Alles kan een mens gelukkig maken (door: Guus Middag)

Hoe schrijf je een goede liedtekst? Er zijn regels voor, maar een tekst die zich keurig aan de regels houdt, is zelden een sterke tekst. Het geheim zit vaak in een gril, een rare wending – of zelfs een fout. Die zorgen voor levendigheid. Rijmdwang dient volgens de boekjes altijd vermeden te worden, maar ik ken een lied met een joekel van een rijmdwangrijm erin dat toch heel bekend is geworden.

Het ontstaan van dat lied is trouwens ook een voorbeeld van hoe het volgens de boekjes niet moet. Het is het verhaal van de toen, in 1989, nog vrij onbekende, in het Engels zingende René Froger. Hij wilde meedoen aan een project van twaalf artiesten die twaalf nieuwe liedjes van Henk Temming en Henk Westbroek zouden zingen. Maar hij kreeg van zijn label geen toestemming. Een Nederlandstalig lied zou zijn nog prille Engelstalige carriere schaden. Later mocht het alsnog, maar toen was het voor hem geschreven lied al door iemand anders overgenomen. Temming en Westbroek schreven snel een nieuw lied, Froger moest het meteen inzingen, en hij was ook nog eens verkouden die dag. Toch werd het een van de grootste Nederlandstalige hits uit de geschiedenis.

Iedereen denkt dat het 'Een eigen huis' heet, maar de officiële titel is 'Alles kan een mens gelukkig maken'. En, dat zie je ook wel vaker bij bekende meezingers, eigenlijk weet niemand precies waarover het gaat. Iedereen denkt dat het de vlot vertelde succesbabbel is van een Amsterdamse vrije jongen. Hij is goed terechtgekomen en vertelt nu enigszins patserig over zijn leven leven zonder zorgen: ''Ik kan niet zeggen dat ik iets tekortkom. / Geen idee, geen benul wat de smaak van honger is. / Als ik geen zin heb om te koken, / dan loop ik even naar de markt voor een moot gebakken vis.'' Verder nog problemen? Nee hoor. ''Als ik morgen geen zin heb om te werken, / dan stel ik al het werk tot overmorgen uit.'' Handige jongen, met overal zo zijn mannetjes. ''En als de kleuren van m'n huis me irriteren, / dan vraag ik of de buurman het vandaag nog overspuit.''

Het komt er allemaal lekker makkelijk uit rollen. En er lijkt voorlopig geen vuiltje aan de lucht. Zo zet het refrein in: ''Een eigen huis, een plek onder de zon.'' De zanger heeft het goed voor elkaar, maar hoe zit het van binnen? Ook daar geen problemen. De zinnen lopen lekker: ''En altijd in de buurt die van me houden kon.'' Daar zijn we dan bij de rijmdwang. De dichter had haast, de zanger ook. Het moest rijmen op ''onder de zon'', dus toen werd het maar iemand in de buurt ''die van me houden kon''. Het klinkt raar. 'Kon' is hier geen verledentijdsvorm; het betekent 'zou kunnen', maar dan nog klinkt het raar. De bedoeling was: 'en altijd iemand in de buurt die heel erg van me houdt'. Dan had de dichter iets anders moeten verzinnen voor de regel ''een plek onder de zon''. Zo moeilijk had dat niet hoeven zijn ('een plekje zo vertrouwd', 'de badkranen van goud', 'de keuken duur verbouwd'), maar daar was blijkbaar geen tijd meer voor.

Intussen zit het lied nog steeds op een wending te wachten. De zanger heeft zijn zaakjes mooi voor elkaar, maar hij zal daar toch niet een heel lied over door blijven zingen? Na de rare rijmdwangregel komt zijn probleem eindelijk op tafel: ''Toch wou ik dat ik net iets vaker, / iets vaker simelweg gelukkig was.'' Hij mag dan alles hebben, hij kan er blijkbaar niet van genieten. Er is geld en er is liefde genoeg, en toch ontbreekt er iets: simpel geluk.

In het tweede couplet herhaalt hij nog maar een keer dat alles goed gaat. Zijn ouders leven nog, hij heeft een fijne jeugd gehad en er zijn geen financiële problemen. Luxe anno 1989: ''Vandaag kocht ik mijn derde videorecorder, / van nu af aan is er dus geen programma dat ik mis.'' Maar in het refrein speelt weer het gebrek aan simpel geluk op. Hoe nu verder?

Het lied eindigt met een duidelijke moraal. De zanger, met zijn drie videorecorders, is eindelijk tot inkeer gekomen. Als een dominee wendt hij zich nu tot ons: ''Ja, alles, alles kan een mens gelukkig maken.'' Hij bedoelt niet echt 'alles'. Hij bedoelt: het allereenvoudigste. ''Een zingende merel'' kan zo'n bron van geluk zijn. Of: ''de geur van de zee''. Of: ''de zon die doorbreekt''. Niemand zal het tegenspreken. Het is een brave les, uit de mond van een Amsterdamse vrije jongen: eert het kleine en onaanzienlijke. De muziek wordt dwingender, het volume zwelt aan. Er volgt nog één voorbeeld, uit volle borst, bij concerten van Froger vaak door een heel stadion meegezongen. Het is de mooiste slotuithaal uit de Nederlandse liedgeschiedenis. Daarmee wordt het grootste rijmdwangrijm uit de Nederlandse liedgeschiedenis in één klap goedgemaakt. Het moest rijmen op ''de geur van de zee''. Op operavolume: ''een vers kopje thee!''

(Guus Middag, 'Alles kan een mens gelukkig maken', eerder verschenen in Onze Taal, september 2008, pagina 253.)


peter Zondag 22 Maart 2009 at 01:01 am | | 80s

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam te voorkomen, vraag ik je vriendelijk om de volgende vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.