Moog plays ABBA

Sommige stukjes schrijven zich bijna vanzelf, en da's wel zo makkelijk. Ik citeer de tekst op de lp-hoes: ''1976, the year of ABBA plus the year of the Moog synthesizer. Together now on this album, the Top Hits of ABBA played on the phenomenal Moog synthesizer. Using the modern electronic techniques now available in Australian recordings, this is the sound of today: the pulsating rhythms with exciting melody lines, designed not only for the young dancing crowd, but also for listening by the more mature adience. The tracks selected here are regarded as the most popular ABBA releases. A wonderful vocal group who, in no doubt, will remain with us for a long time to come, not only by Australians who have adopted them and their songs, but also by people the world over who enjoy lyrics that make sense with melodies you can remember.''

En voor wie het nog niet doorhad: op het album 'Moog plays ABBA' (uit 1976) worden twaalf bekende ABBA-nummers nog eens dunnetjes overgedaan, waarbij een hoofdrol is weggelegd voor de Moog-synthesizer. Het klinkt allemaal interessanter dan het is, want initiatiefnemer Robin Workman haalde er enkele vrienden bij die voor een min of meer traditionele noot zorgden (of beter gezegd: voor de bas, gitaar en drums). En wat je dus hoort zijn instrumentale uitvoeringen van hits als 'Mamma Mia' en 'Waterloo', met de Moog als vervanger voor Agnetha en Frida. Workman blijft redelijk binnen de lijntjes en slechts heel af en toe springt hij uit de band.

'Moog plays ABBA' is alleen verschenen in Australië, wat op zich wel vreemd is, want heel de wereld werd in die tijd overspoeld met dergelijke lp's. Deze albums hebben niet zozeer een muzikale waarde, als wel een sociale betekenis: dankzij lp's als 'Moog plays ABBA' maakte de argeloze luisteraar op een laagdrempelige manier kennis met synthesizers. Vandaag de dag komt deze muziek hopeloos gedateerd en ouderwets over, maar dat betekent alleen maar dat het doel is bereikt... Luister naar een prima lp-rip (320 kbps, 79 MB – met dank aan Third Island).

peter Dinsdag 31 Juli 2007 at 11:51 pm | | weird | Geen reacties

Mario Mathy

Wij hadden euh... Ad Visser, maar in België was Mario Mathy midden jaren tachtig de onbetwiste synthesizerkoning. Mathy was jong, energiek, altijd in een goed humeur en droeg tijdens optredens steevast een rose zweetband rond zijn hoofd. Als je dat nu zou doen, is dat op zijn minst dubieus (vooral als je er ook nog kleurige overhemden en een dasje bij droeg), maar in die tijd was dat nog best hip en je moest toch wat doen om op te vallen achter die synthesizer.

Dat Mathy anno 2007 behoorlijk in de vergetelheid is geraakt, is niet verwonderlijk. Hoewel zijn muziek op zijn best tegen de spacesynth en Italo aanschurkt (met de bescheiden hit 'Jambo sana' als ultieme voorbeeld), klinken de meeste nummers als nogal lullige achtergrondmuziekjes voor 'Ter land, ter zee en in de lucht' en andere vrolijke Tros-programma's. Je weet wel, met van die panfluitpresets en een hoop galm en echo, waarbij je gedachten automatisch teruggaan naar de bruiloft van ome Jan en tante Truus, en die ene man achter een keyboard die ze toen hadden ingehuurd. Mathy kwam regelmatig voorbij zetten op diverse piratenzenders en maakte nog tot diep in de jaren tachtig de lokale discotheken onveilig.

Toen het succes begon af te nemen, besloot Mario de muziekwereld vaarwel te zeggen en een bloemenwinkel op te zetten. Een aantal jaren later deed hij deze van de hand en startte hij een broodjeszaak, waar hij tot op de dag van vandaag achter de toonbank staat. Geen idee waar precies, anders was ik ongetwijfeld eens langs gegaan voor een praatje en een handtekening. Maar goed, in Nederland is Mario Mathy lang niet zo bekend als in Vlaanderen, tijd dus om daar verandering in te brengen. Luister naar 'De beste van Mario Mathy, deel 1' (60 MB, 160 kbps – met dank aan de originele uploader Diablo, die het zipje ook het wachtwoord heeft meegegeven: diablo). Zoals gezegd is 'Jambo sana' misschien wel het leukste Mathy-nummer, maar misschien klinkt ook 'Jumping dance' je bekend in de oren: dit nummer fungeerde regelmatig als filler op Radio Monique.

peter Maandag 30 Juli 2007 at 10:56 pm | | 80s | Veertien reacties

Duin

Mijn lerares Engels op de middelbare school was niet zo moeilijk. Mijn boekenlijst mocht ik grotendeels zelf samenstellen (geen idee of dat nog steeds het geval is) en dat liet ik me natuurlijk geen twee keer zeggen. Ik heb altijd al veel SF, fantasy en horror gelezen en voor mijn gevoel stelde ik een 'funlijst' samen, met onder andere de Lord of the Rings-trilogie, Douglas Adams' 'Hitchhiker's Guide', '1984' van Orwell, de Elric-boeken van Michael Moorcock en Frank Herberts 'Dune'. Vreemd genoeg stelde ze tijdens mijn mondeling tentamen nauwelijks vragen over de 'alternatievere' romans, maar bleef ze hangen bij de boeken die ik verplicht had moeten lezen.

Jammer, want alleen al over 'Dune' (uit 1965) had ik een hele middag vol kunnen leuteren. En dat ga ik ook nu niet doen. Het is een van de best verkochte sciencefictionboeken ter wereld en wie nog nooit een bezoekje heeft gebracht aan de woestijnplaneet Arrakis, moet dat zeker eens gaan doen. En als je geen tijd hebt voor zes dikke pillen, de verfilming van David Lynch is best geinig en de twee miniseries (te vinden in de uitverkoopbakken) eveneens aardig. Heb je zowel voor lezen als tv-kijken geen geduld, dan is er natuurlijk altijd nog de muziek. In de loop der jaren hebben talloze artiesten zich laten inspireren door de roman en een van de vreemdste Duin-albums die ik ken is dat van David Matthews.

Op kant A van zijn eind jaren zeventig verschenen album is een heuse Dune-suite te vinden. Wat het allemaal zo opmerkelijk maakt, is dat Matthews zich niet heeft uitgeleefd op allerhande synths en zich te buiten ging aan psychedelische samples. Hij heeft een jazzfunk-achtergrond en de vier instrumentale tracks bevatten pompende baslijntjes, schetterende saxofoonsolo's en swingende gitaarpartijen. Ik had weliswaar geen enkel moment een Dune-associatie, maar dat mag de pret niet drukken. Op kant B vind je (nogal overbodige) funkversies van onder meer 'Space Oddity' en het Star Wars-thema.

Overigens was producer Creed Taylor vergeten Herbert en diens uitgeverij op de hoogte te brengen van het album. Taylor werd voor de rechter gedaagd, verloor en de lp werd uit de handel genomen. Maar gelukkig hebben we de link nog (lp-rip op 320 kbps, 86 MB - gevonden op en met grote dank aan funk- en billenkoning Baby Grandpa).

peter Vrijdag 27 Juli 2007 at 11:54 pm | | interessant | Eén reactie

Summer of Love

Deze zomer is het precies veertig jaar geleden dat San Francisco het middelpunt vormde van de summer of love, de kleurrijke uitbarsting van de hippiecultuur – en tegelijk ook het einde ervan. Het roemruchte Monterey Pop Festival in juni 1967 was een podium waar de mantra van love & peace, begeleid door nodige psychedelica en wiet, tot ongekende hoogte steeg. ''If you're going to San Francisco / Be sure to wear some flowers in your hair / If you're going to San Francisco / You're gonna meet some gentle people there'' en duizenden bloemenkinderen gaven gehoor aan de oproep van Scott McKenzie.

In de Oor, Heaven en Linda (en waarschijnlijk nog wel meer bladen, ik heb alleen deze gelezen) wordt uitgebreid stilgestaan bij de zomer der liefde. En als je alle verhalen leest en de foto's bekijkt, lijkt het erop alsof in 1967 iedereen al blowend in het Amsterdamse Vondelpark lag, dromend en fantaserend over een wereld vol liefde en vrede. Maar eigenlijk viel het wel mee, geloof ik. In de Volkskrant Magazine van een paar weken geleden haalden enkele Nederlandse hippies herinneringen op. De meesten van hen verbazen zich erover dat de hele anticultuur zo weinig impact heeft gehad: ze hadden het gevoel de wereld te verbeteren, maar in feite gebeurde er maar verrekte weinig.

Zo terugkijkend was het jaar 1967 het laatste station op weg naar een betere wereld, een treinwagon vol ongebreideld optimisme en naïviteit. Een jaar later werd de 'Praagse lente' bloedig neergeslagen, vormde Parijs het strijdtoneel van studentenrellen en schrok de wereld op door de moorden op Martin Luther King en Robert F. Kennedy. Wat ik echter in al die verhalen, interviews en artikelen mis, is de muziek. Luister daarom om in een nostalgische stemming te komen naar de 17 tracks in dit zipje (100 MB, 320 en 192 kbps). Alle nummers stammen uit het wonderjaar 1967, met onder andere After Tea ('Not Just A Flower In Your Hair'), Armand ('Blommenkinders'), Golden Earrings ('Sound Of The Screaming Day'), Outsiders ('The Summer Is Here'), Ro-d-ys ('Just Fancy'), Turtles ('Happy Together'), Shoes ('Na Na Na') en natuurlijk het onvermijdelijke 'San Francisco' van Scott McKenzie.

peter Donderdag 26 Juli 2007 at 11:48 pm | | flashback | Twee reacties

Adelbert von Deyen

Als je het hebt over elektronische muziek uit de jaren zeventig, ploppen een aantal namen direct naar boven. Die van kunstenaar Adelbert von Deyen (met zo'n naam zou ik ook kunstenaar zijn geworden!) nou niet direct. Heel gek is dat niet, want Von Deyen (1953) stond aanvankelijk te boek als een Klaus Schulze-epigoon. In 1978 verscheen zijn eerste album 'Sternzeit', waarvoor hij nadrukkelijk de mosterd had gehaald bij Schulzes 'Irrlicht', 'Cyborg' en 'Timewind' (zelfs de hoes leek als twee druppels water). Dat betekent dus lange, pulserende tracks, die zachtjes tegen de poorten van de werkelijkheid klotsen.

Voor zijn volgende album 'Nordborg' (1979) volgde hij hetzelfde stramien, maar op 'Atmosphere' (1980) schoof hij langzaam naar de wat compactere liedjes en een eigen stijl, hoewel hij nog flink putte uit de pot met kosmische aardbeienjam. 'Eclipse' (1981) liet een nieuwe geluid horen: op de lp stonden tien tracks, waarvan enkele met zang van Von Deyen, die zichzelf nadrukkelijk in de Pink Floyd-traditie plaatste. Best geinig, maar niet geheel aan mij besteed. Of zoals mijn schoonvader Egbert altijd zegt (hij is een groot fan van The Shadows): het ging mis toen ze begonnen te fluiten.

De daaropvolgende jaren verschenen regelmatige nieuwe albums (al dan niet in eigen beheer), werkte Von Deyen samen met zijn goede vriend Dieter Schütz aan tal van projecten (waaronder de groep Deja Vue) en ontpopte hij zich daarnaast als een redelijk succesvol kunstenaar, restaurateur, lithograaf en vormgever. Je zou verwachten dat iemand die dergelijke spacy muziek maakt een voorliefde heeft voor aparte surrealistische onderwerpen, maar Von Deyen heeft zich gespecialiseerd in schilderijen van zoete landschappen, die vanaf 1994 jaarlijks verschijnen in kalendervorm.

Maar goed. Zijn vroegere albums zijn zo slecht nog niet: luister ter kennismaking naar 'Atmosphere' (een formidabele lp-rip – 100 MB, 320 kbps). Aanvullende informatie over Adelbert von Deyen vind je op dit forum, waar hij zichzelf meer dan uitgebreid voorstelt.

peter Maandag 23 Juli 2007 at 11:19 pm | | krautrock | Geen reacties

Shakatak

Het is een ongeschreven regel die vooral door critici wordt aangehangen: artiesten moeten zich constant vernieuwen en grenzen verleggen. Doe je dit niet, dan krijg je al snel de stempels 'meer van hetzelfde', 'onderling inwisselbaar' en 'overbodige herhalingsoefening' opgeplakt. Probleem is alleen dat sommige artiesten vervallen in experimenteren om het experimenteren of proberen krampachtig hip te doen. Aan de andere kant heb je muzikanten die al jaren hun ding doen en dat is wel zo handig: je weet wat je kunt verwachten. En hoewel je als artiest dan misschien wat minder in de belangstelling staat, bouw je een vaste fanschare op en wie eenmaal lang genoeg meedraait, komt vanzelf weer in de mode.

Neem nu Shakatak. Deze Engelse formatie maakt al 27 jaar dezelfde muziek en daar is niets mis mee. De laatste jaren krijgt hun sound af en toe een lichte dance-injectie, maar over het algemeen blijft alles bij het oude: ontspannen niets-aan-de-hand liedjes die zich begeven op het kruispunt tussen smooth jazz, funk en pop. Je weet wel, van die muziek die je opzet tijdens een feestje als het beschaafd op de achtergrond moet swingen, maar ook weer niet té. Met hun tweede lp 'Nighbirds' en de hit 'Easier said than done' (1982) brak de groep door en werd de nieuwe zangeres Jill Saward naar voren geschoven als Shakatak-boegbeeld.

In de jaren die zouden volgen bracht de formatie met de regelmaat van de klok albums uit, scoorde om de zoveel tijd een hitje (onder andere 'Down on the street' en 'Watching You' - hier een link) en was vaste gast in Japan, waar Shakatak immens populair is. Eind mei verscheen hun laatste cd 'Emotionally Blue' en het is grappig om te horen hoe heerlijk alles bij hetzelfde is gebleven, alsof je tijdens het opruimen een paar schoenen ontdekt die nog net zo lekker zitten als toen.

Luister naar 'Down on the street' uit 1984 (91 MB, 320 kbps – met dank aan de originele uploader) om een beeld te krijgen. Valt dit in de smaak, dan vind je de overige vijftig Shakatak-albums ongetwijfeld ook leuk.

peter Zaterdag 21 Juli 2007 at 11:53 pm | | overig | Drie reacties

Heart of the forest

Diep in de regenwouden van Kameroen leven de pygmeeën van de Baka-stam. Al honderden jaren doen ze relatief ongestoord hun ding en hebben ze een geheel eigen cultuur ontwikkeld. Een centrale rol is weggelegd voor liederen over de natuur en allerhande goden. Begin jaren negentig reisden Engelsman Martin Cradick (bekend als gitarist van wereldmuziekformatie Outback) en zijn vrouw Su Hart naar Kameroen en leefden enkele maanden temidden van de Baka. Cradick raakte gefascineerd door de muziek van het pygmeeënvolk en sloeg enthousiast aan het opnemen. Eenmaal thuisgekomen gebruikte hij zijn veldopnamen voor het album 'Heart of the Forest: The Music of the Baka Forest People of Southeast Cameroon' (1993).

Een jaar later sampelde hij deze tracks voor 'Spirit of the Forest' (1994) en 'The Meeting Pool' (1995), dat zo'n beetje in het straatje ligt van Deep Forest, Adiemus en (het latere) Enigma – hoewel Cradick (onder de noemer Baka Beyond) een stuk eigenzinniger te werk gaat. Het album met ongepolijste Baka-opnamen klinkt bijzonder fascinerend: je hoort lachende kinderen, het ruisen van de wind, knorrende brulkikkers en bovenal de typische jodelzang van de Baka's. Natuurlijk, het is 'primitieve' muziek, maar wel verrassend melodieus en verfrissend van aard; zelfs de rivier en gaten in de grond worden ingezet als muziekinstrument. Wereld-ambient in optima forma – luister zelf (68 Mb, 320 kbps).

Einde verhaal? Nou, nee. Toen Cradick vertrok uit Kameroen, had hij enkele gitaren achtergelaten en de Baka geleerd hoe ze de instrumenten moesten bespelen. In 2002 kwam hij weer eens een kijkje nemen en tot zijn verrassing hadden enkelen van hen een groep opgericht: Baka Gbiné. Cradick was dolenthousiast en moedige ze aan om eigen liedjes te schrijven. Hij zette een studio op in het regenwoud en nam het album 'Gati Bongo' op. De Baka Gbiné-leden tourden vervolgens samen met Cradick door Europa, met het enige tijd geleden 'Baka Live' als tastbaar resultaat. Interessant!

peter Donderdag 19 Juli 2007 at 11:56 pm | | interessant | Geen reacties

Schulze live

Een tijdje terug zag ik 'Moog' (2004) van regisseur en muzikant Hans Fjellestad, een documentaire over het leven van Dr. Robert Moog (1934-2005). Fascinerend natuurlijk, maar na afloop bleef ik met gemengde gevoelens achter. Misschien had ik wel te hooggespannen verwachtingen, dat kan natuurlijk ook. De documentaire duurde een ruim uurtje en stond helaas bol vol van de herhalingen. Het is weliswaar interessant om Dr. Moog in zijn volkstuintje te zien rondscharrelen en te horen filosoferen over de synthesizers en de zin van het leven, maar één keer is wel genoeg. Grootste probleem was echter de muziek. Fjellestad richt zich met name op progressieve rock, rare geluiden en min of meer experimentele dance, en staat nauwelijks stil bij pioniers als Wendy Carlos, Tangerine Dream of Klaus Schulze. De teloorgang van de Moog-synthesizer in de jaren tachtig of heropleving anderhalf decennium later, komt niet ter sprake. Jammer, want er valt zo veel meer te vertellen. Eigenlijk had ik vooral meer intrigerende archiefbeelden verwacht.

En tja, als Fjellestad het niet doet, doe ik het wel: bekijk een live optreden van Klaus Schulze uit 1977, opgenomen in de WDR-studio. De beeld- en geluidskwaliteit is uitstekend, het camerawerk inventief (voor die tijd zeker) en het is geweldig (briljant! geniaal!) om een piepjonge Schulze te zien zitten op een zacht wit kleedje, omringd door gigantische en imposante synthesizermuur (met onder andere een Moog Prodigy en Modular, EMS Synthi-A, Arp 2600 en een Arp Odyssey), terwijl de sequencers kosmisch snorren en het keurige publiek er een beetje onwennig bijzit. Schulze speelt het ruim dertien minuten durende 'For Barry Graves', opgedragen aan de presentator van het underground radioprogramma 'Studio 89 - Rias Dance Show'.

Verplichte kost voor krautrock- en vintage synthliefhebbers! Ben je dat niet, dan zie je slechts een jongeman met een iets te lang pagekapsel aan knopjes draaien. Download de avi via Rapidshare (een forse 92 MB – het is de moeite waard).

peter Woensdag 18 Juli 2007 at 11:54 pm | | krautrock | Twee reacties

Hip

Hier stond eerst een fragment uit 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raapleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes of Bol.com

Admin Maandag 16 Juli 2007 at 11:54 pm | | overpeinzing | Geen reacties

Star Trek

Elke zondagavond keek ik met mijn vader naar Star Trek: The Next Generation. Mijn moeder zat dan hoofdschuddend om zoveel flauwekul en rare buitenaardse wezens in een hoekje te lezen of ging naar boven als de puntoortjes haar even te veel werden. Star Trek: Deep Space Nine vonden we wat minder, maar mijn vader en ik waren dan weer wel te spreken over Star Trek: Voyager. Van de laatste spin-off, Star Trek: Enterprise, heb ik slechts een handvol afleveringen meegekregen – die serie werd om de week op een ander tijdstip uitgezonden, zo leek het wel.

En hoewel het natuurlijk allemaal is begonnen met de originele Star Trek-serie uit de jaren zestig, is het me nog nooit gelukt om een heel avontuur van Kapitein Kirk en Dr. Spock uit te zitten zonder me te verbazen over de krakkemikkige decors en gedateerde effecten en verhaallijnen. Een ding is me echter wel bijgebleven: de geluidseffecten. Aan boord van de Enterprise bliept, bloept en blapt alles en iedereen. De deuren schuiven open met een geluidje, de apparaten in de machinekamer zoemen en trillen dat het een lieve lust is, en zijn op de brug oordopjes geen overbodige luxe. Om een futuristische sfeer te creëren, hebben de sound designers zich helemaal uitgeleefd. Logisch natuurlijk, want anders is er geen drol aan. Dat is ook de reden waarom in sciencefictionfilms ruimteschepen met veel geraas door het heelal donderen, terwijl het in feite doodstil zou moeten zijn.

Luister, om een beetje in de stemming te komen, naar 'Star Trek- Sound Effects from the Original TV Soundtrack' (93 MB, 320 kbps). Het zipje bevat 69 tracks met allerhande geluiden, variërend van het aanzwengelen van de warp engine en het wegzoeven van photon torpedo's tot de scanners in de ziekenboeg (vooral leuk dus voor wie op zoek is naar interessante samples). Overigens: in december 2007 moet de elfde Star Trek-film in première gaan. De film speelt zich af nog voor de serie uit de jaren zestig en volgt dus de weg die is ingeslagen met Star Trek: Enterprise.

peter Zondag 15 Juli 2007 at 11:10 pm | | film | Eén reactie

Het Eksooties Kietsj Konservatooriejum

In de periode 1969-1974 zette de Kabouterbeweging vooral Amsterdam in rep en roer. Middels ludieke en geweldloze acties stelden de Kabouters onder meer de toenemende consumptiedrang van de Westerse maatschappij en de aantasting van het milieu aan de kaak. Klinkt zwaar, maar gelukkig viel er ook heel wat te lachen. Zoals met Het Eksooties Kietsj Konservatooriejum (oftewel de Ka Kaa), opgericht in 1967 door kunstenaar en ex-Provo Theo Kley (1936).

Dit gezelschap mengde zang, dans, theater en cabaret tot een bizar geheel, waarbij de hulp werd ingeroepen van bijvoorbeeld fakirs, waarzegsters, slangenbezweerders, buik- en naaktdanseressen, vuurspuwers en noem het maar op. De Ka Kaa wisselde constant van samenstelling en iedereen kon meedoen, mits hij of zij zelf instrumenten maakte en bespeelde - Kley zelf leefde zich uit op onder andere de 'klaastoeter' en de 'kakafoon'. Doel was om zonder chemische hulpmiddelen het kosmisch bewustzijn in de mens te doen ontwaken.

In de woorden van Kley: ''Er is altijd kietsj geweest, zolang de mensheid bestaat. Wij menen dat kietsj in een grote behoefte voorziet. Alleen is er nog nooit kietsj gemaakt en wij doen dat wel. Wij willen de creativiteit in de mens weer tot leven brengen die door de overheersing van de techniek, door de automatisering in de verdrukking dreigt te komen.''

Het gezelschap had de wildste ideeën. Zo trok men met een bedoeïentent langs Nederlandse campings om gezinnen een onvergetelijke dag te bezorgen, wilde men kampioenschappen badkamerzingen organiseren, werd er een knuffelautomaat voor verwaarloosde honden uitdokterd en moest er in iedere grote stad een grote rose moederpop (met vruchtwater van tutti-frutti, stoofpeertjes en vanillevla) komen te staan voor mensen met een moedercomplex. Na een kolderiek jaar richtte Kley in 1968 samen met 'anti-rookmagiër' Robert-Jasper Grootveld de Insekten-Sekte op, en maakte hij van huishoudelijke apparaten intrigerende bouwsels, die 'milieuverveling' tegen moesten gaan. Geweldig! Ik had er maar wat graag bij willen zijn... Een overzicht van Kley's knotsgekke kunstenaarsoeuvre vind je op deze Ruigoord-pagina.

(Met dank aan Coen Tasman en diens meesterlijke Louter kabouter, kroniek van een beweging, Uitgeverij Babylon/De Geus, Amsterdam, 1996.)

peter Vrijdag 13 Juli 2007 at 11:53 pm | | flashback | Geen reacties

Door!

De titel klonk veelbelovend en vol goede moed zette ik me aan het lezen. Helaas maakt het boek 'Door! Dance in Nederland' (2004) de verwachtingen niet waar. De jonge journalisten Arne van Terphoven en Toon Beemsterboer proberen aan de hand van interviews met dj's, organisatoren en enkele wetenschappers de Nederlandse dancescene in kaart te brengen. Gezien de inleiding was het de bedoeling een compleet en doortimmerd werk af te leveren, maar helaas blijft het allemaal steken in goede bedoelingen.

Ongeveer eenderde van het boek bestaat uit een zeer globaal en oppervlakkig overzicht van de geschiedenis van dance en de ontwikkelingen in Nederland. De rest van 'Door!' is gevuld met gesprekken met onder andere Gert van Veen, Joost van Bellen, Paul Elstak, DJ Tiësto, Wessel van Diepen en ID&T-oprichter Irfan van Ewijk. De gesprekken zijn nogal klakkeloos opgeschreven, zonder kritische noten en verzanden regelmatig in een 'vroeger was alles beter'-geneuzel, geschop tegen de commercialisering van de dance en het afkraken van anderen.

De auteurs zijn zelf grote danceliefhebbers en hun mening klotst met grote golven over de pagina's. Zo vinden Beemsterboer en Van Terphoven dat drugsgebruik onlosmakelijk is verbonden met dance (en gaan hier dan ook uitgebreid op in) en bestaat dance voor hen alleen uit trance, hardstyle en techno. Overige genres (zoals bijvoorbeeld breakbeat, jungle en ambient) komen niet aan bod. Dance is zaligmakend en de enige echte stroming die ertoe doet, althans, zo zien de auteurs het. Een nogal oppervlakkige visie dat een eenzijdig boek heeft opgeleverd. Bovendien is de geschiedenis van dance eigenlijk nogal saai: het is een opeenvolging en uitwaaieren van stromingen. Danceliefhebbers willen de wereld niet veranderen en de scene kent geen ideologische basis of politieke idealen. En dat levert weinig spannend leesvoer op.

Arne van Terphoven en Toon Beemsterboer, Door! Dance in Nederland. Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2004. ISBN 902542208x

peter Donderdag 12 Juli 2007 at 11:49 pm | | review | Geen reacties

Persoonlijkheid

Waar heb je het over tijdens je eerste afspraakje en de daaropvolgende prille liefdesverwikkelingen? Uit een recente studie is gebleken dat stelletjes in ieder geval de eerste zes weken voornamelijk over muziek praten. Tijdens de eerste week ging 58 procent van de gesprekken over muziek, terwijl 38 procent was gereserveerd voor (luchtige) onderwerpen als films, boeken en kleding. Waarschijnlijk zijn we van mening dat muziek indirect iets over de ander zegt. Om dit eens te toetsen, vroegen de onderzoekers de deelnemers om de persoonlijkheid van mensen te beoordelen, puur gebaseerd op hun tien favoriete liedjes. De resultaten werden vergeleken met de uitkomst van de traditionele persoonlijkheidstest ('The big five').

Het bleek dat je muzikale voorkeuren een redelijk accurate weerspiegeling vormen van je persoonlijkheid. Vooral de mate waarin iemand openstaat voor nieuwe ervaringen correleerde met zijn muzieksmaak, op de voet gevolgd door extravertheid en emotionele stabiliteit. En dat levert een (nogal stompzinnig) lijstje op: wie van vocals houdt, is extravert, country-liefhebbers zijn emotioneel stabiel en als je veel jazz luistert, ben je een intellectueel. Een eenduidend antwoord op de vraag waarom mensen naar bepaalde muziekgenres luisteren, blijft uit. Het heeft waarschijnlijk te maken met een mengeling van factoren: je vindt de muziek simpelweg mooi, het zorgt ervoor dat je in een bepaalde stemming komt (of blijft) en gebruikt het als een manier om jezelf uit te drukken.

Lees meer »

peter Dinsdag 10 Juli 2007 at 11:51 pm | | interessant | Geen reacties

Guy Sweens

In mijn hoofd heb ik een muzikaal verlanglijstje, dat zo af en toe boven water komt als ik door bakken met cd's aan het neuzen ben. Op dit lijstje staan geen albums die ik met alle geweld moet hebben, maar veeleer cd's en lp's die me wel interessant lijken of waar ik al een tijdje halfslachtig naar op zoek ben (zoals albums van Future World Orchestra en 'The Magic of the ARP Synthesizer' van Joop Stokkermans). En soms heb ik geluk. In een spiritueel zweefwinkeltje stuitte ik tot mijn verbazing op 'Gaya of Wisdom', het debuutalbum uit 2005 van Guy Sweens (als je zijn in eigen beheer verschenen 'The Passion for Music' even buiten beschouwing laat).

Geïnspireerd door onder andere mixgoeroe Ben Liebrand hield Maastrichtenaar Sweens (1971) zich tot eind jaren negentig bezig met het remixen en maken van dancemuziek. Toen hij de muziek van onder meer Karunesh ontdekte, ging het roer om: Sweens legde zich toe op het componeren van new age en wereldmuziek en richtte zijn eigen label Rivendel Records Limited op. In 2005 won hij de MG Music New Talent Competition, een wedstrijd georganiseerd door Medwyn Goodall en diens platenmaatschappij MGMusic, en later dat jaar verscheen zijn album 'Gaya of Wisdom'.

Alweer een hele tijd geleden hoorde ik wat fijn klinkende samples en nu heb ik de cd dan eindelijk in huis. Guy Sweens maakt plezierige, ritmische new age en tijdens het luisteren doemen onmiddellijk twee namen op: Karunesh en Medwyn Goodall. En terwijl vooral Goodall zichzelf de laatste jaren eigenlijk vooral aan het recyclen is (en Karunesh een klein beetje), klinkt Sweens nog lekker fris – zonder overigens al te verrassende wegen te bewandelen: veel synthesizers en talloze (en dan niet gesampelde) exotische accenten als de tempura, koto, belletjes, sitar, tabla en een fikse stapel Tibetaanse klankschalen. Een bezoekje aan Sweens' MySpace-pagina leert dat zijn nieuwe cd 'Kamadeva' onlangs is verschenen (je kunt alvast vier nummers beluisteren). Eens kijken of ik deze wat sneller op de kop kan tikken...

peter Maandag 09 Juli 2007 at 9:33 pm | | new-age | Geen reacties

Cijfers

Het is nog niet zo dat de muziekindustrie de noodklok luidt, maar men begint zich wel zorgen te maken. Voor de zevende keer op rij is namelijk de wereldwijde muziekverkoop gedaald. De opbrengt kwam in 2007 uit op 19,6 miljard dollar, 5 procent minder dan vorig jaar. Dat concludeert de IFPI, de internationale brancheorganisatie voor de muziekindustrie. Hoewel de verkoop van digitale muziek weliswaar een stijgende lijn vertoont, is het tempo niet snel genoeg om de dalende cd-verkopen op te vangen. In 2004 bestond 2 procent van de totale verkoop uit betaalde downloads. Dit aandeel is in 2006 met maar liefst 85 procent gestegen en 11 procent van het totaal uitmaakt. Apple's iTunes Store is verantwoordelijk voor 70 procent van de downloads.

IFPI-voorzitter John Kennedy is teleurgesteld: "We hadden gehoopt dat de daling van de cd-verkopen zouden afnemen nu de verkoop van digitale muziek in de lift zit. Maar hoewel de digitale verkopen volgens verwachting zijn gegroeid, zijn de verkoopcijfers van cd's verder gedaald dan verwacht." (Bron)

Na het lezen van dergelijke berichten blijf ik altijd met enkele vragen achter. Zo vraag ik me af waarom muziek-dvd's niet in de cijfers zijn meegenomen. Ik heb de indruk dat in deze sector nog behoorlijk winst wordt gemaakt. Als je puur naar de verkoop van muziek kijkt, zal er heus wel een dalende tendens zijn waar te nemen. Ik denk alleen wel dat de platenmaatschappijen er tal van aanvullende verkoopkanalen hebben bijgekregen (ringtones, gamemuziek en dergelijke) en oude albums opnieuw kunnen uitmelken door ze digitaal beschikbaar te stellen (van lp naar cd naar mp3). En dan heb je nog de (fiks gesponsorde) concerten en ongetwijfeld de nodige merchandise. Al deze zaken zijn voor zover ik kan achterhalen niet meegenomen in de berekening. Ik wil niet beweren dat de grote labels ongelijk hebben, maar wel dat deze cijfers hoogstwaarschijnlijk voortkomen uit een verouderd reken- en zakenmodel. Overigens: aan mij ligt het niet – ik koop me nog altijd suf aan cd's...

peter Vrijdag 06 Juli 2007 at 11:49 pm | | nieuws | Geen reacties

Connie Cook

12 november 1981, Peoria, Illinois. Het was een koude nacht en Connie Cook kon de slaap niet vatten. Ze lag te woelen in bed en had last van vreemde dromen die ze niet kon plaatsen. Op een gegeven moment merkte ze een vreemd wit licht op voor haar slaapkamerraam. De 34-jarige Connie stond slaapdronken op en tuurde naar buiten. Tot haar grote verbazing zweefde er een heus ruimteschip voor het raam, zacht en heen en weer wiegend alsof de inzittenden haar nauwlettend in de gaten hielden.

Connie stond anderhalf uur in trance voor het raam om vervolgens weer naar bed te gaan en in slaap te vallen. Ze droomde over vier buitenaardse wezens, die in de lucht zweefden en haar goedmoedig toeknikten. De daaropvolgende dagen herhaalde deze droom zich en na verloop van tijd stonden de aliens naast haar bed en vertelden haar afkomstig te zijn van de sterrenhoop Pleiaden, op ongeveer 440 lichtjaar afstand van de aarde. Ze hadden niet de intentie om dood en vernietiging te zaaien, maar kwamen met goede bedoelingen. Hun boodschap moest verspreid worden via muziek en Connie was de uitgelezen kandidaat. Ze sloeg geestdriftig aan het componeren, waarbij de muziek en teksten (zoals: ''By and by we learn to fly / Within each other's heart. / Space and time, the ancient rhyme, / Is overcome in our heart.'') via een telepathische verbinding rechtstreeks uit de Pleiaden naar Illinois werden overgestraald. Naar verluidt kun je haar muziek omschrijven als een mengeling van soft jazz, een klein scheutje rock en een heleboel synthesizers. Door sommigen wordt ze zelfs gezien als een van de eersten die de weg plaveiden voor het genre dat later zou uitgroeien tot new age.

Kan best, want ik heb nog nooit iets van haar gehoord. Op haar website zijn een aantal korte fragmenten te beluisteren, en die klinken ehhh, tja... intrigerend. En als je toch aan het rondneuzen bent, Cook houdt er tevens enkele opmerkelijke theorieën op na over onder andere de aanslagen van 9/11, seksueel misbruik, ufo's en bewustzijnsverruiming. Tja, wat er ook van moet denken, opmerkelijk leesvoer is het allemaal wel. Mocht iemand een lp of cd van haar hebben (kan toch?), laat gerust een reactie achter!

peter Donderdag 05 Juli 2007 at 12:55 am | | weird | Geen reacties

Tony Carey

Als ik nu een gedegen stukje had willen afleveren, zou ik me om te beginnen eerst hebben verdiept in de geschiedenis van de Engels-Amerikaanse rockgroep Rainbow, wat geinige anekdotes hebben opgediept over de grillige gitarist Ritchie Blackmore (die al een tijdje de omfloerste middeleeuwse bard uithangt samen met zijn vrouw Candice Knight), om uiteindelijk te belandden bij Rainbow-toetsenist Tony Carey (1953). Mijn computer gooit echter roet in het eten. Niet alleen vertoont hij de laatste tijd enkele (bescheiden) kuren, hij is feitelijk niet meer opgewassen tegen zijn taak. Bovendien maakt mijn trouwe pc een lawaai alsof hij elk moment reutelend en met een vezengende lichtflits kan opstijgen. Zelfs met een koptelefoon op is het geluid niet te harden en is het schrijven van een goed doortimmerde entry allesbehalve een pretje.

Maar goed, Tony Carey dus. In de periode 1976-1978 maakte hij deel uit van Rainbow en is hij te horen op 'Rainbow Rising' (1976) en het live-album 'On Stage' (1977). Carey belandde eind jaren zeventig in Duitsland en samen met producer Peter Hauke waagde hij zich op het solopad. Zijn eerste vier lp's waren instrumentaal, daarna begon hij te zingen in onder meer zijn groep Planet P Project. Tegenwoordig is Carey vooral achter de schermen actief: hij werkte samen met artiesten als Joe Cocker, John Mayall, Peter Maffay en Eric Burdon en houdt zich daarnaast bezig met het componeren van filmmuziek.

Zijn grootste roem vergaarde hij met de lichtelijk progressieve rock van Planet P Project, maar interessanter zijn natuurlijk zijn synthesizeralbums die begin jaren tachtig het licht zagen. In die tijd maakte elektronische muziek de stap naar het grote publiek en vooral Carey's lp 'Explorer' uit 1982 is hier een goed voorbeeld van: het album mengt disco- en popinvloeden met een embryonale house-sound. Carey hinkt op twee gedachten en zwalkt tussen uptempo Patrick Cowley- en Giorgio Morodor-achtige dancetracks (zoals het uitstekende 'Jigsaw' en 'Rabbits') en puur elektronische muziek in het straatje van Jean Michel Jarre (ten tijde van 'Les Chants Magnetiques' uit 1981) en het eveneens Franse Space (een project van Didier Marouani). 'Explorer' klinkt vijfentwintig jaar na dato nog steeds bijzonder aardig; luister zelf (192 kbps, 48 MB – het gaat om een prima vinyl-rip).

peter Woensdag 04 Juli 2007 at 12:07 am | | 80s | Eén reactie

Golven en trillingen

Hier stond eerst een fragment uit 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raapleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes of Bol.com

Admin Dinsdag 03 Juli 2007 at 12:46 am | | overpeinzing | Geen reacties

Mijn muziek

Het grote voordeel van reizen met de trein (vind ik dan) is dat je ongestoord kunt lezen. Vooral bij lange reizen (zoals naar Harlingen Haven bijvoorbeeld) gaat er niets boven een flinke stapel leesvoer. Zo las ik in de trein 'Mijn muziek' van VPRO-radiomaker en schrijver Jan Donkers (1943). Het boek verscheen vorig jaar tijdens de muzikale boekenweek en lag al tijden op mijn 'nog te lezen'-stapel. En niet zonder reden, zo bleek tijdens het lezen. Donkers heeft een nogal eenzijdige muzieksmaak en als je hem moet geloven komt alle goede muziek uit Amerika, is americana hét ultieme genre en Austin de muzikale hoofdstad van de wereld.

In alfabetische volgorde (van Americana tot Zappa) berijdt Donkers zijn stokpaardjes, haalt hij herinneringen op, brengt hij schaamteloos zijn andere boeken aan de man en warmt hij eerder geschreven stukjes nog eens op. Sommige stukjes zijn best grappig en lezenswaardig (zoals bijvoorbeeld het lemma over Dion and the Belmonts), maar de starre opvattingen van Donkers zorgen tijdens het lezen voor een zure smaak in de mond. Alle besproken artiesten zijn geweldig en briljant, terwijl wereldmuziek, dance, wave, rap en noem het maar op, wordt afgeserveerd met op zijn best een sneer – als Donkers überhaupt al stilstaat bij genres die niet voldoen aan zijn opvattingen over muziek: hij is blijven hangen in het midden van de jaren zeventig.

Nu zal veel te maken hebben met het feit dat ik niet zo heel erg dol ben op het singer/songwriter-genre, maar Donkers laat me geen enkele ruimte om eens op mijn gemakje kennis te maken of enthousiast te worden; ik wil best worden bijgepraat over een voor mij niet zo bekend genre, maar als het zo moet... Opa vertelt en weet het veel en veel beter. 'Mijn muziek' is alleen leuk voor wie dezelfde smaak heeft als Donkers – ik niet dus. De bijgevoegde cd bevat door Donkers zelf gemaakte live-opnamen van enkele van de besproken artiesten en is behoorlijk saai.

(Jan Donkers, Mijn muziek. Amstel Uitgevers, 2006 (paperback, 256 pagina's). ISBN 9045015633)

peter Maandag 02 Juli 2007 at 01:06 am | | review | Geen reacties

En weer terug

En weer terug! Het weer viel gelukkig alleszins mee en we zijn meer dan grondig uitgewaaid. Terschelling in een paar steekwoorden: wind (veel wind!), lange fietstochten langs de kust en nieuwsgierig opkijkende vogelkoloniën, elke dag cranberrytaart (hoewel ik de cranberrystruik nergens heb weten te ontwaren), zachte bedden in een prima hotel, strandwandelingen waarbij we bijkans uit onze schoenen werden gebladen, restaurants die werden bevolkt door stelletjes die de hele avond zwijgend tegen over elkaar zaten, potjes Terschellingse honing en een gigantische fles honingmede (je bent op vakantie of niet), af en toe een regenbuitje en El Vissoep (woordspeling alert!) in het Heartbreak Hotel (een gezellige strandtent in jaren vijftig-sfeer met allerhande Elvis-parafernalia), en een gigantische rog in het zee-aquarium die flapperend om aandacht bedelde. En o ja, ik heb nog een zeemeeuw aangereden, tot grote hilariteit van vriendin Eva. Dank voor alle mailtjes, tips en goede raad!

En wie vandaag geen idee heeft wat hij of zij moet doen, ik ontving een mailtje van Araglin-lezer Stef, die me attendeerde op het 19e Afrikafestival in het Twentse Hertme, dat dit weekend plaatsvindt. Te kort dag voor mij, maar de line-up ziet er in ieder geval veelbelovend uit!

peter Zondag 01 Juli 2007 at 11:22 am | | overig | Geen reacties