Het Mechatronisch Orkest

[Gelezen in NRC Handelsblad, 30 augustus 2010, geschreven door Lex Veldhoen.] Op de speelvloer van de driehoekige Gentse concertzaal reageren veertig muziekautomaten op bewegingen van een naakte danseres. De automaten zijn gebouwd door componist, musicus, instrumentbouwer en docent Godfried-Willem Raes (58). Tijdens het concert worden tevens met de computer geprogrammeerde composities uitgevoerd. Je ziet rondom je pianotoetsen bewegen, trompetknoppen ingedrukt worden en ventielen op en neer gaan van orgels met houten, koperen en messing buizen.

Raes bouwde ze op basis van bestaande of zelf ontwikkelde instrumenten. Zo is er een rij trommels van oplopende grootte, een vleugel, een accordeon, een buizenframe met koeienbellen en een rek met apparaten die natuurgeluiden nabootsen. Ze zijn, net als twee zingende zagen, met de benodigde elektronica op wagentjes met rubberbanden gemonteerd en staan tussen vier oversized spiraalveren, die vanaf geluidstrommels op de grond met het plafond verbonden zijn.

Raes geeft les aan de universiteit en het conservatorium (akoestiek en compositie). Hij ziet er uit als een verstrooid genie, met wilde haren en baard. Pijprokend vertelt hij enthousiast dat hij samen met bevriende musici Stichting Logos oprichtte. In 1990 werd de concertzaal gebouwd, bestaande uit vier driehoekige vlakken (Tetraeder), die volgens Raes de meest ideale akoestiek heeft. ''Het is de enige geometrische vorm die vrij is van resonantiefrequentie, omdat er geen enkele parallelle wand is. Ze staan allemaal onder hoeken van 60 graden''. En passant voegt hij toe: ''Als ze zo huizen zouden bouwen in aardbevingsgevoelige gebieden, zouden er nooit meer slachtoffers vallen.''

Het begon rond 1968 met het bouwen van synthesizers. ''Elektronische instrumenten leken toen de toekomst. Maar ik kwam erop terug; tijdens live optredens miste je iets. Alle geluid kwam uit luidsprekers. Bij dit mechatronisch orkest laten muziekmachines zien wat ze doen. Het is zuiver akoestisch. De elektronica dient alleen om de mechanica te sturen. In tegenstelling tot vroegere muziekautomaten, zoals Decap orgels en pierementen, zijn ze tot expressie in staat.'' Hij bant ook menselijke tekortkomingen uit. ''De vleugel heeft 88 toetsen die allemaal tegelijk ingedrukt kunnen worden, wat een mens niet kan. ''

Naast geprogrammeerde muziekstukken uitvoeren, kan ‘het orkest’ improviseren. Raes wijst op sensoren, overal op en rond het speelvlak. ''Bij die muziekstukken met dansers reageerde het orkest daarnet op de dansbewegingen via gesture recognition, bewegingsdetectie met sonar- en microgolf-radartechnologie. Het werkt via reflectie van geluidsgolven op de huid.'' Hij draait aan wat knoppen, gaat op het speelvlak staan en maakt een zwiepende, verticale armbeweging, alsof hij op een trommel slaat. Uit de trommelopstelling klinkt vervolgens een slag.

Raes: ''Voor een optimaal effect moeten de dansers naakt optreden. Dat heeft wel tot enige controverse geleid.''

Zie voor foto's en video's: Logos M&M en voor meer informatie de officiële website van Raes. Concert bijwonen? Maandelijks vindt er een optreden plaats in het Tetraëder, Bomastraat 26-28 in Gent.

Araglin | Maandag 30 Augustus 2010 at 11:55 pm | Default | Reageer

La isla bonita

Het begint met roffelende conga's, een direct invallende beat, synth-akkoorden en Madonna die zwoel mompelt: 'Como podria ser verdad'. Ze komt direct ter zake en zingt: ''Last night I dreamt of San Pedro / Just like I'd never gone, I knew the song / A young girl with eyes like the desert / It all seems like yesterday, not far away''.

En hops, het refrein, ondersteund met ge-ahhhh: ''Tropical the island breeze / All of nature wild and free / This is where I long to be / La isla bonita / And when the samba played / The sun would set so high / Ring through my ears and sting my eyes / Your Spanish lullaby.''

Een Spaans gitaartje benadrukt nog maar een keertje het lome vakantiegevoel, waarna Madonna vervolgt: ''I fell in love with San Pedro / Warm wind carried on the sea, he called to me / Te dijo te amo / I prayed that the days would last / They went so fast''. En na nog een keer het refrein en gezellige zomerse gitaarakkoorden, is het tijd voor wat geneuzel over hoe warm en lekker het wel niet is en 'Where a girl loves a boy, and a boy loves a girl'. En na een synthsolootje, een paar keer het refrein en een hele hoop 'Ta-la-ta-ta-taa', 'La-la-la-la-la-la-laaa', 'Pa-pa-la-pa-pa pa-pa-pa-pahaaa' en 'Ahaa, aha-ahaaa' draait er na bijna vier minuten iemand aan het fade-out-knopje.

'La isla bonita' (want daar gaat het om) is te vinden op Madonna's derde album 'True Blue' (1986). Het is geschreven door Bruce Gaitsch, die in Michael Jackson de perfecte kandidaat zag om het nummer te zingen. Jackson was op dat moment druk bezig met de opnames van 'Bad' en vond 'La isla bonita' helemaal niets. Het nummer belandde vervolgens bij producer Patrick Leonard, die er samen met Madonna aan begon te sleutelen. Samen schreven ze een nieuwe tekst en voegden wat meer Spaanse elementen toe. Toen het zomerse niemendalletje in het voorjaar van 1987 op single werd uitgebracht (en prompt een gigantische wereldhit werd), vroegen talloze mensen zich logischerwijs af: San Pedro, waar ligt dat eigenlijk?

Volgens Madonna zelf bestaat dit eiland helemaal niet en koos ze voor deze naam omdat het zo lekker zomers klonk. En het is dan ook puur toeval dat La Palma (een van de Canarische eilanden) ook wel bekend staat als ‘la isla bonita’. En dat je op Tenerife, het eiland een paar kilometer verderop, het kleine dorpje San Pedro aantreft? Ook toeval. En zo dreigt een aanvankelijk leuk stukje te verzanden in een anticlimax. Maar! In 1982 was Madonna op vakantie op het eiland Ambergris Caye, voor de kust van Belize (zo'n beetje tussen Mexico en Cuba in). En drie keer raden wat de naam van het grootste stadje is… San Pedro.  Het heeft er alle schijn van dat Madonna deze naam heeft onthouden en is blijven associëren met een tropisch vakantieoord - een naam die dus in haar onderbewuste voor het grijpen lag.

Goed, toch een anticlimax: Bruce Gaitsch vertelde later dat Madonna in 1986 veel tijd doorbracht in het plaatsje San Pedro, vlakbij Los Angeles. En om het nog prozaïscher te maken waren Madonna en haar toenmalige echtgenoot Sean Penn in die tijd goed bevriend met een dichter met de bijnaam… San Pedro. Madonna zelf vindt de exacte herkomst niet zo interessant; zij ziet 'La isla bonita' vooral als een 'eerbetoon aan Latijns-Amerika en zijn inwoners'.

Het is overigens grappig om te zien hoe Madonna een ogenschijnlijk lichtvoetig nummer voor de clip opeens voorziet van een religieus prikkelende context: de video symboliseert zowel de link met als de innerlijke strijd tussen het katholicisme en de latino-cultuur, verbeeld door respectievelijk de simpele witte outfit en de flamboyante rode jurk (om nog maar te zwijgen over de talrijke rondslingerende katholieke parafernalia in contrast met de onbezorgd buiten dansende menigte).

(O, omdat platenmaatschappij Warner alle 'La isla bonita'-clipjes van YouTube heeft gedonderd en je de 'officiële video' niet mag embedden, dan maar een lousy variant.)

Araglin | Donderdag 26 Augustus 2010 at 12:15 am | Default | 1 reactie

Lutz Rahn (reprise)

Zo op het eerste gezicht ziet 'Solo Trip' (uit 1978) van toetsenist Lutz Rahn er veelbelovend uit. Op de hoes is zijn studio te zien, met aan de rechterkant een imposante Moog die de hele muur in beslag neemt, terwijl een schemerlamp en een wit gehaakt kleedje voor wat gezelligheid zorgen.

Wat het geheel echter een eigenaardige draai geeft, is het feit dat Rahn (ik neem tenminste aan dat hij het is) zich voor de gelegenheid heeft uitgedost als clown, inclusief rode fopneus. Alsof hij wil zeggen dat dit geen lp is met standaard elektronische muziek en hij altijd wel in is voor een geintje.

Rahn was de organist van de Duitse progressieve rockgroep Novalis en 'Solo Trip' is zijn eerste en enige solo-album. De lp bevat acht relatief korte nummers (naar elektronische muziek-begrippen tenminste) die schommelen tussen energieke pop en dromerige midtempo songs, met aanzwellende Mellotron-golven en borrelende bliepjes en bloepjes. Het heeft bij vlagen wel wat weg van een vroege Jean-Michael Jarre en het solowerk van Rick van der Linden.

'Solo Trip' is niet bijster origineel, maar ach, de boog kan niet altijd gespannen zijn. Bijgestaan door drummer Helge Tillman levert Rahn een plezierig synthesizeralbum af, dat ook degenen zal aanspreken die niet zo'n behoefte hebben aan hallucinerende ruimtereizen en vreemde geluidseffecten. Uitschieters zijn de voortvarende en energieke titeltrack, het golvende 'Galaxy Taxi' (met een fijne Mellotron-fluit) en het ontspannen, Air-achtige 'Drakula's Kuss' (met een Fender Rhodes-piano en wederom lekker veel Mellotron). De overige nummers weten een stuk minder te overtuigen en komen enigszins over als afgekeurde tracks van de Franse groep Space...

Het ruim dertig jaar oude 'Solo Trip' (nooit op cd verschenen) duurt een half uurtje – precies lang genoeg. Download een meer dan uitstekende vinyl-rip (320 kbps, 76 MB, via WeTransfer).

Overigens: het titelnummer klinkt me verdacht bekend in de oren - volgens mij is het ooit gebruikt als tune voor het een of ander of misschien heeft Rahn wat al te letterlijk zitten knippen en plakken. Ik heb er een tijdje over na zitten denken, maar er kwam niets bovendrijven. Mocht het je tijdens het luisteren te binnen schieten, reageer gerust!

Araglin | Vrijdag 20 Augustus 2010 at 12:03 am | Default | Reageer

Ananda Shankar (reprise)

Ananda Shankar (1942-1999) heeft zijn hele leven gezocht naar de ultieme synthese tussen Oost en West. Of, om precies te zijn: het samensmelten van traditionele Indiase muziek en westerse ritmes. Shankar was de enige zoon van Amala en Uday Shankar. Laatstgenoemde was een wereldberoemd balletdanser en choreograaf, die als eerste westerse theatertechnieken in India introduceerde. Ananda was ook de neef van de legendarische sitarspeler Ravi Shankar. Met andere woorden: hij groeide op met dans, muziek en showbusiness.

Eind jaren zestig reisde hij naar Los Angeles om het te gaan maken als rockster. Hij gaf onder andere Jimi Hendrix sitarles en sleepte een platencontract bij Reprise Records in de wacht. In 1970 verscheen zijn titelloze debuut, dat zowel Indiase muziek bevatte als sitarversies van hits als 'Jumpin' Jack Flash' en 'Light My Fire'. Grappig en curieus, maar een stap te ver voor het grote publiek. Eenmaal teruggekeerd in India, experimenteerde Shankar er lustig op los en in 1975 zag het geweldige 'Ananda Shankar And His Music' het licht.

In de jaren die volgden, ontwikkelde hij zich tot een veelzijdig musicus en schreef muziek voor films, musicals, balletvoorstellingen en noem het maar op. Vernieuwend waren zijn mudavis, een soort multimedia-voorstellingen avant la lettre, waarbij dans, muziek, wilde dieren op een ronddraaiend platform en videobeelden één geheel vormden.

In het midden van de jaren negentig werd zijn muziek herontdekt door de Engelse dancescene en tourde hij met veel succes langs diverse festivals. Een hartaanval maakte een abrupt einde aan zijn 'comeback'; Shankar overleed op 26 maart 1999 in Calcutta. 'Ananda Shankar And His Music' is letterlijk een grensverleggend album: sitar, tabla en de mridangam worden moeiteloos vermengd met scheurende rockgitaren, Moog-synthesizers en een psychedelische beat. Opzwepende tracks (check 'Streets of Calcutta' en 'Dancing Drums') worden afgewisseld met bijna meditatieve nummers, waarbij je je als vanzelf in een dobberend bootje op de Ganges waant...

Toegegeven, het is soms lichtelijk cheesy en vreemd genoeg krijg ik voortdurend associaties met kungfu-films uit de jaren zeventig, maar zelfs 33 jaar na dato is 'Ananda Shankar And His Music' nog altijd zeer de moeite waard. Luister zelf (320 kbps, 77 MB).

Araglin | Donderdag 12 Augustus 2010 at 12:39 am | Default | Reageer

Alyssa Milano

Alyssa Milano (1972) is letterlijk opgegroeid in de schijnwerpers. Ze was pas acht toen ze een van de hoofdrollen in de wacht sleepte in de Broadway-musical 'Annie' - een rol die ze maar liefst 18 maanden zou vervullen. Na te hebben gespeeld in musicals als 'Jane Eyre' en 'All Night Long' zette ze (ongetwijfeld enigszins aangemoedigd door haar ouders) haar zinnen op een carrière in de tv-wereld. Ze liet er geen gras over groeien en op elfjarige leeftijd maakte ze haar debuut in de comedyserie 'Who’s the Boss' (1984).

De serie over weduwnaar en ex-honkballer Tony Micelli (Tony Danza) als hulp in de huishouding van carrièrevrouw Angela Bower (Judith Light) was een groot succes en bombardeerde Milano tot tieneridool. Niet alleen was ze maar liefst acht seizoenen te zien in 'Who's the Boss', ze speelde daarnaast in een groot aantal films, maakte een work-outvideo ('Teen Steam' uit 1988) en had jarenlang een wekelijkse vragenrubriek in het Amerikaanse jongerentijdschrift The Big Bopper.

Toen 'Who’s the Boss' in 1992 werd stopgezet, belandde Alyssa enigszins in een zwart gat. Ze maakte korte metten met haar brave meisjes-imago (het helpt altijd als je uit de kleren gaat voor nietsverhullende fotoreportages) en verzeilde eigenlijk een beetje in het B-film-circuit. Gelukkig viel ze niet in de valkuil van seks, drugs en ehh… nog meer drugs waar menig ander tienersterretje aan is bezweken. Maar om een lang verhaal kort te maken (voor de hoed en de rand verwijs ik je graag naar Wikipedia), in 1998 kreeg ze door televisiemagnaat Aaron Spelling een van de hoofdrollen aangeboden in 'Charmed'. De wicca-fantasyserie werd een groot succes en maakte van Alyssa Milano wederom een ster.

De actrice is overigens overtuigd vegetariër, dyslectisch, UNICEF-ambassadrice en reisde onder meer af naar Angola en India om daar te helpen bij het opzetten van diverse hulpprojecten. En o ja, ze ontwerpt ook kleding.

Wie denkt dat ik mijn muzieklog gebruik om mijn zwak voor Alyssa Milano te etaleren, heeft slechts gedeeltelijk gelijk. Want de actrice heeft zich eind jaren tachtig ook gewaagd aan een zeer bescheiden muzikale carrière. In Japan was men namelijk als een blok gevallen voor Alyssa. Niet zozeer vanwege haar optreden in 'Who's the Boss', maar vanwege haar rol in het Arnold Schwarzenegger-vehikel 'Commando' (1986). Ze werd benaderd door een Japanse producer die graag een album met haar wilde opnemen. Nu wist ze ook wel dat ze geen geweldige zangeres was, maar ach wat kon het haar schelen.

En in 1989 verscheen op het Pony Canyon Label haar debuut 'Look in my Heart', enkele maanden later gevolgd door 'Alyssa' - twee albums gevuld met mierzoete, flinterdunne Stock, Aitken & Waterman-achtige liedjes en de iele, enigszins onvaste stem van Milano. De albums sloegen aan en werden gevolgd door 'The Best in the World' (1990), 'Locked inside a Dream' (1991) en ''Do You See Me' (1992), waarop eveneens totaal onschuldige synthetische niets-aan-de-hand popliedjes waren te vinden. Na vijf albums was de koek op en besloot Alyssa Milano de microfoon aan de wilgen te hangen - een verstandige beslissing.

Haar albums waren alleen in Japan verkrijgbaar en dat is denk ik ook de reden waarom Alyssa totaal geen artistieke pretenties had en het allemaal vooral zag als een uit de hand gelopen grap, zonder ook maar een seconde een serieuze zangcarrière te overwegen. Luister zelf (en dan voornamelijk uit curiositeitsoverwegingen): de eerste twee albums van Alyssa Milano in één zipje (256 kbps, 120 MB).

Araglin | Zaterdag 07 Augustus 2010 at 01:07 am | Default | 5 reacties