Cybotron

Radio Veronica staat momenteel geheel in het teken van de jaren tachtig; de zender is bezig met de Top 880 (hier de live-stream) en op moment van schrijven zijn we aanbeland bij 'Nightshift' van The Commodores (nummer 110). Leuk hoor al die liedjes uit mijn jeugd (naja, grotendeels dan, zou oud ben ik nu ook weer niet), hoewel de meeste nummers al behoorlijk zijn suf gedraaid. Ik was door de lijst aan het bladeren (hier een compleet overzicht in pdf-formaat) en vroeg me af wat, afgezien van nostalgische overwegingen, de relevantie is van de Top 880.

Een van de meest invloedrijke singles uit de jaren tachtig staat er bijvoorbeeld niet in: 'Clear' (1983) van Cybotron. Achter deze futuristische naam gingen Juan Atkins en Richard '3070' Davis schuil. De twee Amerikanen lieten zich inspireren door de funk van onder andere George Clinton en de koele elektronische pop-experimenten van Kraftwerk. Het resultaat was verbluffend en leek helemaal nergens op; misschien dat de termen 'robotfunk' en 'embryonale techno' de lading nog wel het beste dekken. De eerste twee singles 'Alleys of Your Mind', 'Cosmic Cars' sloegen in als een bom en in 1983 verscheen het debuutalbum 'Enter' op het Fantasy-label, waarna met 'Clear' hun naam in één klap was gevestigd.

Het succes was van korte duur. In 1985 stapte Juan Atkins uit Cybotron; hij wilde voortborduren op de koele electro-sound van 'Clear', terwijl Davis juist electro met rock-invloeden wilde maken. Tot in de jaren negentig bracht Davis albums uit onder de noemer Cybotron, die eerlijk gezegd niet zo heel bijzonder waren. Juan Atkins ging het daarentegen voor de wind. Hij ontpopte zich tot de 'godfather' van de techno (de Detroit-sound in het bijzonder), richtte het invloedrijke label Metroplex Records op en gaf met zijn alter ego's Model 500, Model 600 en Infiniti een opkomende stroming vorm. Maar goed, het begon allemaal met dat ene geweldige debuut 'Enter', dat in 1990 met een iets andere trackvolgorde opnieuw werd uitgebracht, digitaal opgepoetst en wel. Okee, het klinkt wat gedateerd, maar op een goede manier. Luister zelf (320 kbps, 68 MB) - ik lig al op mijn rug in de woonkamer te 'backspinnen'...

peter Vrijdag 27 Februari 2009 at 9:47 pm | | 80s | Geen reacties

Unico Wilhelm van Wassenaer (update)

Graaf Unico Wilhelm van Wassenaer (1692-1766) was een invloedrijke Nederlandse diplomaat. Of, om helemaal compleet te zijn, hij was 'lid van de Overijsselse, later van de Hollandse Ridderschap, gecommitteerde ter Staten-Generaal, hoogheemrad van Delfland, raad der admiraliteit van Rotterdam, bewindhebber van de VOC ter kamer Hoorn en Enkhuizen, gezant naar Frankrijk en landcommandeur van de Duitse Orde.' (bron) Een hele mondvol, maar wees gerust: vanwege zijn diplomatieke loopbaan is hij niet de geschiedenis ingegaan.

Graaf Unico was namelijk dol op muziek en componeerde er in zijn vrije tijd lustig op los. Probleem was alleen dat op het schrijven van muziek in die tijd behoorlijk werd neergekeken; iemand die behoorde tot de sociale ‘upper class’ verlaagde zich toch niet tot componeren? In 1979 werd in de archieven van het Kasteel in Twickel (het familiekasteel waar graaf Unico lang heeft gewoond) een manuscript gevonden van zes concertos, de zogenoemde 'Concerti Armonici'. Het handschrift van het manuscript was niet van Van Wassenaer, maar zijn naam stond wel genoemd als componist. Het bestaan van deze concertos was weliswaar al langer bekend, maar men ging er altijd van uit dat deze waren geschreven door de Italiaanse violist Carlo Ricciotti (1681-1756), die de 'Concerti Armonici' in 1740 publiceerde.

Gedegen onderzoek van de gerenommeerde musicoloog Albert Dunning wees echter uit dat deze concertos inderdaad door Van Wassenaer waren geschreven. De 'Concerti Armonici' behoren overduidelijk tot de barok, waarbij de graaf zich nadrukkelijk heeft laten inspireren door met name Antonio Vivaldi en Domenico Scarlatti. Zijn composities zijn echter eigenwijs genoeg om op eigen benen te staan. Lichtvoetig, harmonieus en speels als een luchtig briesje, zonder te vervallen in zoutloze aftreksels van zijn beroemde Italiaanse voorbeelden. Luister naar de toch wel enigszins vergeten concertos no. 2,4 en 5 (320 kbps, 52 MB), uitgevoerd door Jan-Willem de Vriend en diens Combattimento Consort Amsterdam.

peter Woensdag 25 Februari 2009 at 12:12 am | | klassiek | Geen reacties

Studio

Afgelopen weekend las ik in de Volkskrant (het duurt altijd even voordat ik die negen telefoonboeken aan bijlages heb doorgeworsteld) een artikel over het faillissement van de Bullet Sound Studios in Nederhorst Den Berg. De eerste grote studio in Nederland die de handdoek in de ring gooit. ''Het is heel tragisch'', vertelt manager Jeroen van Kooten aan journaliste Sjoukje Budde. ''Maar het is gewoon niet meer op te brengen. In de afgelopen tien jaar hebben we voor elke euro die binnenkomt twee euro’s bij moeten leggen.''

Hij wijst met de beschuldigende naar de downloadende consument. Er wordt massaal muziek gedownload, waardoor platenlabels minder verdienen en dus minder geld uitgeven aan dure studio's. Maar natuurlijk is dat niet het hele verhaal, zo geeft Van Kooten toe: ''Er worden hele albums op zolderkamers in elkaar geknutseld. Neem de nieuwste van Jan Keizer. Daarvoor is geen enkele muzikant de studio in geweest. Alles wordt los van elkaar thuis opgenomen en door een producer afgemixt. Je mist de magie die tussen muzikanten ontstaat als ze samen spelen in een studio. Wat het oplevert? Een album zonder sfeer.''

Naja, volgens mij valt dit wel mee. Ik heb veeleer het gevoel dat de tijd van dure en van alle gemakken voorziene opnamestudio's wel zo'n beetje voorbij is. In de jaren tachtig kon je met goed fatsoen nog wel een paar weken bivakkeren in een peperdure studio, tegenwoordig investeren artiesten veel liever in een thuisstudio en goede apparatuur. Of althans, dat is de indruk die ik krijg. Verder is, volgens Van Kooten, ''de consument tegenwoordig sneller tevreden met minder kwaliteit.'' En hier heeft hij een punt. Tenminste, als hij 'geluidskwaliteit' bedoelt. Het valt me namelijk op dat de cd's van 'Top 40-artiesten' (om het maar eens zo te noemen) vaak nogal beroerd klinken, slecht afgemixt, gemasterd en met weinig dynamiek. Als je luistert via je mobiele telefoon, YouTube of mp3-speler valt het niet zo op, maar op een redelijke geluidsinstallatie (of een goede geluidskaart en een hoge bitrate) valt de muziek onmiddellijk door de mand. Of is er iets mis met mijn oren? In ieder geval: het complete artikel vind je op de site van de Volkskrant (inclusief een nogal nietszeggend filmpje, waarin het gesprek nog een dunnetjes over wordt gedaan).

peter Dinsdag 24 Februari 2009 at 12:40 am | | nieuws | Drie reacties

Carnaval 2009

Aan mijn lijf geen polonaise! Ik ben opgegroeid boven de rivieren, zoals dat zo mooi heet, en voel geen enkele behoefte om in een boerenkiel af te zakken naar Brabant of Limburg en hossend door de straten te trekken. Hoewel carnaval tegenwoordig vooral bestaat uit een paar dagen bier drinken en meezingen met melige liedjes, komen in het feest elementen terug die al duizenden jaren oud zijn: het omkeren van machtsverhoudingen, het kronen van een schertsfiguur en het door de stad rijden met een narrenschip.

In het oude Mesopotamië vierde men een vijfdaags lentefeest, waarbij een slaaf voor heel even tot koning werd gekroond en in een praalwagen rondgereden - om na afloop op te brandstapel te belanden. Romeinen gingen uit hun bol tijdens de zogenoemde Saturnaliafeesten: de slaven mochten dan hun meesters bespotten, die maskers droegen om herkenning te voorkomen. Het heidense feest was een doorn in het oog van de Katholieke Kerk en lange tijd verboden. Pas toen in 1091 tijdens de Synode van Benevento de officiële lengte van de vastentijd werd vastgelegd (40 dagen), werd het lentefeest oogluikend toegestaan als laatste verzetje voordat een periode van bezinning aanbrak. Uit diezelfde tijd stamt ook de naam 'carnaval', dat ofwel is afgeleid van 'carne vale' (afscheid van vlees) ofwel van 'carrus navalis' (scheepskar).

De reformatie en het opkomend protestantisme zorgden ervoor dat carnaval weer een ondergronds bestaan moest leiden. Met de terugtrekking van Napoleon begin 19e eeuw, staken de oude tradities weer de kop op en in 1840 vond in Maastricht de eerste carnavalsoptocht plaats, georganiseerd door de stichting Momus, genoemd naar de Griekse god van gekkigheid en bespotting. Carnaval is bij uitstek de gelegenheid om jezelf eens lekker te laten gaan. Tijdens de industriële revolutie had het een protestfunctie, nu is het meer een sociaal gebeuren. Maar goed, voor wie nog enigszins in de stemming moet komen, zijn de grootste hits van Lodewijck van Avezaath misschien wel geschikt.

peter Zaterdag 21 Februari 2009 at 12:36 am | | interessant | Twee reacties

Carmina Burana

In 1803 stuitte Christoph van Aretin in de Beierse abdij van Benedikt Beuren op een lijvig manuscript. Het boekwerk bevatte een grote verzameling liederen uit de twaalfde en dertiende eeuw. En wat voor liederen: ronduit ondeugende en dubbelzinnige liedjes, afgewisseld met stichtelijke en moralistische nummers, gezongen in een halfbakken potjeslatijn. Het manuscript werd overgebracht naar de koninklijke bibliotheek in München, waar het de aandacht trok van de bibliothecaris Johann Andreas Schmeller, die de liederen grondig bestudeerde en de verzameling in 1847 zijn naam gaf: 'Carmina Burana'.

Bijna honderd jaar lang leidde de liederencollectie een sluimerend bestaan, alleen bekend bij een select groepje wetenschappers. Dat veranderde in 1935 toen componist Carl Orff (1895-1982) diverse liederen uit de bundel selecteerde en voorzag van zijn eigen muziek. In de zomer van 1937 ging Orffs versie in première in Frankfurt. Het stuk was direct uiterst succesvol vanwege het hoge bombastische gehalte (inclusief een spectaculaire lichtshow). Het grappige is dat Orffs versie is uitgegroeid tot dé 'Carmina Burana'. De collectie bestaat uit ruim 250 liederen, waarvan Orff er slechts 25 had gebruikt.

Nu heeft hij inderdaad wel de leukste eruit geplukt, maar dan nog is er een schat aan materiaal dat er om schreeuwt om net zo bekend te worden. Op hun cd 'Carmina Burana' blaast het Italiaanse gezelschap Theatrum Instrumentorum (onder leiding van Aleksandar Sasha Karli?) vooral de wat minder bekende 'burana' nieuw leven in. Op het album vind je onder andere 'Ich was ein Chint so wolgetan' (een schunnig liedje over een jonkvrouw dat haar maagdelijkheid verliest: 'er rante mir in daz purgelin / cuspide eracte'. Oftewel: hij bestormde toen mijn kleine fort / Zijn speer trots opgeheven), 'Exiit diluculo rustica puella' (Een jong boerenmeisje alleen thuis) en 'In taberna quando sumus' (Als we in de kroeg aan het zuipen zijn), en diverse religieuze en moralistische liederen (waarin vooral de geestelijkheid het moet ontgelden). Prachtig gezongen en gespeeld (op onder andere doedelzakken, luit, hurdy-gurdy en een mondharp). Luister zelf (320 kbps, 118 MB).

peter Vrijdag 20 Februari 2009 at 12:26 am | | klassiek | Geen reacties

The Abdul Hassan Orchestra

Het was een opmerkelijk hitje in de zomer van 1978: 'Arabian Affair' van The Abdul Hassan Orchestra. Een vrolijk instrumentaal disco-nummer met Oosterse invloeden. De leden van de groep zagen er zo op het eerste gezicht authentiek genoeg uit, inclusief zwarte snorren en een buikdanseres. Wie echter het hoesje grondig bestudeerde, kreeg al snel argwaan. Danseres Yonina zag er niet zo heel erg Arabisch uit, en de overige orkestleden kwamen over alsof ze speciaal voor de foto nog even snel de plaatselijke feestwinkel waren binnengelopen.

Grote man achter de Abdul Hassan-schermen was namelijk toetsenist Hans van Eijck. In de jaren zestig en zeventig maakte hij deel uit van de populaire groepen Tee-Set en After Tea, om zich langzamerhand steeds meer te ontpoppen als een van de succesvolste producers en liedjesschrijvers van Nederland. Hij schreef muziek voor tv-series als 'Onderweg Naar Morgen', 'Goede Tijden Slechte Tijden', 'Spijkerhoek' (hij is onder meer verantwoordelijk voor 'Wonderful' van Patty en Shift) en 'Vrouwenvleugel'. Verder componeerde hij de bekende reclamedeuntjes voor onder meer Hema en Johma, en wierp hij zich op als talentscout (zo ontdekte hij ooit Jody Bernal, wiens 'Que Si, Que No' hij ook produceerde). Te veel om op te noemen.

The Abdul Hassan Orchestra begon als een geintje. Hans van Eijck experimenteerde midden jaren zeventig in zijn studio met Oosterse melodieën, die hij voor de grap combineerde met  discobeats. Het resultaat klonk verdraaid goed en hij riep de hulp in van bevriende (en anoniem gebleven) studiomuzikanten om enkele ideeën uit te werken. Het eindresultaat, 'Arabian Affair', werd een grote hit in Nederland en Duitsland (bekijk hier een optreden voor de Duitse tv) en een compleet album kon natuurlijk niet uitblijven. 'Arabian Affair' (1978) bevat tien tracks, met onbedaarlijk opgewekte Oosterse disco en net zulke vrolijke titels.

Het heeft eerlijk gezegd niet zo heel veel om het lijf, maar verdorie, het zit allemaal meesterlijk in elkaar. Wie bij een funky knaller als 'Disco Arab' (let op de drumbreak op 2:03!) stil kan blijven zitten, moet maar een reactie achterlaten – mij is het in ieder niet gelukt. Luister naar een uitstekende vinyl-rip (320 kbps, 96 MB, inclusief lp-hoezen – met dank aan Frisian's Other Favorites!)

peter Donderdag 19 Februari 2009 at 12:33 am | | weird | Zeven reacties

Alle 15 fout en 2 nog fouter

Het begrip 'foute muziek' is behoorlijk aan slijtage onderhevig. Bij foute muziek denk ik in eerste instantie aan marsliederen uit Nazi-Duitsland of extreem-rechtse punk. Als je een platenzaak binnenstapt en vraagt om foute muziek, krijg je echter geen cd van Skewdriver of Prussian Blue in de handen gedrukt. Nee, de verkoper komt aandraven met een van de vele door Q-Music samengestelde 'foute verzamelaars'. Op deze cd's vind je suf gedraaide hits van bijvoorbeeld Modern Talking, Village People en Marianne Rosenberg.

Leuk natuurlijk, maar fout? Deze nummers vallen eerder in de categorie 'o dit vond ik vroeger zo leuk, maar daar kan ik nu met goed fatsoen niet meer mee aankomen, maar als ik nu zeg dat het cult is, dan heb ik een excuus om ongegeneerd mee te zingen.' Tja, een verkapte vorm van jeugdsentiment dus. Er is echter nóg een categorie 'fout'. De platen waarvan je je afvraagt: waarom? Vaak gepaard met een welgemeend: huh?! Waarom heeft iemand dit in vredesnaam uitgebracht? Wie heeft hier geld ingestoken? Het leuke is vaak dat de artiest in kwestie een duizelingwekkende salto door de slechte smaak-barrière maakt, om je vervolgens geraffineerd om zijn vingers te winden. Je moet misschien even door de zure appel heen bijten, maar als je dapper door blijft luisteren, ontvouwt er zich een compleet nieuwe dimensie, een muzikale horizon met ongekende doorkijkjes.

Ik geef toe: ook over de slechte smaak valt niet te twisten, maar sommige juweeltjes stijgen boven alles uit en vormen bijna een compleet nieuw genre. Ik was het eigenlijk alweer vergeten, maar zojuist kwam ik op mijn harde schijf een mapje tegen met tracks die ik de afgelopen jaren heb verzameld. Stuk voor stuk hoogtepunten uit de Nederlandse muziekgeschiedenis. Ik heb vooral een zwak voor nummers met een verhaal in parlando-stijl: vrachtwagenchauffeurs die iets droevigs of aangrijpends meemaken of een verbitterde homoseksueel die zijn hart uitstort... Achter de Lees verder-cut 17 nummers die het verdienen om aan de vergetelheid te worden ontrukt, met onder andere Herman, Han Peekel, De Disco Zusjes en Gerard de Vries. Ik heb ze voorzien van een korte toelichting.

Lees meer »

peter Maandag 16 Februari 2009 at 11:47 pm | | weird | Vijf reacties

Red Sonja revisited

Niet alleen ben ik dol op onsmakelijke horror (ik zeg altijd maar zo: hoe meer zombies, hoe beter), ik heb ook een groot zwak voor fantasyfilms. En dan met name het 'sword & sorcery'-genre. Je kent het wel: gespierde helden die rondrennen in een lendendoek, boosaardige magiërs met snode plannen, prinsessen die gered moeten worden uit de klauwen van vervaarlijke wezens en dit alles tegen een pseudomiddeleeuwse achtergrond.

Het aantal goede sword & sorcery-films is helaas op de vingers van één hand te tellen. Niet verwonderlijk: er is veel geld nodig voor overtuigende special effects, de juiste locaties zijn onontbeerlijk en een goede kostuumontwerper is van levensbelang. Films als 'The Beastmaster' (met Marc Singer en voormalige Playmate Tanya Roberts) en de Conan-serie heb ik verslonden en dat geldt in mindere mate ook voor 'Red Sonja' (1985). Meegolvend op het succes van de Conan-films probeerde regisseur Richard Fleischer in de jaren tachtig de roodharige krijgster Red Sonja tot leven te wekken en dat lukte hem zo'n beetje half. Brigitte Nielsen wist niet heel erg hard te overtuigen, maar dat kon ook komen door het bordkartonnen decor.

Het meest memorabel is nog wel de muziek van niemand minder dan Ennio Morricone, bekend van klassiekers als 'The Good, the Bad and the Ugly', 'Once Upon a Time in the West' en 'The Untouchables'. Morricone bleef trouw aan de epische stijl van Basil Poledouris, die de score verzorgde van 'Conan the Barbarian' en 'Conan the Destroyer'. En dat betekent dus dreigende en aanzwellende violen, en af en toe wat sfeervolle en lyrische tussenstukjes. Een routinewerkje voor Morricone, om het eens oneerbiedig te zeggen, hoewel het hoofdthema (dat vaak terugkomt en bijna Carl Orffiaanse-elementen kent) en de sporadis opduikende massale koren zonder meer prachtig zijn. De meeste Red Sonja-soundtracks bestaan uit twee suites, gecombineerd met de muziek die Morricone schreef voor de thriller ‘Bloodline’ (1979). Zo ook in dit zipje (256 kbps, 116 MB).

Overigens werkt de niet al te bekende regisseur Douglas Aarniokoski momenteel aan een Red Sonja-remake, met in de hoofdrol Rose McGowan. Het is de bedoeling dat de film medio 2010 in première gaat. De nieuwe Conan-film (jawel!) ziet waarschijnlijk in 2011 het licht.

peter Vrijdag 13 Februari 2009 at 5:16 pm | | 80s | Geen reacties

Easy tune

Medio jaren negentig zagen de Amsterdamse musici en producers Gerry Arling en Richard Cameron met lede ogen toe hoe dance steeds populair werd en beukende beats de dansvloer overnamen. Hoog tijd voor een tegengeluid, zo vonden de twee. Ze besloten af en toe een feestje te organiseren waarbij de nadruk lag op de swingende easy listening van Herb Alpert, Bert Kaempfert, Esquivel, Klaus Wunderlich en noem het maar op. ''We hadden het niet meer gezellig als we uitgingen,'' vertelde Richard Cameron in een interview met NRC. ''Op house-avonden stond iedereen alleen nog maar voor zichzelf te dansen.''

Hun feestjes in club Roxy en Paradiso sloegen aan en samen met onder andere Eddy de Clercq, Karin & Aad (alias The Intuners) en de Easy Aloha’s (Bas Albers en Gerard Janssen) stonden Arling en Cameron aan de wieg van de kortstondige easy tune-rage in 1995 en 1996. Het bleef niet alleen bij afgestofte singeltjes: Arling en Cameron schreven en produceerden in razend tempo nieuwe nummers (waaronder deze hit), veelal onder de meest hilarische pseudoniemen, die op vier mini-cd's werden uitgebracht op hun eigen Drive-in-label. En die nummers klinken best goed: eigentijdse easy listening, voorzien van beats en precies de juiste hoeveelheid kitscherige lulligheid.

Begin 1996 was de rage op zijn hoogtepunt: in heel Nederland werden easy tune-feesten georganiseerd en de media sprongen bovenop de nieuwe hype. En zoals dat dan altijd gaat (zie bijvoorbeeld het einde van gabber), werd de rage dan ook vakkundig en in rap tempo de nek omgedraaid - opeens was je al easy tune als je op zaterdagavond een Hawaï-hemd aantrok en danste op muziek van The Village People en ABBA. En dat was nu net niet de bedoeling. In april 1996 verklaarden Arling & Cameron het genre officieel dood, om zich te stortten op een succesvolle carrière als duo - maar dat is weer een ander verhaal.

In dit lijvige zipje (320 kbps, 131 MB) vind je de 'Drive-In Presents Easy Tune'-mini-cd's één tot en met vier, met fijne muziek van onder meer de Easy Aloha's, Tommy Yamaha & His Magic Organ, The Intuners, V.O.L.V.O., Hugo Brasil en The Easy Sisters. Het merendeel van deze tracks is overigens te vinden op de compilatie 'The Best of Easy Tune' (1996), maar niet allemaal. Ik zeg: aloha!

peter Donderdag 12 Februari 2009 at 12:15 am | | easy-listening | Geen reacties

Traveling Wilburys

In 1966 beleefden de Beatles enkele angstige uren in Manilla, toen ze daar door een ongelukkige samenloop van omstandigheden niet op waren komen dagen voor een theekransje met presidentsvrouw Imelda Marcos en haar familie. Mevrouw Marcos was volgens de plaatselijke kranten 'not amused'. De aanvankelijke triomf van het optreden voor tachtigduizend fans sloeg snel om in wanhoop toen een woedende menigte het op het viertal en hun entourage had voorzien en ze halsoverkop moesten vluchten naar het vliegveld. Onderweg werden ze aangevallen door een groep boze Filipijnen. Ringo moest met een zwaar gekneusde enkel richting de douane geholpen worden, assistent Mal Evans en manager Brian Epstein liepen lichte verwondingen op en chauffeur Alf Bicknell brak een rib en scheurde zijn ruggengraat.

Ruim twintig jaar later kijkt George Harrison terug op het incident in 'Handle With Care'. George zingt onder meer: 'Stuck in airports, terrorized' en 'overexposed, commercialized'. Zijn gevoelens over deze gebeurtenis laten aan duidelijkheid niets te wensen over. George Harrison neemt het nummer, geïnspireerd door een sticker op een doos in de garage van Bob Dylan, op als B-kantje voor zijn single 'This Is Love'. Toevallig zijn ook Tom Petty, Bob Dylan, Jeff Lynne en Roy Orbison aanwezig in de studio en het hele gezelschap zingt vrolijk mee. Als Harrison de track aan zijn platenmaatschappij laat horen, is men laaiend enthousiast. Of Harrison zo niet een heel album kon maken? Tuurlijk, antwoordde de voormalige Beatle. Maar alleen als ze allemaal een pseudoniem mochten gebruiken om de boel ego-vrij te houden. En zo ontstonden de Traveling Wilburys.

'Handle With Care' werd een hit en 'Traveling Wilburys, volume 1' uit 1988 een groot succes. Een paar weken na de release van de cd, overleed Roy Orbison plotseling aan een hartaanval. Vanzelfsprekend was de lol er voor de overgebleven Wilburys direct af, hoewel in 1990 nog een laatste teken van leven verscheen: 'Traveling Wilburys, volume 3'. De clip van 'Handle With Care' is door overspannen platenbonzen van YouTube verwijderd, dus dan zit er niets anders op dan even op deze link te klikken.

(Uit: 'Top 2000 - tien jaar liedjes, lijstjes en verhalen', uitgeverij L.J. Veen, 2008. ISBN 978-90-204-2200-9. Enigszins aangevuld en herschreven.)

peter Woensdag 11 Februari 2009 at 12:01 am | | 80s | Geen reacties

Vinylfanaten

Als ik weer eens iets te veel cd's heb gekocht en mijn bankrekening me verwijtend aankijkt, (her)lees ik ter relativering steevast een van de 24 portretten in Robert Haagsma's 'Vinylfanaten' (Uitgeverij Het Spectrum, 2006 - nu voor een paar euro te vinden bij De Slegte), om vervolgens opgelucht te verzuchten dat het bij mij nog wel enigszins meevalt. Ik heb een slordige 3000 cd's in de kast staan, maar voor de muziekliefhebbers (onder wie Jules Deelder, Miss Djax, Berend Dubbe en Johan Derksen) die door Haagsma zijn geportretteerd, is dat een lachertje: zij beschikken over een collectie van 50.000 lp's (of meer) en ik weet niet hoeveel singeltjes. Huwelijken zijn stuk gelopen door hun verzamelwoede, vriendschappen geëindigd in ruzie en woonkamers veranderd in een onneembare vesting omdat jaloerse medeverzamelaars platen probeerden te stelen.

Met andere woorden: hoe een liefhebberij verandert in een obsessie. Fascinerende gesprekken met gepassioneerde mensen. Herkenbaar ook: net zoals je bij de supermarkt altijd in de verkeerde rij staat, spit je op platenbeurzen ook altijd in de verkeerde bakken, gefrustreerd kijkend hoe de persoon naast je het ene na het andere juweeltje tevoorschijn plukt...  Toch is er een groot verschil tussen mij en de vinylfanaat: ik verzamel niets. Ik hoef niet zo nodig alles van de Beatles of Bob Dylan compleet te hebben, die ene bootleg uit Rusland of alle Blue Note-lp's uit de jaren zestig. En als ik dan het complete oeuvre van een artiest of groep compleet heb, is dat puur toeval. Ik laat me graag verrassen en koop vaak cd's puur omdat het hoesje me aanspreekt of de gebruikte instrumenten mijn interesse wekken.

En daarin schuilt ook direct een gevaar: aangezien ik niets specifieks op het oog heb, vind ik altijd wel wat en is mijn muziekcollectie een 'huge ever growing pulsating brain', om The Orb eens te parafraseren. Maar ach, Jules Deelder zegt het al: ''De meeste mensen zeggen wel van muziek te houden, maar laten zich er toch niet werkelijk door grijpen. Mensen vragen mij wel eens wat ik met duizenden platen moet. Hoe red jij het met dertig cd's, denk ik dan. Dat lijkt mij een veel groter probleem.''

peter Maandag 09 Februari 2009 at 10:49 pm | | overpeinzing | Eén reactie

Flop

''Hè'', verzuchtte vriendin Eva, ''waarom moet Paul de Leeuw dit nu weer presenteren?''. Ze wilde eigenlijk 'X Factor' zien (dat dankzij de komst van Angela Groothuizen en Stacey Rookhuizen weer best aardig is), maar ik wilde afgelopen vrijdagavond toch even de eerste aflevering van 'Top of flop' meepikken. 'Top of flop' past perfect in het rijtje retro-tv dat de laatste tijd over de nietsvermoedende kijker wordt uitgestort. Programma's als 'In de hoofdrol', 'Wie ben ik?', 'Zeg eens Aaa' en 'Bananasplit' worden afgestoft en gepresenteerd als de nieuwe kleren van de keizer.

'Top of flop' was een muziekprogramma waarmee Herman Stok begin jaren zestig furore maakte. Het concept is simpel: nieuwe singletjes worden door een panel beoordeeld, en ook het publiek steekt zijn mening niet onder stoelen of banken. Goed, tot zover de theorie, want in de praktijk heeft deze 2009-versie met Paul de Leeuw, Giel Beelen en Ad Visser bitter weinig met muziek te maken. Belangrijker is wie zo gevat en olijk mogelijk uit de hoek komt. Je krijgt van de muziek een seconde of twintig te horen en daar moet je het dan mee doen. Zo halverwege doken er drie (relatief onbekende) Nederlandse zangers op, die live hun meezingers ten gehore mochten brengen, waarna het onvermijdelijke commentaar van 'de jury' volgde.

Ad Visser probeerde er nog wel wat van te maken, maar zijn one-liners over de historische context van een bepaalde track ('Man needs woman' van Novastar is de 'Space Oddity' van 2009!') bleven in het luchtledige hangen en werden met gelach ontvangen. Giel Beelen kan ik niet serieus nemen (hij begint al enthousiast met zijn hoofd te schudden als het nummer nog niet eens is begonnen) en mist ook maar elk greintje autoriteit - om over de nutteloze inbreng van de gasten (actrice Jennifer Hoffman, judoka/presentator Dennis van der Geest en Krezip-zangeres Jacqueline Govaert) maar te zwijgen.

Boven alles is 'Top of flop 2009' de show van Paul de Leeuw, die gekke bekken trekt, flauwe grapjes maakt, raar staat mee te dansen en met alle geweld het laatste woord wil hebben. Is het nu zo moeilijk om een leuk muziekprogramma annex muziekquiz op de buis te brengen? Kennelijk wel. Voor wie liever zelf zijn mening vormt: bekijk op je gemakje de volledige eerste uitzending.

peter Maandag 09 Februari 2009 at 01:22 am | | overig | Drie reacties

Downloaden (deel 4353)

Discussies over downloaden verzanden meestal in een potje welles-nietes. Uiteindelijk trekt de partij met het meeste geld en de beste advocaten aan het langste eind. De entertainmentindustrie doet er alles aan om te voorkomen dat de kip met de gouden eieren wordt geslacht of, in het beste geval, dat er een of twee eieren worden gestolen. En dat levert soms rare sprongen op. Zo wordt bij sommige YouTube-filmpjes klakkeloos het audiospoor verwijderd en wringt Brein-directeur Tim Kuik zich in vreemde bochten om iedereen die om het even wat downloadt aan de schandpaal te kunnen nagelen.

Een aspect dat wat mij betreft nogal wordt ondergesneeuwd is het auteursrecht. Want in hoeverre zijn de regels rond het auteursrecht nog bij de tijd? En wordt het niet eens tijd dat daar op een andere manier mee wordt omgegaan? Volgens een rapport van de Technische Universiteit Delft neemt het gebruik van filesharingdiensten zo snel toe dat de huidige handhaving van auteursrecht hoognodig moet worden aangepast. Het rapport is te omvangrijk om even in een paar zinnen af te doen, dus daarom een paar opvallende conclusies. De onderzoekers hebben tien jaar downloadgedrag in kaart gebracht en het blijkt dat p2p-gebruikers steeds meer zijn gaan uploaden en vaker bestanden delen met alleen vrienden en bekenden.

Zogeheten 'darknets' ('schaduwnetwerken') zullen de komende twee jaar enorm in populariteit toenemen. Wie een dergelijk netwerk gebruikt, kan zijn identiteit verhullen voor buitenstaanders (lees: de muziek- en filmmaatschappijen). De komende jaren staat staat de entertainmentindustrie dan ook voor een tweesplitsing: ofwel doorgaan met het beschermen van falende bedrijfsmodellen via juridische acties ofwel het legaliseren van bestaande praktijken en het decriminaliseren van miljoenen internetgebruikers. De onderzoekers: "De ontwikkelingen op p2p-gebied tonen aan dat de overgang naar het tweede model nodig is. Daarnaast moeten duurzame online businessmodellen worden onderzocht." (Bron en meer info: Webwereld)

peter Donderdag 05 Februari 2009 at 11:55 pm | | nieuws | Geen reacties

The Lotus Eaters (reprise)

Ze zijn een bescheiden voetnoot in de muziekgeschiedenis en vielen eigenlijk tussen wal en schip. De Engelse groep The Lotus Eaters kreeg gemakshalve het stempel 'new romantic' opgeplakt (dat gebeurde al snel in die tijd als je er wat apart bijliep), maar Peter Coyle, Jeremy Kelly, Mike Dempsey en Stephen Creese maakten in feite sfeervolle melancholische popliedjes, zonder zich te buiten te gaan aan allerlei modieuze fratsen op het podium.

Eerste single 'The First Picture of You' (1984) werd een hit in Engeland en vormde gelijk de blauwdruk van hun sound: de dromerige stem en dito teksten van Coyle, aangevuld door de new wave-achtige gitaarloopjes van Kelly en een aanzwellende synth op de achtergrond. Het debuutalbum 'No Sense of Sin' (1984) bevatte een plezierige mix van midtempo wave en melancholische, folky popliedjes die je meenamen naar Engelse zomers waar je kauwend op een grassprietje en liggend op je rug in een geurig graanveld naar de overtrekkende schapenwolken staarde. De lp was in Engeland geen groot succes, maar in Japan en de Filipijnen niet aan te slepen – de Aziatische muzieksmaak blijft een vreemd iets.

In 1985 zag de tweede single 'It Hurts' het licht, waarna de Lotus Eaters het voor gezien hielden. Coyle nam een handvol matig geslaagde solo-albums op, en leek, net zoals zijn oude bandleden, langzaam maar zeker in de vergetelheid te zakken. Totdat de BBC in 1998 'The First Picture of You' uitbracht, gevuld met sessies die waren opgenomen voor de Engelse radio. Dit album zorgde voor een kleinschalige Lotus Eaters-revival, gevoed door de Japanse rerelease van 'No Sense of Sin' (met tien bonustracks). Tot verrassing van velen doken Coyle en Kelly weer de studio in voor een tweede album (het prachtige 'Silentspace'), dat in 2001 uitkwam. Terwijl de muziek van tijdgenoten als Visage en Haircut 100 nu wat gedateerd overkomt, heeft 'No Sense of Sin' weinig aan kracht ingeboet, hoewel het soms wel iets te zoet wordt naar mijn smaak. Luister zelf (160 kbps, 78 MB).

peter Donderdag 05 Februari 2009 at 12:30 am | | 80s | Geen reacties

Songsmith

Het klinkt te mooi om waar te zijn: een programma waarmee je in een handomdraai muziek maakt, zonder een virtueel instrument aan te raken. Gewoon zingen, en de muziek wordt automatisch gegenereerd. En dat is precies wat de applicatie Microsoft Songsmith doet. Of, in de woorden van Microsoft: ''Ever sing in the car? Maybe in the shower? You know who you are. Admit it, you like to sing, and you like music. Ever thought of writing your own music? Most people never get a chance to try... but we want to give everyone a piece of the songwriting experience, so we’ve developed Songsmith, an application that lets you create a complete song just by singing!''

En inderdaad, zo makkelijk als het klinkt, zo makkelijk is het ook. Je kiest een genre (pop, rock, techno, bluegrass en dergelijke), geeft het aantal beats per minuut op, drukt op de rode opnameknop en begint met zingen in de microfoon, headset of webcam. Een koptelefoon is handig, want je hoort alleen de basisbeat. Als je klaar bent met zingen, druk je op de stopknop en ogenblikkelijk krijg je het resultaat te horen. Songsmith selecteert automatisch de juiste akkoorden en maakt er min of meer een liedje van.

Naderhand kun je desgewenst noten en akkoorden aanpassen, een andere genre selecteren en de 'Happy'- en 'Jazz'-regelaars een slinger geven. Tot slot is het geheel te exporteren naar Windows Movie Maker of een wma-bestand. De hamvraag is natuurlijk: klinkt het een beetje? Ik nam de proef op de som en zette vriendin Eva, die goed kan zingen, aan het werk. En na een minuut of wat was het liedje klaar. Het resultaat was tja... grappig, maar niet meer dan dat. Alsof je aan het spelen bent met een pc-versie van My First Sony.

Microsoft is zich daar natuurlijk ook van bewust en ziet voor Songsmith met name een rol weggelegd als een 'intelligent scratchpad for exploring new melodies and ideas', hoewel de échte musici natuurlijk al lang gierend van de lach op de grond liggen. Op de Songsmith-site vind je tal van voorbeelden, filmpjes en demonstraties. De probeerversie (een iso van 99 MB) werkt zes uur (lang genoeg, geloof me), een ongelimiteerde variant kost 29 euro.

peter Woensdag 04 Februari 2009 at 12:08 am | | interessant | Twee reacties

Gelukkige Fons

Ik heb een vrij aardig 'hitgevoel' - al zeg ik het zelf - en kan redelijk goed beoordelen of een bepaalde single of artiest wel eens aan zou kunnen slaan. Soms snap ik er echter niets van. En dan bedoel ik niet zanger Bob of aanverwante artiesten, want dat is tot op zekere hoogte nog te begrijpen. Nee, ik doel bijvoorbeeld op Lucky Fonz III, de Nederlandse singer-songwriter die momenteel furore maakt.

Nogmaals: ik snap het niet.Met die rare naam kan ik nog wel leven (het bekt in ieder geval lekkerder dan Otto Wichers). Met die bestudeerde haarlok die zo ogenschijnlijk lekker speels en spontaan over zijn gezicht valt, heb ik iets meer moeite, maar oké, als artiest mag je een beetje raar doen. Maar is het dan niemand opgevallen dat Lucky Fonz III niet kan zingen? Sterker nog: dat hij ronduit vals zingt? Hoewel dit op zich geen probleem is (zie mijn stukje over Mrs. Miller), wordt het lastig als je je hebt toegelegd op folkachtige liedjes, waarbij je jezelf begeleidt op gitaar en de zang alle aandacht opeist. De laatste tijd is hij regelmatig te gast in De Wereld Draait Door en steevast zit ik met samengeknepen billen te kijken.

Laatst stond ik, zonder het eigenlijk goed te beseffen, als in een roes op van de bank om heel hard 'POEP!' te roepen toen Gelukkige Fons weer eens zwabberend en met onvaste stem een liedje aan het verkrachten was en daarbij heel gekweld en moeilijk stond te kijken. Want ook dat hoort erbij: Lucky Fonz III maakt herfstige liedjes, over verloren liefdes en diepe gevoelens, waarbij hij zich met name laat inspireren door Bob Dylan, de Ierse dichter Seamus Heaney en Jacques Brel. En om boze reacties alvast voor te zijn: inderdaad, de Grote Prijs van Nederland (categorie Singer/Songwriter) en een Essent Award win je niet zomaar en inderdaad, ik kan helemaal niet zingen (laat staan gitaarspelen), en inderdaad, de kritieken zijn lyrisch (muziekblad Oor bestempelde hem als 'een talent van jewelste' en 'als live-performer een fenomeen').

Ik heb mijn best gedaan en geprobeerd zijn nieuwste album 'Life is Short' te beluisteren en een concert te bekijken - het lukt me gewoonweg niet. Hoeft ook niet natuurlijk, want - o daar ga ik weer (mijn excuses): POEP! POEP! POEP!

peter Dinsdag 03 Februari 2009 at 12:07 am | | overig | Negen reacties

Eppo is terug!

In mijn jonge jaren (ahum) heb ik ettelijke kilometers aan strips verslonden. Hoog opgestapeld liggen op zolder bij mijn ouders talloze albums van Storm, Thorgal, Billie Turf, Douwe Dabbert, Sjors & Sjimmie en noem het maar op. En aangezien mijn vader zelden iets weggooit, moeten er als goed is, ook nog stapels jaargangen van Pep, Eppo, Wordt Vervolgd en Donald Duck te vinden zijn.

Maar dat was vroeger, want eigenlijk lees ik nu nauwelijks nog strips. Af en toe een Donald Duck of een Rode Ridder, maar daar blijft het bij. Soms stap ik goedgehumneurd een stripwinkel binnen, om dan gelijk een acute aanval van 'stripstress' te krijgen: het aanbod is te groot, te overweldigend. Waar moet je als roestige liefhebber mee beginnen? Ik blader meestal wat prachtig vormgegeven hardcovers door, vaak deel 6 van een of andere serie, om uiteindelijk met lege handen de winkel te verlaten.

Afgelopen zaterdag struinde ik wat rond in de Strip en Lectuurshop (Oude Gracht 194, Utrecht) toen ik opeens een bekend stripfiguur zag. Hee, verrek, is dat niet? Inderdaad: Eppo is terug! Het legendarische stripblad uit de jaren tachtig is nieuw leven in geblazen. Hoofdredacteur Rob van Bavel maakte zijn Eppo-plannen in de zomer van vorig jaar al bekend, maar dat is helemaal langs me heen gegaan. En tjonge, het eerste nummer is een gigantische flashback naar mijn jeugd: nieuwe (vervolg)verhalen van Storm, Agent 327, Franka, De Partners en korte strips van Eppo, De Stamgasten en Flippie Flink. Het zijn niet alleen oude bekenden: bekende tekenaars als Lector en Jean-Marc van Tol doen eveneens een duit in het zakje. En als ik de site mag geloven, wordt het er alleen maar leuker op.

Eppo verschijnt tweewekelijks en Van Bavel heeft van uitgeverij Sanoma de toezegging gekregen dat dit jaar (25 nummers) in ieder geval wordt afgemaakt. Eppo is onder andere te koop bij de Bruna, Ako, Primera en gratis als je voor tien euro bier koopt bij Mitra (huh?). Enige nadeel is wel dat de prijs voor een los nummer wat aan de hoge kant is: 3,95 euro voor 36 pagina's. Daar staat tegenover dat er amper reclame in staat. Eindelijk weer eens onbezoldigd strips lezen!

peter Maandag 02 Februari 2009 at 12:32 am | | overig | Twee reacties

Mrs. Miller

Niet iedereen wordt klakkeloos opgenomen in (bijvoorbeeld) Oors Popencyclopedie. Je moet natuurlijk wel wat kunnen (of hebben gekund). Een mooi liedje schrijven bijvoorbeeld, of erg goed gitaar kunnen spelen. Maar wat als je heel erg goed slecht kunt zingen? Zo slecht dat het bewonderenswaardig wordt? Dat is, wat mij betreft, ook een hele prestatie. Neem nu Elva Ruby Connes (1907-1997), beter bekend als Mrs. Miller, echtgenote van de rijke investeerder John Miller. Midden jaren zestig was ze heel even populair, om na vier, kort na elkaar verschenen lp's net zo hard weer in de vergetelheid te raken.

De grote passie van mevrouw Miller was zingen en ze leefde haar hobby uit in diverse kerkkoren en damesclubjes. In eigen beheer bracht ze een aantal singletjes uit met gospel- en kinderliedjes, die ze weggaf aan familie en vrienden. Toen ze in 1965 bezig was met de opname van een singletje, werd ze ontdekt door arrangeur Fred Bock. Hij was onder de indruk was van haar persoonlijkheid, haalde haar over om wat modernere liedjes te zingen en bracht haar onder de aandacht van Lex de Azevedo, de talentscout van Capitol Records. Ook hij zag wel wat in haar en in 1966 maakte de toen 59-jarige Elva Miller haar debuut met 'Mrs. Miller's Greatest Hits'. Tot verrassing van alles en iedereen gingen er van de lp in drie weken tijd maar liefst 250.000 stuks over de toonbank. Nog hetzelfde jaar verscheen 'Will Success Spoil Mrs. Miller?!', in 1967 gevolgd door 'The Country Soul of Mrs. Miller'.

Het succes was kort maar hevig: ze zong voor Amerikaanse soldaten in Vietnam, was te gast in talloze tv-shows, stond in de Hollywood Bowl en had een rol in de film 'The Cool Ones'. In 1968 vond Capitol het wel weer welletjes. Haar derde en laatste album 'Mrs. Miller Does Her Thing' zag onopvallend het licht op een klein label. Begin jaren zeventig trok ze zich terug uit de schijnwerpers en overleed in 1997 op 90-jarige leeftijd. De grote grap van dit alles was dat Mrs. Miller totaal niet kon zingen. Ze had geen ritmegevoel, haar stem zwabberde alle kanten op, ze zong onbedaarlijk vals, vergat regelmatig haar tekst – om over haar tenenkrommende gefluit nog maar te zwijgen...

Lees meer »

peter Zondag 01 Februari 2009 at 12:31 am | | weird | Geen reacties