Rust

Een lichtelijk opruiend stukje in De Telegraaf van een paar dagen geleden: winkeliers zijn boos op auteursrechtenorganisatie SENA en erger nog, wij als consumenten zijn daar de dupe van! Want wat is het probleem? Winkeliers moeten vanaf 1 januari veel meer gaan betalen ('een exorbitante stijging'). Sena wil de tarieven namelijk met 33 procent omhoog gooien. De Raad Nederlandse Detailhandel (RND) vindt deze stijging schandalig en wil dat de overheid maatregelen treft. In ons land zijn twintig instanties belast met auteursrechten en ''daar moet definitief een einde aan komen. Wij pleiten voor een centrale organisatie", aldus RND-secretaris Linda Herkema. "Natuurlijk moet er voor het draaien van sfeermuziek worden betaald. Maar het gaat er ons om dat de heffingen alsmaar zonder onderbouwing stijgen. Alles bij elkaar is het een behoorlijk bedrag dat jaarlijks door winkeliers opgehoest moet worden."

SENA reageert verbijsterd op de kritiek en aantijgingen. "Het is een hetze om gewoon niet te betalen voor gebruik van een product van een ander", zegt SENA-woordvoerster Anne Sevinga. Nog afgezien van het feit dat het misschien helemaal niet zo'n slecht idee is om in alle rust te kunnen winkelen, wordt in het artikel nergens vermeld om welke bedragen het nu eigenlijk gaat. Ik heb het even opgezocht op www.sena.nl (tarieven 2008), en als je het hebt over een supermarkt van 100 m2, betaal je jaarlijks 97,29 euro. Met elke 100 vierkante meter extra komt er ongeveer 40 euro bij. Kom je uit boven de 1600 m2, dan betaal je 292 euro , plus 51 euro voor elke extra 1600 m2. Voor winkelstraten en -galerijen beginnen de tarieven bij 285 euro, elke 100 m2 kost 50 euro extra. En dan heb je nog prijslijsten voor kantines, kantoren, restaurants, muziek via de telefoon en noem het maar op.

Het grappige vind ik altijd dat dergelijke instanties er nooit bij vermelden om welke muziek het nu precies gaat en welke artiesten zijn aangesloten. Of mag je voetstoots concluderen dat iedereen die muziek maakt in Nederland is aangesloten bij een of andere organisatie? Ik weet eerlijk gezegd niet zo goed wat ik van de genoemde bedragen moet denken. Valt eigenlijk wel mee. Tenminste, totdat je gaat doorrekenen: als je ervan uitgaat dat (bijvoorbeeld) een gemiddelde Albert Heijn 700 m2 groot is en er zich in Nederland ruim 750 AH-filialen bevinden, komt het totale kostenplaatje uit op 263.000 euro – en dat is nog zonder de stijging van 33 procent. Tja. Het zal mij benieuwd of het volgend jaar inderdaad opvallend rustig wordt tijdens het winkelen...

peter Zondag 28 September 2008 at 4:20 pm | | nieuws | Drie reacties

Picture Book

Ik heb een ontzettende hekel aan Simply Red-zanger Mick Hucknall. Zo, dat is eruit. Hucknall is voor mij de vleesgeworden megalomane, zelfingenomen pedante popster, die puur voor het geld, roem en de vrouwen om de zoveel jaar een cd’tje uitbrengt met bloedeloze, inspiratieloze muziek - en er nog mee weg komt ook. Hoewel Mick tegenwoordig tot aan zijn nek is verzwolgen door het grijpgrage moeras van Sky Radio-achtige middelmatigheid, is er natuurlijk wel een reden waarom hij nog altijd zo populair is. En die reden is het debuut 'Picture Book' uit 1986.

En net zoals ik Radiohead een zeikband eersteklas vind, maar wel kan inzien dat 'OK Computer' een briljante cd is, begrijp ik ook waarom zo 'Picture Book' zo aansloeg. Opmerkelijk genoeg reageerde men in Engeland aanvankelijk nogal lauwtjes; terwijl de ballad 'Holding Back the Years' in december 1985 in Nederland de derde plaats in de Top 40 bereikte en het debuut dertien weken op één in de albumlijst stond, scoorde Hucknall alleen met de Valentine Brothers-cover 'Money's Too Tight (To Mention)' een zeer bescheiden hitje in zijn thuisland en zou het tot midden 1986 duren voordat ook de Engelsen overstag gingen. De opgelopen averij maakte Simply Red overigens ruimschoot goed met de albums 'Men and Women' (1987), 'A New Flame' (1988) en vooral 'Stars' (1991), dat met bijna vier miljoen verkochte exemplaren een van de bestverkochte albums aller tijden is in Engeland.

Maar goed, toen was ik allang afgehaakt. Ten tijde van 'Picure Book' viel Mick Hucknall met een beetje goede wil te beschouwen als de Jamie Cullum van de jaren tachtig. De tien nummers begeven zich op het kruispunt tussen pop, soul en een mespuntje jazz. Niet hemelbestormend, wel bijzonder solide en degelijk. Voor een 'alternatief' randje zorgde de Talking Heads-cover 'Heaven'. Ik mag dan wel blindelings wegzappen als ik de rode krullen (inmiddels enigszins grijs) en de herkenbare stem van Mick Hucknall voorbij zie en hoor komen, 'Picture Book'  wil ik uit nostalgische overwegingen nog wel eens opzetten - toen Simply Red nog echt een groep was, en geen luchtbel van een aalgladde muzikant. Luister zelf (320 kbps, 100 MB).

peter Zondag 28 September 2008 at 12:32 am | | 80s | Eén reactie

Vier jaar!

Toen ik in de zomer van 2004 besloot om een weblog te beginnen, kon ik niet vermoeden dat Araglin.nl vier jaar later nog altijd in de lucht zou zijn. En belangrijker nog: dat ik er nog steeds lol in zou hebben. Inderdaad, tijd voor feest, slingers en taart! Araglin.nl bestaat precies vier jaar! Nu ja, precies… Eigenlijk had ik dit stukje een paar dagen geleden moeten tikken, maar een fikse verkoudheid gooide roet in het eten. De teller staat inmiddels op 1170 entry's, wat uitkomt op een kleine driehonderd stukjes per jaar.

Regelmatig vragen mensen me hoe ik toch aan al die rare muziek kom. Tja, eigenlijk hoef ik daar niet zo heel veel moeite voor te doen; mijn interesse wordt al gewekt door een aparte hoes, bijzonder instrument of een grappige naam (zo kocht ik onlangs een cd van Wim Warman – hij komt eerdaags wel voorbij zetten) – moeilijker is het om de tijd te vinden om eens uitgebreid te loggen. Het aantal stukjes is in vergelijking met een paar jaar geleden enigszins ingezakt, maar daar staat tegenover dat ik het op deze manier voorlopig nog wel even volhoud.

En hoewel Araglin.nl in feite een lichtelijk uit de hand gelopen hobby is, worden mijn muzikale hersenspinsels nog gelezen ook - als ik de statistieken tenminste mag geloven… Bij momenten zoals deze riep ik altijd steevast dat ik hoognodig iets moet doen aan de lay-out (''Ja maar, dat kan echt niet! Al vier jaar dezelfde lay-out, schandalig!''), maar ik heb de moed inmiddels opgegeven. Want zeg nu zelf, Araglin.nl ziet er weliswaar niet hip of flashy uit, overzichtelijk is het allemaal wel. Voel je echter vrij om met iets leuks op de proppen te komen, Araglin.nl in een nieuw jasje te steken of mij te vertellen hoe ik een en ander op eenvoudige wijze aanpas.

Aan mijn log verandert verder helemaal niets; ik blijf vrolijk doorloggen over de meest uiteenlopende artiesten en genres, waarbij ik niet op een decennium meer of minder kijk. Als je nog iets mist of je afvraagt waarom jouw favoriete artiest maar niet voorbijkomt: laat een reactie achter of stuur een mailtje! Op naar het volgende jaar!

peter Woensdag 24 September 2008 at 5:34 pm | | overig | Negen reacties

Beverly

Een week of wat geleden bezocht ik Het Boekenfestijn in de Utrechtse Jaarbeurs. Dit klinkt feestelijker dan het was: het Centraal Boekhuis heeft zijn magazijnen leeg geruimd, en reist nu door heel Nederland om de ramsj-restanten met fikse kortingen van de hand te doen. Om de boekenjagers in een feestelijke stemming te brengen en te verleiden hun mandje vol te laden, werd er vrolijke Skyradio-achtige muziek gedraaid. Na verloop van tijd schakelde men over op 'muzak', oftewel bekende liedjes in een instrumentale niets-aan-de-hand uitvoering.

En terwijl ik gezellig zat mee te pommen en in de bakken zat te roeren, werd mijn aandacht getrokken door een liedje met wat pianogepingel en een verdacht herkenbaar refreintje. Ik kon niet op de titel komen, en terwijl ik gedachteloos verder liep, zette ik mijn onderbewuste aan het werk. En die had er niet zoveel tijd voor nodig: 'Holding On' van Beverly Craven (1963). Grappig, want als ik de muzak-muzikant van dienst was, had ik toch eerder gekozen voor haar grote hit 'Promise Me'. Laatstgenoemde was een Top 10-hit in 1990, terwijl eerstgenoemde in 1991 bleef hangen in de Tipparade.

Haar carrière kwam met horten en stoten op gang; in 1990 verscheen haar debuutalbum, dat aanvankelijk dreigde weg te zakken in de anonimiteit, ware het niet dat de pianoballad 'Promise' onverwacht uitgroeide tot een wereldhit. In 1991 ontmoette ze tijdens een concert van Tears For Fears haar latere echtgenoot singer-songwriter Colin Campsie, met wie ze drie dochters kreeg (Mollie, Brenna en Connie). Haar albums 'Love Scenes' (1993) en 'Mixed Emotions' (1999) sloegen niet echt aan, en teleurgesteld besloot Beverly zich te richten op haar gezin en slechts af en toe in de schijnwerpers te stappen. In 2005 werd bij haar borstkanker geconstateerd, maar gelukkig is ze nu weer helemaal genezen. Ze werkt al een tijdje aan een nieuw album, 'Close To Home', dat naar alle waarschijnlijkheid over een paar maanden moet verschijnen.

Maar goed, het begon allemaal met haar titelloze album, dat tien aangename, maar niet al te schokkende pianopopnummers bevat. Soms een beetje jazzy ('Missing You'), soms rechttoe rechtaan pop ('Two of a Kind'), zelfs een reggae-achtig uitstapje ('You're not the First') en natuurlijk de bovengenoemde hits. Het album komt optimaal tot zijn recht op een herfstige zondagavond – wijntje erbij, stukje brie, je kent het wel. Luister zelf (67 MB, 320 kbps).

peter Zaterdag 20 September 2008 at 01:14 am | | 80s | Twee reacties

Guido Dieteren

Het kan bijna geen toeval zijn dat Guido Dieteren (1974) uit Limburg komt (Landgraaf, om precies te zijn). Heeft provinciegenoot André Rieu nagenoeg de hele wereld aan zijn voeten, Guido Dieteren staat te trappelen om het vioolstokje van hem over te nemen. En voor wie nu enigszins verbaasd achter zijn oren krabt, eerst even wat uitleg: Dieteren studeerde viool aan het Conservatorium in Maastricht, werd op jonge leeftijd concertmeester van het Jeugd Symfonie Orkest en was tot 1998 eerste violist bij het Straussorkest van André Rieu.

In 1998 richtte hij samen met zijn broer Eric en jeugdvriend (en toetsenist) Falco Borsboom een eigen productiebedrijf op (Revi Music), verzamelde een gigantisch orkest annex popband om zich heen en was onder andere te zien en te horen tijdens de Heineken NightLive-concerten. Na enkele jaren op het podium te hebben gedeeld met tal van internationale artiesten, was het in 2002 tijd voor een solocarrière: met Guido’s Orchestra tourde Dieteren door Nederland en Vlaanderen, bracht in 2003 zijn eerste album ‘Guido’ uit en stond met zijn orkest op de planken tijdens de Symphonica In Rosso-concerten in het Gelredome en de Max Proms, deze week in de Utrechtse Jaarbeurs.

En na deze lange intro ben ik eindelijk beland bij de reden van dit stukje: Guido's onlangs verschenen tweede cd 'Red Passion'. Als je je misschien afvraagt hoe easy listening anno 2008 klinkt (en of dit genre überhaupt nog wel bestaandsrecht heeft), hoef je alleen maar dit album op te zetten. 'Red Passion' laveert tussen op klassieke leest geschoeide pop, bombastisch georchestreerde klassieke deuntjes, Ierse volkswijsjes en een handvol eigen composities. Concreet betekent dat dik aangezette rockversies van Vivaldi's 'Winter' en 'Zomer' uit 'De Vier Jaargetijden' (waarom toch niet een keer wat anders? 'Overture l'Olympiade' bijvoorbeeld), de Puccini-kraker 'Nessun dorma' (uit de opera 'Turandot'), romantische sfeermuziek van Ennio Morricone ('Nella Fantasia'), de Emma Shaplin-cover 'Spente le Stelle', een zigeunerdans van Vittorio Monti ('Czardas') en de Ierse wijsjes 'Riverdance', 'The Irish Washerwoman' en 'Cotton Eye Joe' (de Rednex-versie).

Lees meer »

peter Donderdag 18 September 2008 at 12:37 am | | easy-listening | Twee reacties

Michiel Mensingh

In een grijs verleden stemde ik regelmatig af op Frits Spits en diens 'Avondspits'. Je had in die tijd nog geen 'muziekpolitie' en 'formats' en een dj kon tot op zekere hoogte draaien wat hij wilde. Frits Spits (oftewel Frits Ritmeester, een erg aardige man, ik ben zelfs nog een keer bij hem in de studio geweest) had (en heeft) een zwak voor muziek van Nederlandse bodem en in zijn programma maakte hij zich vaak sterk voor onbekende artiesten die wel een duwtje in de rug konden gebruiken.

Een van die artiesten was Michiel Mensingh. Spits was nogal gecharmeerd van het instrumentale 'Alone In the Summer', dat in de zomer van 1993 verscheen op het Felix Label. Mensingh was destijds 17 en als ik het me goed herinner, was Felix Label eigendom van Michiels vader, Felix Mensingh. Hoewel Spits zijn schouders eronder zette, werd 'Alone In The Summer' geen hit. Geen grote verrassing, want de single mag dan wel lekker weghappen, zo heel bijzonder was het nu ook weer niet: pianoklanken, engelachtige achtergrondkoren, een synthetisch baslijntje en een halverwege opduikende elektrische gitaar.

Ik dacht eigenlijk dat het bij deze ene single gebleven was - Mensingh heeft in ieder geval geen carrière opgebouwd als de Nederlandse Vangelis. Nee, in plaats daarvan is hij, tot mijn verrassing, een hele andere richting opgegaan: hij studeerde compositie aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht en liep stage bij Guus Janssen. In 2001 won hij de Matthijs Vermeulen Aanmoedigingsprijs met 'Wicked', geschreven voor het blokfluitkwartet QNG. Dit nummer werd in 2006 geselecteerd voor de ISCM-CASH Young Composer Award 2006. Mensingh houdt zich niet alleen bezig met 'serieuze' dingen, hij schrijft daarnaast film- en reclamemuziek en maakte in 2006 lichtelijk furore als bassist van de Amsterdamse rockband Levetationin.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik enigszins zenuwachtig word van de samples op zijn site en stiekem vraag ik me af hoe het zou hebben geklonken als Mensingh niet voor het experiment, maar voor de synths zou hebben gekozen... Luister naar 'Alone in the Summer' (inlcusief 'A Change in Life' en 'Portamento' en hoesjes – 27 MB, 320 kbps).

peter Dinsdag 16 September 2008 at 12:51 am | | elektronisch | Drie reacties

Licenties

Begin dit jaar zorgde auteursrechtenorganisatie Buma/Stemra voor de nodige ophef door massaal webloggers aan te schrijven die YouTube-filmpjes op hun site hadden geplaatst en een vergoeding te eisen. Buma vond dat webloggers zich schuldig maakten aan het opnieuw openbaar maken van dergelijke filmpjes en dat mocht niet. Nadat er een heftige discussie losbarstte, trok Buma/Stemra schielijk zijn keutel in en mompelde iets over een mail die te vroeg was verzonden.

Het was even stil, maar nu komt de organisatie op de proppen met een nieuw licentiemodel. Opmerkelijk is de toevoeging van de ‘embedded file licentie'. Niet-commerciële websites die filmpjes embedden, hoeven geen rechten af te dragen. In plaats daarvan stapt Buma/Stemra naar de streaming sites zelf, die een contract moeten afsluiten. Deze streamingdiensten zullen 1/3 cent per 1 minuut per stream aan de licentieverstrekker moeten betalen. Dat is minder dan voorheen. “De tarieven zijn naar beneden aangepast”, vertelt Antal de Waij van Buma/Stemra aan VPRO’s 3Voor12. “Het tarief van 3,75 cent stamt uit 1996 en is niet meer van nu. We hebben onderzocht wat haalbaar is. Zo moeten de licentiekosten voor alle partij te financieren zijn.”

Nu is dit niet echt mijn probleem, maar ik vraag me af hoe Buma/Stemra dit allemaal wil gaan controleren. En gaat YouTube zomaar klakkeloos tot betaling over? En bovendien: wie heeft de rechten nu eigenlijk? Ook de labels en de artiest kunnen aanspraak maken op dit geld. Gaat Buma lijsten bijhouden van alle artiesten die worden gestreamd en vervolgens geïnde bedrag netjes uitkeren? Of gaat al het opgehaalde geld op aan administratieve rompslomp? Het licentiemodel voor podcasten, ‘webcasten’ in Buma/Stemra-termen, is overigens nagenoeg ongewijzigd. Een podcast van een uur voor niet-commercieel gebruik, kost 312 euro aan licenties – en dan is het nog maar de vraag of de gedraaide artiesten eigenlijk wel door Buma worden vertegenwoordigd en gecompenseerd. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

peter Vrijdag 12 September 2008 at 5:27 pm | | nieuws | Geen reacties

Apollo: Atmospheres and Soundtracks

In 1983 schreef Brian Eno de muziek voor de documentaire 'For All Mankind' van regisseur Al Reinert. Centraal in deze bekroonde documentaire staan de zes Apollo-missies van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, die prachtig in beeld worden gebracht met voornamelijk door de astronauten zelf geschoten filmpjes (hier een YouTube-fragment). 'For All Mankind' zou uiteindelijk pas verschijnen in 1989, precies twintig jaar nadat Neil Armstrong als eerste mens over het maanoppervlak schuifelde. Eno was minder geduldig en bracht 'Apollo: Atmospheres and Soundtracks' in 1983 uit.

Eno was begin twintig toen Apollo 11 op de maan landde en hij herinnert zich dat hij zich nogal stoorde aan de melodramatische en patriottistische manier waarop alles in beeld werd gebracht. Wat in zijn ogen ontbrak, was een gevoel van... ontzag en verstilling. Voor de soundtrack riep Eno de hulp in zijn broer Roger en de Canadese producer en multi-instrumentalist Daniel Lanois. Het album neemt je mee op een intrigerende reis door het heelal - niet met ronkende sequencers of galmende mellotrons, maar met subtiel verschuivende elektronica (met dank aan de Yamaha DX7) en echoënde, rondtollende gitaarklanken, die je een gevoel geven van gewichtloosheid en eindeloos dromende strerrenstelsels.

Hoewel Eno's soundtrack wel wat weg heeft van 'Ambient 4: On Land' uit 1982, klinkt de muziek op het album een stuk ruimtelijker en organischer – dit is misschien wel hét ultiemste space-album ooit gemaakt. De twee meest toegankelijke nummer 'Silver Morning' en 'Deep Blue Day' werden op single uitgebracht, terwijl laatstgenoemde track jaren later zelfs nog belandde op de soundtrack van 'Trainspotting'. Overigens bevat 'Apollo: Atmospheres and Soundtracks' negen tracks (met een speelduur van ruim een half uur), terwijl in 'For All Mankind' nog acht extra nummers zijn te horen, die naar mijn weten nooit op cd zijn verschenen. Mocht iemand meer informatie hebben, laat gerust een reactie achter! Luister zelf (320 kbps, 80 MB).

peter Donderdag 11 September 2008 at 12:56 am | | elektronisch | Twee reacties

Book of Love

Ik ben nooit zo'n clipkijker geweest - en daar pluk ik vreemd genoeg nu de vruchten van. Sinds enige tijd heb ik namelijk digitale televisie en ik kan me kostelijk vermaken met VH1 Classic, een Amerikaanse muziekzender die de hele dag alleen maar in de oude clipdoos zit te roeren. Meer dan de helft van wat voorbij komt, is nieuw voor me. De muziek is bekend, maar met name bij eendagsvliegen kan ik nu eindelijk gezichten aan bepaalde nummers koppelen.

Zo zag ik gisteravond 'Pretty Boys and Pretty Girls' van Book of Love. Nu is deze groep weliswaar geen eendagsvlieg, maar in Europa zijn ze nagenoeg onbekend, en ik geloof dat ze in hun thuisland Amerika ook niet bepaald staan bijgeschreven in de annalen van de popmuziek. Book of Love maakte synthpop in de beste Human League-, Yazoo-, Depeche Mode- en Blancmange-traditie. En dat betekent dus stuwende, machinale drumcomputers, een gelikt imago en de voor het genre zo kenmerkende onderkoelde en lijzige zang (in dit geval van zangeres Susan Ottaviano). Book of Love mag dan in muzikaal opzicht niet zo'n hele diepe indruk hebben achtergelaten, de songteksten en aangesneden thematiek maken een hoop goed: drie van de vier groepsleden waren vrouwen en zij zorgden voor een frisse wind in het door mannen gedomineerde synthpopgenre.

Bescheiden hitje 'Boy' (1985) gaat bijvoorbeeld over de angsten van een tienermeisje ('teen-girl angst', zoals dat zo mooi heet), terwijl in hun grootste hit 'Pretty Boys and Pretty Girls' (met het aan 'Tubular Bells' ontleende intro) het aids-probleem wordt aangesneden. De groep uit Philadelphia bracht vier albums uit ('Book of Love', 'Lullaby', 'Candy Carol' en 'Lovebubble' uit respectievelijk 1986, 1988, 1991 en 1992), om uiteindelijk in 1993 de handdoek in de ring te gooien nadat de verkoopcijfers van het laatste album behoorlijk achterbleven bij de verwachtingen van platenmaatschappij Sire.

Op 'I Touch Roses' zijn alle hits verzameld - onmisbare kost voor elke jaren tachtig-fan en liefhebbers van synthpop met een scherp randje van fluweel... Luister zelf: 'I Touch Roses – The Best of Book of Love' (55 MB, slechts 128 kbps helaas).

peter Dinsdag 09 September 2008 at 11:38 pm | | 80s | Geen reacties

Met de postkoets door Nederland

Als je als buitenlandse artiest in Nederland optreedt, kan het geen kwaad om een handvol Nederlandse woordjes in te studeren om het ijs te breken. Het zou nog mooier zijn als de artiest in kwestie zou uitbarsten in bijvoorbeeld 'Dromen zijn bedrog' of 'Heb je even voor mij', maar die kans lijkt me klein. Of je moet natuurlijk James Last heten. Of, in dit geval, Werner Last (1926-1982, beter bekend als Kai Warner). Hoewel hij altijd in de schaduw van zijn oudere broer James heeft gestaan, was Kai Warner behoorlijk succesvol. Hij heeft meer dan zestig albums uitgebracht, schreef filmmuziek en ontpopte zich tot producer en ontdekker van jonge schlagerartiesten. In de jaren zeventig gingen zijn 'Go In'-platen (vrolijke dansmuziek bedoeld voor beschaafde mensen op beschaafde feestjes) massaal over de toonbank.

In een poging om net zoals zijn broer James (die in 1969 met 'James Last op klompen' op de proppen kwam) vaste voet te krijgen aan Nederlandse wal, bracht hij in 1971 de lp 'Met de postkoets door Nederland' uit. Polydor had grootste verwachtingen; op de hoes is ronkend te lezen: ''De fijnste dansplaat van het jaar 1971... heeft u nu vast!''

In de bekende Last-traditie neemt Kai 28 Nederlandse evergreens onder handen en poetst hij alles rimpelloos glad. In de woorden van ene Frits Versteeg (die een heel verhaal op de hoes mocht schrijven): ''Dansmuziek, wat opgepept naar de beat van de jaren '70, maar waarin melodie, ritme en romantiek een toch nog steeds niet te scheiden trio vormen.'' En dat betekent dus fijn schetterende trompetjes en de gezellig hummende Kai Warner Singers. Ik vraag me af of deze lp zo'n groot succes was. Zelfs in 1971 waren liedjes als 'Op de woelige baren', 'De postkoets' en 'Bloesem van seringen' (en verder veel Ramblers-covers) behoorlijk oubollig.

Hoe het ook zij, 'Met de postkoets door Nederland' klinkt op een vreemde manier bijzonder gezellig en bijna manisch opgewekt. Luister naar een uitmuntende vinyl-rip (256 kbps, 67 MB, inclusief hoezen – met grote dank aan het uitstekende Lounge Legends!) En om Frits Versteeg nog een keer te citeren: ''Kai Warner go in? In elk geval go ahead met deze vorstelijke langspeler!''

peter Donderdag 04 September 2008 at 11:59 pm | | easy-listening | Geen reacties

Verzameling

Toen ik zo rond 1986/87 serieus begon met het aanschaffen van muziek, waren de grote labels net bezig met het staartje van de operatie VLPNCD (oftewel Van lp naar cd). En aangezien lp's toen veel goedkoper waren dan cd's, kocht ik aanvankelijk veel vinyl. In rap tempo verdween de lp uit het assortiment en besloot ik dat het ook voor mij tijd was om over te stappen. Ik gaf mijn lp- en singlescollectie weg (op een paar bijzondere albums na) en deed mijn platenspeler de deur uit.

Je kunt uren ouwehoeren over de verschillen tussen tussen analoog en digitaal, maar feit is dat cd's handzamer zijn en minder gevoelig voor stof, krassen en laks gebruik. Maar goed, na verloop van tijd kreeg ik natuurlijk spijt, vooral toen ik een aantal lp's op het spoor kwam die nooit op cd waren verschenen. Ik haalde wederom een platenspeler in huis en langzaam maar zeker begon mijn platencollectie weer aan te zwellen – tot ik enige tijd geleden naar mijn lp's stond te kijken en besefte dat het weer enigszins uit de hand begon te lopen...

Aanleiding voor deze overpeinzing is de verzameling van Paul Mawhinney uit Pittsburgh, die meer dan drie miljoen lp's en singles en ruim 300.000 cd's in zijn bezit heeft. Grappig genoeg heb ik het linkje naar zijn website The Greatest Music Collection de afgelopen dagen meerdere keren mogen ontvangen. ''Wel wat voor jou'', was het commentaar, want Mawhinney biedt zijn collectie namelijk wegens gezondheidsredenen te koop aan. Nu is dat niets nieuws – een jaar geleden werd ik ook al opmerkzaam gemaakt op zijn verzameling. De prijs is inmiddels flink gezakt: je hoeft er nu nog 'slechts' drie miljoen dollar voor neer te tellen. Sean Dunne van Vimeo zocht Mawhinney op in zijn pakhuis en maakte een fascinerend portret van een bevlogen verzamelaar.

Overigens schijnt de verzameling lang niet zo bijzonder te zijn als Mawhinney beweert; het aantal échte collector's items is gering en de hoeveelheid 'cut-outs' enorm. Geen wonder dus, volgens experts, dat Mawhinney nog altijd geen koper heeft weten te vinden. Hoe het ook zij, het is een aandoenlijk portret – vooral voor wie nog altijd een zwak heeft voor vinyl...

peter Dinsdag 02 September 2008 at 12:35 am | | interessant | Drie reacties