Trumpet a GoGo!

In de easy listening-hemel regeert Bert Kaempfert (1923-1980) al bijna dertig jaar met vaste hand. Zo af en toe maakt hij een gaatje in de wolken en knikt goedkeurend als hij de enige nog levende easy listening-koning in het oog krijgt: de onvermoeibare James Last, die op zijn 79ste nog steeds het ene na het andere podium beklimt, dames op leeftijd in katzwijm achterlatend. Ik ben al jaren fan van 'The gentleman of music', hoewel deze bekentenis helaas nog steeds tot gefronste wenkbrauwen leidt.

Last timmert vol overgave aan een nog altijd gestaag uitdijend oeuvre, maar het probleem is dat hij zo ontzettend veel muziek heeft uitgebracht dat het gewoon niet leuk meer is. De teller staat op ettelijke honderden albums en vele tientallen compilaties. Vooral in de jaren zeventig leek het wel alsof de duivel hem op de hielen zat. Om de week bracht hij wel een nieuwe lp uit - alsof Last tijdens zijn ontbijtje dacht 'goh, een album met Paaseiland-medleys, dat lijkt me nu een leuk idee!', vervolgens wat sfeerverhogende moai in zijn studio liet neerzetten, zijn orkest bij elkaar riep en tegen zes uur 's avonds een album had volgespeeld, dat een paar dagen later in de winkels lag.

Het is dan ook niet heel verwonderlijk dat al zijn lp’s op elkaar lijken en onderling uitwisselbaar zijn; als je er eentje hebt gehoord, heb je ze allemaal gehoord en als je er niets aan vond, heb je pech want dan vind je de rest ook niets. Zo heel af en toe springt James Last uit de band (zoals op 'Voodoo Party' uit 1972), maar over het algemeen geeft hij zijn fans precies wat ze willen horen: easy listening-versies van bekende hits en klassieke deuntjes, waar niemand zich een buil aan kan vallen.

Ik kan het me nauwelijks voorstellen, maar als er mensen zijn die nog nooit van James Last hebben gehoord en graag eens kennis willen maken, dan heb ik de perfecte introductie in de aanbieding: ‘Trumpet a GoGo’ uit 1966. Veertien onbedaarlijk vrolijke instrumentale liedjes, met lustig erop los tetterende trompetjes (daar kan Herb Alpert nog een puntje aan zuigen!), plingplangende bassen, subtiele beats en op zijn tijd een fijne xylofoon-solo. Het gaat om weliswaar allemaal covers (onder meer ‘La paloma’, ‘Tico tico’, ‘La bamba’ en ‘Mexican Hat Dance’), maar de balans tussen afgezaagd en ‘o ja, welk nummer is dit ook alweer?!’ is precies goed. Ik krijg spontaan zin om in de dierenwinkel een klein Mexicaans ezeltje aan te schaffen en met een sombrero op door de straten van Utrecht te gaan rijden…

Luister zelf: ‘Trumpet a GoGo’ (320 kbps, 76 MB, de geluidskwaliteit is onberispelijk).

peter Vrijdag 30 Januari 2009 at 4:17 pm | | easy-listening | Drie reacties

Freeez

Grappig. 25 jaar lang verkeerde ik in de veronderstelling dat Freeez een typische eendagsvlieg was en discoklassieker 'I.O.U.' een aanstekelijke toevalstreffer. Maar nee, Freeez was een heuse band, zo ontdekte ik deze week, met zelfs een bescheiden oeuvre op zijn naam. De groep werd zo rond 1979 opgericht door John Rocca en maakte aanvankelijk naam als jazzfunkformatie - goed getimed, want in Engeland vond begin jaren tachtig een funkuitbarsting plaats, met als belangrijkste vaandeldragers natuurlijk Level 42. De eerste Freeez-single, 'Keep in Touch' (1980), werd een bescheiden hitje in Engeland, en is eigenlijk vooral de geschiedenis ingegaan dankzij de medewerking van gitarist Jean-Paul 'Bluey' Maunick, die later furore zou maken met Incognito.

Na een handvol singles tekende de band een contract bij Beggars Banquet Records en in 1981 zag het debuutalbum 'Southern Freeez' het licht, een lp gevuld met niets-aan-de-hand voortfunkende nummers. Heel veel pompende baslijntjes, een synthesizertje op de achtergrond, jengelend gitaarspel - je kent het wel. Het titelnummer werd een hit (hier de clip, de zangeres is Ingrid Mansfield Allman), maar het balletje begon pas echt te rollen met het tweede album 'Gonna Get You' (1983).

Aan het muzikale concept was ogenschijnlijk niets veranderd: de nummers waren nog steeds net zo lichtvoetig als een glas zoete witte wijn op een mooie zomeravond. Twee nummers verschilden echter van de rest: 'I.O.U.' en 'Pop Goes My Love'. Producer van dienst was Arthur Baker, die eerder had gewerkt met onder ander Afrika Bambaataa, New Order en Soul Sonic. En ik heb zo het gevoel dat Baker zich tijdens de opnames met name heeft ontfermd over deze twee, mede door hem geschreven tracks. 'Pop Goes My Love' kent lichte hiphop-elementen (vooral in de extended versie), terwijl 'I.O.U.' een lekkere disco-synthpopknaller is (gemixt overigens door John 'Jellybean' Benitez - enkele maanden later zou hij het debuut van Madonna onder handen zou nemen), die totaal uit de toon valt bij de rest van het album. 'I.O.U.' werd een wereldhit, maar daar zou het bij blijven. Het derde album 'Idle Vice' (1985) zette weinig zoden aan de dijk en John Rocca besloot de stekker uit Freeez te trekken en solo verder te gaan, maar ook dat wilde niet echt vlotten.

Voor wie in een nostalgische bui is: 'Gonna Get You' (224 kbps, 87 MB - inclusief een bijna negen minuten durende versie van 'I.O.U.').

peter Vrijdag 30 Januari 2009 at 12:38 am | | 80s | Twee reacties

Laraaji

Edward Larry Gordon werd in 1943 geboren in Philadelphia. Hij was dol op muziek en kreeg op jonge leeftijd viool-, piano-, trombone- en zangles. Hij studeerde piano en compositie aan de Howard University, en verhuisde na zijn afstuderen naar New York om het daar te gaan maken als acteur en stand-up comedian. Tot zover niets aan de hand - Gordons levensverhaal lijkt op dat van talloze jongeren die opgroeiden in de jaren vijftig en zestig. Zijn leven nam echter een wending toen hij in 1972 in aanraking kwam met Oosterse mystiek. Gorden verdiepte zich in allerlei spirituele geschriften en kocht een tweedehands citer in een lokale uitdragerij. Hij sloeg aan het knutselen en veranderde het snaarinstrument in een soort elektrische piano.

Wie in 1978 door New York kuierde, liep vroeg of laat Gorden tegen het lijf, die in parken en op straathoeken op zijn citer aan het pingelen was. Zo ook Brian Eno, die in 1979 een wandelingetje maakte door Washington Square Park en gefascineerd bleef staan luisteren. Eno werkte in die tijd aan zijn theorie van 'discreet music' (klanken die naadloos opgaan in de omgeving) en de muziek van Gordon paste perfect in het plaatje. De twee raakten bevriend en in Eno's studio nam Gordon onder de noemer Laraaji in 1981 'Day of Radiance' op, dat werd uitgebracht als het derde deel in Brian Eno’s befaamde Ambient-serie. De eerste drie tracks op het album, 'The Dance 1, 2 & 3', bestaan uit ritmische citerstukken met lichte Arabische elementen, die dankzij hun verschuivende gelaagdheid een hypnotiserende werking hebben en je als vanzelf in een trance doen raken. 'Meditiation 1 & 2' zijn dan weer verstilde nummers (met vingerafdrukken van Eno, die in de producersstoel zat), die golven en pulseren in de Grote Kosmische Zee.

Tijdloos, betoverend en een terechte new age-klassieker. In de jaren die volgden, perfectioneerde Laraaji zijn sound, bracht hij verschillende cd's uit, ging in de leer bij goeroes als Swami Satchidananda en Shri Brahmananda Sarasvati en gaf hij tal van lezingen. Momenteel is hij vooral bekend dankzij zijn wereldwijde workshops voor lachmeditatie. In ieder geval: 'Ambient 3 - Day of Radiance' (192 kbps, 74 MB).

peter Dinsdag 27 Januari 2009 at 11:15 pm | | new-age | Geen reacties

Esa Kotilainen

Hoog tijd voor weer eens een vergeten pareltje uit de geschiedenis van de elektronische muziek: 'Ajatuslapsi' van de Fin Esa Kotilainen (1946). De lp verscheen in 1977 op het label Love Records, dat talloze Finnen kennis liet maken progressieve rock en andere rariteiten. Kotilainen had naam gemaakt in de progrockformaties Wigwam en Neum en werkte als sessiemuzikant voor onder andere Tasavallan Presidentti, Jukka Tolonen en Nils-Aslak Valkeapää.

In 1974 liet hij voor een bedrag van 6100 Finse marken een Minimoog overkomen uit Duitsland, een bedrag waar je in die tijd een auto voor kon kopen. Hij was de eerste Fin die tal van synths in zijn studio had staan en werd dan ook vaak ingeschakeld om geluidseffecten en rare geluiden te maken voor films (zoals de komedie 'Viu-hah-hah-taja' (1974) van Spede Pasanen) en reclamespotjes.

Voor zijn solodebuut liet Kotilainen zich niet alleen inspireren door de vervreemdende synthesizertapijten van Tangerine Dream en Klaus Schulze, maar ook door het controversiële boek 'The Third Eye' (1956), van de Engelsman Cyril Hoskin, die beweerde dat de geest van de Tibetaanse monnik Lobsang Rampa in zijn lichaam huisde. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de muziek op 'Ajatuslapsi' geen lichte kost is. De A-kant wordt in beslag genomen door 'Unisalissa' (oftewel 'In de hal der dromen'): de eerste vijf minuten zijn ingeruimd voor dreigende orgelklanken, die na een minuut of vijf gezelschap krijgen van 'Phaedra'-achtige, hallucinerende sequencers. Tot zover niets aan de hand, maar dan gooit Kotilainen er een jengelende Arabische melodielijn in, om het nummer af te sluiten met een accordeon en de kantele, een traditioneel Fins snaarinstrument. Op de B-kant staan twee tracks: 'Avartuva nδkemys' ('De geest opent zich'), een buitenissige geluidscollage, en het bijna meditatieve 'Ilmassa' ('In de hemelen') met ijle Mellotron- en orgelklanken.

'Ajatuslapsi' is misschien niet zo meeslepend en 'toegankelijk' als de lp's van Tangerine Dream uit de jaren zeventig, maar juist dankzij de bescheiden insteek en de subtiele folkloristische elementen, weet Kotilainen te verrassen. Het album verscheen in een bescheiden oplage van 500 exemplaren en is eigenlijk nooit opgemerkt door het grote publiek. Luister naar een alleszins acceptabele vinyl-rip (224 kbps, 45 MB).

En voor wie het zich afvraagt: Kotilainen houdt zich de laatste jaren voornamelijk bezig met folkmuziek en de comeback van Wigwam.

peter Maandag 26 Januari 2009 at 10:16 pm | | krautrock | Geen reacties

Tubular Earring

De Grote of Sint Jacobskerk behoort samen met het Binnenhof tot de oudste gebouwen van Den Haag. Zijn geschiedenis gaat terug tot maar liefst 1335 en de kerk speelt een belangrijke rol in de beiaardcultuur van Nederland. Al in de middeleeuwen hingen in Sint Jacobskerk enkele grote klokken (de zogeheten 'luidklokken') en een paar kleintjes die elk uur een vrolijk melodietje speelden. Na een brand in december 1539 werd met financiële hulp van keizer Karel V onder meer een nieuwe luidklok neergehangen van meer dan 6.000 kilo, die nog steeds in de toren hangt. Het aantal klokken voor de tijdsaanduiding groeide langzaam uit tot een omvangrijk carillon. In 1686 werd een nieuwe set, bestaande uit 37 klokken, gegoten, waar in 1956 nog eens 14 aan werden toegevoegd.

De beiaard wordt al eeuwenlang (zo blijkt uit een archiefstuk uit 1566) bespeeld op de maandag en vrijdag als er markt is. En sinds 1956 galmen de klokken ook op de woensdagmiddag (van 12.00 tot 13.00) over Den Haag. Stadsbeiaardier van dienst is al jaren Heleen van der Weel, die sinds 1975 de carillons in de toren van de Grote Kerk bespeelt en daarnaast ook regelmatig in Scheveningen en het Vredespaleis te vinden is.

Je vraagt je misschien af waar ik vredesnaam naar toe wil. Is dit nu een muzieklog of log voor bejaarden? Nou, in oktober 2001 vond in Den Haag de 'Golden Earring Jubilee' plaats. De oudste rockband van Nederland werd in het zonnetje gezet en geëerd met diverse tentoonstellingen, lezingen en rondleidingen. Het leek beiaardier Heleen van der Wel dan ook een leuk idee om tijdens deze week af en toe achter de carillons te kruipen en enkele grote Golden Earring-hits onder handen te nemen. En zo kon het dus gebeuren dat je als nietsvermoedende Earring-fan opeens 'Going to the run' of 'Another 45 miles' over Den Haag hoorde klingelen.

Nu was ik er zelf niet bij zeven jaar geleden, maar het cd'tje met de uitvoeringen van Van der Weel heb ik voor een zacht prijsje op de kop weten te tikken. Het klinkt bijzonder grappig, hoewel denk ik alleen verstokte fans zullen horen om welk nummer het gaat. Luister zelf (320 kbps, 47 MB), het album duurt een half uurtje en bevat onder meer 'Intro Radar Love', 'Going to the run', 'Daddy buy me a girl' en 'Just a little bit of peace in my heart'.

peter Vrijdag 23 Januari 2009 at 11:56 pm | | weird | Eén reactie

O nee, niet weer over downloaden

Het begint zo langzamerhand een beetje ongeloofwaardig te worden. De pagina's van het ene rapport over downloaden zijn nog niet afgekoeld, of het andere rapport waarin precies het tegenovergestelde wordt beweerd, rolt alweer van de printer. Uit een onderzoek van TNO naar de economische effecten van het 'delen van bestanden met muziek, film en games', uitgevoerd in opdracht van de ministeries van Economische Zaken, OCW en Justitie, blijkt dat "de economische effecten van file sharing op de Nederlandse welvaart op de korte en de lange termijn per saldo positief zijn".

Wie even niets te doen heeft, kan het lijvige rapport op zijn gemakje nalezen, hoewel de conclusie volstaat: ''[...] Veel consumenten die downloaden zouden de muziek niet in dezelfde hoeveelheid tegen de huidige prijzen kopen, als onbetaald downloaden niet meer mogelijk zou zijn. Ook zijn er mensen die downloaden om muziek te leren kennen en eventueel te kopen als zij bevalt. Hoewel er dus ook positieve effecten zijn van downloaden op het koopgedrag, is een negatief effect op de omzet van de sectoren aannemelijk. Dit geldt met name voor de verkoop van geluidsdragers, vooral omdat het downloaden van muziek het meest ingeburgerd is geraakt. Daarbij treden er verschillen op tussen artiesten: bekende artiesten lijken meer schade te ondervinden, terwijl relatief onbekende artiesten zelfs kunnen profiteren wanneer het uitwisselen van bestanden hun bekendheid vergroot. Voor de maatschappij als geheel staat tegenover dit omzetverlies van de sector de baten van de grote groep downloaders die anders nooit tot aanschaf zou zijn overgegaan. Per saldo is er een aanzienlijke welvaartswinst.''

Brancheorganisatie NVPI haast zich om met een weerwoord te komen: "Ze hebben het over de economische en culturele effecten van file sharen en ze komen met een conclusie die gaat over welvaart. [...] We moeten wel even goed weten dat welvaart iets anders is dan toegevoegde economische waarde", aldus Paul Solleveld, directeur van NVPI. En zo kibbelden zij nog lang en gelukkig. O, en voor wie zich afvraagt hoe het nu eigenlijk met het paddo-verbod staat: wie geeft minister Klink eens een draai om zijn oren? Of is het tegenwoordig normaal dat informatie moedwillig wordt verdraaid? L-rs vat alles netjes samen.

peter Donderdag 22 Januari 2009 at 11:47 pm | | nieuws | Twee reacties

Tanita Tikaram

Ik heb altijd enigszins een zwak voor haar gehad. In het najaar van 1988 scoorde de zangeres met de ebbenhouten stem en het exotische uiterlijk een wereldhit met 'Twist In My Sobriety' en sindsdien ben ik Tanita Tikaram met een scheef oog blijven volgen.

Tanita werd in 1969 geboren in Duitsland. Haar moeder was Maleisisch, haar vader een Engelse legerofficier met Indonesische roots die destijds in Münster was gelegerd. Tanita groeide op in het Duitse plaatsje Waldniel en in 1981 verhuisde het gezin naar Basingstoke in Engeland.

Tanita was dol op muziek, leerde zichzelf gitaarspelen, schreef liedjes en nam toen ze zeventien was een demo op, die in handen kwam van manager Paul Charles. Nadat hij haar had zien optreden tijdens een openpodiumavond in Londen, nam hij haar onder zijn hoede, bracht haar in contact met Rod Argent en binnen enkele weken stond ze in het voorprogramma van onder andere Warren Zevon en Jonathan Richman. En toen ging het snel: ze tekende een contract bij platenmaatschappij WEA en in de zomer van 1988 verscheen haar eerste single, het vrolijke 'Good Tradition', een top tien-hit in Engeland en een bescheiden hitje in Nederland. Haar debuut 'Ancient Heart' verscheen later dat jaar en groeide op de vleugels van het sfeervolle, melancholische 'Twist In My Sobriety' uit tot een klapper. Het album ging wereldwijd vier miljoen keer over de toonbank en maakte van Tanita een superster – een beetje tegen wil en dank, want Tikaram hield (en houdt) niet van al die opklopte media-aandacht en opereert liever in de luwte.

Haar daaropvolgende albums 'The Sweet Keeper' (1990), 'Everybody's Angel' (1991), 'Eleven Kinds of Loneliness' (1992) scoorden redelijk, maar hits bleven uit – zeker in Nederland. En na 'Lovers in the City' (1995), dat lauwtjes werd ontvangen, besloot ze het wat rustiger aan te doen. Ze acteerde, trad op tijdens enkele benefietconcerten voor Amnesty International, en werkte op haar gemak aan 'The Cappuccino Songs' (1998) en 'Sentimental' (2005). Bespiegelende albums met persoonlijke teksten en sfeervolle liedjes. 'Ancient Heart' staat twintig jaar na dato nog steeds als een huis: elf fijne, bij vlagen verstilde popsongs (zoals het prachtige 'Cathedral Song' en 'Valentine Heart'). Luister zelf (320 kbps, 72 MB).

En voor wie niet genoeg kan krijgen: een live-concert van Tanita Tikaram, opgenomen op 26 januari 1989 in het Utrechtse Vredenburg.

peter Donderdag 22 Januari 2009 at 12:35 am | | 80s | Drie reacties

The Fool

Terwijl Amsterdam op het punt stond zich midden jaren zestig te ontpoppen tot dé hippiehoofdstad van Europa, was Nederland te klein voor mode-ontwerpster Marijke Koger en haar vriend en kunstenaar Simon Posthuma. De twee belandden na de nodige omzwervingen in 1966 Londen, waar ze samen met Marijkes jeugdvriendin Josje Leeger en Engelsman Barry Finch het ontwerpbureau The Fool oprichtten.

Hun timing was onberispelijk: het jaar daarop barstte de 'Summer of Love' in alle hevigheid los. Hun kleurrijke, psychedelische ontwerpen waren een schot in de roos. Ze ontwierpen kleding en platenhoezen voor onder andere The Beatles, The Incedible String Band en Procol Harum en samen met John Lennon en Paul McCartney gaven ze de legendarische Apple Shop gestalte. In 1968 vertrok The Fool naar New York om twee (succesvolle) albums op te nemen, om vervolgens door te reizen naar Los Angeles en daar de boel op stelten te zetten. Josje en Barry keerden in 1969 terug naar Amsterdam, terwijl Simon en Marijke (in het Engels verbasterd tot Seemon en Maryke) muziek bleven maken en zich tot aan hun scheiding in 1975 bezighielden met tal van geinige concepten (zoals een reizend reuzencircus in Marokko).

Ik vertel het verhaal van The Fool in sneltreinvaart (meer weten? Lees Posthuma's 'A Fool Such as I'!) want waar ik naar toe wil, is het titelloze The Fool-debuut uit 1968, geproduceerd door niemand minder dan Graham Nash. Natuurlijk, het album is zo gedateerd als wat, maar ontwapend naïef en enthousiasmerend vrolijk - een landkaart naar een betere wereld, vol ongebreideld optimisme. Eigenzinnige en rammelende folk, doorspekt met geluidseffecten, mystieke thema's en buitenissige instrumenten. De tien tracks zwalken alle kanten op: experimenteel, bezwerend, uptempo en geheimzinnig. Het experimentele 'Fly', het instrumentale 'No One Will Ever Know' (met een heuse doedelzalsolo), de hippiemeezinger 'Rainbow Man', het ingetogen 'Cry For Me', het opgewekte 'Hello Little Sister', het bizarre 'Inside Your Mind' - geweldig! Het album was in 1968 een groot succes, maar anno 2009 helaas behoorlijk in de vergetelheid geraakt. Luister zelf (39 MB, 128 kbps helaas, maar wel met twee bonustracks.) Heeft iemand toevallig opvolger 'Son of America' (1971) in huis?

peter Dinsdag 20 Januari 2009 at 11:42 pm | | weird | Vier reacties

Gloomy monday

Het is vandaag ‘blauwe maandag', de meest depressieve dag van het jaar. Althans, volgens de Engelse psycholoog Cliff Arnall. Aan de hand van een wetenschappelijke formule heeft hij namelijk berekend dat de derde maandag in januari voor de meeste mensen een verschrikking is. En om er nog een schepje bovenop te doen, een entry uit de oude doos over het mismoedigste nummer ooit geschreven: 'Gloomy Sunday'. December 1932.

De Hongaarse componist en pianist Rezsô Seress staarde mismoedig uit het raam. Buiten regende het, al de hele zondag, en Seress was in een rotbui. Hij liep naar zijn piano en als vanzelf vloeide er een melodie uit zijn vingers. Hij schreef er bijzonder treurige en nihilistische tekst bij (die later vervangen zou worden door twee melancholische strofen van de Hongaarse dichter László Jávor) en stuurde het lied 'Szomorú Vasárnap' (oftewel 'Gloomy Sunday') naar zijn muziekuitgever. Het nummer kende een bescheiden succes, maar opmerkelijker was dat diverse mensen naar verluidt zelfmoord pleegden na beluistering van de extreem deprimerende muziek van Seress. In de verstijfde handen van de overledenen werd de bladmuziek van 'Gloomy Sunday' aangetroffen of een briefje met het verzoek het lied ten gehore te brengen tijdens de begrafenis.

In 1936 werd 'Szomoru Vasarnap' vertaald in het Engels en kreeg het zijn bijnaam 'the suicide song' of 'the anthem of suicide', want ook de Engelse versie zorgde volgens de overlevering voor een golf van zelfmoorden en werd zelfs door diverse radiostations op een zwarte lijst geplaatst – hoewel de platenmaatschappij voor de nodige sensatie zorgde en de meeste 'fatale verhalen' schromelijk overdreven waren. In een poging de extreme droefenis wat te temperen, werd later een derde, wat luchtiger en dromeriger couplet ('dreaming, i was only dreaming…') toegevoegd. In 1968 pleegde Seress, enige dagen na zijn 69ste verjaardag, zelfmoord. Op een zondag.

Een van de bekendste 'Gloomy Sunday'-uitvoeringen is die van Billie Holiday, die het lied in 1941 voor het eerst ten gehore bracht. In de loop der jaren hebben tal van artiesten zich aan een cover gewaagd, variërend van Gitane Demone, Heather Nova, Diamanda Galás (haar versie is echt angstaanjagend), Björk, Sarah McLachlan, Sarah Brightman, Serge Gainsbourg en Loreena McKennit. Luister naar 17 zeer verschillende uitvoeringen in dit zipje (wisselende bitrate, 69 MB – inclusief de songtekst).

peter Maandag 19 Januari 2009 at 11:48 am | | interessant | Geen reacties

Orde in de chaos

Het zou een interessant onderwerp zijn voor een of ander onderzoek: hoe hebben muziekliefhebbers hun collectie geordend? Rob Flemming, de hoofdpersoon uit Nick Hornby's 'High Fidelity', besteedt vele avonden aan het arrangeren van zijn lp-collectie, al naar gelang zijn stemming: alfabetisch, chronologisch, op volgorde van aanschaf, op label, en noem het maar op.

Je kunt het jezelf inderdaad zo moeilijk of makkelijk maken als je maar wilt - en ik heb het mezelf jarenlang bijzonder makkelijk gemaakt. Nieuwe cd's belandden eerst in de woonkamer, waar ze werden beluisterd, eventueel geript en ingevoerd in de database. Als de stapel te groot werd, verhuisden de cd's naar de cd-kamer en kregen ze een willekeurig plekje in de kast. Simpel. Op de een of andere manier lukte het me altijd wel om een cd op te snorren. De laatste tijd ging het echter niet meer zo soepel – ik stond vaak gefrustreerd voor de kasten gebogen, vruchteloos op zoek naar dat ene album waarvan ik toch zeker wist dat ik het had. Tijd voor orde in de chaos! Mijn beslissing kreeg een duwtje in de rug toen ik de A-Z CD Dividers ontdekte bij internetwinkel NonPlusUltra.

Goed, 24 euro is een hoop geld voor enkele schijfjes plastic, maar het zal er ongetwijfeld professioneler uitzien dan zelf in elkaar geknutselde kartonnetjes, zo dacht ik. Het pakketje was binnen een dag in huis en inderdaad, de 27 letterkaartjes (inclusief een '?') voldeden helemaal aan mijn verwachting. En deze zondag heb ik dan ook met name besteed aan het keurig ordenen van mijn cd's - er zijn vervelender klusjes te bedenken. Alles staat na een dagje stapelen (met de letter 's' als grootverbruiker en één album bij de 'x') netjes in de kasten, inclusief een aparte sectie voor compilaties (waar je er ongemerkt toch een hoop van hebt) en een afdeling klassiek. Keurig! Cd-singles vind ik niet zo interessant en die heb ik op een grote stapel geknikkerd. En mijn lp's, die nu verspreid door het huis staan, zijn later aan de beurt.

Probleem is alleen dat een muziekverzameling een organisch geheel is en voortdurend uitdijt. Het heeft weinig zin om alles dicht te metselen, en dan bij elke aanschaf de hele handel door te schuiven. Op de basis van de omvang van de alfabetische stapels heb ik dan ook ruimte vrijgelaten op de planken. Ik merk nu al dat de 'b' aan het dichtslibben is (in de woonkamer vond ik nog een stapel vergeten cd's)... Maar goed, dat zien we tegen die tijd wel weer. Hoe hebben jullie je cd's, lp's en singletjes geordend?

peter Maandag 19 Januari 2009 at 12:23 am | | overig | Achttien reacties

Brein (deel zoveel)

In nagenoeg elk interview met Brein-directeur Tim Kuik dreunt hij steevast hetzelfde riedeltje op, als een grijs gedraaide plaat die blijft hangen. Spannend is anders, vooral ook omdat de meeste journalisten klakkeloos alles opschrijven. Misschien omdat het anders maar zo saai wordt, gooide Kuik er in een interview met de Volkskrant eens een paar ferme uitspraken tegenaan. Wat hem betreft is downloaden altijd illegaal. Waarom? Omdat je 'aankoopvervangend' bezig bent. Kuik weet ook wel dat je volgens de Nederlandse wet zonder problemen muziek en films mag downloaden, mits je dat doet zonder commerciële bijbedoelingen.

Kuik komt dan ook met een ingenieuze redenering waarom downloaders toch illegaal bezig zijn: ''[Je bent commercieel bezig] als je bijvoorbeeld een dvd, die je van plan was te kopen, niet aanschaft, omdat je hem toch al hebt gedownload.'' Ook advocate Carja Mastenbroek doet een duit in het zakje: ''[Downloaden is altijd illegaal.] Alles wat nieuw of oorspronkelijk is, is door iemand gemaakt of bedacht. Daar rust dus altijd auteursrecht op. Zonder zijn toestemming voor het gebruik van zijn creatie heeft gegeven, maakt iemand die dat toch doet, inbreuk op het auteursrecht en is daarmee illegaal bezig. [...] Je betaalt er niet voor, dus is het niet legaal.'' Downloaders die denken dat ze legaal bezig zijn, 'hebben een gaatje in hun hoofd.'

Brein gaat zich de komende tijd vooral richten op usenet. ''Ik schat dat er auteursrecht rust op 95 procent van wat er op Usenet staat’, aldus Kuik. Dat is wat hem betreft ook meteen illegaal materiaal, want de auteursrechthebbende wordt in nul keer van de gevallen om toestemming gevraagd.

Robert Giebels, de opvallend kritiekloze journalist van dienst die kennelijk geen idee heeft waar hij over schrijft, sluit zijn 'advertorial' af met een citaat van Mastenbroek: ''De downloaders zelf hoeven geen politie te verwachten, maar dat de pakkans niet groot is, wil niet zeggen dat je legaal bezig bent.''

Tjonge, het is lang geleden dat ik zulke flauwekul heb gelezen. Ik kan alles wel gaan weerleggen en wijzen op de uiterst wankele juridische onderbouwing, maar ik geloof dat ICT-jurist Arnoud Engelfriet net iets verontwaardigder is en bovendien meer kennis van zaken heeft. Lees Arnouds uiteenzetting op zijn blog (oftewel: 'Tim Kuik heeft zelf een gaatje in zijn hoofd.')

peter Vrijdag 16 Januari 2009 at 10:45 pm | | nieuws | Eén reactie

Dvar

Het is alsof je je een weg baant door een duister en eeuwenoud bos, waar geen mens ooit eerder een voet heeft gezet. Het is schemerig, mistflarden trekken bleke sporen boven de grond en diffuus maanlicht verleent de knoestige bomen een spookachtig uiterlijk. In de verte schommelen enkele lichtjes en je loopt langzaam dichterbij. In een slordige kring is een vreemde processie aan de gang; heksen en kollen, kobolden, dwergen en andere fantasiewezens dansen in extatische aanbidding voor het middernacht.

In de lang vergeten taal van verzonken landen bezingen zij de duistere glorie van het mystieke volk van ver achter melkwegen en zonnestelsels, van diep onder de aarde, uit spelonken en holle grotten. Je wordt opgeschrikt door een donderend gerommel. In snel tempo schiet een houten wagen voorbij, met daarop twee in duistere capes gehulde mannen – wacht, bespeelt de een nu een synthesizer? Je knippert met je ogen en de wagen is verdwenen. De lichtjes zijn intussen feller geworden, je hoort belletjes rinkelen, bladeren knisperen en in de verte zie je de wagen weer aanstormen...

Tja, de muziek van Dvar doet rare dingen met een mens. En aangezien er over de groep maar bitter weinig bekend is, gaat mijn fantasie soms met me op de loop ... Eigenzinnig en uniek - het Russische duo Dvar (hun identiteit is onbekend, ze komen vermoedelijk uit Moskou) trekt zich helemaal niets aan van ook maar de kleinste muzikale conventie. Ze beweren dat hun muziek afkomstig is van een vreemd wezen, de 211 jaar oude Dvar. In hun dromen komt hij tot hen; zij dienen slechts als doorgeefluik. De songs (met vreemde titels als  'Ta Matii Yadhan' en 'Taai liira') worden gezongen in de vergeten taal van Dvar. Nu ja, gezongen - het klinkt alsof een heksendwerg omineuze spreuken prevelt, brabbelt en schreeuwt tegen een publiek van verdoemde zielen.

Lees meer »

peter Vrijdag 16 Januari 2009 at 11:35 am | | weird | Eén reactie

Cijfers 2008

Het is niet zo dat ik midden in mijn gezicht wordt uitgelachen, maar ik heb wel het gevoel dat de blikken die ik krijg toegeworpen steeds meewariger en bezorgder worden. En dat alleen maar omdat ik enthousiast vertel nog regelmatig cd's aan te schaffen. Cd's? Kopen? Huh? Zijn er nog mensen die dat doen? Bestaan er überhaupt nog wel muziekwinkels? Zucht. Downloaden is geen kunst – er gaat niets boven een gezellig uitpuilende kast met cd's en lp's. Maar misschien ben ik wel een van de laatste der Mohikanen, want ook in Amerika (het land met de grootste muziekindustrie ter wereld) zijn de cd-verkopen afgelopen wederom gedaald.

Uit cijfers van onderzoeksbureau Nielsen SoundScan blijkt dat er in Amerika vorig jaar 428 miljoen cd’s werden verkocht, een daling van 14 procent. Daarvan werden 69,8 miljoen gedownload, een stijging van 15,4 procent. Het aantal verkochte fysieke cd’s bedroeg 360,6 miljoen stuks, tegen 449,18 miljoen in 2007. Het best verkochte album was 'Tha Carter III' van rapper Lil Wayne (bijna drie miljoen stuks), op de voet gevolgd door Coldplay ('Viva La Vida' ging 2,15 miljoen keer over de toonbank). Het was voor het eerst dat het best verkochte album minder dan drie miljoen keer van eigenaar verwisselde. Opvallend genoeg werden er wel meer lp's verkocht: 1,9 miljoen stuks, een nieuw record.

In Nederland is de situatie niet veel anders. De NVPI becijferde dat de totale audio-omzet (cd's, singles, downloads en muziek-dvd's) met 5 procent is gedaald in vergelijking met 2007 en is uitgekomen op 114,7 miljoen euro. In 2007 daalde de omzet nog met 12,2 procent (afgezet tegen 2006). In totaal kochten 'de Nederlanders' vorig jaar 7,5 miljoen cd's (-3,5%), 400.000 singles (-33,3%), 1,2 miljoen muziek-dvd's (-4,2%) en werden er 6,3 miljoen tracks gedownload (+17,4%) .

De best verkochte cd's in Nederland: Amy Winehouse - Back to Black, Amy MacDonald - This is the Life, Marco Borsato - Wit Licht, Coldplay - Viva la Vida, Jan Smit - Stilte in de Storm, Duffy - Duffy, Alain Clark - Live It Out, Anouk - Who’s Your Momma en Madonna - Hard Candy. Mmm.. ik mag dan wel veel cd's hebben gekocht in 2008, deze zaten er niet bij...

peter Donderdag 15 Januari 2009 at 12:24 am | | lijstjes | Vier reacties

Men Without Hats (update)

Het is verleidelijk om Men Without Hats af te doen als eendagsvlieg; in 1983 scoorde de Canadese groep een gigantische hit met het aanstekelijke 'The Safety Dance', om daarna ogenschijnlijk in het niets te verdwijnen. Dat ging echter niet zonder het nodige gespartel en enkele albums die beslist de moeite waard waren, maar alleen niet werden opgepikt door het grote publiek.

Men Without Hats werd in 1980 opgericht door de broers Ivan en Stefan Doroschuk. Ivan schreef het merendeel van songs en zong, Stefan speelde gitaar en keyboards. Hun in eigen beheer uitgebrachte ep 'Folk of the '80s' verscheen in het najaar van 1980 en was redelijk succesvol. Twee jaar later was het raak met hun debuut 'Rhythm of Youth'. Broer Colin (keyboards) en drummer Allan McCarthy hadden zich inmiddels bij de groep gevoegd en op de golven van de eerder genoemde wereldhit veroverde Men Without Hats de wereld met hun vrolijke, tegen new wave aanleunende synthpop.

Opvolger 'Folk of the '80s (Part III)' (1983) deed echter helemaal niets; vreemd, want het recept was het hetzelfde: energieke liedjes, de karakteristieke zang van Ivan en een heleboel lekker voortronkende synths. 'Pop Goes The World' (1987) is in mijn ogen het beste Men Without Hats-album, met gevarieerde liedjes en intelligente, naïef-humoristische songteksten. Het titelnummer werd een bescheiden hit, maar het doek begon al voorzichtig te schommelen. En toen ook 'The Adventures of Women & Men Without Hate in the 21st Century' (1989) en het gitaargeoriënteerde 'Sideways' (1991) het niet al te best deden, verdween de groep zo'n beetje geruisloos van het podium. In 2003 dook Men Without Hats opeens weer op met 'No Hats Beyond This Point', waarop (geforceerd) wordt teruggegrepen naar de sound van hun begindagen. Ik geloof dat de groep momenteel het 80's-circuit onveilig maakt en als ze ooit nog een keer Nederland aandoen, sta ik vooraan.

Luister naar het gevarieerde en vrolijk gestoorde 'Pop Goes The World' (60 MB, 192 kbps) en bekijk terwijl je aan het downloaden bent de bijzonder lollige videoclip van het titelnummer (inclusief een drummende sneeuwman en een vrolijk rondhuppelende zanger Ivan in een veel te strakke legging - het blijven natuurlijk wel de jaren tachtig...).

peter Zondag 11 Januari 2009 at 01:08 am | | 80s | Twee reacties

Humdrum Blues

Als een man eerlijk vertelt hoe hij zich voelt, maakt hij weinig vrienden. Er is een druk in zijn hoofd die nét geen hoofdpijn is, hij voelt iets in zijn buik dat tegen misselijkheid aanhangt, maar waar geen woord voor bestaat. Hij moet iets tamelijk belangrijks doen, iets boekhoudkundigachtigs,  maar op de een of andere manier hangt er een krachtenveld om hem heen dat hem belemmert te doen wat hij moet doen en daarom gaat hij maar iets anders doen, zoals nieuws kijken op internet of het weerbericht.

Het is niet koud, maar wel waterig koud. Binnen is het eigenlijk te donker, maar als je naar buiten kijkt is het licht net een tikkie te fel. Hij wil iets geweldigs gaan maken, maar hij wordt al moe als hij denkt aan alle verplichtingen die met geweldige dingen samengaan. Had hij maar van die leuke Champions League-vrienden, zoals de mensen op de televisie, hoewel: eigenlijk hangt hij misschien wel het liefst gewichtloos in de lucht om op een machtig high-definitionscherm naar Discovery Channel te kijken.

Over het algemeen kan een man maar het beste zwijgen over dat onbestendige gevoel. Als hem gevraagd wordt hoe het gaat, heeft hij geleerd om te zeggen: 'Goed', of: 'Fantastisch', en niet: 'Ik weet eigenlijk niet precies hoe je het uit moet leggen, maar ik voel me de hele tijd een soort van ontevreden en achterdochtig, alsof de hele wereld me niets gunt. Maar ik mijn vinger er niet echt achter krijgen.' Mannen begrijpen zelf ook wel dat je niet de hele dag moet zeuren over dit soort lamlendigheid. Als het soms lijkt dat mannen dit wél doen, dan zie je niet meer dan het topje van de ijsberg.

Mocht je toch meer willen weten over de gevoelens waar mannen over zwijgen, dan hoef je niet ver te zoeken. Het enige dat je hoeft te doen is een dozijn bluesplaten aanschaffen. Big Bill is een beetje misselijk, Sonny Boy ervaart een gevoel van nietigheid. Zijn vrouw is weg, de melk is op, gitaar kapot, het dak lekt, de Mississippi stinkt, de bus stopt niet meer en de hond is bijna dood.

Lees meer »

peter Vrijdag 09 Januari 2009 at 11:38 pm | | interessant | Geen reacties

Klazien

Ze was een opmerkelijke en markante verschijning: Klaasje Rotstein-van den Brink, beter bekend als Klazien uut Zalk (1919-1997). Begin jaren negentig groeide ze uit tot hét knuffelkruidenvrouwtje van Nederland. Klazien en haar kat Simon Peres werden bekend dankzij het NCRV-middagprogramma 'Passage', waarin ze in de periode 1989/1990 wekelijks iets vertelde over gezond eten, allerhande kruiden de revue liet passeren en onvermoeibaar putte uit een schier onuitputtelijke bron van natuurwijsheden, spreuken en andere dooddoeners. Bekende uitspraken van haar zijn onder meer 'Begint de kat te miauw'n, dan kun je de zon nie meer vertrouw'n' en 'Mensen die wat wille, stoppen gewoon wat dille tussen de bille.'

Ik verzin het niet. Kennelijk was (en is) er een enorme behoefte aan de tja 'kwakzalverij' van Klazien, hoewel het haar aan zakelijk instinct niet ontbrak. Ze schreef diverse boekjes onder de noemer 'Allerhande dingen over de natuur', die massaal over de toonbank gingen (geen understatement: haar eerste boekje verkocht ongeveer 30.000 stuks!), was te gast in tal van praatprogramma's en lanceerde zelfs een eigen parfum- en kruidencosmeticalijn. Natuurlijk was ze ook het mikpunt van spot. Zo parodieerde Wim de Bie haar in 'Keek op de week' als Berendien uut Wisp (en dat deed hij toch wel redelijk briljant) en werd ze op tal van andere manieren belachelijk gemaakt.

Daar deed ze trouwens zelf vrolijk aan mee. Zo nam ze bijvoorbeeld in 1996 een single op met André van Duin ('Jas aan, jas uit', hier de lichtelijk gênante clip), maar haar 'hoogtepunt' bereikte ze met de Dikdakkers (het Drentse duo Anton Geerts en Hans Voogd), met wie ze eind 1996 de après ski-single 'Choco en kruidenthee' opnam - een van de vele dieptepunten in de Nederlandse muziekgeschiedenis. Zo slecht dat het weer leuk wordt. Luister zelf: 'Choco en kruidenthee' (320 kbps, 16 MB, inclusief 'Klazien unplugged' en 'Dikdakkerspolka'). Klazien overleed op 5 juni 1997 aan de ziekte van Kahler (een soort leukemie).

peter Vrijdag 09 Januari 2009 at 10:38 am | | weird | Eén reactie

Hitlijsten

Ik zat op de bank met een zak suikerpinda's toen het opeens door me heen schoot: wat staat er eigenlijk op één in de hitlijsten? Ik dacht even diep na, tegen beter weten in hopend dat het me vanzelf wel te binnen zou schieten, maar nee, ik had echt geen flauw idee. Na bezoekjes aan Dutch Charts (de vroegere Mega Top 50, geloof ik) en de Top 40 was ik weer helemaal bij. Het is niet zo dat ik me opeens erg oud voelde (ene Jordy van Loon op de achtste plek met een draak van een nummer? Huh?), maar de tijd dat ik elke zaterdag naar de platenzaak fietste voor een gedrukt exemplaar van de Top 40, ligt ver achter me, zo bleek.

En op het gevaar af wél oud over te komen: er is weinig veranderd. Constante factoren (Borsato, Metallica, Madonna), een bij elkaar geraapt popgroepje (Red!), oude nummers in een nieuw jasje (Guru Josh Projects 'Infinity 2008'), en 'novelty hits' (Gerard Joling en Rita Hovink). Interessanter vind ik de manier waarop de hitlijsten worden samengesteld. De grote labels zijn immers gestopt met het uitbrengen van (fysieke) singles – van oudsher dé graadmeter van succes. GfK Benelux Marketing Services, verantwoordelijk voor onder meer de Dutch Charts, hanteert een zogeheten 'cross counter verkoopinformatiesysteem', zo lees ik op de site.

''Dat wil zeggen: fysieke en digitale verkopen, aan de consument aangevuld met airplay van de belangrijkste radio- en tv-stations. Op dit verkoopinformatiesysteem zijn inmiddels meer dan 1200 platenzaken, warenhuizen, online shops en downloadplatforms aangesloten die dagelijks rapporteren.'' Hoe al dat geanalyseer precies in zijn werk gaat (worden views op YouTube bijvoorbeeld ook meegenomen?), kon ik niet achterhalen – dit proces wordt waarschijnlijk net zo goed bewaard als het geheime recept van Coca Cola...  In theorie moet het dus mogelijk zijn dat een oud nummer dat opeens heel vaak gedownload of aangevraagd wordt ('Giddyap A Gogo' van Ad Visser en Daniel Sahuleka, om maar eens een klassieker te noemen), in de hitlijsten belandt.

Lees meer »

peter Woensdag 07 Januari 2009 at 12:39 am | | lijstjes | Drie reacties

Nick Drake

Van de Engelse singer-songwriter Nick Drake zijn maar een handvol foto’s bekend. Stemmige afbeeldingen van een introverte jongeman met warrig haar, vaak in de verte turend met een onbestemde blik.

Het is verleidelijk om zijn korte leven in de foto’s weerspiegeld te zien: tijdens zijn leven een niet bijster bekende folkmuzikant, kampend met depressies en misschien wel zelfmoordneigingen, wanhopig op zoek naar erkenning.

In 1969 bracht de toen 21-jarige Nick Drake zijn eerste album 'Five Leaves Left' uit, een sober en melancholisch folk-album. De titel van de plaat verwees naar het waarschuwingspapiertje in het doosje Rizla dat er 'nog maar vijf vloeitjes over zijn.' Achteraf gezien was de titel een onheilspellend voorteken: de vijf laatste jaren van zijn leven waren aangebroken. Zijn tweede lp 'Bryter Layter' liet een meer uptempo geluid horen met jazzy-invloeden. Zijn albums werden echter nauwelijks opgemerkt, en Drake werd er niet vrolijker op. ''Ik ben mislukt in alles wat ik heb geprobeerd te bereiken'', moet hij herhaaldelijk tegen vrienden en familie gezegd hebben. Zijn zwanenzang, het indringend akoestische 'Pink Moon', zag in 1972 het licht.

Waar de voorgangers nog duidelijk geproduceerd en gearrangeerd zijn, is deze plaat op een ondubbelzinnige wijze een weerspiegeling van Drake zoals hij zich gevoeld moet hebben in die tijd: eenzaam, miskend en vervreemd van de wereld. Vanaf dat album ging het bergafwaarts; Drake raakte verslaafd aan anti-depressiva, werd opgenomen in een psychiatrische kliniek en had last van stemproblemen. De opnames voor zijn nieuwe albumverliepen niet voorspoedig; Drake vluchtte begin 1974 naar Parijs en ging op een woonboot liedjes schrijven.

Na enkele weken keerde hij terug naar zijn ouders in Tanworth-in-Arden, waar hij verviel in een hevige depressie. De dood van Drake, in de vroege ochtend van de 25ste november 1974, was volgens de lijkschouwer een duidelijk geval van zelfdoding. Een overdosis aan antidepressiva. Bewust gekozen voor de dood of een stom ongeluk? Op zijn grafsteen staat 'Now We Rise / And We Are Everywhere.' Het is een regel uit het liedje 'From the Morning', het laatste liedje van zijn laatste plaat. Pas jaren later kreeg Nick Drake dankzij reclamespotjes de waardering waar hij zo lang naar op zoek was en verkoopt hij wrang genoeg in een maand tijd meer albums dan in de dertig jaar daarvoor.

Nieuwsgierig geworden? In dit zipje vind je links naar 13 albums...

peter Dinsdag 06 Januari 2009 at 12:23 am | | interessant | Drie reacties

2009

Op naar een gezond en muzikaal 2009! De allerbeste wensen voor het nieuwe jaar!

peter Donderdag 01 Januari 2009 at 1:44 pm | | overig | Eén reactie