Rieu-mania

Een paar weken geleden las ik een wat ouder nummer van het Amerikaanse muziekvakblad Billboard, toen ik tot mijn grote verbazing én bewondering op een 21 pagina’s tellende André Rieu-special stuitte. De Limburgse violist werd pagina na pagina enthousiast bewierookt, waarbij de schetterende loftrompetten niet van de lucht waren en tal van kleurrijke advertenties zijn eer bezongen.

Nu heb ik met zijn muziek niet zo heel veel, maar ik heb wél ontzettende bewondering voor de manier waarop Rieu zich de afgelopen jaren onvermoeibaar op de kaart heeft gezet, waarbij hij bovendien alles strak in de hand en in eigen beheer houdt  - met als voorlopig hoogtepunt de gigantische replica van het Weense slot Schönbrunn, waarmee hij over de wereld toert en moeiteloos gigantische stadions in Amerika en Australië uitverkoopt.

En ook in Nederland is de status van André Rieu zo groot dat hij eisen kan stellen, die eigenlijk nogal buitensporig zijn. Zo gaf Rieu twee weken geleden een aantal concerten aan het Vrijthof in Maastricht. En als André een concert geeft, neemt hij geen halve maatregelen: het hele Vrijthof werd afgesloten en alle terrasjes, cafeetjes en zelfs de McDonalds waren niet toegankelijk als je geen kaartje had. Enkele uren voordat het concert zou beginnen, nam Rieu alvast de aankondigingen in het Duits en Engels op - die zouden er laten tussen worden gemonteerd voor de (bijzonder professionele) concertregistraties bestemd voor Duitsland en de bioscoopvertoningen in Australië. Respect!

Ook popjournalist Leon Verdonschot kijkt vol bewondering toe hoe de Limburger de wereld verovert. In een column (annex brief aan André Rieu) voor Nieuwe Revu schrijft hij: ''Ik stond ooit in een cd-zaak in Milwaukee en daar had u uw eigen vakje. Dan ben je er wel. Ik keek toen naar al die hoesjes van u, en dacht: allemaal zelf gedaan, zelf verdiend, onder uw eigen rare voorwaarden. Eigenlijk is dat de essentie van punk. En bent u dus wat Nigel Kennedy had willen zijn: de grootste punker ter wereld, met een viool.''

En zo is het maar net.

Araglin | Maandag 26 Juli 2010 at 11:06 pm | Overpeinzing | 2 reacties

Goed of slecht

Er bestaat kennelijk zoiets als een 'goede muzieksmaak'. Of, beter geformuleerd: 'een muzieksmaak die stilzwijgend door iedereen als goed wordt beschouwd'. Of, weer anders gezegd: 'verantwoorde muziek waar je mee voor de dag kunt komen'.

Dat bepaalde artiesten worden beschouwd als 'goed' heeft vooral te maken met de invloed van zogenaamd toonaangevende media en critici. Ik zou niet direct willen zeggen dat iedereen elkaar maar achterna holt en van de ene hype in de hype in de andere duikelt, maar - ach, eigenlijk wil ik dat wel gewoon zeggen. Interessanter is het om juist te kijken naar een 'slechte' smaak.

Velen verwarren een 'slechte smaak' met een 'foute smaak', hoewel ook dit begrip aan inflatie onderhevig is. Radiozender Q-Music timmert bijvoorbeeld aan de weg met talloze 'foute verzamelaars', waarop je suf gedraaide hits van onder meer Modern Talking, Village People en Marianne Rosenberg aantreft. Leuk natuurlijk, maar fout? Deze nummers vallen eerder in de categorie 'o dit vond ik vroeger zo leuk, maar daar kan ik nu met goed fatsoen niet meer mee aankomen, maar als ik nu zeg dat het cult is, dan heb ik een excuus om ongegeneerd mee te zingen.' Een verkapte vorm van jeugdsentiment dus.

Een slechte muzieksmaak bestaat niet. Hooguit een 'andere' smaak - hoewel het verleidelijk is om een smaak die mijlenver van die van jou is verwijderd met de nodige minachting te behandelen. Om nog maar te zwijgen van het op de loer liggende snobisme...

Een van mijn buren een paar huizen verderop is bijvoorbeeld een enthousiast en openlijk liefhebber van hardhouse (beter bekend als gabber), die hij afwisselt met Nederlandstalige meedeinmuziek van onder anderen Peter Beense, Frans Duijts en Wolter Kroes. Natuurlijk, als hij het weer eens op zijn heupen krijgt (en dat komt gelukkig slechts sporadisch voor), rol ik met mijn ogen als mijn Haydn-strijkkwartetten rücksichtslos overstemd worden door gebeuk, geknars of langgerekte Jordanese uithalen. En vanzelfsprekend denk ik dan: sjesses, wat een infantiele muziek. Maar andere kant: als die Gabber Piet daar blij van wordt, prima toch?

Je zou een betoog kunnen voeren over de intentie van muziek of over het feit dat voor sommigen muziek vanzelf slecht wordt als iedereen het leuk vindt, maar da's weer een heel ander verhaal. Een muzieksmaak kan rijpen, een andere richting inslaan of juist stollen, maar hij is van origine neutraal. Het is net zoals bij de chaostheorie: alleen al door waar te nemen verander je het waargenomene. En als je het hebt over muziek, is het ook nog van belang wie waarneemt...

Araglin | Zaterdag 24 Juli 2010 at 01:01 am | Overpeinzing | 1 reactie
Gebruikte Tags: , , ,

Superhits

In NRC Handelsblad van dinsdag 25 mei las ik vanochtend (ja, ik loop een dag achter) een ogenschijnlijk interessant stuk over de gefragmenteerde muziekcultuur anno 2010. Thimon de Jong - cultuurwetenschapper en onderzoeksdirecteur bij het commerciële onderzoeksbureau TrendsActive - schrijft: ''Dit jaar kunnen de eerste jaren nul-feesten georganiseerd gaan worden. De vraag is alleen welke evergreens daar gedraaid gaan worden. Er is namelijk iets raars aan de hand in de muziekindustrie. Er zijn deze eeuw geen evergreens meer bijgekomen die wereldwijd door jong en oud kunnen worden meegezongen, gefloten of geneuried. Een kleine zelftest: noem één internationale superhit van de afgelopen vijf jaar. Precies.''
 
De Jong vervolgt met de constateringen dat de populaire cultuur sterk is gefragmenteerd en geïndividualiseerd en dat muziekliefhebbers hun muziek downloaden of beluisteren via diensten als Last.fm of Spotify. Maar toen was ik met mijn gedachten al afgedwaald. Want hoezo zijn er geen superhits meer die iedereen kent? Dat kan alleen maar iemand zeggen die tot zijn ontsteltenis merkt dat hij geen idee meer heeft wat er op één staat in de hitlijsten en nostalgisch terugverlangt naar zijn jeugd toen er nog échte muziek werd gemaakt. Thimon de Jong (1977) rolt zo te lezen zijn eerste dertigersdip binnen, want alleen als je de afgelopen vijf jaar in een grot hebt geleefd, kun je bijvoorbeeld ‘Viva la vida’ (2008) van Coldplay, Mika’s ‘Grace Kelly’ (2007) of ‘Pokerface’ (2008) of ‘Just Dance’ (2009) van Lady GaGa niet meefluiten - of je nu in Nederland, Indonesië of Groenland woont.
 
Het gaat niet goed met de hedendaagse muziek en de subculturen van jongeren van nu, zo schrijft De Jong, lichtelijk van de hak op de tak springend: ''Radio wordt steeds minder voor nieuwe muziek beluisterd en de Top 40 is op sterven na dood. Jongerenzender MTV zendt al jaren geen muziek meer uit overdag en heeft ook geen eigen hitlijsten meer. […] Daarnaast zijn er geen nieuwe muziekstijlen meer. […] De snelle verspreiding van informatie en de enorme invloed van marketing hebben deze eeuw de subcultuur een mokerslag toegediend. […] Door een beginnende subcultuur onmiddellijk de mainstream in te trekken, sterft de subcultuur in wording een vroegtijdige dood. Bij gebrek aan iets eigens grijpen veel jongeren nu terug op een subcultuur uit het verleden zoals punk, gothic, gabber of emo. Ze geven er vaak wel een eigen draai aan door een kleine vernieuwing door te voeren, maar in de basis zijn dit oude subculturen.''
 
Niet alleen wordt er nog wel degelijk vernieuwende en verrassende muziek gemaakt (denk bijvoorbeeld aan artiesten als Dvar of Sopor Aeternus, die bovendien sneller dan ooit een publiek kunnen bereiken), De Jong valt in de valkuil die hij paradoxaal genoeg zelf heeft gegraven. Hij houdt namelijk vast aan het concept 'subcultuur' zoals dat in zijn jeugd (en eerder) gangbaar was. Subculturen zijn juist dankzij internet bevrijd van hun rigiditeit en overstijgen landsgrenzen, leeftijd en sociale achtergrond. Hoe sympathiek het waarschijnlijk allemaal is bedoeld, het lijkt wel alsof Thimon zijn jeugd neemt als maatstaf en peinzend gadeslaat hoe anders (en verkeerd!) het er tegenwoordig aan toegaat.
 
Zijn conclusie luidt namelijk: ''Is het verdwijnen van de superhit een probleem? Ja. Muziek is een te belangrijk onderdeel van onze cultuur om het zonder evergreens te stellen. Jongeren hebben behoefte aan collectieve cultuurbeleving. […] Een evergreen is een onderdeel van de populaire cultuurgeschiedenis en staat voor een specifiek moment, met een eigen connotatie en een eigen gevoel. Doordat jongeren de helden van hun ouders remixen en mash-uppen, blijven zij hangen bij oude evergreens. Dus: tijd om ermee te stoppen. Laten we alle muziek uit de vorige eeuw net zo oubollig maken als de jaren vijftig supersterren Frankie Carle, Jo Stafford en Guy Mitchell. Dan komt er hopelijk ruimte voor nieuwe muziek, die vervolgens volledig stukgedraaid kan gaan worden.''

Je kunt je afvragen waarom jongeren niet meer mogen teruggrijpen naar het verleden, maar dat is een andere discussie. Het is niet meer zozeer de vraag waarnaar je luistert, als wel hoe je luistert en op welke manier je omgaat met een aanbod dat zijn weerga niet kent. Thimon de Jong heeft het over individualisering en bloedeloze recycling, maar ziet niet wat de wereld anno 2010 is geworden (of althans, behoorlijk hard naar op weg is): een kruisbestuivende netwerkgemeenschap.

Wie nieuwsgierig is geworden, het complete artikel vind je op de NRC-site.

Araglin | Woensdag 26 Mei 2010 at 12:12 pm | Interessant, Overpeinzing | 6 reacties

Over (paas)eieren

Er zijn eivormige eieren en niet-eivormige eieren. De eerste soort hoeft niet door een dier gelegd te zijn, en mag bijvoorbeeld van chocolade of marsepein zijn. Bij de tweede soort is er de voorwaarde dat hij in een dier gegroeid is.

Een woord als eivormig is eigenlijk een vaag woord, want als een krokodil een vierkant ei legt, is het toch een ei, maar toch weet iedereen wat eivormig betekent. In feite zou je het vogeleivormig moeten noemen. Of misschien wel kippeneivormig. Want echte eieren, zoals paaseieren, worden gelegd door kippen. Een ei van een reptiel of een schildpad is geen paasei. Je ziet nooit een paaskrokodil met een mandje eieren op zijn rug. Om over een Stegosaurus maar te zwijgen. Toen de dinosauriërs eieren legden, bestond het woord ei nog niet eens. En Pasen bestond ook nog niet.

In de kunstwereld zijn eieren ook favoriet. Ze symboliseren zogenaamd alles wat te maken heeft met vruchtbaarheid. 'Nest met ei', zo heet dan een opgevouwen stuk ijzer. Ook zijn er de Japanse eikunstenaars die allemaal figuren in de schaal zagen en ze versieren met steentjes en edelmetalen. In Australië kun je emoe-eieren kopen, die half doorgezaagd zijn, met een bruidspaar of een kangoeroe erin.

Maar het zijn vooral de surrealistische kunstenaars die niet zonder eieren kunnen. Salvador Dalí heeft tijdens zijn leven duizenden eieren geschilderd. Zoals in het werk 'Oeufs sur le plat'. Een geometrische figuur met daarop een bord en twee gebakken eieren tegen een soort postmoab-achtergrond. Eieren bevrijd uit hun eivormige pantser, en gebakken in het sputterende vet.

Er zijn weinig dingen zo onvruchtbaar als een gebakken ei, en er zijn weinig dingen zo niet eivormig als een gebakken ei. Toch weet Dalí de essentie te raken van het ei zoals het diep in het menselijk onderbewuste genesteld ligt. Vooral als je honger hebt.

(Uit: 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raapleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes. Ennuhh... vrolijk pasen!)

Araglin | Zondag 04 April 2010 at 11:54 am | Overpeinzing | Reageer
Gebruikte Tags: ,

Muziek als reclame

De cd was al afgeschreven en nu is ook de (betaalde) muziekdienst aan de beurt. Althans, dat beweert Bob Pitmann, de Amerikaanse zakenman die in de jaren tachtig onder meer muziekzender MTV oprichtte. Pitmann: ''Artiesten moeten hun muziek gebruiken om een merk te bouwen, zodat geld kan worden verdiend aan concerten en merchandising. Misschien moeten ze een sponsor vinden, die hun laatste album voor een miljoen dollar koopt en het wegschenkt.''

Pitmann: ''Echte fans zullen zich verontwaardigd tonen omdat hun idolen geen geld meer zullen verdienen aan de verkoop van hun liedjes. Maar zo gaat het vandaag al in onder meer China, waar het businessmodel van de toekomst reeds actief is. 99% van alle gedownloade muziek in het land is illegaal; 85% van de cd's - ook in de winkels- zijn piraatexemplaren. Chinese artiesten, zelfs de mateloos populaire groep Yu Quan, hebben begrepen dat ze geen geld zullen verdienen door plaatjes te verkopen, maar dat de inkomsten zullen voortvloeien uit sponsordeals, reclameboodschappen en vooral concerten. Platenmaatschappijen? Auteursrechten? Laat me niet lachen. Niet in China.''

De oplossing? Het zogeheten 360 graden-model, dat op mijn log al diverse keren eerder de revue passeerde. Een artiest tekent geen contract voor een of meerdere albums bij een label, maar een totaalcontract. Een concertpromotor als Live Nation houdt zich niet alleen bezig met het uitbrengen van de muziek van de gecontracteerde artiesten, maar ook met de merchandise, de tournees, promotie, het sluiten van deals met game-ontwikkelaars en noem het maar op. En dat legt Live Nation geen windeieren: vorig jaar bedroeg de omzet 4,2 miljard dollar, 12,6% meer dan een jaar eerder.  Volgens Pitmann zal een dergelijk model binnen nu en de komende tien jaar gemeengoed worden. Artiesten geven hun muziek gratis weg, als lokkertje voor hun optredens of juist om potentiële adverteerders werven. Muziekwinkels, al dan niet in digitale vorm, zullen volgens Pittman niet meer bestaan.

Mja, dit kan allemaal wel zo zijn, maar altijd als ik dergelijke verhalen hoor, krijg ik de indruk dat de desbetreffende visionair vooral kijkt naar grote en gevestigde namen. Natuurlijk, ik geloof best dat artiesten veel geld kunnen verdienen aan optredens, maar wat als je net begint en nog naam moet maken en nog lang niet in staat bent om volle zalen te trekken? Of als je je bezighoudt met niet al te populaire genres of muziek die zich maar lastig live ten gehore laat brengen? Of als je weigert een dergelijk (wurg?)contract te ondertekenen? Daar hoor je dan weer niemand over. (Bron)

Araglin | Maandag 15 Februari 2010 at 12:14 am | Overpeinzing | Reageer
Gebruikte Tags: