Intuïtie

Hier stond eerst een fragment uit het geweldige 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raadpleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes.nl of Bol.com.

Admin Zondag 30 December 2007 at 11:50 pm | | overpeinzing | Geen reacties

Robert Strating

Als ik een platenzaak binnenstap, moét ik altijd de bak met aanbiedingen doorspitten. Gelukkig kan ik na jaren van oefening en intensieve trainingsweken in de Belgische Ardennen binnen enkele tellen zien wat voor vlees ik in de kuip heb. Aanbiedingenbakken zijn namelijk te verdelen in drie categorieën: cd's die men aan de aan de straatstenen niet kwijt kan (matige verzamelaars, piratenartiesten en geflopte Idols-deelnemers), midprice-knallers (drie voor de prijs van twee - dat soort werk) en albums die niet binnen het straatje van de desbetreffende winkel passen en waarvan de eigenaar geen idee heeft wat hij ermee moet. Het hoeft geen betoog dat de laatste groep het leukste is.

Zo haalde ik onlangs de cd 'Several Feelings' (1990 - zonder streepjescode trouwens) van Robert Strating uit zo'n bak tevoorschijn. Gezien het aanbod (alternatieve rock) was het geen wonder dat Robert in ongenade was gevallen. Terwijl een verliefd stelletje innig in elkaars ogen kijkt en een gouden fontein romantisch klatert, staat op het hoesje vermeld: 'romantic piano and synthesizer melodies'. Dit zou over het algemeen reden genoeg zijn geweest om de cd tot in lengte der dagen een rustige oude dag te gunnen, ware het niet dat de naam van Robert Strating erboven stond. De man die tal van Nederlandse series van muziek heeft voorzien (onder meer 'Medisch Centrum West', 'Ter land ter zee en in de lucht', 'Erotica' en 'Tennis-Report'), met de Tros-tune op de proppen kwam en muziek heeft geschreven voor artiesten als Gert en Hermien, Annie Schilder, Benny Neyman en Corrie Konings.

Strating heeft daarnaast een handvol solo-albums uitgebracht, die gretig aftrek vonden bij programmamakers die op zoek waren naar sfeervolle achtergrondmuziek. De tracks op 'Several Feelings' zijn te rangschikken onder de noemer ehh.. tja, romantische, bij vlagen uptempo pianostukken, met sporadisch geneurie en ge-nanana van Joni en Birgitte de Boer en gitaarspel van Hans Hollestelle. Af en toe hoor je in de verte echo's van Stratings Amerikaanse evenknie Yanni (vooral 'Andromeda' is erg Yanni-achtig), terwijl je bij andere nummers het gevoel krijgt naar de instrumentale versies van hits van Frans Bauer, Spiros of Jannes te luisteren (niet negatief bedoeld overigens). Grappig is dat Strating de complete cd heeft volgespeeld met Roland-apparatuur (voor de liefhebbers: RD1000, D-50, MC500, DEP-8, S330 en S550). Luister zelf (320 kbps, 103 MB).

peter Vrijdag 28 December 2007 at 11:56 pm | | easy-listening | Drie reacties

Jaarlijstje

Net nu ik had besloten om dit jaar eens geen jaarlijstje samen te stellen, stuurde Coen van FileUnder me een mailtje met het verzoek om mijn tien muzikale hoogtepunten eens op een rijtje te zetten. Ik ben er eens voor gaan zitten en heb in rap tempo een lijstje opgesteld van de tien albums die het afgelopen jaar veel tijd hebben doorgebracht in mijn muziekspeler. En dat betekent dus een lijstje zonder Radiohead, Bruce Springsteen, Arcade Fire, Maxïmo Park, Interpol en LCD Sound System, maar wel met (in willekeurige volgorde):

The Madd - Ongeneeslijk Biet (onweerstaanbaar aanstekelijke debuut-cd van Nederlandse bodem), Al Andaluz Project - Deus et Diabolus (grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen het Duitse Estampie en het Andalusische l'Ham de Foc), Create - Space Time Continuum (op reis door de kosmos met Stephen Humphries, zijn vierde en beste album), David Arkenstone - Myths & Legends (Arkenstone bewijst op eenzame new age/wereldmuziek-hoogte te staan en levert een verzorgd pakketje af: cd, dvd (met helaas nogal knullige videoclipjes) en opmerkelijk genoeg nog een cd met geluidseffecten en samples, die je tegelijkertijd met de eerste cd moet beluisteren), Nattefrost - Underneath the Nightsky (de originaliteitsprijs wint de Deen Bjorn Jeppesen niet, maar zijn stevig in de Berlijnse School gewortelde sequencermuziek hapt wel bijzonder heerlijk weg), Brad Paisley - 5th Gear (fijne countryliedjes. punt), Sopor Aeternus & The Ensemble of Shadows - Les fleurs du mal (ik weet niet steeds niet zo goed wat ik van dit intrigerende album moet vinden, nog maar een keertje opzetten dus...), The Orb - The Dream (Dr. Alex Paterson keert na diverse experimentele uitstapjes weer terug naar zijn wortels – eindelijk!), Janine Jansen - Concertos & Romance (Mendelssohn en Bruch zagen er nog nooit zo goed uit!) en Omnia - Alive! (voorganger 'Pagan Folk' was ijzersterk, maar dit album stelt toch wel een klein beetje teleur – toch in de Top 10 omdat Omnia zo'n symphatieke band is).

Grootste teleurstelling (op muzikaal gebied dan) is toch wel dat net zoals vorig jaar het langverwachte nieuwe album van synthlegende Johan Timman is uitgesteld tot medio 2008. Ik las op zijn site dat hij alles heeft weggegooid en weer opnieuw is begonnen. Zucht. En wat zijn jullie favorieten van het afgelopen jaar?

peter Donderdag 27 December 2007 at 11:52 pm | | lijstjes | Vier reacties

Star Wars Christmas (reprise)

Kerstalbums zijn er in alle soorten en maten. Vaak gaat het om... tja, inspiratieloze en schaamteloze herhalingsoefeningen, waar weinig lol aan te beleven is. Dat het ook anders kan, bewijst 'The Star Wars Christmas Album'. Dit album uit 1980 overstijgt alle waarde-oordelen en laat je na beluistering met slechts één vraag achter: waarom? waarom in vredesnaam? C-3PO (Anthony Daniels) en R2-D2 wagen zich aan diverse kerstliedjes, ondersteund door acteurs die zich krampachtig proberen voor te doen als robots.

De nummers worden opgeleukt door Star Wars-geluidseffecten die totaal onverwacht opduiken en de teksten zijn ehh... interessant. Alleen al 'Bells, bells, bells... the thing they do is ring. Bells, bells, bells... what happy thoughts they bring!' of het begin van 'What Can You Get A Wookie For Christmas (When He Already Owns A Comb)' zorgen voor samengeknepen billen. Het lijkt alsof de muzikanten alleen de beschikking hadden over een Casio-keyboard en wat klokken.

En om het allemaal nog bijzonderder te maken (alsof een 'zingende' R2-D2 in 'Sleigh Ride' nog niet genoeg is): op enkele tracks is de 18-jarige John Bongiovi te horen, die een heus kinderkoor aanvoert. John Bongiovi? Inderdaad, enkele jaren later zou hij met zijn groep Bon Jovi stadions vullen... 'The Star Wars Christmas Album' heeft wel wat weg van een op hol geslagen aflevering van The Muppet Show, maar ik heb zo het vermoeden dat George Lucas behoorlijk serieus was toen hij zijn goedkeuring gaf voor dit album. Zie voor meer informatie deze minutieuze en hilarische bespreking op i-Mockery. Of beter nog: luister zelf (128 kbps, 32 MB).

Als je op zoek naar bent naar een kerstalbum waarbij zelfs de liedjes van Céline Dion overkomen als Bach-cantates, dan is je queeste hierbij tot een eind gekomen. Tevens uitermate geschikt om je bezoek tijdens de feestdagen tot waanzin te drijven... Jammer is wel dat de lp slechts een half uur duurt. Nu ja, jammer... O ja, voor ik het vergeet: alle Araglin.nl-bezoekers een vrolijk kerstfeest gewenst!

peter Maandag 24 December 2007 at 9:58 pm | | weird | Geen reacties

Jyl

Het handige van Klaus Schulze is dat hij elke scheet die hij laat bewaart voor het nageslacht. Live-optredens, demo's, experimenten in de studio, outtakes, oefensessies, remixen – vroeg of laat verschijnt het een keer op cd. Het resultaat is dan ook een indrukwekkende discografie, helemaal als je je bedenkt dat Schulze niet te beroerd om regelmatig in de producersstoel plaats te nemen en een beginnende artiest een duwtje in de rug te geven.

En zo kwam ik via een rare omweg op het spoor van de lp 'Jyl' uit 1984. Veel informatie kon ik niet over het album vinden: Jyl was een project van Ingo Werner, die alle nummers schreef, arrangeerde en samen met Schulze produceerde. Zangeressen Jyl Porch en Angela Werner schreven de songteksten, zo lees ik op Discogs. Het is dat de naam van Klaus Schulze bij de credits vermeld staat, want de muziek van Jyl lijkt in niets op zijn experimentele klanktapijten. Ik denk dan ook dat hij slechts zijn studio ter beschikking heeft gesteld, wat apparaten heeft opgestart en af en toe zijn hoofd om de hoek stak om te kijken of alles nog goed ging.

De tien tracks begeven zich in een interessant schemergebied tussen electro, elektronische muziek, new wave en lichtelijk avant-gardistische uitstapjes. Jyl Porch zingt onderkoeld in het Engels, Frans en Russisch over sciencefiction-onderwerpen (titels als 'The Computer Generation', 'Mechanic Ballerina' en 'Silicon Valley' laten weinig aan de verbeelding over), ondersteund door bliepjes, een droge, uptempo beat en de sporadisch opduikende zware stem van (gok ik) Ingo Werner. De associatie met de Engelse zangeres Toyah Willcox is niet heel ver weg en ook het Leda-project van voormalig Tangerine Dream-lid Peter Baumann komt in gedachten.

En hoewel 'Jyl' een typisch product is van de vroege jaren tachtig, klinkt het album eigenlijk nog steeds uitermate plezierig, vooral dankzij de lijzige stem van Porch en haar Nina Hagen-achtige uithalen (zeer bescheiden weliswaar, maar toch). Voor zover ik kon nagaan is het bij deze ene lp gebleven. Liefhebbers van new wave en synthpop (Propaganda-liefhebbers opgelet!) moeten Jyl zeker eens een kans geven. Luister naar een voortreffelijk opgepoetste vinyl-rip (224 kbps vbr, 57 MB).

peter Zondag 23 December 2007 at 11:52 pm | | 80s | Eén reactie

Anthony Phillips

Gitarist Anthony 'Ant' Phillips (1951) had net zo'n grote ster kunnen zijn als Peter Gabriel, Tony Banks, Michael Rutherford of Phil Collins, ware het niet dat hij net voor het uitkomen van het tweede Genesis-album 'Tresspass' (1970) uit de groep stapte. Phillips had namelijk last van ontzettende podiumangst en de door zijn dokter aangeraden remedie was rigoureus: stoppen met optreden. Een beetje sneu, want met hun derde album 'Nursery Cryme' (1971, inclusief de door Anthony geschreven nummers 'The Musical Box' en 'The Fountain Of Salmacis') brak Genesis op grote schaal door.

Na zijn vertrek werkte Phillips in alle luwte aan zijn solocarrière. Hij studeerde klassieke gitaar en dook sporadisch de studio in met onder andere zijn Genesis-maatjes Mike Rutherford en Phil Collins. In 1977 verscheen zijn eerste solo-album 'The Geese and the Ghost', dat voornamelijk breed uitgesponnen folk-achtige progressieve rock bevatte. De lp verkocht voor geen meter. Niet geheel verwonderlijk als je bedenkt dat punk in die periode aan een razendsnelle opmars bezig was en weinig ruimte overliet voor subtiliteit. In de jaren die volgden bracht Phillips regelmatig nieuwe albums uit, die weliswaar niet bij bosjes over de toonbank gingen, maar hem wel een trouwe fanbasis opleverden.

De reden voor deze entry (want zo goed ben ik nu ook weer niet bekend met Phillips' oeuvre) is zijn vierde solo-album '1984' (uit 1981). Anthony Phillips is namelijk niet alleen een begenadigd gitarist, maar kan ook behoorlijk uit de voeten op de synthesizer en dan met name de Mellotron. Voor '1984' liet hij zich (je raadt het misschien al) inspireren door de gelijknamige roman van George Orwell, die een nogal somber toekomstbeeld schetst. Het is dat het album zo heet, want op basis van de vier instrumentale nummers zou ik hier nooit achter zijn gekomen (hoewel een vocoderkoortje subtiele hints geeft). Centraal staan de twee lange tracks '1984 - part 1' en '1984 - part 2', met veel tempowisselingen, solo's en drumcomputers. Het album doet wel wat denken aan de muziek waar het Private Music-label van Peter Baumann in de tweede helft van de jaren tachtig furore mee maakte en aan Mike Oldfield ten tijde van 'Crisis' en 'Five Miles Out'.

Fans hebben gemengde gevoelens over '1984', maar voor liefhebbers van elektronische muziek is dit buitenbeentje 'gefundenes Fressen'. Luister zelf (320 kbps, 83 MB). Overigens bracht Rick Wakeman grappig genoeg eveneens in 1981 een album uit met Orwelliaanse klanken, ook met de titel '1984'. Heeft iemand toevallig (een rip van) deze lp slingeren?

peter Zaterdag 22 December 2007 at 11:52 pm | | progrock | Vier reacties

Toxic Avenger

Het grote probleem van een weblog is dat als je het even druk hebt, weg bent of (zoals in mijn geval) door je rug bent gegaan, alles stil ligt. Sterker nog: ik kreeg zelfs verontruste telefoontjes van mensen die me al een dag of wat niet online hadden gezien. Kan wel kloppen, want ik liep als een kromgebogen oud mannetje door de woonkamer en probeerde zo stil mogelijk op de bank te blijven zitten. Gelukkig had ik nog een aantal dvd's bij de hand om de tijd door te komen en de eerste film die ik in de dvd-speler schoof was 'Toxic Avenger', de culthit uit 1985 en de grote doorbraak van filmmaatschappij Troma Entertainment.

Opgericht in 1974 door Lloyd Kaufman en Michael Herz timmerde Troma aanvankelijk weinig succesvol aan de weg met goedkope seksfilms, om in de jaren tachtig het roer om te gooien en zich te specialiseren in lowbudget horrorfilms. En met succes. Inmiddels staat de teller al op meer dan 800 films en series, met hoogtepunten als 'Cannibal! The Musical' (geregisseerd door Trey Parker en Matt Stone), 'Poultrygeist', 'Class of Nuke 'Em High', 'A Nymphoid Barbarian in Dinosaur Hell' en 'Sgt. Kabukiman'. Tal van bekende acteurs begonnen ooit hun carrière in een Troma-film, iets waar bijvoorbeeld Marissa Tomi, Kevin Costner, Robert Deniro en Samuel L. Jackson waarschijnlijk niet al te graag meer aan herinnerd willen worden.

De films van Kaufman en Herz kenmerken zich door absurde humor, politiek incorrecte grappen, buitensporig geweld en vooral veel ranzigheid – maar zo overdreven en goedkoop dat het erg grappig wordt. In de klassieker 'Toxic Avenger' wordt schoonmaker Melvin in een sportschool (excuus om veel halfnaakt vrouwelijk schoon in beeld te brengen) voortdurend gekleineerd door een groepje moorddadige ehh.. tja, 'hardbodies' (om Brett Easton Ellis er maar eens bij te halen). Als een grap totaal uit de hand loopt, springt Melvin uit het raam, om in een ton met chemisch afval te belandden. De vrachtauto stond toevallig net onder het raam, dus vandaar. Hij verandert in een gemuteerde superheld en zint (vanzelfsprekend) op wraak. Ik had de film jaren geleden gezien en 'Toxic Avenger' is nog steeds net zo vermakelijk als toen. Hoog tijd om mijn Troma-collectie eens aan te vullen! Luister intussen naar 'Toxic Tunes from Tromaville' (1994), een compilatie met bizarre tunes en intro's, geluidsfragmenten, interviews, foute jaren tachtig rock en wat al niet meer: deel 1 (95 MB) en deel 2 (40 MB - 256 kbps).

peter Vrijdag 21 December 2007 at 11:45 pm | | film | Eén reactie

Man Parrish

Nadat met name Kraftwerk, Yellow Magic Orchestra en Giorgio Moroder in de jaren zeventig de basis hadden gelegd voor een heel nieuw genre (gedomineerd door mechanische ritmes, samples en vocoders), gingen begin jaren tachtig jonge Amerikaanse producers en dj's aan de haal met deze 'Europese sound'. Afrika Bambaataa mengde in 'Planet Rock' Kraftwerk-samples met de eerste hiphopbeats (en legde hiermee de kiem van de 'electro funk'), terwijl Patrick Cowley bijna eigenhandig de disco naar een hoger niveau tilde. En hoewel Man Parrish wellicht niet zo bekend is als de eerder genoemde musici, speelt hij net zo'n belangrijke rol in de ontwikkeling van dance en elektronische muziek. De flamboyante, homoseksuele

Manuel Joseph Parrish (1958) was een groot fan van Kraftwerk, Klaus Nomi en Brian Eno en met zijn muziek sloeg hij een brug tussen zijn voorliefde voor disco en elektronische experimenten uit Europa en de opkomende hiphopcultuur. Legendarische singles als 'Hip-Hop Be Bop (Don't Stop)' en 'Boogie Down Bronx' bevatten alle elementen van latere genres als electro, techno en freestyle en dienden als inspiratiebron voor uiteenlopende muzikanten als Run D.M.C. en Autechre. In 1982 verscheen zijn briljante debuutalbum, dat Parrish eigenlijk nooit meer zou overtreffen. Na een heftige burn-out te hebben overleefd, produceerde en remixte hij voor onder andere Michael Jackson, Boy George en Gloria Gaynor, werkte tussen alle bedrijven door als road manager voor de Village People en bracht sporadisch een nieuwe cd uit.

Zijn debuut was in 1982 al een groot succes en heeft anno 2007 nog helemaal niets aan kracht ingeboet: vette beats, dikke vocoders, pompende baslijntjes van een nog piepjonge Roland TB-303 en bijzonder fris klinkende nummers die zowel naar de toekomst als het verleden knipogen. Je gaat bijna vanzelf op je rug liggen en breakdancen... En hoewel 'Together Again' klinkt als een cheesy tune van een of andere slechte comedy, zijn de overige nummers ronduit geniaal en briljant. 'Hip Hop, Be Bop (Don't Stop)', 'Man Made', 'Six Simple Synthesizers' (met medewerking van Klaus Nomi!), 'Techno Trax', 'Heatstroke' - stuk voor stuk klassiekers. Enige nadeel is dat de 35 minuten van de lp zo om zijn. Luister naar een voortreffelijke vinyl-rip (en dus niét naar de 'opgefriste' versie die tien jaar geleden op cd is verschenen - 96 MB, in ogg vorbis-formaar helaas, 500 kbps dat dan weer wel).

peter Dinsdag 18 December 2007 at 11:54 pm | | 80s | Vier reacties

Cijfers

Hoewel ik me afvraag wie dergelijke stukjes eigenlijk op prijs stelt (behalve ikzelf dan), is het interessant om af en toe eens in de cijfers te duiken. Onlangs presenteerde de NVPI (de brancheorganisatie van de entertainmentindustrie) de halfjaarcijfers van 2007. De dalende trend van de afgelopen jaren zet zich onverminderd voort: de omzet van cd's, singletjes, muziek-dvd's en -downloads is in vergelijking met het eerste half jaar van 2006 met bijna 12 procent teruggelopen: van 137,2 miljoen euro vorig jaar tot 121,4 miljoen in 2007 (de eerste zes maanden). Apart is dat het aantal betaalde downloads (waar de grote labels toch wel enigszins hun hoop op hadden gevestigd) met 7,5 procent is gedaald. Het aantal verkochte cd'tjes nam bijna 11 procent af: in totaal gingen er het eerste half jaar van 2007 7,8 miljoen schijfjes in Nederland over de toonbank, tegen 8,8 miljoen vorig jaar. Grootste verliespost zijn de cd-singles: de single-verkoop duikelde dit jaar met bijna 38 procent naar beneden.

Goed, voor de muziekindustrie zijn cijfers zoals deze natuurlijk een vleesgeworden nachtmerrie. Ik denk alleen wel dat de platenmaatschappijen er tal van aanvullende verkoopkanalen hebben bijgekregen (ringtones, muziek in games en dergelijke) en oude albums opnieuw kunnen uitmelken door ze digitaal beschikbaar te stellen (van lp naar cd naar mp3). En dan heb je nog de (fiks gesponsorde) concerten en ongetwijfeld de nodige merchandise. Tja. (Bron: BS, december 2007, een uitgave van Buma/Stemra).

En in de categorie gerelateerd nieuws (soort van): de rechter doet op 8 januari uitspraak in het kort geding dat rechtenorganisatie NORMA aanspande tegen minister van Justitie Hirsch Ballin. Inzet van de rechtszaak: het uitstellen van de kopieerheffing op mp3-spelers, dvd-recorders en dergelijke tot januari 2009, waardoor artiesten (onder wie zangeres en actrice Ricky Koole) naar verluidt ruim 16,3 miljoen euro mislopen. Zie mijn eerdere entry. En tot slot: Stacey Rookhuizen, die op 16-jarige leeftijd haar eigen label oprichtte, stopt met het uitbrengen van cd's: ''Waarom zou ik zoveel tijd, geld en energie in een schijfje steken als het niet verkoopt? Terwijl er zoveel andere en veel interessantere manieren zijn om muziek aan de man te brengen die wél werken? Vandaar dat ik roep: Fuck de cd!''

peter Maandag 17 December 2007 at 11:50 pm | | nieuws | Eén reactie

Kerstmuziek

Hier stond eerst een fragment uit het geweldige 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raapleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes of Bol.com

Admin Donderdag 13 December 2007 at 11:52 pm | | overpeinzing | Geen reacties

Gwendoline

In een poging mee te liften op de immens succesvolle Indiana Jones-films van Steven Spielberg, regisseerde Fransman Just Jaeckin in 1984 de avonturenfilm 'Gwendoline', oftewel (want voluit is de titel veel leuker) 'The Perils of Gwendoline In The Land of Yik Yak'. Jaeckin debuteerde in 1974 met 'Emmanuelle' (met Sylvia Kristel in de hoofdrol) en effende de weg voor de stortvloed aan soft-erotische films die later zou volgen – al dan niet door de Fransman zelf geregisseerd (onder meer 'The Story of O' en 'Lady Chatterley's Lover' uit respectievelijk 1975 en 1981). Een bijna vergeten 'hoogtepunt' in zijn carrière is de avonturenfilm 'Gwendoline', losjes gebaseerd op de gelijknamige stripboeken van John Willie (die dol was op rondborstige heldinnen die om de haverklap vastgebonden werden en billenkoek kregen).

Het verhaal: Gwendoline (een appetijtelijke Tawny Kitaen) trekt samen met haar dienstmeisje (een net zo appetijtelijke Zabou Breitman) en de gespierde gelukszoeker Willard (Brent Huff) door de jungle. Het drietal is op zoek naar Gwendolines vader, die tijdens een wetenschappelijke expeditie (het heeft iets te maken met een of andere zeldzame vlinder) spoorloos is verdwenen. Diep in de jungle stuitten ze op het ondergrondse rijk van de Yik-Yak, een geheel uit schaars geklede vrouwen bestaande samenleving geregeerd door een snode koningin (een in een sexy leren pakje gehulde Bernadette Lafont). Laatstgenoemde arrangeert een ehh.. 'meet & greet' tussen Willard en haar gladiatorenkampioene (zie afbeelding). Het is de bedoeling dat zij met hem 'paart' en hem vervolgens genadeloos in elkaar mept, maar het pakt allemaal anders uit dan gepland.

Goed. Dit klinkt allemaal behoorlijk krankzinnig, maar wie bereid is om anderhalf uur lang zijn verstand uit te schakelen, beleeft de tijd van zijn leven. Sexy pakjes! Naakte heldinnen! Bondage! Geweld! Ontluikende liefdes! Jungle-avonturen! Gladiatoren! Als je de film ooit tegenkomt in de uitverkoopbakken, grijp dan je kans. Luister, tot het zover is, naar de soundtrack (192 kbps, 50 MB) van Pierre Bachelet (die eerder meewerkte aan 'Emmanuelle'). Zijn score klinkt eigenlijk best aardig, met omfloerste synths, enkele Era-achtige liedjes en aandoenlijk geknutsel met samples en drumcomputers. (Met dank aan het geweldige Cosmobells!)

peter Woensdag 12 December 2007 at 11:52 pm | | weird | Geen reacties

Earthstar

Ik zal een jaar of veertien zijn geweest toen ik eind jaren tachtig op een rommelmarkt op de lp 'Timewind' van Klaus Schulze stuitte. Ik had geen idee wat ik moest verwachten, laat staan dat ik besefte een krautrockklassieker in handen te hebben – mijn aandacht werd vooral getrokken door de fascinerende uitklaphoes. Eenmaal thuisgekomen zette ik de plaat op en de rest is geschiedenis. Of zoiets in ieder geval. Dat ik niet de enige ben met een dergelijke ervaring, blijkt uit het verhaal van de Amerikaanse muzikant Craig Wuest.

Eind jaren zeventig ontdekte hij de muziek van Schulze en was zwaar onder de indruk van diens albums 'Blackdance' (1974), 'Timewind' (1975) en 'Moondawn' (1976). Hij stuurde een brief naar Klaus (inclusief een exemplaar van zijn debuut-lp 'Salterbarty Tales', uitgebracht onder de noemer Earthstar) en kreeg tot zijn verbazing vrij snel antwoord. Schulze op zijn beurt was zeer te spreken over de muziek van Wuest en nodigde de jonge Amerikaan uit om naar Duitsland te komen. Wuest krabde zich eens achter de oren, verkocht zijn piano om een vliegticket te kunnen betalen en klopte in het najaar van 1978 aan de voordeur van Schulze in Hambühren.

Het daaropvolgende jaar sleutelden de twee aan Wuests nieuwe album 'French Skyline' (1979), waarbij Schulze op de producersstoel plaatsnam, Wuest goede raad gaf en af en toe een riedeltje meespeelde. Craig Wuest verhuisde later naar een klein dorpje vlakbij Hannover, bracht nog twee lp's uit ('Atomkraft? Nein, Danke!' en 'Humans Only', uit respectievelijk 1981 en 1982) en keerde toen weer terug naar Amerika – en daar loopt het spoor enigszins dood.

'French Skyline' (niet meer verkrijgbaar) is een must voor liefhebbers voor analoge soundscapes, mellotronkoren, drums, sequencers, minimoogs en allerhande rare instrumenten. Het album bestaat voornamelijk uit twee lang uitgesponnen suites en vormt in feite de brug tussen Schulzes spacy sequencerwerk uit de jaren zeventig en de meer abstracte richting die hij later zou inslaan. En hoewel het misschien overkomt alsof Wuest niet meer is dan een Schulze-kloon, is 'French Skyline' eigenzinnig genoeg om zijn eigen plekje in de annalen van de elektronische muziek op te eisen. Luister zelf (320 kbps, 100 MB – met dank aan het uitstekende Fauni Gena).

peter Dinsdag 11 December 2007 at 11:44 pm | | krautrock | Geen reacties

The Madd

''Kom, we gaan nog even de stad in,'' zei ik tegen vriendin Eva, ''ik trakteer op poffertjes.'' Dat liet ze zich geen twee keer zeggen en zo trokken we op een grijze zondagmiddag de Utrechtse binnenstad in. Die poffertjes waren eigenlijk alleen een voorwendsel om nog even snel een platenzaak binnen te wippen. De dag ervoor had ik namelijk (zoals gebruikelijk) wat cd'tjes gekocht en als bonus kreeg ik er 'Fine fine music vol. 2' bij, een verzamelaar gevuld met acts van het Excelsior-label.

Over het algemeen ben ik niet zo gecharmeerd van Excelsior (beetje al te veel pingelende alternatieve gitaarsaaiheid, waarbij je vooral heel moeilijk moet kijken), maar zo'n beetje tegen het einde van het album spitste ik mijn oren toen 'I Saw ABBA' van The Madd voorbij kwam zetten. Hee, dat klonk toch wel verdraaid leuk. En na een bezoekje aan hun MySpace-pagina (en vooral na het aanstekelijke 'Her Big Man' tien keer beluisterd te hebben) was ik om en moést ik hun in oktober verschenen debuut 'Ongeneeslijk beat' in huis halen. En tjonge, wat een briljante plaat! Zoals de titel al aangeeft, scharen de jonge Rotterdammers zich nadrukkelijk in een muzikale traditie: de beatmuziek die in de jaren zestig stormenderwijs Nederland veroverde.

Op het Madd-debuut gaat de Engelse merseybeat hand in de hand met gruizige Amerikaanse garagerock van eind jaren zestig. Het klinkt alsof je in een louche platenzaak opeens op een vergeten pareltje stuit: meerstemmige zang (met af en toe hulp van The Riplets), catchy refreintjes, lekker jengelende gitaren, een pompend orgeltje en de heerlijke stem van Dave von Raven. 'Ongeneeslijk beat' is gevuld met puntige covers van totaal onbekende beatgroepen uit de sixties, waardoor alles behoorlijk authentiek overkomt. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de heren van Madd toch stiekem zelf alles geschreven hebben - humor is de groep niet vreemd, getuige de stoomcursus stropdasstrikken... De elf (uitstekend geproduceerde) nummers passeren in een razend tempo de revue en hoewel een goed popliedje inderdaad niet langer hoeft te duren dan twee of drie minuten, is een speelduur van amper een half uur wel wat karig. Maar goed, daar heeft men de repeatknop voor uitgevonden... En nu op zoek naar de in eigen beheer uitgegeven vinyl-single 'The Madd are left behind'!

peter Zondag 09 December 2007 at 11:56 pm | | review | Drie reacties

Karlheinz Stockhausen

Tjonge, surf ik een beetje doelloos in het rond, lees ik opeens dat de Duitse componist Karlheinz Stockhausen afgelopen woensdag op 79-jarige leeftijd is overleden. Enige tijd geleden wilde ik al een stukje over hem schrijven, maar gaf de moed op toen ik zag waar Karlheinz Stockhausen zich gedurende zijn leven allemaal mee bezig heeft gehouden. Hij mag gerust de grootste en meest omstreden avant-garde-componist van de tweede helft van de twintigste eeuw genoemd worden.

In de jaren vijftig experimenteerde hij al met elektronische muziek en verlegde voortdurend grenzen - met als resultaat composities die soms nauwelijks meer muziek waren te noemen. Toen aan de beroemde Engelse dirigent sir Thomas Beecham eens werd gevraagd of hij de muziek van Stockhausen kende, antwoordde hij: ''Nee, maar ik geloof dat ik er wel eens op ben gaan staan.'' In 1977 startte Stockhausen met zijn levenswerk 'Die sieben Tage der Woche', een cyclus van zeven avondvullende muziektheaterwerken over de dagen van de week, voor dansers, acteurs, solisten, koor, instrumentale solisten en orkest. Stockhausen rondde zijn magnum opus in 2005 af.

Grappig feitje: ook de Beatles waren fan. Stockhausen is te vinden op de legendarische 'Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band'-hoes (achterste rij, vijfde van links). Voor meer informatie verwijs ik je graag naar deze uitgebreide Engelstalige Wikipedia-pagina, de officiële biografie in pdf-formaat en een doortimmerde necrologie in 'The Guardian'.

Een goed voorbeeld van de absurde, grensverleggende muziek van Stockhausen is diens 'Helikopter-strijkkwartet', dat hij in 1993 schreef voor de Salzburger Festspiele. Het was de bedoeling dat vier violisten (in dit geval het Arditti Quartet, een gerenommeerd ensemble voor nieuwe muziek) Stockhausens compositie uitvoerden terwijl ze rond werden gevlogen op zes kilometer hoogte in Black Hawk-helikopters. Camera's en microfoons legden hun vioolspel vast, en dit alles werd live uitgezonden in een vliegtuigloods en in een theaterzaal. Stockhausen zelf mixte in de loods het vioolspel met het lawaai van de helikopterrotors. Ehhh, tja. Je moet er maar opkomen. Luister naar het 'Helikopter-strijkkwartet', uitgevoerd door het Arditti Quartet (128 kbps helaas). Het strijkkwartet staat overigens op zichzelf, maar vormt tevens de derde scène van 'Mittwoch aus Licht', een onderdeel van het al eerder genoemde 'Die sieben Tage der Woche'.

peter Vrijdag 07 December 2007 at 11:41 pm | | klassiek | Eén reactie

Matthew Wilder

Zoals dat wel vaker gaat als ik 's avonds naar huis fiets, zat er opeens iemand in mijn hoofd. Matthew Wilder (1953) deze keer. Gezellig! En terwijl ik gedachteloos meezong met 'Break My Stride' (zijn monsterhit uit begin 1984) probeerde ik de titel van zijn andere, veel minder grote hit uit mijn geheugen op te diepen. Maar daar moest ik (eenmaal thuisgekomen) toch echt even het Hitdossier voor raadplegen: 'The Kid's American'.

Beide hits zijn te vinden op Wilders debuutalbum 'I Don't Speak The Language' (1983), waarmee de als Matthew Weiner geboren Amerikaanse zanger op stormachtige wijze de wereld veroverde. Het succes was van korte duur. Opvolger 'Bouncin' Off The Walls' werd een gigantische flop - daar kon zelfs de bizarre videoclip voor het titelnummer niets aan veranderen. Het muzikale recept (luchtige, flinterdunne synthpop met een vleugje italo en reggae) was op beide albums weliswaar hetzelfde, maar terwijl 'I Don't Speak The Language' toch wel een paar geinige liedjes bevatte, waren de hoogtepunten op 'Bouncin' Off The Walls' ver te zoeken.

Goed, op zo'n moment kun je als artiest drie dingen doen: je trekt je terug uit de muziekindustie en pakt je oude leven weer op, je probeert krampachtig vast te houden aan die ene hit (om uiteindelijk in het Golden Oldies-circuit te belanden) of je zoekt je heil achter de schermen en de knoppen. Wilder koos voor het laatste. In de jaren die zouden volgen, ontpopte hij zich tot een succesvolle songwriter en producer van onder andere No Doubt (zo produceerde hij 'Tragic Kingdom' uit 1995), Christina Aguilera en Kelly Clarkson. Verder houdt hij zich bezig met het componeren voor tekenfilms (waaronder het Chinese Disney-sprookje 'Mulan') en musicals ('Princess', een muzikale komedie naar de roman van Frances Hodgson Burnett).

Momenteel legt hij samen met Heroes-actrice Hayden Panettiere de laatste hand aan haar debuutalbum, dat hoogstwaarschijnlijk begin volgend jaar verschijnt. En om heel eerlijk te zijn, is het misschien maar goed ook dat Matthew Strider zijn solocarrière niet heeft voortgezet: zijn twee albums klinken hopeloos gedateerd en zijn eigenlijk alleen leuk uit nostalgische overwegingen. Luister naar 'I Don't Speak The Language' (al is het maar vanwege het nog altijd vrolijke 'Break My Stride' – 192 kbps, 50 MB).

peter Woensdag 05 December 2007 at 11:51 pm | | 80s | Geen reacties

Sint-Nicolaas Cantate (reprise)

In Amerika is het nagenoeg traditie dat iedere artiest ten minste één keer in zijn carrière een kerstalbum opneemt en ook in Nederland komt deze gewoonte de laatste jaren tot leven, hoewel ik niet zo heel enthousiast word van een Frans Bauer met een kerstmuts op. Het is jammer dat Nederlandse artiesten niet proberen om de oeroude traditie van het Sinterklaaslied nieuw leven in te blazen. Wij moeten het voornamelijk stellen met Sinterklaasliedjes op een sullige dancebeat.

Dat het ook anders kan, bewees de nagenoeg vergeten Nederlandse componist Bernard Zweers (1854-1925), die begin vorige eeuw hoogleraar compositie was aan het Amsterdams Conservatorium. Zijn ideaal was om te komen tot een eigen Nederlandse toonkunst, en dat betekende dus muziek met een sterk nationalistische inslag. Zijn bekendste werk is zijn Derde Symfonie 'Aan mijn vaderland' (1887-89). De vier delen van deze symfonie vormen een muzikale verbeelding van Nederland, in het bijzonder van het Hollandse landschap en de stad Amsterdam.

Een opmerkelijke compositie in Zweers oeuvre is zijn 'Sint-Nicolaas Cantate', met tekst van A.L. de Rop. De cantate verhaalt over de oorsprong van Sinterklaas en de goede werken die hij verrichtte. Het is een geweldig stuk, waarin op een gedragen, plechtige manier wordt gezongen over de Goedheiligman. Zweers heeft zich helemaal uitgeleefd en hoewel de associaties met Beethoven en Tsjaikovski nooit ver weg zijn, klinkt de cantate behoorlijk eigenzinnig. Vooral de manier waarop de diverse bekende Sinterklaasliedjes zijn gearrangeerd is werkelijk prachtig.

In december 1955 zond de NCRV Radio een registratie uit van deze cantate, met Frits Baun (bariton), Wim van Sante (bas), een kinderkoor en het Promenadeorkest onder leiding van Benedict Silbermann. Gus Smits, secretaris van het Sint Nicolaas Genootschap Nederland, ijverde ervoor om dit meesterwerkje op cd uit te brengen en op deze manier aan de vergetelheid te ontrukken. In 1999 zag de 'Sint-Nicolaas Cantate' in een (zeer beperkte oplage) het licht. Deze charmante cantate verdient het echter om door een groot publiek gehoord te worden, al is het maar om te laten horen dat er ook léuke Sinterklaas-muziek bestaat. Luister zelf: de 'Sint-Nicolaas Cantate' (320 kbps, 41 MB). (Met grote dank aan Peter!)

peter Dinsdag 04 December 2007 at 4:59 pm | | klassiek | Zes reacties

Baja Marimba Band

Dat het niet meevalt om een vrolijk liedje te schrijven zonder dat het geforceerd of gemaakt overkomt, bewijzen de vele orkestjes die in de jaren zestig een graantje probeerden mee te pikken van het succes van met name Bert Kaempfert en Herb Alpert. De muziek van Kaempfert stond (en staat) op eenzame hoogte en is niet te imiteren, laat staan te evenaren. De vrolijke sound van Herb Alpert lijkt dan toch een stuk gemakkelijker na te bootsen: een opzwepende ritmesectie en bovenal de lekker wegtetterende trompet van Herb zelf. De vele tientallen, zo niet honderden groepen die zichzelf opeens Tijuana gingen noemen, zijn tegenwoordig nagenoeg vergeten en alleen interessant vanwege de amusante hoezen (met vaak een ondeugend glimlachend en halfnaakt fotomodel).

Een uitzondering wordt gevormd door Julius Wechter (1935-1999) en zijn Baja Marimba Band. Niet helemaal eerlijk, want Wechter was goed bevriend met Alpert. In de jaren zestig werkte hij als sessiemuzikant samen met onder andere exotica-pionier Martin Denny, The Beach Boys, Phil Spector en Herb Aplpert, die hij nog kende van zijn middelbare schooltijd. Wechter speelde mee in de Tijuana Brass en schreef onder meer de hits 'The Lonely Bull' en 'The Spanish Flea'. Toen Herb Alpert in korte tijd enorm succesvol werd, moedigde hij Wechter aan om met zijn marimba ensemble hetzelfde pad te volgen.

Na enkele tientallen lp's en een handvol hits, was midden jaren zeventig de marimba-koek op en startte Wechter een nieuwe carrière. Hij schreef muziek voor diverse tv-series en Walt Disney-films, werd actief lid van de Amerikaanse Gilles de la Tourette-vereniging en volgde op latere leeftijd nog een studie psychologie. De reden waarom de Baja Marimba Band tegenwoordig vrijwel vergeten is, heeft waarschijnlijk te maken met het lollige imago van de groep: Wechter en zijn band droegen gigantische Mexicaanse nepsnorren, kleurrijke sombreros, rookten dikke sigaren en hadden de grootste lol op het podium. De muziek van de Baja Marimba Band klinkt dan ook bijzonder vrolijk. Niet hemelbestormend of van een uitzonderlijk hoog niveau en zeker geen liedjes die nog dagenlang in je hoofd blijven doorzoemen. Gewoon geinig. De grootste hits van de Baja Marimba Band: deel 1 (256 kbps, 66 MB) en deel 2 (45 MB).

peter Maandag 03 December 2007 at 11:53 pm | | easy-listening | Geen reacties

Heffing

Als ik zou willen, zou ik van mijn log een best wel behoorlijk saaie aanlegenheid kunnen maken door elke dag een stukje te tikken over de activiteiten van stichting Brein, websites die offline worden gehaald, rechtszaken die worden aangespannen en onderzoekers die over elkaar heen buitelen met elkaar tegensprekende onderzoeken. Tot voor kort hield ik dit allemaal enthousiast bij, maar hoewel ik dit nog steeds wel doe, bekruipt me steeds minder de lust om er een stukje aan te wijden – het is schrijven tegen de bierkaai.

Zo las ik vorige week over de plannen van de Franse regering om het illegaal downloaden aan te pakken: wie veel illegaal downloadt wordt door zijn provider aangegeven bij een nog op te richten overheidsinstantie, die vervolgens waarschuwingen verstuurt aan de gebruiker in kwestie. Worden deze waarschuwingen genegeerd, dan volgt afsluiting door de provider. Zucht. Tuurlijk, goed plan! En net lees ik dat de rechtenorganisatie NORMA (dat de belangen behartigt van musici, acteurs en andere kunstenaars) een kort geding aanspant tegen minister van Justitie Hirsch Ballin. Reden is het uitstellen van de kopieerheffing op mp3-spelers, dvd-recorders en dergelijke tot januari 2009. Met dit uitstellen is volgens NORMA een bedrag van ruim 16,3 miljoen euro gemoeid, een bedrag dat de artiesten nu mislopen.

Zangeres en actrice Ricky Koole (overigens de vriendin van Leo Blokhuis, maar dit terzijde) en acteur Peter Blok maken zich in Nova boos over deze kwestie. Ricky Koole: "Als er een film wordt gekopieerd of mijn cd wordt op een mp3-speler gezet, dan gaat het om werk dat ik heb gedaan. Daar wil ik voor betaald worden."

De desbetreffende Nova-uitzending staat nog niet online dus misschien wordt er een en ander genuanceerd, maar zo op het eerste gezicht lijkt me dit een nogal vreemde uitspraak. En dan bedoel ik niet dat Koole voor haar werk betaald wil worden, dat lijkt me logisch. Maar hoe moet dit in vredesnaam gecontroleerd worden? Waarom wordt er altijd klakkeloos vanuit gegaan dat ik mijn hd-recorder volstouw met illegale films? En zonder haar nu voor het hoofd te stoten, haar twee cd's worden nu niet echt massaal gekopieerd en verspreid via dat vermaledijde internet. En waar komt dat bedrag van 16 miljoen vandaan? Zit er in de pot van Stichting Thuiskopie niet nog 57 miljoen onverdeelde euro's? Ik ben benieuwd wat de rechter beslist: het kort geding dient op 11 december.

peter Zaterdag 01 December 2007 at 11:55 pm | | nieuws | Eén reactie