Relaxen met Dikke Dennis

Zo hèhè. Is me dat onthaasten of niet?! Ik was afgelopen anderhalve week vrij en had wilde plannen: alle tijd om te loggen, cd's te recenseren, te twitteren en wat dies meer zij. In theorie dan, want in de praktijk kwam hier niet zo veel van terecht en heb ik eigenlijk vrij weinig zinvols uitgevoerd - heerlijk! Zo heb ik eindelijk eens Mark Ververs 'Ik heb nergens spijt van' gelezen, het vuistdikke boekwerk over het leven van Dennis Overweg. Beter bekend als Dikke Dennis, de kleurrijke Amsterdamse ex-taxichauffeur, ex-skinhead, piercer, tatoeëerder (zie Tattooshop 666) en notoir cocaïnegebruiker.

Ik kende hem natuurlijk als boegbeeld en vaste 'stadionspeaker' van rockband Peter Pan Speedrock. Beroemd en berucht was het moment waarop Dennis het podium beklom tijdens een Peter Pan Speedrock-concert om 'Schoppenaas' te brullen, zijn weergaloze versie van Motörheads 'Ace of Spades' – om halverwege het nummer vaak al zijn kleren uit te trekken, naakt over het podium te rollen, zijn microfoon wegkoppend, om tot slot enthousiast het publiek in te springen (hier een mp3'tje). Voor de argeloze zapper is hij wellicht beter bekend van de Telfort- en Hans Anders-reclamespotjes, zijn optredens in de Nachtsuite en de talloze programma's waarvoor hij wordt gestrikt.

Nu voert het misschien wat ver om mijn leven als saai te bestempelen, maar tijdens het lezen van de lijvige biografie (of beter gezegd: een gedetailleerde beschrijving van bijna één jaar uit het leven van Dikke Dennis), bekruipt me wel het gevoel dat ik maar weinig meemaak. Het grappige is dat Mark Verver (1969) geen seconde probeert om objectief te blijven en eigenlijk zelf gewoon meespeelt. Verver gaat met Dennis mee naar concerten en festivals, een begrafenis, schoolreünie en hangt rond in de tattooshop van Dikke Dennis in Amsterdam, alwaar hij met iedereen een gesprek aanknoopt, variërend van klanten en dealers, tot ex-vriendinnen en gemeentelijke inspecteurs. Het duurt even, maar op een gegeven moment verandert Mark Verver van 'de schrijver van dat boek' tot een goede vriend, die volledig in vertrouwen wordt genomen.

Een voorbeeldje; ik citeer:

Ze kijken elkaar eens aan. De blik van de een blijft even haken in die van de ander.
Dennis krijgt een ingeving.
''We gaan neuken,'' zegt hij tegen Samora. ''Ik ga je neuken in bed, en hij gaat ernaast zitten en opschrijven wat we zeggen.''
Daar moet Samora heel hard om lachen.
''Zeg dat nog eens, Dennis?'' vraag ik.
''Ik ga d’r nu neuken, in bed, jij gaat ernaast zitten op een stoel en schrijft precies op wat we zeggen.''
Tot verbazing van misschien ook wel Dennis, zegt Samora: ''Kom op dan, nu.''

Het leest allemaal lekker weg, hoewel Verver ervoor heeft gekozen om nagenoeg alle gesprekken bijna letterlijk uit te schrijven en dat is na een tijdje best vermoeiend – vooral ook omdat de gespreksonderwerpen meestal niet al te veel om het lijf hebben. Tegelijkertijd is dat de grote charme van het boek, dat aanvankelijk doelloos naar een open einde lijkt te dobberen. Maar dan is daar het verlossende eindgesprek met ex-vriendin Karin, de moeder van zijn puberende zoon Nick en nog altijd de vrouw van zijn leven en blijkt Dikke Dennis onder zijn lange-leve-de-lol, destructieve imago (tekenend is het potje met ondefinieerbare bloederige onderdelen dat Dennis in de loop der jaren uit zijn neus heeft gevist) een hart van goud te hebben. Of, in zijn eigen woorden: ''Maar ik heb er vertrouwen in dat jij goed schrijft. Dat als iemand het boek uit heeft, die dan denkt: nou, het is best een goede gozer.''

Mark Verver, ''Ik heb nergens spijt van. Het leven van Dikke Dennis'', Strengholt United Media, oktober 2008.

arnold Donderdag 29 Oktober 2009 at 12:19 am | | review
Gebruikte Tags: ,

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam te voorkomen, vraag ik je vriendelijk om de volgende vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.