Canto Ostinato

Naast me kruipt een vrouw onder haar dekentje, haar voeten zijn gehuld in dikke sokken met roze stippen. Even verderop neemt een jongen een ferme slok van zijn biertje, om zich vervolgens met een diepe zucht op zijn meegebrachte matje uit te strekken. Een jong stel pompt nog even snel een luchtbed op. De ondergaande zon omhult de geparkeerde treinstellen met een goudkleurige gloed. 

Fotograaf Herre Vermeer en ondergetekende bevinden zich in de grote hal van het Utrechtse Spoorwegmuseum voor een bijzondere uitvoering van het Canto Ostinato van Simeon ten Holt (1923-2012). Om ons heen liggen mensen verspreid op het rangeerterrein. Het geroezemoes verstomt als Jeroen en Sandra van Veen naar hun piano’s lopen. Het pianoduo is in smetteloos wit gestoken. Ze maken een buiging, nemen het applaus in ontvangst en klimmen naar hun piano’s die op een verhoging zijn geplaatst.

Lees meer »

Araglin | Maandag 18 April 2016 at 11:41 am | klassiek, concerten | Reageer

In C

Ik heb ooit iemand gekend die gehypnotiseerd kon toekijken hoe Windows de harde schijf defragmenteerde, blokje voor blokje en lijn voor lijn. Nu is dat op zich niet zo erg, maar het probleem is alleen dat het defragmenteren van een schijf uren kan duren. De persoon in kwestie voelde zichzelf gedwongen om het hele proces van begin tot eind te volgen – tot diep in de nacht.

Nu loopt het met mij gelukkig zo’n compulsieve vaart niet, maar ik heb enigszins hetzelfde gevoel als ik naar de knipperende lampjes van een modulaire synthesizer kijk. Het bijbehorende sequencergeluid wordt gevisualiseerd en krijgt na verloop van tijd een geheel eigen flow en een ogenschijnlijk willekeurige dynamiek. Vóór de uitvinding van synthesizers werd beweging in muziek tot uitdrukking gebracht door bijvoorbeeld sneller of langzamer te spelen. Maar ja, dat is een beetje alsof je een stoptrein bestuurt, terwijl je eigenlijk in een zelfrijdende modulaire synthesizerauto wil zitten.

Al in de jaren vijftig en zestig experimenteerde de Amerikaanse componist Terry Riley (1934) met beweging en het niet-hiërarchische karakter van muziek. Met zijn composities ‘In C’ (1964) en ‘A Rainbow in Curved Air’ (1967) stond hij aan de wieg van de minimal music en de (elektronische) experimenten van bijvoorbeeld Tangerine Dream en Simeon Ten Holt.



Vooral ‘In C’ was baanbrekend. Het is geschreven in de eenvoudige toonsoort C en vormt een brug tussen traditionele klassieke muziek en geïmproviseerde jazz. De partituur bestaat uit één pagina met noten, verdeeld over 53 eenvoudige patronen. De muzikanten besluiten tijdens het spelen wanneer ze overstappen naar een volgende ‘module’, maar ze mogen onderling niet meer dan drie motieven uit elkaar liggen. Dat betekent dus dat ze goed naar elkaar moeten luisteren en dat de patronen tijdens het spelen als het ware op elkaar worden gestapeld. Het stuk kan in principe eindeloos doorgaan. Of althans, net zolang totdat de musici geen zin meer hebben.

Riley schreef ‘In C’ als een antwoord op de academische stijl die destijds in zwang was onder ‘serieuze’ componisten: het serialisme. Deze stroming gooide alle theorieën over toonsoorten, ritmes en melodieën overbood en stelde daarvoor in de plaats een wiskundige benadering van muziek. Allemaal leuk en aardig, maar het klonk helemaal nergens naar. En dat vond Riley ook, die seriële muziek ‘neurotisch’ noemde: ‘Het feit dat deze muziek zijn oorsprong vond in het Wenen van Freud kan geen toeval zijn.’

‘In C’ is de afgelopen vijftig jaar door uiteenlopende groepen en instrumenten gespeeld. Geen wonder, het is een gezellige bezigheid, het stuk is niet al te moeilijk en het eindresultaat klinkt bijna altijd goed – hoewel het wel enigszins op je zenuwen kan werken na een uur of wat.

Het democratische karakter van ‘In C’ past niet alleen goed in de tijd waarin het stuk ontstond (denk: hippies, de psychedelische jaren zestig en de Summer of Love), maar laat zich ook goed vertalen naar deze tijd. Teun de Lange ontwikkelde samen met het Vlaamse ensemble Champ d’Action een In C App en bijbehorende website, waarbij iedereen wereldwijd kan inloggen en bijdragen aan de virtuele uitvoering. Fascinerend.

Araglin | Zaterdag 14 Februari 2015 at 12:19 am | interessant, klassiek | 1 reactie
Gebruikte Tags: , ,

Componist des Vaderlands

We hadden al een Dichter des Vaderlands, een Fotograaf des Vaderlands en een Denker des Vaderlands en nu hebben we ook een Componist des Vaderlands. En binnenkort komen daar ongetwijfeld een DJ des Vaderlands, een Zanger des Vaderlands en een Rapper des Vaderlands bij.

Geintje natuurlijk, hoewel het best zou kunnen. Iedereen mag namelijk zo’n titel voeren. Zo is de Dichter des Vaderlands een initiatief van NRC, NPS en Poetry International. De Denker des Vaderlands is een idee van Filosofie Magazine en Stichting Maand van de Filosofie, terwijl de Fotograaf des Vaderlands in het leven is geroepen door de Fotoweek. De Componist des Vaderlands – geen geintje dus – is bedacht door Buma Cultuur, een stichting die zich bezighoudt met ondersteuning en promotie van Nederlandse muziek.

Het wonderlijke is dat een dergelijke benaming enorm tot de verbeelding spreekt. René Gude schuift bijvoorbeeld regelmatig aan bij programma’s als De Wereld Draait Door, en wordt daarbij steevast geïntroduceerd als Denker des Vaderlands – wat hem direct een zweem van autoriteit verleent en tegelijk nostalgische gevoelens opwekt. Zo van: nou, als hij het zegt…

Maar voordat ik al te zeer afdaal: de Componist des Vaderlands is de 55-jarige Willem Jeths, die de komende jaren als ‘ambassadeur’ eigentijdse Nederlandse klassieke muziek in het zonnetje moet gaan zetten. Het is de bedoeling dat hij inspeelt op de actualiteit en voor belangrijke gebeurtenissen muziek componeert. Tijdens een grote ramp bijvoorbeeld. Of als Oranje onverhoopt het EK van 2016 wint. “Ik ben al een voorraad aan het creëren van muziek die een zekere stemming in zich heeft, van tragisch tot vrolijk”, vertelde Jeths in een interview met de Volkskrant. “Het is geen lap van een uur, maar het zijn korte stukjes muziek van een paar minuten.”

Verder is het zijn bedoeling om vergeten Nederlandse componisten onder de aandacht te brengen en jongeren weer aan het componeren en aan de klassieke muziek te krijgen. “De concertzalen zijn vrij grijs, qua haar.”

Ik word altijd enigszins iebel van dergelijke opmerkingen over jongeren en grijze koppen in de zaal. Het draait er uiteindelijk bijna altijd op uit dat er een klassiek concert wordt gegeven in een popzaal, waarbij je je biertje mag meenemen. Niet dat daar iets mis mee is, maar het zet zo weinig zoden aan de dijk. Nu ben ik geen jongere (maar ook geen grijze kop), maar ik zou zeggen: begin eerst eens een enthousiast YouTube-kanaal, ontwikkel een gratis app waarmee je spelenderwijs leert componeren en start samen met Arie Boomsmaeen huiskamertournee of iets dergelijks.

En o ja, trek lering uit de volle zalen bij ‘Planet Earth in Concert’, ‘De Nieuwe Wildernis Live’ of ‘Video Games Live’, waar een klassiek orkest live film- en gamemuziek speelt. Of de uitverkochte concerten van Ludivico Enaudi of Nils Frahm. Met andere woorden: men wil best naar klassiek luisteren. Toegegeven, Enaudi ligt wat prettiger in het gehoor dan de Eerste Symfonie van Mahler, maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten.

In ieder geval: hopelijk gebeurt er snel iets belangwekkends in Nederland, ik ben oprecht benieuwd naar de muziek die Willem Jeths hiervoor zal maken.

Araglin | Donderdag 27 November 2014 at 10:57 pm | klassiek | Reageer
Gebruikte Tags: ,

Arie en Bach

Je kunt er lang over ouwehoeren, maar Arie Boomsma is gewoon een uomo universale, hij is het prototype van de ideale mens. Hij heeft overal verstand van: Arie is spiritueel, gespierd, dol op poëzie en schrijft zelfrelativerende romans. Alsof dat nog niet genoeg is, blijkt hij ook nog van klassieke muziek te houden. En omdat Bekende Nederlanders dat nu eenmaal doen, schrijf je daar natuurlijk een boekje over – in dit geval samen met Thierry Baudet.

‘Van Bach tot Bernstein met Boomsma en Baudet’ is een gezellig bladerboekje over klassieke muziek zoals er zo veel zijn, met componistenbiografietjes, leuke feitjes en luistertips. Als je bijvoorbeeld niet weet wat je moet opzetten tijdens een romantisch diner met kaarslicht, schiet Arie Boomsma te hulp (luister in dat geval naar ‘Pianokwintet in f-klein’ van Brahms). Wie gaat voor de volledige Boomsma-ervaring, kiest natuurlijk voor het pakket met tien cd’s met toepasselijke thema’s als ‘Rustige Zaterdagochtend’, ‘Tijdens Het Sporten’, ‘Tijdens Het Koken’ en ‘Mijmerend De Avond Door’ (en nee, ik verzin dit niet).

Hoeveel instapboekjes over klassieke muziek (al dan niet geschreven door een BN’er) kan een mens tot zich nemen? Want niet alleen Boomsma en Baudet schotelen je allerlei leuke feitjes voor, ook onder anderen Paul Witteman en Tijl Beckand doen een duit in het componistenzakje. “We willen dat de drempel om klassieke concerten te bezoeken omlaag gaat. Om van klassieke muziek te houden hoef je er niet veel van te weten, grijs haar te hebben of netjes gekleed te gaan”, aldus Thierry Baudet.

Dat kan allemaal wel zo zijn, maar ik vraag me af of een boekje de meest aangewezen manier is om klassieke muziek aan de man te brengen. Hoe het dan wel moet? Goede vraag. Misschien door de prijzen van de kaartjes flink naar beneden te schroeven, alle stoelen weg te halen, de muzikanten een spijkerbroek aan te laten trekken en door luidkeels te juichen na elk nummer?

Of wacht, door meer initiatieven zoals dat van de Nederlandse Bach Vereniging? In 2021 bestaat de vereniging honderd jaar en in de aanloop naar dit jubileum is de site All of Bach in het leven geroepen. Wekelijks wordt op de site een handvol werken van Bach online gezet, om uiteindelijk in 2021 een compleet Bach-oeuvre te kunnen presenteren - 1080 composities, oftewel 160 uur muziek. De eerste stukken staan inmiddels online.

En het wachten is nu tot Arie Boomsma een van zijn vele andere talenten voor het voetlicht brengt. Balletdansen, schilderen, tuinieren…

Araglin | Dinsdag 13 Mei 2014 at 12:17 am | klassiek, overpeinzing | Reageer
Gebruikte Tags: , ,

Butt Song From Hell

Schilder Hiëronymus Bosch (circa 1450-1516) is de geschiedenis ingegaan als ‘den duvelmakere’, een schepper van duivels. De meeste van zijn schilderijen hebben een religieus onderwerp en Bosch schepte er ogenschijnlijk een bijna duivels genoegen in om vooral de inwoners van de hel en de vele verlokking waaraan de mensheid bloot wordt gesteld zo expliciet mogelijk in beeld te brengen. Met als gevolg dat de meeste mensen eigenlijk niet zo veel chocolade van zijn werk konden en kunnen maken. Koopman en geschiedkundige Lodovico Guicciardini omschreef de schilderijen van Bosch aan het begin van de 16e eeuw als een verzameling ‘vreemde drollen ende seltsame grillen’ (‘drollen’ is Middelnederlands voor ‘grappen’).

In de 20ste eeuw dachten sommige wetenschappers dat hij krankzinnig was of in ieder geval het grootste gedeelte van de tijd stoned. Later werd dit beeld wat bijgesteld, maar feit is dat Bosch enkele zeer vreemde schilderijen heeft gemaakt. Hoogtepunt is het drieluik ‘De tuin der lusten’, dat hij schilderde tussen 1480 en 1490. (Klik hier voor een supergrote afbeelding, waarop je alles goed kunt bestuderen.) Op het linkerschilderij is het paradijs te zien, waarbij God, Adam en Eva worden omgeven door tal van eigenaardige beesten. Het middelste schilderij bevat een bonte stoet van fabelwezens, rare planten en naakte mensen. Waarschijnlijk heeft het te maken met lust, seks en dierlijke driften; wellicht wilde Bosch laten zien dat het niet zo verstandig was om de bevelen van God in de wind te slaan (Eva werd immers door een slang aangespoord om van de ‘verboden vrucht’ te eten). Op het rechterschilderij is de hel afgebeeld, waarin verdoemden de verschrikkelijkste straffen ondergaan. Witte monsters, heksen, draakachtige honden, muziekinstrumenten die als martelwerktuigen dienen – het kan niet op.

Het was mij nooit opgevallen, maar als je goed kijkt zie je op de kont van een van de zondaren (links op het rechterschilderij, iets onder het midden) een partituur. Op Tumblr maakte ene Amalia Hamrick haar vondst bekend: “[We] discovered, much to our amusement, a 600-years-old butt song from Hell.” Ik ben muzikaal niet zo onderlegd, maar gelukkig is Amalia dat wel: “I decided to transcribe it into modern notation, assuming the second line of the staff is C, as is common for chants of this era ... The last few measures are kind of obscured but I tried my best.” Het resultaat is een vrij lullig midi-deuntje (hier te downloaden, hier de bladmuziek).

Ene Well Manicured Man raakte enthousiast, schreef er een flauwekultekst bij (‘butt song from hell / this is the butt song from hell / we sing from our asses while burning in purgatory’) en knutselde een alleraardigst koorwerkje in elkaar (‘The Butt Song From Hell’), dat behoorlijk authentiek overkomt. Geweldig! (Grappig genoeg is er ook al een rockversie opgedoken.)

Overigens staan de muziekinstrumenten in ‘De tuin der lusten’ symbool voor lust en genot (en niet op een positieve manier) en was de reputatie van rondreizende minstrelen nu niet echt heel goed te noemen – vandaar ook dat ze er op het schilderij behoorlijk van langs krijgen...

Araglin | Zaterdag 22 Februari 2014 at 6:34 pm | weird, klassiek | Reageer
Gebruikte Tags: , ,

100 X 100: Arvo Pärt

Het is alsof je ’s ochtends de gordijnen opentrekt en alles is wit. De lucht kraakt, je bed is nog warm. De dag kan alle kanten op rollen. IJsbloemen glinsteren op de ramen, auto’s en bussen ploegen onhoorbaar door de sneeuw. Je schudt de laatste dromerige restjes van je af en trekt snel wat kleren aan. Geurig gepruttel van een koffiezetapparaat beneden. Zacht geneurie.

En muziek. Transparant en verglijdend. Viool, cello en piano. Op het randje van weemoed en melancholie. En terwijl je naar de woonkamer loopt, werp je nog een blik naar buiten. Langzaam begint het weer te sneeuwen.

[28] Arvo Pärt – Alina (1999) [Spotify] [YouTube] [Discogs]

Admin | Donderdag 15 November 2012 at 12:33 am | klassiek, 100x100 | 2 reacties
Gebruikte Tags: , , ,

100 X 100: Koyaanisqatsi

Bij het zien van mensen op roltrappen, drukke verkeerkruispunten of overvolle winkelstraten, roept er soms een indiaan in mijn oor. Een sonore, donkere stem bromt dan het langgerekte woord 'Koyaanisqatsi'. En als het heel druk is, doemt er voor mijn geestesoor ook het geluid op van een aanzwellend, majestueus orgel.

In de taal van de Hopi-indianen staat 'Koyaanisqatsi' voor 'leven in gekte, leven in onrust, leven in onbalans'. Ik sluit mijn ogen, haal diep adem en roep beelden op van eindeloze vlakten, imposante bergpartijen, vulkanen en opstijgende ruimteschepen. Muziek die leidt tot nieuw inzicht is zeldzaam. Philip Glass maakte het.

[27] Philip Glass - Koyaanisqatsi (1983) [Spotify] [YouTube] [Discogs]

arnold | Woensdag 06 Juni 2012 at 12:30 am | 100x100, klassiek | 2 reacties
Gebruikte Tags: , ,

Sint-Nicolaas Cantate 2010

Het is een traditie geworden op Araglin.nl: zodra de pepernoten zijn gearriveerd, de maan door de bomen schijnt en het heerlijk avondje opdoemt aan de horizon, is het tijd voor de 'Sint-Nicolaas Cantate'! Maar eerst een praatje vooraf.

In Amerika neemt iedere artiest ten minste één keer in zijn carrière een kerstalbum op en ook in Nederland komt deze gewoonte de laatste jaren tot leven, hoewel ik niet zo heel enthousiast word van een Frans Bauer met een kerstmuts op. Het is jammer dat Nederlandse artiesten niet proberen om de oeroude traditie van het Sinterklaaslied nieuw leven in te blazen. Wij moeten het voornamelijk stellen met Sinterklaasliedjes op een sullige dancebeat.

Dat het ook anders kan, bewees de nagenoeg vergeten Nederlandse componist Bernard Zweers (1854-1925), die begin vorige eeuw hoogleraar compositie was aan het Amsterdams Conservatorium. Zijn ideaal was om te komen tot een eigen Nederlandse toonkunst, en dat betekende muziek met een sterk nationalistische inslag. Zijn bekendste werk is zijn Derde Symfonie 'Aan mijn vaderland' (1887-89). De vier delen van deze symfonie vormen een muzikale verbeelding van Nederland, in het bijzonder van het Hollandse landschap en de stad Amsterdam.

Een opmerkelijke compositie in Zweers oeuvre is zijn 'Sint-Nicolaas Cantate', met tekst van A.L. de Rop. De cantate verhaalt over de oorsprong van Sinterklaas en de goede werken die hij verrichtte. Het is een geweldig stuk, waarin op een gedragen, plechtige manier wordt gezongen over de Goedheiligman. Zweers heeft zich helemaal uitgeleefd en hoewel de associaties met Beethoven en Tsjaikovski nooit ver weg zijn, klinkt de cantate behoorlijk eigenzinnig. Vooral de manier waarop de diverse bekende Sinterklaasliedjes zijn gearrangeerd is werkelijk prachtig.

In december 1955 zond de NCRV Radio een registratie uit van deze cantate, met Frits Baun (bariton), Wim van Sante (bas), een kinderkoor en het Promenadeorkest onder leiding van Benedict Silbermann. Gus Smits, secretaris van het Sint Nicolaas Genootschap Nederland, ijverde ervoor om dit meesterwerkje op cd uit te brengen en op deze manier aan de vergetelheid te ontrukken.

In 1999 zag de 'Sint-Nicolaas Cantate' in een (zeer beperkte oplage) het licht. Deze charmante cantate verdient het echter om door een groot publiek gehoord te worden, al is het maar om te laten horen dat er ook léuke Sinterklaas-muziek bestaat. Luister zelf: de 'Sint-Nicolaas Cantate' (320 kbps, 41 MB). Voor meer informatie verwijs ik je overigens graag naar deze uitgebreide site van Bas Kuijlenburg.

(Met vanzelfsprekend grote dank aan Peter Dekker, dankzij hem hebben we nu al vijf jaar lang plezier van deze cantate!)

arnold | Vrijdag 03 December 2010 at 12:46 am | klassiek | 1 reactie
Gebruikte Tags: ,

100 X 100: Henryk Górecki

Op vrijdag 12 november 2010 overleed de Poolse componist Henryk Górecki op 76-jarige leeftijd. De zondag daarop luisterde ik gewoontegetrouw naar X-Rated, het door Bob Rusche gepresenteerde radioprogramma vol experimentele muziek, avant-garde en soundscapes.

Als eerbetoon draaide Bob het tweede gedeelte uit Górecki’s Derde Symfonie, beter bekend als Symfonie der Klaagliederen. Voor de gezongen delen gebruikte Górecki fragmenten van gebeden, volksliedjes én een opschrift dat een achttienjarig meisje had achtergelaten op de muur van een Gestapo-gevangenis.

Ik had deze symfonie vaker gehoord, maar het leek wel alsof ik die zondagavond pas voor het eerst écht luisterde. Tien minuten ademloze vervoering.

[14] Henryk Górecki – Symfonia nr. 3 Symfonia piesni zatosnych (1976) [Spotify] [YouTube] [Discogs]

arnold | Woensdag 01 December 2010 at 11:44 pm | 100x100, klassiek | 2 reacties
Gebruikte Tags: ,

Enigma Variations

Sir Edward Elgar (1857-1934) heeft tientallen stukken gecomponeerd, maar de geridderde Engelsman is de muziekgeschiedenis ingegaan dankzij twee composities: de ‘Enigma Variations’ (1899) en ‘Pomp and Circumstance Marches nrs. 1-5 op. 39’ (1901-07). Laatstgenoemde ken je ongetwijfeld: de eerste mars in deze serie groeide uit tot een absolute meedeiner, vaste prik tijdens The Night of the Proms, waar iedereen uit volle borst meegalmt met ‘Land of Hope and Glory’.

Met 'Variations on an Original Theme for orchestra, Op. 36 ('Enigma')', beter bekend als de 'Enigma Variations', vestigde Elgar definitief zijn naam als componist. Niet alleen omdat het een bijzonder fraai stuk is, maar vooral ook omdat de compositie eigenlijk één groot raadsel is.

Elgar begon met de 'Enigma Variations' in de herfst van 1898: ''Op een avond, na een lange en vermoeiende dag van lesgeven, zat ik, bijgestaan door een sigaar, een beetje peinzend aan de piano het thema te spelen, zoals het nu nog is. Ik hoorde C.A.E. goedkeurend vragen: ''Wat was dat?'', en ik antwoordde: ''Niets, maar er is misschien iets van te maken.''

Elgar besloot de melodie te gebruiken voor een reeks variaties voor orkest. Iedere variatie vormde een muzikaal portret van iemand uit zijn vriendenkring. De bedoelde personen werden met hun initialen aangeduid. Elgar vond dat de identiteit van zijn vrienden een privéaangelegenheid was, waar je niet lichtzinnig mee moest omspringen.

Maar goed, zo moeilijk is het nu ook weer niet om te achterhalen wie er precies worden bedoeld. Zo verwijst 'C.A.E.' en ‘H.D.S.-P.’ uit de eerste en tweede variatie naar respectievelijk Caroline Alice Elgar (Elgars echtgenote) en amateurpianist Hew David Stuart-Powell. De negende variatie 'Nimrod' vergt wat meer denkwerk: Nimrod is de jager uit het bijbelboek Genesis. En laat een van Elgars vrienden nu net August Jaeger heten...

Lees meer »

arnold | Maandag 27 September 2010 at 10:21 pm | klassiek | 1 reactie