Platenbeurzen

Vaste prik, minstens twee keer per jaar: de Mega Platen & CD Beurs. Een gigantische hal in de Utrechtse Jaarbeurs gevuld met vele duizenden lp’s, cd’s, (cd-)singletjes en allerhande muziekparafernalia. Een aantal jaar geleden schreef ik al een handige survival guide voor wie overweegt een platenbeurs te bezoeken en de afgelopen editie van de Mega Platen & CD Beurs inspireerde mij tot het volgende lijstje. Oftewel: Acht Dingen Die Stom Zijn Aan Platenbeurzen. Aanvullingen zijn welkom!

(En o ja, voor de slechte verstaander: de soep wordt niet zo heet gegeten, dus lees dit met een korreltje zout…)

1. Mannen (het zijn altijd mannen) die met grote, uitpuilende rugzakken over de bakken met platen en cd’s hangen en zich zo breed mogelijk hebben gemaakt. En het je onmogelijk maken om zelf een blik te werpen.

2. Mannen die door de bakken met lp’s gaan en tegelijkertijd scherp in de gaten houden wat jij door je vingers laat gaan - bang dat ze een koopje of bijzonder item mislopen.

3. Mannen die elke hoes bekijken alsof ze voor het eerst een lp of cd in handen houden en uitgebreid en bijzonder traag de cover en tracklisting bekijken - ook als het gaat om Alle 13 Goed-verzamelaars of Abba-albums. Terwijl jij alleen maar even snel door de bakken wilt gaan.

4. Standhouders die hun cd’s met het hoesje naar voren hebben neergezet en niet met het ruggetje naar boven, zodat je verplicht bent om alles door te spitten. En als ze wél met de ruggetjes naar boven staan, staat het merendeel verkeerd om, zodat je je nek moet verdraaien om de titels te kunnen lezen.

5. Mannen die het niet zo nauw nemen met persoonlijke hygiëne en een bijna tastbaar geurspoor achterlaten. Of gewoon niet zo vaak buiten komen.

6. Prijzenstickers die zich met geen mogelijkheid laten verwijderen zonder de hoes te beschadigen (bij voorkeur door een flink stuk karton mee te trekken). Ook als je ze er heel voorzichtig af probeert te peuteren na eerst de lijm te hebben verwarmd met een aansteker.

7. Logisch, voor een zeldzame Russische persing van het eerste Kraftwerk-album moet je diep in je portemonnee tasten. Maar vaak wordt nogal hoog ingezet. De eerste cd van Valensia voor 30 euro? Klaus Schulzes Timewind-lp voor 35 euro? Een heruitgave van Joy Division voor 40 euro? Gekkigheid. Of beter gezegd: wat de gek ervoor geeft. Deze gek dus niet.

8. Mannen die van die mini-platenspelertjes hebben meegenomen om alles eerst uitgebreid te gaan beluisteren, met een hoop lawaai en misbaar. Om vervolgens te besluiten dat ze het singletje toch niet gaan kopen.

Araglin | Maandag 09 Mei 2016 at 4:52 pm | overpeinzing | 2 reacties
Gebruikte Tags: ,

Playlist: Metal

In de categorie ‘duh!’: uit Spotify-data blijkt dat metal het genre is met de trouwste fans. De muziekdienst stelde een aantal grafiekjes op waarin per land werd gekeken naar de populairste genres (Nederland staat er helaas niet bij). En wat bleek? Metal staat steevast in de top tien van de meest beluisterde genres en is wereldwijd het populairst. Spotify stelde een lijst samen met klassieke metalbands (waaronder Metallica, Slayer, Judas Priest, Iron Maiden, Sepultura, Pantera, Cradle of Filth en Anthrax) en keek hoe vaak deze werden gestreamd. Heel vaak dus. Vaker dan popartiesten of rappers.

Niet zo heel gek. Er worden vaak gekscherend dingen geroepen als ‘metal for life’ en ‘true metal never dies’ – maar eigenlijk is dat gewoon echt zo. Toen ik jong was (ahum) luisterde ik naar Cradle of Filth en Iron Maiden en dat doe ik nog steeds af en toe. Het opmerkelijke is juist – zoals Noisey al signaleerde – dat dit als iets opmerkelijks wordt beschouwd. Tjonge, is metal zo populair? Zijn al die metalheads niet opgegroeid en overgeschakeld op ‘normale’ muziek? Nee dus. Metal is normale muziek en een stuk interessanter dan de muziek van pak ‘m beet Taylor Swift, waar je wél over heen groeit (ik heb niets tegen Taylor Swift overigens).

Het geinig die grafieken ook zijn, Spotify lijkt zich niet al te zeer met genres bezig te houden, maar veeleer met stemmingen. In een recente update is een belangrijke rol weggelegd voor playlists die zijn bedoeld voor bepaalde ‘moods’ en activiteiten. Onder de noemer ‘Feest’ vind je bijvoorbeeld ‘Huis Fuif’ en ‘De Kroegploeg’, gevuld met uiteenlopende artiesten als Jan Smit, Ke$ha en Gossip. Onder de rubriek ‘Focus’ tref je bijvoorbeeld de playlist ‘Intense Studying’ aan, met filmmuziek van Yann Tiersen en de cellosuites van Bach. “Het is de bedoeling dat Spotify een soort ritueel wordt”, aldus Spotify-topman Shiva Rajaraman. “Je gebruikt het bij bepaalde gewoontes en langzamerhand zullen we elk onderdeel van je dag van muziek voorzien.”

Het mes snijdt aan twee kanten: artiesten worden sneller ontdekt en vaker gedraaid (en verdienen dus meer), en de luisteraar krijgt muziek voorgeschoteld die hij of zij zelf niet zo snel op zou zetten. Het nadeel is dan weer dat veel van deze nieuwe artiesten one-hit wonders zijn. Muziek wordt een accessoire; het wordt voor artiesten moeilijker een loyale fanbasis op te bouwen, om nog maar te zwijgen over albums. Die zijn niet meer relevant en worden vervangen door op maat gemaakte playlists. Met andere woorden: je besteedt het zoeken naar muziek uit – en ik weet niet zeker wat ik daar nu van moet vinden.

Araglin | Donderdag 04 Juni 2015 at 10:27 pm | overpeinzing, Standaard | Reageer

Muzikale tips

Ik heb één groot probleem met Spotify: er gebeurt niets als je het opstart. Je moet eerst bedenken naar wie of welk genre je wilt luisteren en dit vervolgens in- of aanklikken. Nu is dit meestal geen probleem, maar het duurt vaak even voordat ik iets van mijn gading of stemming heb gevonden. Op Spotify staan meer dan 20 miljoen tracks, maar slechts een zeer bijzonder klein percentage wordt daadwerkelijk beluisterd; ongeveer een vijfde is nog nooit gestreamd. Het is dan ook geen wonder dat artiesten vaak mopperen op de muziekdienst - zie maar eens op te vallen tussen het gigantische aanbod.

Je zou denken dat Spotify alles op alles zou zetten om gebruikers op het spoor te zetten van nieuwe artiesten of genres. Immers: hoe meer luisteraars, hoe beter. Toegegeven, de dienst probeert het wel, maar het is huilen met de pet op. Zo krijg je op je startpagina playlists voorgeschoteld die zijn gerangschikt per stemming (‘Morning Tea’, ‘’t Koffiehuis’ en dergelijke). Jammer genoeg zijn die niet alleen een jaar oud, maar bevatten ze ook artiesten die ik helemaal niet wil horen als ik rustig aan wakker worden ben.

Het overzicht met nieuwe releases dan? Prima idee, maar als je deze lijst wekelijks updatet met slechts vijf nieuwe albums schiet het niet op. De aanbevelingen op basis van beluisterde artiesten? Een beetje muziekliefhebber kan de suggesties ook zelf wel verzinnen. ‘Omdat je naar Kraftwerk hebt geluisterd raden we je Jean Michel Jarre aan.’ Joh!

Tot voor kort was het voor derden mogelijk om apps voor Spotify te maken. De cd-recensies van Nu.nl en Pitchfork waren bijvoorbeeld in Spotify te lezen. Handig, want je kon direct doorklikken naar het desbetreffende album. Het klassieke muzieklabel Harmonia Mundi maakte een app waarmee je door honderden jaren muziekgeschiedenis kon bladeren en de Last.fm-app stelde muzikale suggesties voor op basis van eerder beluisterde muziek. Na de laatste Spotify-update zijn deze apps echter spoorloos verdwenen. Spotify wil zich nog nadrukkelijker gaan richten op mobiel gebruik. En wie via zijn mobiel of tablet naar Spotify luisterde, had sowieso geen toegang tot deze apps.

Ik maak nu een jaar of vijf gebruik van Spotify en zal ongetwijfeld een hele hoop data over mijn luistergedrag hebben gegenereerd. (Waar je overigens zelf niet bij kunt. Spotify laat weliswaar zien naar welke artiesten en genres je het vaakst luistert, maar niet hoe vaak.) Is het nu echt zo moeilijk uit deze databrij zinvolle informatie te destilleren? Nieuwe releases van artiesten die je eerder hebt beluisterd? Playlists die wél de moeite waard zijn? Aanbevelingen die je op het spoor zetten van iets nieuws, zonder te vervallen in de meer van hetzelfde-valkuil? Artiestenspecials die je door hun oeuvre loodsen? De mogelijkheden zijn eindeloos.

Maar aan de andere kant ('elk nadeel hep immers z'n voordeel'): zo heb ik wel een excuus om obscure muziektijdschriften te kopen.

En voor wie het zielig vindt voor al die artiesten wiens muziek virtueel stof staat te vergaren, breng eens een bezoekje aan Forgotify, waar je muziek krijgt voorgeschoteld die nog niet eerder is gestreamd. To boldly go…

Araglin | Dinsdag 07 April 2015 at 3:27 pm | overpeinzing, Standaard | Reageer
Gebruikte Tags:

Vinylcomeback

Bij mijn plaatselijke Media Markt stonden ze allemaal netjes naast elkaar. De standaard digipack (17 euro), het doosje met de cd en dvd (27 euro), het doosje met de cd en de Blu-ray (32 euro) en de dubbel-lp (37 euro). Misschien was het toeval, maar in de paar minuten dat ik als een aasgier boven de uitgestalde muziekkarkassen vloog, zag ik drie, vier mensen de dubbel-lp van Pink Floyds ‘The Endless River’ onder hun arm steken en zich naar de kassa begeven.

Grappig. De meest ouderwetse variant is het populairst én het duurst. En dan moet je het ook nog stellen zonder de extra’s.

Het is illustratief voor de ‘vinylcomeback’ waar iedereen zo vol van is - hoewel de lp nooit weg is geweest, maar dit terzijde. In Nederland werden vorig jaar bijna 700.000 lp’s verkocht. Ter vergelijking: in 2011 waren dat er nog slechts 300.000. De lp is inmiddels goed voor bijna tien procent van de totale omzet in de fysieke muziekmarkt. Maar goed, dat is nog altijd ‘slechts’ 7,6 miljoen euro. De cd is toch echt verantwoordelijk voor het merendeel van de overige 68,4 miljoen euro. (En voor wie het zich afvraagt: de totale omzet van de muziekmarkt in Nederland, dus inclusief streaming en downloads, bedroeg in 2013 130,2 miljoen.)

In Engeland zijn de cijfers nog florissanter: dit jaar zullen er 1,2 miljoen lp’s zijn verkocht. Het is voor het eerst sinds 1997 dat er zo veel vinyl over de toonbank is gegaan. Maar als je wat dieper in de cijfers duikt, blijkt het wel mee te vallen. Vinyl blijft een niche product, dat verantwoordelijk is voor slechts 2 procent van de totale Engelse muziekmarkt.

Waarom wordt de lp dan beschouwd als de redder van de muziekindustrie? Om te beginnen valt er aan een lp simpelweg meer te verdienen. Ik heb geen onderzoek gedaan naar de gemiddelde vinylprijs, maar heb zo het zeer sterke vermoeden dat die best hoog is. En dat zou ook best eens kunnen gelden voor de leeftijd van de gemiddelde vinylkoper (ik gok op +35), die dergelijke bedragen probleemloos neertelt.

Lp’s zijn namelijk cool. Door vinyl in huis te halen, laat je zien dat je een échte muziekliefhebber bent. Je maakt expliciet zichtbaar waarnaar je luistert. Een lp is de perfecte interieuraccessoire. Door nieuw vinyl in huis te halen, bevestig en benadruk je je imago.

Dat is ook de reden waarom je voor de dubbel-lp van ‘The Endless River’ 37 euro betaalt. Je betaalt niet voor de plaat, maar voor wat je ermee wilt uitstralen en laten zien. Het daadwerkelijke draaien is eigenlijk niet zo heel belangrijk. De meeste nieuwe lp’s komen met een downloadcoupon, waarmee je de mp3’tjes kunt downloaden of de muziek kunt streamen, zonder de lp uit de hoes te hoeven halen. Het is een rare paradox: je geniet van vinyl, zonder van vinyl te genieten. En dat is ook de reden waarom er in de Vinyl Top 50, de wekelijkse ‘lp-hitlijst’ van Nederland, zoveel klassiekers staan: albums van Nirvana, Portishead, Led Zeppelin, U2 enzovoort. De platenlabels zijn ook niet gek; zij kennen hun kopers.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben dol op vinyl en het snuffelen naar vergeten synthesizerklassiekers. En natuurlijk zijn er nog vinylliefhebbers, die het liefste hun collectie compleet willen hebben of zich hebben gespecialiseerd in een niche. En dat het Haarlemse Record Industry, de grootste vinylperserij van Europa, dit jaar maar liefst 5,4 miljoen platen fabriceerde (in 2013 waren dat er 3,8 miljoen), is goed nieuws. Maar het blijft marginaal. Vinyl als laatste der (fysieke) Mohanikanen...

Araglin | Dinsdag 16 December 2014 at 12:36 am | overpeinzing | Reageer
Gebruikte Tags: ,

Tweedehands

Je kunt zeggen over de cd wat je wilt, maar feit is dat het wel een heel democratisch medium is. Alle doosjes lijken op elkaar en of het nu gaat om een obscuur easy listening-orkestje, een keelzanger uit Mongolië of een live-album van Jan Smit, als je je bevindt in een ruimdenkende platenzaak, betaal je voor alles ongeveer hetzelfde. Dat geldt opmerkelijk genoeg niet voor lp’s. Nieuw lopen de prijzen al behoorlijk uiteen, maar als je kijkt naar tweedehands vinyl lijkt het wel alsof er geen rem opzit.

Ik struin regelmatig door de tweedehands bakken in Plato Utrecht. Alle cd’s kosten zo rond de vier euro, terwijl de lp’s schommelen tussen de 1 en 10 euro. Grappig genoeg komt er bij de aanschaf van vinyl namelijk ook enig… muzikaal snobisme kijken. Je hebt de afdeling met platen voor 1 euro (onderverdeeld in ‘pop/rock’ en ‘klassiek’), de sectie met singletjes voor een habbekrats en dan is er nog het gedeelte met de A-selectie: de platen vanaf 4 euro.

In de eurobak vind je lp’s van onder anderen Robert Longs (heel veel exemplaren van ‘Vroeger of later’), Flairck, Neil Diamond, vergeten jaren tachtig-artiesten en de onvermijdelijke ‘Alle 13 Goed!’-verzamelaars. De A-selectie bevat de ‘goede’ muziek. Of althans, de artiesten die door Plato als goed worden gezien. In de schappen staat muziek van Michael Jackson, The Clash, Roxy Music, Madonna en noem het maar op. Opvallend is dat er ook binnen deze categorie kennelijk een verschil in kwaliteit is; lp’s van bijvoorbeeld U2 (‘The Joshua Tree’), The Cure (‘Seventeen Seconds’) of Fleetwood Mac (‘Rumours’) kosten een tientje.

Het lijkt een beetje willekeurig allemaal; ‘Bat Out Of Hell’ of ‘Brothers In Arms’ - toch ook albumklassiekers – gaan voor een paar euro over de toonbank. Kennelijk is de status of credibility van een artiest of band bepalend voor de prijs – Joy Division is hipper dan Robert Palmer, en Robert Palmer weer hipper dan Spandau Ballet en dus vijf euro duurder. Dit hele prijzenstelsel staat of valt natuurlijk met je muziekkennis én je persoonlijke smaak.

Zo stuitte ik op ‘Don’t Let Me Be Misunderstood’ (1977) van Santa Esmeralda. Een discoklassieker van jewelste. Op de lp was een sticker geplakt waarop iemand met de hand had geschreven: ‘Bekend van Quentin Tarantino’s Kill Bill!’ En waarschijnlijk was dat ook de reden waarom je 7,50 voor het album moest neertellen. Gekkigheid.

Toen ik enkele minuten later afzakte naar de koopjesafdeling kwam ik ‘Gypsy Woman’ (1978) van Leroy Gómez op het spoor - nog zo’n discoknaller, hoewel deze wat minder bekend is geworden. Vreemd eigenlijk, want Gómez was eind jaren zeventig erg populair als frontman en zanger van… Santa Esmeralda, hoewel dat op zijn solodebuut ‘Gypsy Woman’ nergens staat vermeld. In ieder geval, een koopje voor slechts 50 cent.

Even later rekende ik mijn stapeltje lp’s af en stond op het punt een opmerking te maken over de wisselende prijzen, toen ik me bedacht. Iets met slapende honden en wakker maken – zul je zien dat ik over een tijdje opeens de volle mep moet betalen voor albums van Andreas Vollenweider, Bert Kaempfert, Ad Visser en Klaus Wunderlich, die ik nu met kilo’s tegelijk naar huis sleep. Nee, laat anderen maar bepalen wat ‘goede’ (lees: dure) muziek is…

Araglin | Maandag 10 November 2014 at 5:04 pm | Standaard, overpeinzing | 3 reacties
Gebruikte Tags: , ,

Obsessie

Lastig. Wordt het de gewone cd voor een gunstig prijsje? Of de dubbel-cd met bonus tracks? De luxe editie met extra cd én dvd? Of de dubbel-lp met downloadcoupon? De speciale aanbieding waarbij je er ook nog een T-shirt bij krijgt?

Na afloop van het alleraardigste concert van Delain stond ik te dubben wat ik nu precies zou gaan kopen. Naast me stonden twee fans aandachtig de tracklisting van de luxe editie te bestuderen. Welke extra nummers stonden erop? 

Ik sloeg aan het mijmeren. Want je zou denken dat juist de fans moord en brand schreeuwen; goedkoop is het immers allemaal niet. Maar nee, het enige gemopper dat je hoort gaat over het feit dat de luxe edities al zijn uitverkocht. Of waarom er geen gekleurd vinyl is.

Muziekliefhebbers hebben namelijk de neiging om door te slaan. Muziek is voor hen geen hobby, maar een obsessie.

Je hebt ze in ruwweg drie soorten. Om te beginnen zijn er de liefhebbers die het allemaal niet zo nauw nemen; het gaat immers om de muziek. En of ze nu de originele lp, een reissue, een cd of mp3’tje beluisteren, het is ze om het even. Dan zijn er de liefhebbers die graag compleet willen zijn; ze pluizen discografieën op Discogs of Allmusic na en slaan aan het verzamelen.

Vervolgens is het kleine stap om naast de reguliere studioalbums en de liveregistraties, ook de singletjes en de verzamelalbums in huis te halen. De bootlegs, gelimiteerde hebbedingetjes en andere parafernalia kunnen er dan in één moeite door ook nog wel bij. En voor je het in de gaten hebt, loop je met een geobsedeerde blik in je ogen rond op de Mega Platen- en CD-beurs in de Utrechtse Jaarbeurs, op zoek naar dat ene ontbrekende item. Wie alles al heeft, stort zich op buitenlandse persingen (of versies van álle persingen) en exemplaren in mint condition.

Een aparte categorie wordt gevormd door de liefhebber die het fysieke product heeft afgezworen en zijn heil digitaal zoekt. Een complete discografie is weliswaar binnen een oogwenk te downloaden, maar een bitrate van 128 kbps is natuurlijk niet voldoende. 320 kbps? Ha, wav- of FLAC-bestanden moeten het zijn! Inclusief hi-res scans van de hoesjes.

Het is overigens grappig (ahum) om te zien dat de meest fervente liefhebbers ook degenen zijn die het minst met muziek hebben. De zeldzame, bijzondere exemplaren worden luchtdicht bewaard in speciale hoesjes, waar ze - helaas - nooit meer uitkomen.

Ik zie mezelf als een simpele liefhebber die graag zo veel mogelijk wil luisteren. En anno 2014 gaat de muziek boven de drager. Ik bedoel, of je nu de lp, de cd of de mp3’tjes opzet of streamt via Spotify, YouTube, SoundCloud of whatever, het maakt allemaal niet zo veel meer uit. Al die verschillende versies hebben weinig nut. Hoewel een lp natuurlijk wel erg fijn vasthoudt.

En welke Delain-versie ik uiteindelijk heb gekocht? De luxe editie met alles erop en eraan natuurlijk.

Araglin | Woensdag 09 Juli 2014 at 7:18 pm | overpeinzing | Reageer
Gebruikte Tags: , ,

Arie en Bach

Je kunt er lang over ouwehoeren, maar Arie Boomsma is gewoon een uomo universale, hij is het prototype van de ideale mens. Hij heeft overal verstand van: Arie is spiritueel, gespierd, dol op poëzie en schrijft zelfrelativerende romans. Alsof dat nog niet genoeg is, blijkt hij ook nog van klassieke muziek te houden. En omdat Bekende Nederlanders dat nu eenmaal doen, schrijf je daar natuurlijk een boekje over – in dit geval samen met Thierry Baudet.

‘Van Bach tot Bernstein met Boomsma en Baudet’ is een gezellig bladerboekje over klassieke muziek zoals er zo veel zijn, met componistenbiografietjes, leuke feitjes en luistertips. Als je bijvoorbeeld niet weet wat je moet opzetten tijdens een romantisch diner met kaarslicht, schiet Arie Boomsma te hulp (luister in dat geval naar ‘Pianokwintet in f-klein’ van Brahms). Wie gaat voor de volledige Boomsma-ervaring, kiest natuurlijk voor het pakket met tien cd’s met toepasselijke thema’s als ‘Rustige Zaterdagochtend’, ‘Tijdens Het Sporten’, ‘Tijdens Het Koken’ en ‘Mijmerend De Avond Door’ (en nee, ik verzin dit niet).

Hoeveel instapboekjes over klassieke muziek (al dan niet geschreven door een BN’er) kan een mens tot zich nemen? Want niet alleen Boomsma en Baudet schotelen je allerlei leuke feitjes voor, ook onder anderen Paul Witteman en Tijl Beckand doen een duit in het componistenzakje. “We willen dat de drempel om klassieke concerten te bezoeken omlaag gaat. Om van klassieke muziek te houden hoef je er niet veel van te weten, grijs haar te hebben of netjes gekleed te gaan”, aldus Thierry Baudet.

Dat kan allemaal wel zo zijn, maar ik vraag me af of een boekje de meest aangewezen manier is om klassieke muziek aan de man te brengen. Hoe het dan wel moet? Goede vraag. Misschien door de prijzen van de kaartjes flink naar beneden te schroeven, alle stoelen weg te halen, de muzikanten een spijkerbroek aan te laten trekken en door luidkeels te juichen na elk nummer?

Of wacht, door meer initiatieven zoals dat van de Nederlandse Bach Vereniging? In 2021 bestaat de vereniging honderd jaar en in de aanloop naar dit jubileum is de site All of Bach in het leven geroepen. Wekelijks wordt op de site een handvol werken van Bach online gezet, om uiteindelijk in 2021 een compleet Bach-oeuvre te kunnen presenteren - 1080 composities, oftewel 160 uur muziek. De eerste stukken staan inmiddels online.

En het wachten is nu tot Arie Boomsma een van zijn vele andere talenten voor het voetlicht brengt. Balletdansen, schilderen, tuinieren…

Araglin | Dinsdag 13 Mei 2014 at 12:17 am | klassiek, overpeinzing | Reageer
Gebruikte Tags: , ,

Recensies

‘Waarom schrijf je eigenlijk geen concertrecensies voor je weblog? Volgens mij doe je daar veel mensen een veel plezier mee.’ We stonden in de Amsterdamse Melkweg te wachten totdat countryster Eric Church het podium zou betreden. Collega Jeroen was op dreef. ‘Neem nu dit concert: Church vult in zijn thuisland Amerika moeiteloos stadions; hier is nog geen eens de Melkweg uitverkocht. Dat is een uniek haakje voor een recensie!’ ‘Dat kan wel zo zijn’, antwoordde ik, ‘maar punt is dat concertreviews helemaal niet leuk zijn om te schrijven. Ik heb er de afgelopen jaren talloze getikt en ben er wel zo’n beetje klaar mee. Want weet je wat het is –’ En juist toen ik op stoom begon te komen, sprong Eric het podium op voor een – zo bleek anderhalf uur later – geweldig concert en werd dit onderwerp in de kiem gesmoord.

Gelukkig heb ik een weblog.

Concertreviews zijn leuk voor ruwweg twee groepen mensen: zij die bij het concert aanwezig waren en zij die er graag bij hadden willen zijn. Hoe groter de artiest in kwestie, hoe meer concertgangers en hoe groter de (potentiële) lezersaantallen en vice versa. Nu ben ik dol op concerten, maar er over schrijven is minder leuk. Grappig genoeg is dit wel iets wat van een muziekjournalist wordt verwacht; zijn of haar core business is het schrijven van cd- en concertrecensies. Ik sta om de paar dagen wel bij een of ander concertje en moet er niet aan denken om iedere keer een recensie te moeten tikken. Zo spannend is het meestal niet (zonder overigens afbreuk te doen aan de kwaliteit van een optreden) en als je er een paar hebt getikt, heb je het trucje wel door. Bovendien: een objectieve concertreview is een illusie.

Vorig jaar was ik bij Jamie Lidell in Paradiso. Het was een topconcert. Na afloop stuitte ik op een uitgebreid verslag waarin het optreden bijzonder grondig de grond in werd geboord. Ik vroeg me af of de recensent en ik hetzelfde hadden gezien. Kort daarna las ik een review waarin dit optreden de hemel in werd geprezen. Het is maar net wat je verwacht. Ben je sowieso fan? Of gewoon nieuwsgierig? Toevallig komen aanlopen zonder enige voorkennis? Heb je bepaalde ideeën over hoe het perfecte concert eruit moet zien? Of hanteer je onuitgesproken maatstaven waaraan een optreden moet voldoen? Moet je als recensent rekening houden met je lezers en het medium waarvoor je schrijft?

Vrijdag stond ik bij het Amerikaanse of Montreal in Tivoli de Helling. Ik vond er niet zo veel aan. Wat me vooral is bijgebleven is de afgetrainde torso van zanger Kevin Barnes – tijdens het optreden vroeg ik mezelf voortdurend af of hij ook zijn broek zou uitrekken. Het publiek had het echter prima naar zijn zin. En terecht waarschijnlijk, want ik had ter voorbereiding alleen vluchtig hun laatste album beluisterd.

Een concertrecensie wekt gevoelens op van opluchting (‘oef, goed dat ik toch niet ben gekomen’), jaloezie (‘shit, had ik nu maar kaartjes geregeld’) of frustratie (‘maar zo was het helemaal niet!’). Achterafgevoelens, waar je – als je het mij vraagt – niet zo heel veel aan hebt…

Araglin | Dinsdag 11 Maart 2014 at 11:20 am | overpeinzing | 3 reacties
Gebruikte Tags: ,

Downloaden

Hoe zit het nu eigenlijk met het downloaden van muziek. Wat mag wel en wat niet? Of mag het nu helemaal niet meer? Om maar gelijk van start te gaan: het downloaden van muziek is legaal in Nederland. En dat geldt ook als de bron overduidelijk illegaal is. Als je bijvoorbeeld stuit op het nieuwe Mike Oldfield-album Man On The Rocks (dat officieel pas op 28 februari uitkomt), mag je het downloaden zonder bang te hoeven zijn dat er copyrightagenten op de deur komen bonken.

Als je muziek downloadt via The Pirate Bay (of soortgelijke sites die werken volgens het zogenoemde het BitTorrent-protocol), ben je echter wèl in overtreding. The Pirate Bay werkt via het principe ‘voor wat hoort wat’: als je iets downloadt, ben je hetzelfde bestand ook aan het uploaden. En het uploaden (oftewel het openbaar maken) van muziek is volgens de Nederlandse wet verboden. Wie een album uploadt, is strafbaar. Sterker nog: als ik in dit stukje een link zou plaatsen naar de nieuwe Mike Oldfield. ben ik strafbaar. Ook het linken naar muziek wordt namelijk beschouwd als een openbaarmaking.

De vraag is hoe lang het linken nog strafbaar is. Het Europees Hof van Justitie oordeelde op 13 februari dat het plaatsen van een link niet strafbaar is, mits de oorspronkelijke uploader toestemming heeft van de rechthebbende(n). In de praktijk is dit laatste niet of nauwelijks te controleren. De kans is groot dat deze uitspraak van het Europees Hof ook in Nederland zal gaan gelden. En om het nog verwarrender te maken: het downloaden (en uploaden) van films, series, games en software is sowieso verboden.

Stichting BREIN, dat de belangen van rechthebbenden beschermt, voert sinds 2010 strijd met providers als Ziggo, KPN en XS4ALL over de doorgifte van The Pirate Bay. Aanvankelijk met succes. Begin 2012 werd Nederlandse surfers de toegang tot de Pirate Bay ontzegd. In januari oordeelde de rechter echter dat een blokkade van de torrentsite ‘niet effectief’ is en werd de blokkade weer ongedaan gemaakt. Er zijn volgens het Haagse gerechtshof betere manieren om auteursrechtinbreuk door torrentsites een halt toe te roepen. Bovendien is het volgens het hof niet aan de Nederlandse providers om het downloaden via torrents te stoppen.

Lees meer »

Araglin | Woensdag 12 Februari 2014 at 11:54 pm | overpeinzing, interessant | Reageer
Gebruikte Tags: ,

Een verloren modegeneratie

Liepen mannelijke rockmuzikanten in het verleden nog rond met getoupeerd haar en strakke broeken die de piemels goed deden uitkomen, tegenwoordig zie ik voornamelijk ruitjeshemden en slobberige spijkerbroeken - en die doen niets goed uitkomen. Houthakkershemden maskeren vooral dikke buiken. Niet dat ik nu vol overgave pleit voor meer piemels op een podium, maar toch.

Zo stond ik een paar dagen terug bij de finale van een Utrechtse bandwedstrijd en tjonge, het leek alsof willekeurige bezoekers op het podium waren gesprongen en achter de microfoons hadden plaatsgenomen. Wat een treurnis. Addy van den Krommenacker zou zich omdraaien in zijn - o, wacht. Waarom nu niet gewoon even een kek jasje aangetrokken? Of voor mijn part geen jasje. Van een beetje fluorescerende glitterverf op de borst is per slot van rekening niemand slechter geworden. Maar nee, het was saaiheid troef. Gelukkig had ik zelf een strakke broek aan. 

En terwijl ik besloot een biertje te halen, vroeg ik me af hoe dit er nu allemaal zo was ingeslopen. Heeft het misschien te maken met het Maaiveld-syndroom of wordt het spreekwoord ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ wat te letterlijk genomen? Of misschien durft men simpelweg niet meer, uit angst om belachelijk te worden gemaakt? 

Waarschijnlijk heeft het te maken met grunge en de jaren negentig: wie in dat decennium is opgegroeid (en nu op het podium staat), weet gewoonweg niet beter. Door in hun dagelijkse kloffie het podium te beklimmen, lieten groepen als Nirvana, Soundgarden en Pearl Jam (zie foto linksboven) zien dat je je als rockmuzikant helemaal niet hoeft op te doffen. Bah.

Hopelijk laat de toekomstige generatie rockmuzikanten wél hun piemels zien.

arnold | Dinsdag 08 Mei 2012 at 11:37 am | overpeinzing | 3 reacties
Gebruikte Tags: ,