje, dat in zijn ogen toch echt een plekje op het album had verdiend. Je merkt het direct als de persoonlijke interesse wat minder is; de gesprekken met Robbie Williams en George Michael zijn weliswaar aardig, maar missen de diepgang die elders in 'Off the Record' wel in ruime mate aanwezig is.

In de interviews is Simonart prominent aanwezig en koketteert hij graag met zijn kennis. De sterren zijn grappig en openhartig (Nick Cave en INXS-zanger Hutchence hebben het pagina's lang over seks) en hun uitlatingen maken nieuwsgierig – na het lezen van het interview met Richard Ashcroft heb ik bijvoorbeeld 'Urban Hymns' van The Verve gekocht. In het gesprek met James Brown tekent Simonart uit de mond van de overleden soullegende op: ''Jij bent een heel verstandige reporter, mijn jongen. [Buigt naar de micro] Dit is een van de meest interessante mensen met wie ik ooit heb gepraat, dames en heren. Ooit! En ik heb duizenden interviews gegeven. Deze jongeman begrijpt muziek, hij voelt muziek, hij lééft muziek, hij begrijpt het universum, en is een profeet der muziek! Een profeet! God bless you!'' Schaamteloos! Maar wel aanstekelijk.

(Serge Simonart, 'Off the Record'. Uitgeverij Lannoo, 2007. ISBN 978-90-209-6976-4)

peter Vrijdag 01 Juni 2007 at 11:50 pm | | review | Drie reacties