Nox Arcana

Sommige dagen kun je het beste maar zo snel mogelijk vergeten. Het begon al 's ochtends op het station toen de intercity niet alleen te laat was, maar ook werd omgeleid omdat er een of ander defect treinstel de boel ophield. In de overvolle coupé zat ik naast een slapende man die een uur lang een nat snurkend geluid maakte toen we achter een stoptrein naar Amsterdam reden. 's Avonds kwam mijn bus voor de verandering eens tien minuten te vroeg (net op tijd om 'm zonder mij de bocht te zien omgaan) en had de trein wederom vertraging. Toen ik op Utrecht CS aankwam, liep ik een kwartier lang vruchteloos over de fietsenstalling te dwalen. Fiets gestolen.

En terwijl ik in het donker mismoedig naar huis liep, besloot mijn mp3-speler een toepasselijk album op te zetten: 'Shadow of the Raven' van Nox Arcana. Eerder deze week vroeg ik me nog af wanneer deze muziek eigenlijk tot zijn recht zou komen. Het antwoord blijkt eenvoudiger dan verwacht: als je fiets is gestolen en het zachtjes begint te motregenen. Nox Arcana bestaat uit Joseph Vargo (die je misschien kent van de groep Midnight Syndicate) en William Piotrowski. De Amerikanen hebben zich gespecialiseerd in angstaanjagende en huiveringwekkende soundscapes, die je de stuipen op het lijf zou moeten jagen.

Nox Arcana houdt niet van stil zitten: in slechts vier jaar tijd hebben Vargo en Piotrowski al acht albums uitgebracht, waarbij ze zich hebben laten inspireren door onder andere H.P. Lovecraft ('Necronomicon', 2004), Dracula ('Translylvania', 2005) en Edgar Allen Poe (het onlangs verschenen 'Shadow of the Raven'). Het grote probleem is echter dat Nox Arcana er een nogal glad en voorspelbaar beeld op nahoudt van wat nu precies angstaanjagend is. De albums zijn gevuld met op elkaar gestapelde horrorclichés: gerinkel van kettingen, knarsende deuren, spookachtig gefluister, hoge kinderstemmetjes, kerkorgels en -klokken, manisch gelach in de verte, een synthesizertapijt – je kent het wel.

Ik heb voortdurend het gevoel naar de soundtrack van een gelikte Hollywood-horrorfilm te luisteren. Juist omdat er niets aan de verbeelding wordt overgelaten, werkt het niet – behalve als je een rotdag hebt. Zelf oordelen? Op hun MySpace-profiel kun je een groot aantal tracks beluisteren – ververs de pagina voor een nieuw album!

peter Vrijdag 30 November 2007 at 11:52 pm | | weird | Geen reacties

Donkere tijden

Hier stond eerst een fragment uit het geweldige 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raapleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes of Bol.com

Admin Donderdag 29 November 2007 at 11:49 pm | | overpeinzing | Geen reacties

Toyah

Ik kocht de lp 'Anthem' van Toyah eigenlijk voornamelijk vanwege de intrigerende hoes: een fantasy-achtige illustratie van een vrouw in een middeleeuws gewaad, een bizar masker in haar hand en doorschijnende libellevleugels op haar rug, die door een desolaat landschap loopt dat is bezaaid met vreemde Maya-tempels met een Egyptisch tintje. Ik had geen idee wat ik moest verwachten, maar al gelijk na openingstrack 'I want to be free' was ik om. 'Anthem' (uit 1981) bleek het derde album van de Engelse zangeres Toyah Willcox (1958) te zijn, en gelijk haar doorbraak naar het grote publiek.

Toyah maakte begin jaren tachtig naam in de punkscene en stond bekend om haar extravagante uiterlijk en stevig geschop tegen heilige huisjes. 'Anthem' bevat stevige powerpop en lichtelijk experimentele ballads, met stevige wortels in de opkomende new wave-traditie. Toyah zingt over buitenaardse wezens, het bovennatuurlijke, robots, Orwelliaanse beschavingen en wat al niet meer. Prachtig! De lp deed het erg goed in de Engelse albumlijsten en ook in Noorwegen was 'Anthem' een dikke hit.

De daaropvolgende twee jaar bouwde Toyah haar succes uit, maar halverwege de jaren tachtig gooide ze het roer radicaal om. Ze pakte haar acteercarrière weer op, liet zich een normaal kapsel aanmeten, werd vaste klant bij de plastisch chirurg, trouwde met gitarist Robert Fripp en ontpopte zich tot een graag geziene BBC-presentatrice en gaste in uiteenlopende spel-, praat- en kinderprogramma's. Zo presenteerde ze onder andere 'Praise' (waarin bejaarden stichtelijke liederen zingen) en het reisprogramma 'Holiday', sprak ze stemmetjes in voor de Telletubbies en verleende ze haar medewerking aan enkele Expeditie Robinson-achtige programma's.

Momenteel wisselt ze theaterrollen op West End af met tournees door Engeland; in oktober verscheen haar nieuwe single 'Latex Messiah' en in de lente van volgend jaar moet 'In The Court Of The Crimson Queen' het licht zien. Het zal allemaal wel, want eerst moet ik 'Anthem' nog zeker tien keer achter elkaar draaien. New wave- en Tubeway Army-liefhebbers hebben het album ongetwijfeld al in de kast staan, maar zo niet: luister zelf (192 kbps, 61 MB). Overigens verscheen 'Anthem' in 2002 op cd, aangevuld met zes extra nummers en een videoclip.

peter Maandag 26 November 2007 at 11:49 pm | | 80s | Geen reacties

Tonny Eyk

Het leuke van Tonny Eyk (oftewel Teun Eikelboom) is dat iedereen boven de 25 hem kent. Voor de wat oudere lezer is hij de charmante, altijd keurig geklede pianist van romantische deuntjes. Dertigers kennen hem als jurylid van (onder meer) Klassewerk, terwijl andere generaties zijn opgegroeid met Tonny als teamcaptain en scheidsrechter van Avro's Sterrenslag of als juryvoorzitter van de Mini Playbackshow. En als je bij het zien bij de vrolijk lachende Tonny (zie foto links) nog steeds geen idee hebt: hij componeerde de tunes voor onder andere TopPop, Avro's Wie-kent-kwis, Studio Sport, Babbelonië en Wedden Dat, en schreef muziek voor uiteenlopende series en speelfilms als De Poppekraam, Stille kracht, Peter en de vliegende autobus, De Zevensprong, De Boezemvriend, Willem Van Oranje en Het Simplisties Verbond – om er maar een paar te noemen. Tonny Eyks indrukwekkende cv loopt nagenoeg synchroon met de groei en ontwikkeling van de Nederlandse televisie.

De afgelopen jaren doet de inmiddels 67-jarige Tonny het rustig aan. Hij loopt talloze restaurantjes af (getuige zijn reis- annex eetgidsen), neemt af en toe plaats in een jury en geniet van de zon in zijn huisje in Frankrijk. Vooral in de jaren zestig en zeventig bracht Eyk vele tientallen lp's uit, die voor het grootste gedeelte gevuld waren met bewerkingen van toenmalige hits en evergreens. Titels als 'International Piano Party', 'Piano Cocktail', '30 pianohits om op te dansen' en 'Een avondje thuis met Tonny Eyk' zeggen genoeg. Ik zal niet gaan beweren dat Tonny stiekem een funkkoning was of af en toe experimenteerde met een Russisch kozakkenkoor.

Eigenlijk vallen al zijn albums onder één noemer te scharen: beschaafd. Je weet wel, van die muziek waar alle scherpe randjes keurig zijn weggepoetst en niemand zich een buil aan kan vallen. Je gaat automatisch op zoek naar je pantoffels, een glaasje wijn en het laatste nummer van Elsevier. Eyks albums zijn, afgezien van het thema en instrument (piano of hammond) onderling inwisselbaar, en dat is best handig – hoef je ze niet allemaal in huis te halen. Luister naar een gezellig knisperende vinyl-rip van 'Instrumental party' uit 1978 (320 kbps, 77 MB) met covers van onder andere 'Copacabana', 'Moon river', 'Hopelessly devoted to you' en 'The girl from Ipanema'. Scans van de hoes heb ik niet, maar ter compensatie vind je in het zipje wél een heuse Tonny Eyk-wallpaper!

peter Zaterdag 24 November 2007 at 11:54 pm | | easy-listening | Twee reacties

Supersempfft

Je zou verwachten dat alle obscure Duitse elektronica-pioniers nu wel zo'n beetje zijn opgegraven, maar nee, het lijkt wel alsof iedere Duitser in de jaren zeventig een Moog of een Mellotron op zolder had staan en en er wekelijks in eigen beheer uitgebrachte lp's verschenen, die via mond-op-mond reclame aan de man werden gebracht. Neem nu Supersempfft. Deze groep rond de excentrieke Dieter Kolb en Franz Aumüller experimenteerde begin jaren zeventig volop met elektronische muziek en zelf in elkaar geknutselde drumcomputers.

Eerst onder de naam Roboterwerke, later als Supersempfft en weer wat later liepen deze twee aliassen vrolijk door elkaar (inclusief de discografie). Terwijl genregenoten als Kraftwerk en Tangerine Dream hun heil vooral zochten in sciencefiction-thema's, haalden Supersempfft de inspiratie vooral uit de p-funk en groepen en artiesten als Parliament, George Clinton en Bootsy Collins. Zo'n beetje elk jaar reisden de Supersempfft-leden af naar de Caraïben, waar ze onder het genot van de nodige cocktails een grote liefde opvatten voor soca, calypso en de steel drums.

Hun eerste album 'Roboterwerke' (1979) bevatte een verbluffende mix van funky disco, electronische muziek en Caraïbische ritmes. Wie het album hoorde, was verkocht. Herbie Hancock bijvoorbeeld was diep onder de indruk en reisde af naar Europa om die rare Duitsers in actie te zien en Afrika Bambaataa gebruikte Supersempfft-samples in zijn muziek.

De tracks op 'Roboterwerke' schommelen tussen pure elektronica (opener 'Roboterwerke' en 'I'm Gonna Make You Big My Friend'), geinige, luchtige popdisco ('We Found It Out'), psychedelische, kolderieke folk-uitstapjes ('Fantasia / Pipedreams On A Lilypad' en 'The Best Thing Is To Get High'), funky elektro ('Let's Beam Him Up' en 'Supersemppft'– met een beetje fantasie hoor je hier waar de Beegees, Air en Jamiroquai de mosterd hebben gehaald) en soca-electro ('Be A Man You Frog'). De lp is uitstekend geproduceerd, en kent genoeg bliepjes, bloepjes en bizarre uitstapjes om ook bijna dertig jaar later nog te verrassen. Luister zelf (320 kbps, 83 MB - het gaat om een voortreffelijke vinyl-rip).

peter Donderdag 22 November 2007 at 11:53 pm | | krautrock | Drie reacties

Festival Mooie Woorden 2007

[Ingezonden mededeling:] Dat mooie woorden op vele manieren kunnen verschijnen, bewijst het Utrechtse literaire Festival Mooie Woorden dit jaar voor de vierde keer. Naast vele optredens van schrijvers als Al Galidi, Thomas Lieske, Ronald Giphart en P.F. Thomése, besteedt het festival dit jaar ook veel aandacht aan de rol van mooie woorden in muziek. Mooie woorden zijn vaak de basis van prachtige liedjes. Daarom ook dit jaar veel muziek tijdens Festival Mooie Woorden, uiteenlopend van singer-songwriter/ folk (Paper Tiger, zaterdag/ Edo Donkers, zondag) en cabaretliedjes (Nasja Covers en Michiel Lieuwma, zaterdag) tot Utrechtse hiphop (Rijmtijd, zaterdag).

Echte muziekliefhebbers mogen vooral Ekko met de Avond van het Kippenvel met de Song!Writer! Special niet missen, waarin verschillende schrijvers op zoek gaan naar de perfecte song. Een bijzonder muziekproject is ‘In a Cabin With’: muziekcomposities opgenomen vanuit 'cabins' overal in Europa door Maarten Besseling en gastmuzikanten zoals Thickshag en Erny Green. Tijdens het festival zijn de resultaten te horen. Maar zelf songs leren schrijven of leren rappen kan ook: zaterdag is er een workshop Songwriting van de Nederlandse Popacademie (ROC) en een workshop rap door Meester T van Parnassos.

Eveneens niet te missen: de Club-matinee van 3VOOR12/Utrecht naar aanleiding van het verschijnen van een overzichtsboek over 50 jaar Utrechtse popcultuur: Van the Black Rocking Cats tot Spinvis: Een halve eeuw popmuziek in & uit Utrecht. Optredens van Kluge Leute, ZIMIHC, Mondo Leone (Leon Giesen) én een speciale verrassingsact maken de clubmatinee compleet. Komt dat zien (en horen)! Meer info vind je op de FMW-site of de Mooie Woorden-hyves.

peter Woensdag 21 November 2007 at 11:11 am | | overig | Eén reactie

Light My Fire

In januari 1967 verscheen de debuut-lp van The Doors, een magistraal en ambitieus album waarmee de groep zichzelf in een klap op de kaart zette. Eerste single 'Break On Through' was al geweldig, maar het was vooral dankzij 'Light My Fire' dat de formatie rond de charismatische frontman Jim Morrison op ieders lippen lag. Het nummer, in 1966 geschreven door gitarist Robby Krieger, duurt zeven minuten en was zeker voor die tijd revolutionair: ellenlange solo's (een Ray Manzarek in topvorm), Oosterse invloeden, een flinke scheut jazz en pscychedelica en een aanzwellende, ontketende Morrison.

Een beroemde anekdote verhaalt (en ik citeer Wikipedia) ''hoe televisiepresantator Ed Sullivan voorafgaand aan een optreden in de Ed Sullivan Show aan zanger Jim Morrison verzocht om de regel "girl, we couldn't get much higher" in het refrein te vervangen door "girl, we couldn't get much better", hoewel dat het rijm geen goed zou doen. De associatie met de roes van drugs zou het coast-to-coast miljoenenpubliek teveel shockeren. De afloop laat zich raden, en ze hoefden nooit meer terug te komen.''

Hoe ijzersterk 'Light My Fire' is, blijkt wel uit de talloze covers die er van zijn gemaakt, hoewel er geen enkele bij zit die het origineel ook maar enigszins naar de kroon steekt. Zo scoorde zanger en gitarist José Feliciano al in 1968 een gigantische hit met zijn versie, die hij had volgestouwd met flamenco-gitaren, zoete violen en fluitjes. Later waagden ook Stevie Wonder, The Four Tops, Shirley Bassey, UB40 en Massive Attack (om er een paar te noemen) zich aan een cover van de klassieker. Losjes geïnspireerd op 'Light My Fire' is 'Relight My Fire', een wereldhit uit 1979 van Dan Hartman (in duet met Loleatta Holloway).

In ieder geval: Luister naar een dertiental versies in dit zipje (60 MB, wisselende bitrate). Vooral de reggae-uitvoering van Soul Sam en de swingende variant van rumbakoning Edmundo Ros (heerlijk schetterende trompetjes!) zijn erg fijn. Als je zelf een leuke cover hebt gevonden, laat gerust een reactie achter!

peter Dinsdag 20 November 2007 at 11:52 pm | | interessant | Eén reactie

Neeva

Op de met sterren bespikkelde hoes is een in zwart leer geklede new wave-achtige man te zien, geflankeerd door een in het wit gehulde vrouw met een onverzettelijke blik in haar ogen. Als je de hoes openklapt, blijkt het om James Nevius en Vanessa Wilkinson te gaan. James zingt en speelt gitaar, maar mijn aandacht werd pas echt getrokken toen ik zag wat Vanessa tot haar beschikking had: een draagbare, analoge Korg Ms-20, een Wasp (een funky geelzwart synthesizertje), een Micromoog (de goedkopere opvolger van de Minimoog) en een Pulse (geen idee om welke synth het gaat; de Waldorf Pulse zag pas in 1996 het licht).

Onder de noemer Neeva brachten Nevius en Wilkinson in 1982 de 12-inch 'Will You Be Mine' uit, een jaar later gevolgd door een titelloos album. Vreemd genoeg kon ik over het duo nagenoeg totaal geen informatie vinden. De sessiemuzikanten (onder wie Andy Newmark, C.P Roth en Cotton Kent) zijn redelijk bekend en hebben een funk/disco-achtergrond, maar de twee personen om wie het draait, lijken wel van de aardbodem te zijn verdwenen. De lp is in 1981 in New York opgenomen, maar opmerkelijk genoeg pas in 1983 verschenen.

Goed, een hoop geleuter om te verhullen dat ik niet zo heel veel over Neeva te melden heb... Het duo maakt opzwepende synthpop, dat wel wat weg heeft van de Amerikaanse groep Book of Love (die midden jaren tachtig enkele hits scoorden), Men Without Hats en A Flock of Seagulls. Met dien verstande dat Neeva al veel eerder bezig was. De niet al te diepgravende liedjes zijn lekker springerig, bijzonder vrolijk en zitten propvol met analoge synts en catchy refreintjes (met als uitschieters 'Blue Star' en 'In Tune'). Het speelplezier spat er vanaf en het is me een raadsel waarom Neeva niet staat bijgeschreven in de new wave/synthpop-annalen of nog een album heeft uitgebracht. Download een voortreffelijke vinyl-rip (192 kbps, 54 MB, inclusief hoes) en kijk intussen naar de clip 'Blue Star' (vreemd genoeg de B-kant van 'Will You Be Mine, hoewel dit nummer inderdaad leuker is).

peter Zondag 18 November 2007 at 11:56 pm | | 80s | Geen reacties

Rogier van Otterloo

Tja. Dan haal je een nieuwe usb-platenspeler in huis (de Akai ATT10U om precies te zijn), geeft het apparaat er na tien minuten al de brui aan. Volgens mij is er iets mis met de stroomtoevoer ofzo. Aan de onderkant valt te lezen dat je de platenspeler onder geen beding mag openschroeven (Danger! Danger!), dus laat ik dat dan ook maar niet doen. Wat een flutding! Rommel! En dat terwijl ik net 'Visions' van Rogier van Otterloo (1941-1988) had opgezet, een absoluut pareltje van deze nu toch wel enigszins vergeten arrangeur, orkestleider en componist.

De veel te jong gestorven Van Otterloo werd eind jaren zestig bekend als pianist en componist bij het Lurelei Cabaret (met Jasperina de Jong, Eric Herfst, Gerard Cox en Marjan Berk) en als dirigent en orkestleider bij het Grand Gala Du Disque en het Eurovisie Songfestival. Naast het schrijven en arrangeren voor anderen, bracht Van Otterloo diverse solo-albums uit (waaronder 'Music All-In' (met Pim Jacobs), 'Rita Reys Sings Burt Bacharach' en 'Visions'), waarop hij zijn liefde voor jazz, klassieke muziek en een mespuntje funk etaleerde. Het bekendst is hij echter geworden dankzij zijn soundtracks voor talloze legendarische films en series (onder andere 'Turks Fruit', 'Soldaat van Oranje, 'Keetje Tippel' en 'Grijpstra en De Gier'). Begin jaren tachtig werd hij benoemd tot eerste dirigent van het Metropole Orkest, en zorgde hij voor een broodnodige verjonging.

Vreemd genoeg zijn de albums van Rogier van Otterloo maar mondjesmaat op cd verschenen. Jammer, want met name de soundtrack van 'Soldaat van Oranje' en zijn solo-albums uit de jaren zeventig zijn prachtig. 'Visions' (1974) hou je dus nog te goed, maar 'On the move' (1976) is net zo fijn. Op deze bijzonder plezierig gearrangeerde lp wisselt de 'Ennio Morricone van de Lage Landen' funky en jazzy nummers af met wat filmisch geïnspireerde tracks. Hoogtepunten zijn met name het titelnummer (met een subtiel wahwah-gitaartje), het funky 'My dearest Fluffie' en 'Go on forever' (oftewel 'We zullen doorgaan', let op de hippe improvisatie halverwege!).

Hoewel 'On the move' een onmiskenbare en nostalgische jaren zeventig-vibe kent, is de kwaliteit tijdloos. Luister zelf (320 kbps, 96 MB – het gaat om een voortreffelijke vinyl-rip. Met grote dank aan billen- en funkkoning Baby Grandpa!)

peter Vrijdag 16 November 2007 at 11:50 pm | | easy-listening | Geen reacties

Beurs

Genoeg inspiratie en muziek, maar het ontbrak me de afgelopen dagen simpelweg aan de benodigde tijd om uitgebreid achter de pc kruipen. De komende tijd wordt het rustiger en zal ik mijn log weer wat regelmatiger updaten. Hoop ik. Want eerst moet ik aankomend weekend de Mega Platen & CD Beurs in de Utrechtse Jaarbeurs zien te overleven, volgens kenners de beste muziekbeurs van Europa. Hoewel ik even met de gedachte speelde om deze keer over te slaan, ben ik bang dat ik in ieder geval komende zaterdag doorbreng tussen kilometers oud vinyl en zwijgende mannen van middelbare leeftijd die met een fanatieke blik in de ogen door bakken met lp's aan het ploegen zijn.

Het grote probleem van de Mega Platen & CD Beurs is dat het aanbod zo ontzettend gigantisch groot is dat de moed me al direct in de schoenen zakt als ik de hal met kraampjes binnenstap. Natuurlijk, het is altijd leuk om lp's en cd'tjes te scoren (met als bijkomend extraatje dat je niet om de vijf minuten op een James Last-album stuit), maar een hele dag is wat te veel van het goede. Ik ben veeleer een muziekliefhebber dan een verzamelaar en moet het stellen zonder een missie (dat ene ontbrekende album of dat ene zeldzame singletje). Maar toch, als je na een middag dwalen met een zak vol lp's en cd's thuiskomt, ben je moe maar voldaan.

In ieder geval: tijdens de Mega Platen & CD Beurs kun je diverse tentoonstellingen en exposities bezoeken (zelf ben ik wel benieuwd naar de compilatie van beatfilms uit de jaren zestig, verzameld door sixties expert Frank Dam) en optredens bijwonen van onder andere Cripple Creek Ferry, Stef White, Lucky Fonz III, John Sinclair en CCC Inc. Ik had overigens niet verwacht laatstgenoemde groep ooit nog eens live te kunnen zien. Voor de volledigheid: de tweedaagse Mega Platen & CD Beurs vindt plaats op zaterdag 17 november van 9.00 uur tot 18.00 uur en op zondag 18 november van 10.00 uur tot 17.00 uur in de Jaarbeurs Utrecht. Entree is 11 euro (of je moet ergens een kortingsbon weten op te snorren).

peter Donderdag 15 November 2007 at 11:54 pm | | overig | Vier reacties

Pogonophobia

Wie lijdt aan pogonophobia, heeft een abnormale, disproportionele angst voor baarden en snorren. Dit klinkt grappig (en lijkt me vooral lastig tijdens de feestdagen), maar wie last heeft van deze ziekte wordt ernstig belemmerd in zijn dagelijks leven. Pogonophobia kan leiden tot paniekaanvallen en zorgt er voor dat mensen in een isolement geraken. Tot de symptomen behoren kortademigheid, een onregelmatige hartslag, overmatig zweten en duizeligheid. De fobie is goed te behandelen, al dan niet met medicijnen.

Tja, het is maar goed dat de Zweden Bax Svensson en Göran Svensson voor hun project zo'n eigenaardige naam hebben gekozen, want echt veel informatie heb ik niet over het duo. Naar verluidt komen ze uit een klein dorpje in het zuiden van Zweden en begin dit jaar verscheen hun in eigen beheer uitgebrachte album 'The father, the son and the holy plant' in een beperkte oplage van vijftig stuks. Bax Svensson maakte eerder deel uit van de Zweedse progressieve rockgroep Rohans Horn en samen met Göran (geen idee of de twee familie zijn – het lijkt wel of iedereen in Scandinavië -son in zijn achternaam heeft zitten) nam hij in 2006 diverse instrumentale tracks op, waarvan er zes zijn beland op de cd 'The father, the son and the holy plant'.

Het album mag dan wel dit jaar zijn uitgebracht, de muziek klinkt alsof de Svenssons ongeveer dertig jaar onder een steen hebben geleefd en zijn blijven hangen in de progressieve jaren zeventig. Bax speelt gitaar alsof hij Manuel Göttsching van Ash Ra Tempel naar de kroon probeert te steken, terwijl Göran aan het freaken is in de beste Guru Guru-traditie. Bax speelt tevens fluit, waardoor de nummers wel wat weg hebben van een psychedelische Jethro Tull-variant. 'The father, the son and the holy plant, part I' is folky, 'part II' neemt je mee de kosmos in, 'part III' en 'part IV' klinken wat experimenteler (met veel echo's, orgels en tape-loops), 'part 5' is nogal freaky en de zestien minuten durende afsluiter komt op me over als een met lsd doordrenkte jamsessie. Met recht geestverruimend!

Het album is niet meer verkrijgbaar en wordt ook niet meer uitgebracht. Gelukkig biedt het internet uitkomst (52 MB, 128 kbps).

peter Maandag 12 November 2007 at 11:52 pm | | krautrock | Geen reacties

Gamma

Dr. Jeffrey Thompson doet al jaren onderzoek naar de manier waarop geluidsgolven invloed uitoefenen op het menselijk brein. Zo onderzocht hij onder meer de hersengolven van mediterende Tibetaanse monniken en ontdekte dat de hersenactiviteit van gevorderde mediteerders een aanzienlijk grotere hoeveelheid gammapatronen vertoont. Hersenactiviteit op 40 Hz wordt in verband gebracht met 'het hogere bewustzijn' en mentale perceptie - zodra iemand onder narcose wordt gebracht, verdwijnen de gammapatronen. Volgens de wetenschapper werken de gammagolven in de diverse hersengebieden op een holistische manier samen tijdens mystieke en sjamanistische ervaringen en zorgen ze ervoor dat je bewustzijn op deze manier naar een hoger niveau wordt getild. Tja, heel erg duidelijk was het cd-boekje nu ook weer niet.

Jeffrey Thompson heeft diverse cd's uitgebracht met rustgevende new age-muziek. Ze klinken op het eerste gezicht niet zo heel bijzonder, ware het niet dat het muziek is met een doel. Thomson heeft de lange, ogenschijnlijk eindeloos voortzoemende tracks namelijk vol gestopt met gammafrequenties. Het idee is dat je hersenen zich onbewust focussen op deze golven en je automatisch in een diepe meditatieve staat belandt, inclusief een verhoogd bewustzijn. Ofzo. Ik heb weinig verstand van dergelijke materie en moet bekennen dat ik weinig opzienbarends bespeur als ik naar tracks als 'Inner Mind' en 'Connecting to the Infinite' luister, maar misschien ben ik daar te ongeduldig voor. Ik zet Thompsons 'Gamma Meditation System' vaak 's nachts op; het is fijne, bijna dark ambient-achtige muziek die naadloos opgaat in de omgeving en de traag voortschrijdende nacht. Luister zelf (320 kbps): cd 1/1, cd 1/2, cd 2/1 en cd 2/2. De eerste cd bevat gammagolven op 40 Hz, terwijl cd 2 je in 'hypergamma' moet brengen. Naar verluidt een verhoogde meditatieve staat (op 100 Hz), waarbij je zinzuigen worden aangescherpt en je makkelijker persoonlijke veranderingen teweegbrengt.

peter Vrijdag 09 November 2007 at 11:55 pm | | new-age | Geen reacties

Can't stop the music

Je hebt goede en slechte films, B-films, cultfilms én dan is er nog 'Can't stop the music'. Laatstgenoemde stijgt dankzij zijn groteske eigenaardigheid ver boven alle classificaties uit en vormt een genre op zichzelf. Het vreemde is dat regisseur Nancy Walker en filmmaatschappij EMI een onverwoestbaar vertrouwen in 'Can't stop the music' hadden. De film kostte 20 miljoen dollar (de helft van het budget was bestemd voor promotionele doeleinden) en groeide uit tot dé flop van 1980. 'Can't stop the music' heeft zelfs de twijfelachtige eer om als eerste een 'razzie' (de prijs voor de slechtste film) in de wacht te slepen.

De pseudo-autobiografische film verhaalt over het leven van Jacques Morali (gespeeld door een piepjonge Steve Gutenberg), een jonge componist op zoek naar de grote doorbraak. Met de hulp van zijn huisgenoot annex supermodel (Valerie Perrine) stelt hij een groep van zes stoere mannen samen. De mannen (onder wie een indiaan, cowboy, een besnorde politieagent en een bouwvakker) worden gevolgd op hun weg naar roem en succes. Oftewel: het zwaar aangezette verhaal van de Village People.

'Can't stop the music' duurt bijna twee uur en de eerste drie kwartier heb ik met open mond ondergaan. Het is meer dan verbazingwekkend hoeveel geestverruimende waanzin, onwaarschijnlijke plotgaten, tenenkrommende dialogen en totaal misplaatste humor een film kan bevatten. O ja, en laat ik vooral al die halfnaakte, besnorde mannen niet vergeten die om de zoveel seconden door het beeld lopen. Want hoewel 'Can't stop the music' in de markt is gezet als een familiefilm, spat de onderhuidse homo-erotiek van het scherm. Hilarisch is de scène waarin de Village People voor het eerst de plaatselijke YMCA binnenstappen, spontaan in zingen uitbarsten en je de daaropvolgende minuten wordt getrakteerd op beelden van gewichtheffende mannen, worstelende mannen, zwetende mannen, mannen onder de douche, mannen die – enfin, je hebt een beeld gekregen, neem ik aan.

Normaal gesproken heb ik een grondige hekel aan films waarin iedereen spontaan in zingen uitbarst, maar voor 'Can't stop the music' maak ik een uitzondering. Je moet het zien om het te geloven! Op het prettig gestoorde CosmoBells vind je 15 Rapidshare-linkjes voor dit ehh... miskende meesterwerk.

peter Woensdag 07 November 2007 at 11:29 pm | | film | Geen reacties

Margaret Singana

Het geheugen is maar een raar iets. Ik fietste in een miezerige regenbui naar huis en opeens begon ik 'We are growing' van Margaret Singana te zingen, het titelnummer van de ooit zo populaire serie 'Shaka Zulu'. Geen idee waarom. In mijn geheugen was deze Veronica-serie over het leven van de legendarische Zoeloe-leider extreem spannend, maar ik vermoed dat het eigenlijk wel meeviel – als ik nu een aflevering van Miami Vice of Knight Rider terugzie is het eerder aandoenlijk dan spectaculair. De voornaamste reden waarom Shaka Zulu is doorgedrongen tot de canon van de jaren tachtig, heeft te maken met de onverwachte nummer 1-hit van Margaret Singana in de nazomer van 1989. Het zou bij deze ene hit blijven, maar Nederland maakte op deze manier wel kennis met een Zuid-Afrikaans ikoon.

Margaret Singana (1938-2000), beter bekend als 'Lady Africa', was in haar thuisland een gevierd zangeres en musicalster. Ze was de eerste zwarte muzikant die op de nationale muziekzender Radio 5 te horen was en maakte naam in musicals als 'Sponono' en 'Ipi Tombi'. Met haar door Yes-gitarist Trevor Rabin geproduceerde lp 'Where is the love' (uit 1976) brak Margaret ook in de rest van Afrika door. Het wereldwijde succes van de Shaka Zulu-serie zorgde ervoor dat de Zuid-Afrikaanse zangeres door het grote publiek werd omarmd. Het is dan ook des te schrijnender dat ze aan haar succes weinig overhield: kaalgeplukt door gehaaide managers en vechtend tegen een slepende ziekte overleed de aan een rolstoel gekluisterde Margaret Singana in 2000 op 62-jarige leeftijd.

De Shaka Zulu-soundtrack gaat niet de muzikale geschiedenisboeken in als een meesterwerk, maar is aardig genoeg om niet vergeten te worden. 'We are growing' is in drie verschillende versies op het album te vinden en de overige tracks zijn een zomers allegaartje van Afrikaanse en Westerse ritmes met songteksten in de Zoeloe-taal isiZulu. Zoals gezegd niet schokkend, maar geinig genoeg om even het druilerige weer te vergeten. Luister zelf (320 kbps, 88 MB).

peter Maandag 05 November 2007 at 11:55 pm | | 80s | Geen reacties

Araglin Radio

In een grijs verleden heb ik ooit eens wat zitten rommelen met een eigen internetradiozender via Shoutcast. Dat was leuk, maar het zette weinig zoden aan de dijk. Een Shoutcast-zender is eigenlijk alleen leuk als je vaker uitzendt dan één keer per week een paar uur voor een tiental luisteraars. Na een maandje Araglin Radio vond ik het dan ook wel weer welletjes. Fast forward naar een paar dagen geleden. In een vergeten doos stuitte ik op mijn oude Sweex-microfoon. Geinig, dacht ik, handig als ik ooit nog eens wil gaan skypen.

En net toen ik mezelf een hoedje schrok bij het horen van mijn eigen stem, kreeg ik een mailtje van iemand die mijn oude Araglin radio-posts op het spoor was gekomen en vroeg of deze uitzendingen nog ergens te beluisteren waren. En toen viel het kwartje. Waarom sloeg ik niet aan het podcasten? Vol goede moed en niet gehinderd door enige kennis omtrent radiomaken, zocht ik wat leuke nummers bij elkaar, zette vriendin Eva achter de microfoon en sleutelde ik met het gratis programma Audacity een mp3'tje in elkaar.

Al doende leert men en deze eerste Araglin Radio-podcast is dan ook voornamelijk bedoeld als 'testcase', een proefuitzending om eens te zien wat er allemaal mogelijk is. Vriendin Eva zat in eerste instantie wat onwennig achter de microfoon, maar kreeg er gaandeweg steeds meer lol in. Het bleek vooral lastiger dan ik dacht om haar stem goed op te nemen – maar dat kan ook aan de gebruikte microfoon liggen, een el cheapo- exemplaar van de MediaMarkt. Toen L-rs hoorde dat ik aan het podcasten was geslagen, vroeg hij al of ik een antiplopkousje gebruikte – nee, dus. Goed idee voor de volgende keer, in ieder geval.

Deze eerste, een uur durende Araglin Radio-uitzending staat geheel in het teken van easy listening, exotica en een scheutje space age en dat betekent dus muziek en overspannen orgeltjes van onder andere Bert Kaempfert, Yma Sumac, Pérez Prado en Klaus Wunderlich. De complete playlist vind je hier. Het mp3'tje kun je hier downloaden (128 kbps, 59 MB). En nogmaals: het gaat om een eerste probeersel: reacties, commentaar en tips zijn van harte welkom!

peter Zaterdag 03 November 2007 at 11:52 pm | | sponstijd | Twee reacties

Incredible Bongo Band

Overdag was Michael Viner een keurige A&R-manager bij platenmaatschappij MGM, maar in zijn vrije tijd leefde hij zich met een groep vrienden uit op bongo's, conga's, djembés en wat ze verder maar voor percussie-instrumenten in handen konden krijgen. Toen op een gegeven moment een artiest niet kwam opdagen voor een studiosessie, besloot Viner om dan maar zelf enkele nummers op te nemen. Hij trommelde zijn vrienden op, verzon een ludieke bandnaam en ging aan de slag. Na een avondje roffelen, stond er een groot aantal tracks op tape: voornamelijk instrumentale, funky bewerkingen van bekende deuntjes, waarbij, logischerwijs, de opzwepende percussie alle aandacht naar zich toetrok.

In 1972 zette hij twee van deze tracks op de soundtrack van de B-film 'The Thing With Two Heads' (dat verscheen op het MGB sublabel Pride, dat nota bene door Viner zelf was opgestart) en een jaar later was de tijd rijp voor het debuutalbum van de Incredible Bongo Band. De lp 'Bongo Rock' (met naar verluidt medewerking van Ringo Starr) zette weinig zoden aan de dijk, en datzelfde lot was ook opvolger 'Return of the Incredible Bongo Band' (1974) beschoren. Viner had echter grootste plannen: hij was druk bezig met het regelen van opnamesessies met The London Symphony Orchestra en had zelfs het plan opgevat voor een heuse bongosymfonie.

Het liep allemaal wat minder voorspoedig; zijn klassieke plannen liepen op niets uit en toen bongomaatje en goede vriend Jim Gordon psychisch in de problemen raakte, leek de Incredible Bongo Band een stille dood te sterven. Totdat begin jaren tachtig hiphoppioniers Kool Herc en Grandmaster Flash de Incredible Bongo-lp's herontdekten en hevig aan samplen sloegen. Vooral 'Apache' was in trek: de Shadows-cover kenmerkte zich door een lang uitgesponnen bongobreak die onder meer de basis vormde voor de gelijknamige hit van de Sugarhill Gang. Luister zelf: 'Bongo Rock' (192 kbps, 92 MB) heeft nog niets van zijn opzwepende (bij vlagen nogal manische) karakter verloren.

peter Donderdag 01 November 2007 at 11:47 pm | | weird | Drie reacties