Dans
Je noemt stilstaan geen experimenteel lopen. Je noemt een papegaai geen experimentele leeuw. Maar ongeveer alles wat er tijdens een festival voor moderne dans op een podium gebeurt, mag experimentele dans heten. Dansen is zo'n woord waarvan de betekenis duidelijk lijkt, totdat mensen het gaan doen. Ritmisch bewegen op muziek wordt dansen genoemd. Maar niet al het dansen is ritmisch bewegen op muziek. Met geslepen schaatsen over het ijs bewegen, of met een boomtak in je hand door het hoge gras springen. Dat kan ook dansen zijn.
Dansen heeft te maken met resonantie, 'Iets' wat de klokken 'gelijkzet'. Denk aan een zwerm spreeuwen die zich als een hoger organisme door de lucht beweegt. Of aan een school vissen die als een wolk door het water danst. Als de ritmes van je lichaam, zoals de hartslag en de ademhaling, gaan resoneren met muziek, of met een andere kosmische energie – om het zo maar eens te noemen – dan is het dansen. Dansen gaat het best op muziek. Als je veel mensen bij elkaar zet, en je wilt ze allemaal tegelijkertijd laten springen, kun je afspreken dat je tot drie telt, en dat ze dan springen. Je kunt ook een houseplaat opzetten. Je zult merken dat de eerste methode niet werkt, dat het een zooitje wordt. Dat er altijd een paar mensen net te vroeg, of te laat springt. De tweede methode werkt daarentegen perfect. Met behulp van dwingende muziek is het goed mogelijk om een menigte als één organisme in beweging te zetten.
Natuurlijk kan je ook in je eentje dansen, zolang je je maar overgeeft aan de muziek, of wat dan ook. Als er maar een vorm van resonantie is. En dat geldt ook voor experimentele dans. Mensen die onafhankelijk van alles en iedereen over het toneel bewegen, die dansen niet, maar maken bewegingen. En om dat experimentele dans te noemen is raar. Een soort experimenteel taalgebruik.
(Uit: 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. ISBN 90 468 0036 9. Koop dat boek!)

Geen reacties