Arnold Schönberg

Aan het begin van de 20ste eeuw hadden sommige componisten het wel zo'n beetje gehad met de muziek van die tijd en de traditionele manier van componeren. Met name Oostenrijker Arnold Schönberg (1874-1951) vond het hoog tijd worden voor iets nieuws. Hij zocht de grenzen van de muziek op en rommelde enthousiast met toonladders en niet voor de hand liggende noten. Aanvankelijk was zijn muziek nog geworteld in een romantische traditie (met echo's van Mahler en Strauss), maar zo rond 1900 begon Schönberg rond te wandelen op paden die nog niemand had betreden; zijn composities stonden in geen enkele toonsoort ('atonaal') en klonken nogal raar – alsof alle noten een plekje waren versprongen. Hij sleutelde een aantal jaar aan deze techniek en besloot op een gegeven moment helemaal af te stappen van de traditionele compositieleer.

Schönberg gebruikte wiskundige en logische regels om te bepalen waar welke noten moesten komen. Deze muziek is bekend geworden als twaalftoons muziek of seriële muziek. Klinkt ingewikkeld, maar het komt er op neer dat een toon pas mag terugkomen als eerst de elf andere chromatische tonen aan de beurt zijn geweest. Als je bijvoorbeeld op de piano van de ene C naar de andere C gaat, sla je alle zwarten toetsen over. Discriminatie, vond Schönberg. In zijn manier van werken krijgen alle noten tussen C en C een gelijkwaardige behandeling. Dat het dan allemaal niet zo lekker meer klinkt, tja, so be it. Verder besloot Schönberg dat als hij eenmaal een C had gebruikt, hij deze noot niet meer mocht gebruiken voordat alle elf andere noten aan de beurt waren gekomen. En zo verzon hij nog meer regels; zo mocht deze serie van twaalf noten ook achterstevoren gespeeld worden.

Leuk om over te lezen, maar niet bijzonder boeiend om naar te luisteren. Dan is 'Verklärte Nacht' uit 1898 interessanter; Schönberg stoeide met avant-gardistische denkbeelden (zonder daarbij de atonale grens over te steken – nóg niet), en stopte het stuk vol met extreme modulaties en dissonanten, zonder te verzanden in raar gedoe. Luister zelf (28 MB, Berlin Philharmonic Orchestra onder leiding van Herbert von Karajan).

peter Woensdag 04 Oktober 2006 at 11:53 pm | | klassiek

twee reacties

Een atonaal stuk als “5 orchesterstucke op.16” is daarentegen ook een puik stukje werk anders. “Verklarte nacht” is ook wel oke, maar ik ga toch liever voor zijn twaalftoonsmuziek. Overigens is seriele muziek niet hetzelfde als twaalftoonsmuziek. Hoewel de serialisten de twaalftoonstechnieken als basis gebruikten, zetten zij werkelijke alles in series, ook klankleur, ritme en zo. Dat deed Schonberg niet. De muziek van de serialisten vind ik bij tijd en wijle ook wel een beetje kut, maar de tweede Weense school laat ik me goed smaken.
Mischien moet je je eens verdiepen in Edgard Varese, hoewel iets me bijstaat dat je dat al kent.

Kratarknathrak, - 05-10-’06 01:08

Dit klinkt misschien stom, maar welke wiskundige en logische regels gebruikte Schönberg. Ik heb mijn profielwerkstuk namelijk voor een gedeelte over Schönberg en ik kan nergens iets vinden over deze wiskundige regels

foreveracookie, - 27-01-’13 13:15
(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam te voorkomen, vraag ik je vriendelijk om de volgende vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.