Barbarella

Wie wel eens 's nachts heeft zitten zappen langs de commerciële zenders, zal ongetwijfeld met een van verbazing opgetrokken wenkbrauw langs de vele sekscommercials en zogenaamd erotische praatprogramma's zijn gekomen. Achteloos word je met de ene na de andere blote borst om de oren geslagen. Het is grappig om te zien hoeveel er in ruim twintig jaar is veranderd. Voor de hoeveelheid vrouwelijk naakt die je nu in een kwartiertje over je heen gestort krijgt, moest je vroeger een maand wachten.

In 1987 startte Veronica namelijk met het beruchte en spraakmakende soft-erotische programma PinUp Club, bedacht en geproduceerd door Jef Rademakers. Iedereen sprak er schande van, tot in de Tweede Kamer aan toe - maar tegelijkertijd stemden talloze kijkers maandelijks trouw af op een half uurtje redelijk onschuldig bloot vermaak, want zo heel veel stelde het nu ook weer niet voor.

Het derde seizoen van de PinUp Club opende met het onweerstaanbaar vrolijke 'We Cheer You Up (Join The Pin Up Club)', uitgevoerd door drie schaars geklede dames: Angela Vermeer (ex-Paolo Passionato & The Pennies From Heaven, ex-Blizz), Leslie (ex-Toy Toy) en Ingrid (ex-The Loving Angels). Het nummer werd in 1989 op single uitgebracht en knalde direct door naar de vierde plaats in de Top 40. In allerijl werd het album 'Sucker For Your Love' (1990) in elkaar gesleuteld, dat een schaamteloze potpourri bevatte van een handvol eigen liedjes, afschuwelijke covers en 12 inches. Het geinige, niets om het lijf hebbende titelnummer (een cover van Toto Coelo's 'Dracula's Tango') belandde vervolgens nog in de Tipparade, en in Nederland en - vreemd genoeg - Finland waren de drie meiden heel eventjes erg populair (en graag geziene gasten in discotheken natuurlijk).

Toen opvolger 'Don't Stop The Dance' genadeloos flopte, het intern begon te rommelen en de Barbarella-sound links en rechts werd ingehaald, viel zachtjes en geruisloos het doek voor de drie meiden. Wat er met Leslie en Ingrid is gebeurd heb ik niet weten te achterhalen, maar Angela heeft zich ontpopt tot een redelijk succesvolle liedjesschrijfster en sessiezangeres. En als puntje bij paaltje komt, luister ik liever naar 'Sucker For Your Love' (320 kbps, 110 MB), dan dat ik me manmoedig langs al die treurige seksreclames worstel...

peter Dinsdag 29 September 2009 at 12:51 am | | 80s | Vier reacties

Lisa o Piu

Er was eens een klein meisje, dat opgroeide in een net zo klein Zweeds dorpje in de buurt van Stockholm. Lisa Isaksson was dol op paarden en sprookjes en kon urenlang in het bos doorbrengen, haar schetsboek binnen handbereik. Toen Lisa tijdens haar middelbare schooltijd samen met enkele vrienden een band oprichtte, was het dan ook geen verrassing dat uit haar pen lieflijke, sprookjesachtige liedjes vloeiden. Na het in zeer beperkte oplage verschenen album 'Cantering' (uitgebracht onder de naam Lisa o Lillportan op het kleine Zweedse label Hör upp) is 'When This Was The Future', het échte debuut van Lisa o Piu, oftewel 'Lisa en haar band'.

De cd bevat acht verstilde, lieve en feeërieke liedjes, die ijl wegzoemen naar langvergeten werelden. Lisa begeleidt zichzelf op gitaar, aangevuld met spaarzame percussie, fluit, klarinet, theremin, mellotron, harp en noem het maar op. 'When This Was The Future' is dus geen doorsnee album; voor hapklare refreintjes of gezellige meezingers ben je bij Lisa aan het verkeerde adres. Het is alsof je je een weg baant door een eeuwenoud bos, waar diffuus zonlicht af en toe de open plekken verlicht. Opener 'Cinnamon Sea' is de meest 'ruige' track van de cd, met aanzwellende vocalen en een pingelende elektrische gitaar. De daarop volgende zeven nummers is het fijn wegzwijmelen, zonder overigens in slaap te sukkelen – op de achtergrond duikt altijd wel een apart geluidje of een interessant motiefje op, terwijl Lisa fluisterzingt over de natuur, mystieke ervaringen of andere zaken die na lezing van het tekstboekje nog steeds niet helemaal duidelijk zijn.

'When This Was The Future' kent een typische jaren zeventig 'psychfolk'-feel (de pschychedelische vormgeving helpt ook natuurlijk), waarbij de stem van Lisa soms zelfs enigszins aan die van Renaissance-zangeres Annie Haslam doet denken. Niet wereldschokkend, wel sfeervol en bijzonder plezierig.

Admin Donderdag 24 September 2009 at 10:40 pm | | review | Eén reactie

Epidaurus (update)

Tegenwoordig kun je als artiest op tal van manieren reclame maken. Vroeger - je voelt 'm al aankomen -  was dat een stuk moeilijker en was je voornamelijk afhankelijk van de inspanningen van je platenmaatschappij. Of je moest natuurlijk alles in eigen beheer doen. Ik kan me vergissen, maar volgens mij was het in de jaren zestig en zeventig relatief eenvoudig om zelf in een kleine oplage een lp te laten persen. En dat werd dan ook massaal gedaan. Het overgrote merendeel van deze talloze obscure albums is in de vergetelheid geraakt. En dan kan het dus gebeuren dat je op een vergeten pareltje stuit, zoals 'Earthly Paradise' (uit 1977) van Epidaurus.

Dit zestal maakte zwaar aangezette symfonische muziek, met hoofdrollen voor keyboardspelers Günther Henne en Gerd Linke, die zich uitleefden op onder meer Hammond-orgels, Mini Moogs, Mellotrons en de Poly Moog. De stijl van Epidaurus heeft veel weg van het vroege werk van Genesis en Eloy en is verplichte kost voor iedere analoge synthliefhebber. Het album is voor progrockbegrippen aan de korte kant en telt vijf tracks. Op de eerste twee nummers ('Actions And Reactions' en 'Silas Marner') doet zangeres Christiane Wand een duit in het zakje.

Probleem is alleen dat ze niet zo heel goed kan zingen en nogal geforceerd operatesk overkomt; een beetje zoals Renaissance-zangeres Annie Haslam, maar dan een wiebelende octaaf hoger en niet helemaal toonvast. Gelukkig wordt ze helemaal weggevaagd door de synthmuren, die in balans worden gehouden door rustige gitaar- en fluitpassages. De overige drie tracks ('Wings Of The Dove', 'Andas' en het sterk door Tangerine Dream geïnspireerde 'Mitternachtstraum') zijn instrumentaal (drummer Volkert Oehmig heeft op deze nummers zijn krukje afgestaan aan Manfred Stuck) en bevatten meer tempowisselingen, variatie en prachtige Moog-solo's. 'Earthly Paradise' werd in een kleine oplage van 500 stuks uitgebracht (en is nu een gewild collector's item), waarna het lang stil bleef rond Epidaurus. In 1994 verscheen het belabberde comeback-album 'Endangered', dat je het liefste maar zo snel mogelijk moet vergeten. Luister in plaats daarvan naar 'Earthly Paradise' (320 kbps, 75 MB).

peter Donderdag 24 September 2009 at 01:00 am | | progrock | Twee reacties

Sound of Silence / Jubileum

Ach verrek, ik heb ook nog een weblog! Ik zou het bijna zijn vergeten... Ik kreeg al een bezorgd mailtje of er misschien iets aan de hand was (lees: of ik al geboeid en gekneveld was afgevoerd door Tim Brein van Stichting Kuik - zoals hij zichzelf onlangs megalomaan voorstelde in een interview met NRC Handelsblad), maar gelukkig kon ik ontkennend antwoorden.

Nee, ik had last van het bekende euvel: tijdgebrek. Heel veel tijdgebrek. Want er moest gewerkt worden, concerten bezocht, de derde editie van Nouveau Noir (op vrijdag 6 november - reserveer alvast een plekje in je agenda!) op poten gezet, flauwe moppen getwitterd, Stargate gekeken (ik ben nu halverwege seizoen zeven) en meer van die dingen. En toen het eenmaal weer wat rustiger was geworden, besloot ik het loggen even op een laag pitje te zetten - om na ruim twee weken met een schok wakker te worden.

Oeps, dat was nu ook weer niet de bedoeling. Vooral ook omdat Araglin.nl eind vorige week precies vijf jaar bestond. Jawel, vijf jaar alweer! Toen ik in de zomer van 2004 besloot om een weblog te beginnen, kon ik niet vermoeden dat ik in 2009 nog steeds bezig zou zijn. En belangrijker nog: dat ik er nog steeds lol in zou hebben. De teller staat inmiddels op 1325 entry's met oeverloos geneuzel over (voornamelijk) muziek. Mijn schrijftempo is in vergelijking met een paar jaar geleden behoorlijk ingekakt (ik beloof beterschap), maar daar staat tegenover dat ik het op deze manier voorlopig nog wel even volhoud.

Ik had de stiekeme hoop tegelijk met mijn 'jubileum' een nieuwe site te kunnen presenteren, maar helaas: Araglin 2.0 heeft enige vertraging opgelopen. Achter de schermen wordt druk gesleuteld, en ik hoop over een maand of wat live te kunnen gaan met een opgefrist weblog, voorzien van de nieuwste snufjes. Inhoudelijk verandert er verder helemaal niets; ik blijf vrolijk doorloggen over de meest uiteenlopende artiesten en genres, waarbij ik niet op een decennium meer of minder kijk. Als je nog iets mist of je afvraagt waarom jouw favoriete artiest maar niet voorbijkomt: laat een reactie achter of stuur een mailtje! Op naar de tien jaar!

peter Woensdag 23 September 2009 at 12:58 am | | overig | Vier reacties

Worn Down Piano

Nederland heeft altijd, vooral in de jaren zeventig, de reputatie gehad dat het een goede graadmeter was voor internationale hits. Deed een plaat het in ons land goed, dan zou hij in andere landen ook wel aanslaan, was de gedachte. Vaak was dat ook zo – sommige legendarische hits zijn in Nederland 'begonnen'. Soms viel het echter wat tegen en was een Amerikaanse of Engelse single alléén in ons land een hit. 'Worn Down Piano', bijvoorbeeld, van de Amerikaans / Australische broers Mark en en Clark Seymour.Een potentiële wereldhit, maar alleen in Nederland stond de single in de hitlijsten.

De broertjes Seymour verdienden al een paar jaar de kost als huismuzikanten van verschillende bars en clubs in en rond Fort Lauderdale in Amerika, waar ze voornamelijk materiaal van anderen speelden. Hun eigen nummers kwamen nauwelijks aan bod, totdat ze ontdekt werden door producer Ron Dante. Laatstgenoemde had in de jaren zestig een paar hits gehad als anonieme zanger op novelty-singles, zoals 'The Leader of the Laundromat' van The Detergents (een parodie op 'The Leader of the Pack') en 'Sugar Sugar' van The Archies. In de jaren zeventig was hij producer van onder andere Barry Manilow en Cher.

Dante was erg onder de indruk van de demo's die de Mark en Clark hem hadden gestuurd. Hij zag vooral iets in 'Worn Down Piano', dat een lang, klassiek zou moeten worden met veel tempowisselingen. Hij koos voor een bijzondere opstelling in de studio: een compleet orkest, met in het midden de band die Mark en Clark moest begeleiden. Het nummer zou dan in één keer live op de band worden gezet. Na wat tegenslagen – de piano's in de studio bleken op het laatste moment niet goed genoeg te zijn en de arrangeur was ziek, zodat zijn arrangementen niet beschikbaar waren – werd 'Worn Down Piano' in een paar takes opgenomen.

Lees meer »

peter Zondag 06 September 2009 at 11:19 pm | | flashback | Drie reacties

Confetti's (reprise)

Het verhaal gaat dat dj Marc Grouls tijdens een set in de club Boccaccio in het Belgische Destelbergen per ongeluk de single 'Flesh' van A Split Second op 33 toeren draaide in plaats van 45 toeren. De pitch-control stond op +8 en je zou verwachten dat het resultaat helemaal nergens naar klonk. Het tegendeel was het geval: toen Grouls zijn fout ontdekte, ging het publiek al compleet uit zijn dak en besloot hij het er maar bij te laten. Na afloop kwamen diverse mensen enthousiast vragen welke plaat ze hadden gehoord en Grouls besefte dat hij op iets bijzonders was gestuit.

Toen hij probeerde hij te achterhalen wat hij nu precies had gedaan, legde hij de kiem voor wat later zou uitgroeien tot de 'new beat': dance met een traag tempo (100 tot 115 bpm) en met de nodige invloeden uit de ebm- en acidhoek. Bekende new beat-groepen waren The Lords of Acid (opgericht door Maurice Engelen, oftewel Praga Khan), Erotic Dissidents, Miss Nicky Trax en Poésie Noire.

Al snel werd new beat opgepikt door de media en zo rond 1988 ontstonden er diverse commerciële spin-offs. Succesvol was met name Confetti's. Dit was eigenlijk de naam van een discotheek in Brasschaat, opgericht door producers en dj's Serge Ramaekers en Dominic Sas. Als promotiestunt hadden de twee het plan opgevat een single uit te brengen, 'The sound of C'. Er werd een groep bij elkaar getrommeld en de single werd zonder hoge verwachtingen op het publiek losgelaten.Groot was de verbazing toen het nummer een hit werd en Peter (die als ober werkte in Confetti's en zich voor de gelegenheid had uitgedost als kapitein) en danseressen Marleen, Tania, Hilde en Daniëlla uitgroeiden tot internationale sterren. Ook 'C in China', 'C day live' en 'The house of C' werden grote hits en het Confetti's-debuut '92...Our First Album' (1989) een klapper.

In 1991 was de new beat-rage over zijn hoogtepunt heen en stierf de groep een stille dood. Peter maakte later naam als Mister X. een acteur/danser in discotheek Club X in Wuustwezel, kreeg psychische problemen en trok zich terug uit de schijnwerpers. '92...Our First Album' (192 kbps, 66 MB) heeft anno 2009 niet zo heel veel meer om het lijf, maar ach...

peter Dinsdag 01 September 2009 at 11:44 pm | | 80s | Geen reacties