Timewind

De Amerikaanse astronoom Edwin Hubble (1889-1953) ontdekte in 1929 dat er een verband bestond tussen de roodverschuiving van verre sterrenstelsels en hun afstand tot de aarde. Dit klinkt misschien niet zo heel spannend, maar deze ontdekking vormde wel de bouwsteen van een opmerkelijke theorie: die van het uitdijende heelal. Kort gezegd komt het erop neer dat het heelal groeit en steeds meer ruimte inneemt. Dat was in die tijd behoorlijk schokkend; het universum werd gezien als een vast gegeven, dat als een blok beton op de kosmische snelweg lag – en niet als een zichzelf opblazende ballon.

De laatste jaren is Hubbles theorie van het uitdijende heelal enigszins aangepast: ons universum wordt niet langzaam groter, maar is in de loop van miljarden jaren juist gaan versnellen. De ruimte wordt uit elkaar geduwd door een nog onbekende mysterieuze kracht. Kosmologen hebben deze kracht ‘donkere energie’ genoemd, maar hebben eigenlijk geen flauw idee wat dit nu precies is. Om te verklaren dat het heelal niet letterlijk uit zijn voegen scheurt, hebben astronomen een idee van Albert Einstein (1879-1955) van stal gehaald: de kosmologische constante. Met wat dichterlijke vrijheid zou je deze constante kunnen omschrijven als de superlijm die voorkomt dat het universum als een zeepbel uit elkaar spat.

Maar als het heelal versnelt, waar gaan we dan heen? En wat bevindt er zich dan ‘buiten’ het universum? En hoe is dit alles ooit begonnen? Hoe langer je erover nadenkt, hoe meer het je begint te duizelen. Maar stel je nu eens voor dat je er een krukje bij pakt en op een afstandje gaat zitten toekijken hoe het heelal als een kosmische stoomlocomotief naar de einder tuft. Welke muziek zou dan uit de oordopjes van je smartphone schallen? Dat kan slechts één album zijn: 'Timewind' van Klaus Schulze.

Lees meer »

Araglin | Woensdag 17 September 2014 at 12:12 pm | krautrock | Reageer

100 X 100: Phaedra

Het is 1995 en uitverkoop bij Fame in Amsterdam. We spitten door de uitverkoopbakken. Een studiegenoot is in zijn nopjes met Blurs 'The Great Escape', iemand anders met 'The Bends' van Radiohead. Ik ben niet zo hip en ga naar huis met een cd waar ik veel over had gelezen, maar nog nooit gehoord: 'Phaedra'.

In de studentenkamer van een van ons bespreken we onze aankopen. Niemand kent Tangerine Dream. Ouwe meuk, wordt er geschamperd. Ach, denk ik, terwijl ik aan boord van het Tangerine Dream-ruimteschip stap, volgens mij is dit album tijdlozer en baanbrekender dan jullie ooit kunnen vermoeden…

[22] Tangerine Dream – Phaedra (1974) [Spotify] [YouTube] [Discogs]

arnold | Woensdag 16 Maart 2011 at 11:56 pm | 100x100, krautrock | 4 reacties

Early Water

Het zag er op papier meer dan veelbelovend uit: Dr Alex Paterson van The Orb en Pink Floyd-gitarist/zanger David Gilmour die samen een album maken. Dat kon niet anders dan een meesterwerk opleveren. Het resultaat, het vorig jaar verschenen 'Metallic Spheres', viel echter behoorlijk tegen. En dat kwam vooral omdat het geen échte samenwerking was: Gilmour was een middagje op bezoek geweest bij Paterson en had een uurtje of wat zitten jammen op zijn gitaar. Deze sessie werd door Paterson later behoorlijk door de elektronische mangel gehaald. Hij sloeg vrolijk aan het knippen en plakken en zette alles vervolgens min of meer achter elkaar. 'Metallic Spheres' is weliswaar geen slecht album, maar het wachten is nog altijd op de ultieme samenwerking tussen beide psychedelische grootheden.

En tot het zover is, is 'Early Water' van Michael Hoenig en Manuel Göttsching bijzonder goed studiemateriaal. In het najaar van 1976 besloten Hoenig (die een jaar eerder deel had uitgemaakt van Tangerine Dream - elders op mijn log meer info) en Göttsching (de drijvende kracht achter het legendarische Ash Ra Tempel, hier meer info) namelijk eens een nachtje samen te gaan jammen. Hoenig concentreerde zich voornamelijk op zijn Moog en Oberheim, terwijl Göttsching hoofdzakelijk aan het experimenteren sloeg met zijn Gibson-gitaar en een Revox A77-taperecorder.

Het resultaat lag bijna twintig jaar op de plank, totdat Hoenig in 1995 besloot de oude opnamen af te stoffen en uit te brengen - naar eigen zeggen omdat hij aangenaam verrast was door het hoge niveau van de jamsessie. En inderdaad: de sequencers pulseren en brommen dat het een lieve lust is, de uitwaaierende gitaarakkoorden en -solo's spiralen en echoën alsof het niets kost en heel subtiel wordt af en toe het tempo opgevoerd. Een weldadig kosmisch synthesizerbad van bijna vijftig minuten, gefundenes Fressen voor wie - net zoals ondergetekende - nog altijd een groot zwak heeft voor bijvoorbeeld Klaus Schulze's 'Timewind' (1975) of 'New Age of Earth' (1976) van Ashra.

Het voert te ver om 'Early Water' te bestempelen als een miskend of vergeten meesterwerk, bijzonder aangenaam is het allemaal wel. Luister zelf (320 kbps, 92 MB - via WeTransfer).

creëerde

arnold | Vrijdag 25 Februari 2011 at 12:42 am | elektronisch, krautrock | 1 reactie

Between

Vriendin Eva kent haar pappenheimer. Afgelopen weekend verraste ze me met de bijzonder fijne compilatie ‘Deutsche Elektronische Musik: Experimental German Rock and Electronic Music 1972-83’ (inclusief een prachtig en verhelderend boekje). Ik wist dat de dubbelaar een maand of wat geleden was verschenen op het Soul Jazz Records-label, maar vond ‘m eigenlijk net iets te duur. Gelukkig had vriendin Eva geen last van dergelijke financiële obstakels en zo luisterden we op een zonnige zondagavond naar Can, Faust, Popol Vuh, Amon Düül II, Harmonia en noem het maar op. “Dit is niet echt… krautrockerig’’, zei Eva op een gegeven moment. “Wel erg mooi. Waar luisteren we naar?’’

‘Devotion’ van Between klinkt inderdaad nog net zo origineel en bijzonder als bijna veertig jaar geleden. De groep werd in 1970 opgericht door Peter Michael Hamel (1947) en concentreerde zich voornamelijk op wereldmuziek, gecombineerd met lichte avant-garde- en krautrock-elementen. Hamel was een groot bewonderaar van Karlheinz Stockhausen en de Amerikaanse minimalisten Terry Riley en La Monte Young en was daarnaast gefascineerd door allerhande exotische landen en culturen. Een fascinatie die hij deelde met de Argentijnse gitarist Robert Detree, de klassiek opgeleide hoboïst Robert Eliscu (die trouwens ook te horen is op de legendarische Popol Vuh-lp’s ‘Hosianna Mantra’ en ‘Seligpreisung’) en de Amerikaanse percussionist Cotch Black.

Between heeft tien jaar bestaan en bracht in totaal zes albums uit. Hoogtepunt in hun oeuvre is het in 1973 verschenen 'And the waters opened', dat op een prachtige manier een brug slaat tussen verschillende culturen. Het titelnummer begint met pulserende en rondzingende klanken, langzaam aanzwellend tot een orkaan van vervreemdende geluiden. Na zo'n vijf minuten duikt er een oosters ritme op en verandert de track in opzwepende tribalpercussie, waarbij op de achtergrond mantra's worden gezongen en gitaar, fluit en synths opduiken. De tweede track, 'Uroboros', kent eveneens een mystieke sfeer en exotische ritmes - alsof je op de rug van een kameel dromerig door de woestijn schommelt. Het hypnotiserende 'drone'-achtige 'Syn' is een meditatief rustpuntje, dat een prelude lijkt voor het ronduit prachtige en betoverende 'Devotion', met piano, kerkorgel en Indiase mantra’s. 'Happy stage' valt te beschouwen als een op muziek gezet Oosters sprookje, terwijl 'Samum' naadloos aansluit op het titelnummer.

'And the waters opened' heeft bijna veertig jaar na dato nagenoeg niets van zijn overrompelende exotisme verloren. Luister zelf (192 kbps, 60 MB. Hier een WeTransfer-link voor de liefhebbers).

Peter Michael Hamel is overigens nu Hoogleraar Compositie in Hamburg en geniet faam als oprichter van het Freies Musikzentrum München en als componist van kamermuziek, opera’s en tal van symfonieën (waaronder ‘Shoah’, over de holocaust). Hij schreef verder diverse door Jung geïnspireerde psychoanalytische boeken over muziek.

Admin | Maandag 05 Juli 2010 at 5:07 pm | krautrock | Reageer

Bröselmaschine (update)

De Duitse groep Bröselmaschine markeert de overgang tussen de akoestische folk uit de jaren zestig en de krautrock-rage die in de jaren zeventig Duitsland in zijn greep had. Met een beetje fantasie kun je de formatie dus scharen onder de noemer 'krautfolk'. Spil in Bröselmaschine was de gitarist Peter Bursch, die de groep in 1968 oprichtte. Begin jaren zeventig leefden de Bröselmaschine-leden Jenni Schücker, Willi Kesmer, Lutz Ringer, Mike Hellbach en Bursch gezellig bij elkaar in een commune in Duisberg en met hun naar zichzelf vernoemde debuutalbum openden ze in 1971 de deur naar een andere dimensie.

Opener 'Gedanken' is een rustig, bijna pastoraal nummer met akoestische en elektrische gitaar, fluit en romantische teksten (Engels met een schattig Duits accent) en na de Schotse evergreen 'Lassie' en het instrumentale 'Guitarrenstuck' dreig je halverwege het album in een vredige slaap te sukkelen. Met 'The Old Man's Song' begint het interessant te worden, dankzij een wahwah-gitaartje, lichte tablas-percussie en uitgebreid gepiel en gefreak op een gitaar. Hoogtepunt van de lp (en voornaamste reden van dit stukje) is het ruim negen minuten durende 'Schmetterling': sitar en fluit zorgen voor een Oosterse sfeer, Jenni Schücker citeert een mysterieus gedicht, Bursch speelt gitaar of zijn leven ervan af hangt en de mysterieuze mellotronklanken van Mike Hellbach maken het geheel af. In de sfeervolle afsluiter 'Nossa Bova' (geen spelfout) wordt het gas weer wat teruggenomen.

De lp (met een prachtige uitklaphoes van Lothar Franke) werd geen succes en in 1972 hief de groep zichzelf op en vertrokken enkele bandleden naar India om zich daar te verdiepen in allerlei esoterische wijsheden. Drie jaar later blies Bursch samen met Guru Guru-leden Mani Neumeier en Roland Schäfer Bröselmaschine nieuw leven in, nu onder de naam 'Peter Busch und die Bröselmaschine', hoewel ook deze incarnatie niet echt veel zoden aan de dijk wist te zetten. Luister naar het debuut 'Bröselmaschine' (320 kbps, 78 MB), dat 38 jaar later nog maar weinig van zijn ontwapenende, bijna naïeve charme heeft verloren. (Deze keer overigens geen Rapidshare-link, maar een Sharebee-equivalent, die naar vijf downloadopties leidt: Badongo, Zshare, Rapidshare, DepositFiles en MegaUpload. Is dit handig?)

peter | Maandag 04 Mei 2009 at 11:41 pm | krautrock | 3 reacties

Eroc

Toen Joachim Heinz Ehrig (beter bekend als Eroc) in 1975 zijn eerste solo-album uitbracht, was hij zo enthousiast dat hij een groot spandoek maakte met de tekst ''Dies is die erste von 45 Langspielplatten des Drummers von Grobschnitt, Erwerb und bezits auf eigene Gefahr...'' (Oftewel: Dit is de eerste van 45 lp's van de drummer van Grobschnitt. Aanschaf en bezit voor eigen risico...) Eroc was nog jong (23 toen zijn debuut uitkwam) en zat vol grootse plannen en idealen: hij wilde elk jaar een lp uit te brengen, om uiteindelijk in het bejaardentehuis tevreden terug te kijken op een bloeiende carrière.

Met die carrière is het helemaal goed gekomen, met het aantal solo-platen iets minder. De teller is blijven steken op vijf lp's, inclusief een hit in Duitsland (het instrumentale 'Wolkenreise' uit 1980). Grobschnitt stond (en staat) bekend om hun symfonische rockmuziek en multidisciplinaire live-shows met de nodige humor, maar Eroc pakte het solo anders aan. Hij mag dan wel van origine drummer zijn, net zoals Klaus Schulze (die ooit begon als drummer bij Tangerine Dream) heeft hij een grote voorliefde voor allerhande synthesizers en 'Eroc 1' is dan ook een grotendeels elektronische aangelegenheid.

Door sommigen wordt Erocs debuut beschouwd als een essentieel krautrockalbum, maar zover zou ik niet willen gaan. De lp zwalkt heen en weer tussen dromerige nummers (zoals het 12 minuten durende 'Kleine Eva', met fijn aanzwellende analoge synths, het toch wel enigszins irritant piepende 'Des Zauberers Traum' en 'Sternchen'), experimentele klanken à la Faust ('Chaotic Reaction' en het bizarre 'Horrorgoll' met door de mangel gehaalde stemmen) en progressieve synthrock (het Gandalf-achtige 'Norderland'). De typische Grobschnitt-humor komt terug in enkele korte samples en (niet zo heel grappige) sfeerschetsen.

'Eroc 1' komt redelijk gedateerd over en is vooral leuk voor wie - net zoals ik – niet genoeg kan krijgen van obscure elektronica uit de jaren zeventig... Luister zelf (320 kbps, 90 MB, inclusief vier best aardige bonustracks).

peter | Donderdag 09 April 2009 at 12:36 am | krautrock | 1 reactie

Günter Schickert (reprise)

In de jaren zestig was Günter Schickert actief in de free jazz-scene in Berlijn en experimenteerde hij er lustig op los in uiteenlopende gezelschappen en ellenlange jamsessies. In zijn vrije tijd sleutelde hij aan zijn eerste lp 'Samtvogel', die in 1974 in een kleine oplage zou verschijnen. Op het album ontwikkelde Schikcert een geheel eigen stijl van gitaarspelen: hij stapelde laag op laag en voegde er een heleboel echo- en geluidseffecten aan toe, waardoor het allemaal uiterst bezwerend klonk. 'Samtvogel' werd een jaar later opgepikt door het prestigieuze krautrocklabel Brain en op een wat grotere schaal verspreid.

Zo'n beetje in diezelfde tijd richtte Schickert het trio GAM op, met gitarist Axel Struck en percussionist Michael Aleska (met wie hij lang uitgesponnen, freaky spacerock maakte) en werkte hij korte tijd als roadie voor Klaus Schulze. In 1979 zag Schickerts tweede solo-album 'Uberfallig' het licht, waarop hij zijn bijzondere gitaartechniek verder uitdiepte. In de jaren die volgden legde hij zich toe op muziek voor theaterproducties en bracht hij regelmatig albums uit, die hun weg naar de liefhebbers vonden, maar door het grote publiek nagenoeg niet werden opgemerkt.

Tijd dat daar eens verandering in komt. Bijzonder aan 'Samtvogel' is dat nagenoeg alles wat je hoort (afgezien van wat stemmen), bestaat uit gitaarklanken, die grondig door de mangel zijn gehaald. Als je niet beter wist, zou je denken dat je naar aanzwellende kosmische sequencers zit te luisteren. Opener 'Apricot Brandy' is een beetje raar, het ruim 16 minuten durende 'Kriegsmaschinen, Fahrt Zur Hölle' behoorlijk psychedelisch en lichtelijk kosmisch, maar het hoogtepunt wordt gevormd door 'Wald', dat de hele kant B in beslag neemt en hypnotiserend en machinaal pulseert in de beste Tangerine Dream-traditie en je meeneemt op een bijzonder wazige trip...

Overigens deed Manuel Göttsching op zijn lp 'Inventions for electric guitar' (1975) ongeveer hetzelfde, hoewel hij het wat meditatiever aanpakte en niet zoals Schickert aan het roeren was in de psyche van het universum zelf. 'Samtvogel' is nooit op cd verschenen, maar deze prima vinyl-rip biedt gelukkig uitkomst (80 MB, 256 kbps).

peter | Zaterdag 28 Maart 2009 at 12:19 am | krautrock | Reageer

Esa Kotilainen

Hoog tijd voor weer eens een vergeten pareltje uit de geschiedenis van de elektronische muziek: 'Ajatuslapsi' van de Fin Esa Kotilainen (1946). De lp verscheen in 1977 op het label Love Records, dat talloze Finnen kennis liet maken progressieve rock en andere rariteiten. Kotilainen had naam gemaakt in de progrockformaties Wigwam en Neum en werkte als sessiemuzikant voor onder andere Tasavallan Presidentti, Jukka Tolonen en Nils-Aslak Valkeapää.

In 1974 liet hij voor een bedrag van 6100 Finse marken een Minimoog overkomen uit Duitsland, een bedrag waar je in die tijd een auto voor kon kopen. Hij was de eerste Fin die tal van synths in zijn studio had staan en werd dan ook vaak ingeschakeld om geluidseffecten en rare geluiden te maken voor films (zoals de komedie 'Viu-hah-hah-taja' (1974) van Spede Pasanen) en reclamespotjes.

Voor zijn solodebuut liet Kotilainen zich niet alleen inspireren door de vervreemdende synthesizertapijten van Tangerine Dream en Klaus Schulze, maar ook door het controversiële boek 'The Third Eye' (1956), van de Engelsman Cyril Hoskin, die beweerde dat de geest van de Tibetaanse monnik Lobsang Rampa in zijn lichaam huisde. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de muziek op 'Ajatuslapsi' geen lichte kost is. De A-kant wordt in beslag genomen door 'Unisalissa' (oftewel 'In de hal der dromen'): de eerste vijf minuten zijn ingeruimd voor dreigende orgelklanken, die na een minuut of vijf gezelschap krijgen van 'Phaedra'-achtige, hallucinerende sequencers. Tot zover niets aan de hand, maar dan gooit Kotilainen er een jengelende Arabische melodielijn in, om het nummer af te sluiten met een accordeon en de kantele, een traditioneel Fins snaarinstrument. Op de B-kant staan twee tracks: 'Avartuva nδkemys' ('De geest opent zich'), een buitenissige geluidscollage, en het bijna meditatieve 'Ilmassa' ('In de hemelen') met ijle Mellotron- en orgelklanken.

'Ajatuslapsi' is misschien niet zo meeslepend en 'toegankelijk' als de lp's van Tangerine Dream uit de jaren zeventig, maar juist dankzij de bescheiden insteek en de subtiele folkloristische elementen, weet Kotilainen te verrassen. Het album verscheen in een bescheiden oplage van 500 exemplaren en is eigenlijk nooit opgemerkt door het grote publiek. Luister naar een alleszins acceptabele vinyl-rip (224 kbps, 45 MB).

En voor wie het zich afvraagt: Kotilainen houdt zich de laatste jaren voornamelijk bezig met folkmuziek en de comeback van Wigwam.

peter | Maandag 26 Januari 2009 at 10:16 pm | krautrock | Reageer

Zanov

In 1976 kwam Jean Michel Jarre op de proppen met de lp 'Oxygène'. Een baanbrekend album, waarmee hij in één klap zijn naam vestigde. Je zou verwachten dat Frankrijk zich net zoals Duitsland zou ontpoppen tot hofleverancier van prima elektronische muziek, maar eigenlijk viel dit nogal tegen. Misschien had ook Frankrijk te lijden onder de aanzwellende punkrevolutie en stonden de neuzen van de recensenten een heel andere kant op.Toch waren heel even alle ingeredienten voor een bloeiende elektronische scene aanwezig.

Gelijktijdig met Jarre's 'Oxygène' verscheen namelijk de lp 'Green Ray' van Zanov (oftewel Pierre Zalkazanov). Het album bevatte drie lange tracks, die nauw aansloten bij de sfeervolle, bij vlagen beklemmende muziek van Klaus Schulze (en dan met name diens 'Timewind' uit 1975) en het vroege werk van Tangerine Dream. Waar Jarre het min of meer in de 'poppy' hoek zocht, ging Zanov de kosmische diepte in. De analoge sequencers ronken en bonken dat het een lieve lust is, terwijl in de bijna twintig minuten durende afsluiter 'Running Beyond A Dream' het gas wordt teruggenomen en je bijna verdrinkt in surrealistische klanktapijten.

Opvolger 'Moebius 256 301' (1977) is iets toegankelijker, maar eveneens ijzersterk: de drie korte tracks schurken tegen popmuziek aan, terwijl in de afsluitende twee lange nummers de sequencers en synthsolo's alle aandacht opeisen. Na een stilte van vijf jaar verscheen in 1982 de lp 'In Course of Time', dat de inmiddels vertrouwde analoge klanken liet horen.

Het opvallende is dat Zanov vervolgens van de aardbodem verdween en er nagenoeg niets over hem bekend is. Zijn albums zijn nooit op cd uitgebracht en inmiddels gezochte collector's items. Luister naar een prima vinyl-rip van 'Green Ray' (66 MB, 224 kbps). Onmisbare kost voor de liefhebber! Overigens: als je ook de andere lp's wilt horen, laat gerust een reactie achter.

peter | Donderdag 10 April 2008 at 12:28 am | krautrock | 7 reacties

Nacht en ontij

In 1968 kon het allemaal niet op voor Boudewijn de Groot (1944). Hij had enkele grote knallers op zijn naam staan (waaronder 'Een meisje van zestien', 'Welterusten meneer de president' en 'Land van Maas en Waal'), zijn nieuwe album 'Picknick' bevatte de hit 'Meester Prikkebeen' (een duet met Elly Nieman) en langzamerhand groeide hij uit tot de stem van zijn generatie. Boudewijn zelf was echter niet zo tevreden met de richting die zijn carrière nam en zocht naar iets nieuws. Hij verbrak de samenwerking met vaste tekstschrijver Lennaert Nijgh en zijn begeleidingsgroep, gaf te kennen niet meer live te willen optreden, en dook de studio in met onder andere Cuby & The Blizzards-gitarist Eelco Gelling om het eens in het Engels te proberen. Het resultaat, de single 'In Your Life' onder de noemer Tower, was redelijk succesvol. Tegelijkertijd schreef hij samen met oud-studiegenoot Lucien Duzee teksten voor zijn nieuwe album 'Nacht en ontij' (1968).

Voor deze lp gooide hij het roer radicaal om. Oor's Pop Encyclopedie omschrijft het als 'een mystiek en pretentieus album dat hem van zijn publiek vervreemdt'. En bijzonder was het zeker. Waren de teksten van Lennaert Nijgh bij vlagen al cryptisch, voor 'Nacht en ontij' doen De Groot en Duzee er nog een flinke schep bovenop. Het album opent met het nummer 'Babylon'. Geroezemoes weerklinkt, klassieke klanken zwellen aan en na een minuut valt Boudewijn in: ''Meisjes wachten nachten / op de god Sjalomon Ra, / de draak bewaakt Ophelia / die in de laan der leguanen / met jasmijn onder platanen / terugdenkt aan Antarctica.'' De rest van het album wordt in beslag genomen door het briljante en intrigerende 'Heksen-sabbath' (deel 1 en deel 2), dat ruim 25 minuten duurt.

Lees meer »

peter | Zondag 09 Maart 2008 at 3:10 pm | krautrock | 8 reacties