Collectie

Een tijdje geleden was ik bij stripwinkel Piet Snot in Utrecht. Ik kom daar wel vaker, dus zo interessant om te melden is dat niet, ware het niet dat achterin de winkel opeens een paar dozen met lp’s stonden. En zoals iedereen weet die wel eens door bakken met lp’s roert: zodra je vinyl buiten zijn natuurlijke habitat van de platenwinkel of –beurs aantreft, stijgt de kans dat er iets interessants tussenzit.

De eerste doos stelde in ieder geval niet teleur: het complete oeuvre van Ultravox (inclusief de soloalbums van Midge Ure), Visage, Spandau Ballet en wat progressieve rock. Niet slecht, dacht ik, toen ik een doosje opschoof. En terwijl mijn mond langzaam openviel, flapperde ik door de lp’s. Hans-Joachim Roedelius, Michael Bundt, Peru, Edgar Froese, Earthstar, Eroc, Adelbert von Deyen, Carlos Guirao, Deuter, Pillion, Michael Garrison – mijn onderkaak lag inmiddels op de grond. Kennelijk had iemand zijn complete collectie synthesizermuziek van de hand gedaan. Een liefhebber zo te zien; alles zag er piekfijn uit. Van sommige artiesten had ik alleen vaag gehoord, laat staan dat ik ooit een lp van hen in handen had gehad.

‘Bijzondere collectie, vind je niet?’ zei de verkoper, toen ik mijn stapeltje voor een bijzonder zacht prijsje afrekende. ‘Zijn ze eigenlijk nog wat waard?’ 
‘Nou’, antwoordde ik in alle eerlijkheid, ‘het is inderdaad een fijne verzameling, maar wel heel specifiek: elektronische muziek uit de periode 1974-1984. Ik denk niet dat de markt heel groot is voor dit genre. Ik bedoel, lp’s van Kraftwerk, Joy Division of U2 uit die periode gaan voor behoorlijke bedragen over de toonbank. Maar deze? Tja, dan moet je er echt mee de hort op.’ 
‘Het zijn de platen van een vaste klant van ons, die helaas na een slopende ziekte is overleden. Zijn weduwe heeft gevraagd of wij zijn strips wilden verkopen. En misschien in één moeite door ook zijn lp’s. Ik heb er niet zoveel verstand van, maar zei tegen haar: zet maar neer, misschien verdien je er nog een paar euro’s aan.’

En terwijl ik naar huis ging met een flinke tas vinyl en een gemengd gevoel, gebeurde er iets wat ik niet had verwacht. Ik werd hebberig. De daaropvolgende weken haalde ik in batches en in alle stilte de verzameling van de muziekliefhebbende stripverzamelaar in huis. Want hoewel het aantal liefhebbers van kosmische analoge muziek weliswaar klein is, ken ik er wel een aantal…

Maar in ieder geval, ik heb alles nu beluisterd en er zitten talloze geniale albums tussen. Nu kan ik alles klakkeloos rippen en online slingeren, maar in vergelijking met 2004 – toen ik begon met Araglin.nl – zijn de tijden veranderd, vooral op auteursrechtelijk gebied. Het leek me dan ook wel aardig om de artiesten zelfs eens te benaderen en te vragen hoe zij het vinden als ik hun oude werk rip en op YouTube zet (als het daar tenminste nog niet op te vinden is). Te beginnen met het Belgische duo Pillion (bestaande uit Guy Drieghe D. en Walter Christian Rothe), dat in 1980 debuteerde met het prachtige en kosmisch zinderende ‘Enigmas’. Benieuwd hoe zij reageren…

Araglin Zondag 24 Mei 2015 at 12:47 am | | Standaard | Eén reactie
Gebruikte Tags: , ,

Smaak

Als je 33 of ouder bent, luister je niet meer naar nieuwe muziek en ontdek je geen nieuwe artiesten meer. Althans, volgens een onderzoek van Ajay Kalia. Hij onderzocht de luistergewoonten van Amerikaanse Spotify-gebruikers en zijn conclusie is dat luisteraars gemiddeld 33 zijn als ze stoppen met het luisteren naar nieuwe muziek.

Dat je muzieksmaak wordt ‘bepaald’ tussen ruwweg je 15e en 25e was al bekend (ik heb er meerdere keren over geschreven), maar wanneer je precies stopt met het luisteren naar nieuwe muziek en hoe snel dit proces verloopt, was nog niet onderzocht. Ajay Kalia ging aan de slag met de data van Amerikaanse Spotify-gebruikers die hij combineerde met scores van populaire artiesten (gegenereerd door The Echo Nest). Taylor Swift heeft bijvoorbeeld een ‘popularity rank’ van 1 (in januari 2015), terwijl Norah Jones een score heeft van 1000.

De resultaten zijn lichtelijk voorspelbaar: tieners luisteren vooral naar populaire artiesten. Hoe ouder je wordt, hoe minder populair de beluisterde artiesten. Mannen en vrouwen luisteren aanvankelijk naar dezelfde artiesten, maar vanaf hun 20ste luisteren mannen minder naar ‘mainstream muziek’ dan vrouwen dat doen. Verder luisteren mensen met kinderen minder vaak naar populaire muziek dan de gemiddelde luisteraar van dezelfde leeftijd zonder kinderen.

Dit onderzoek werd breed opgepikt, waarbij de kop vaak iets was als de eerste zin van dit stukje. Maar eigenlijk gaat het onderzoek niet zozeer over nieuwe muziek, maar over populaire cq nieuwe artiesten. Op gemiddeld je 33ste stopt menigeen met het uitchecken van nieuwe artiesten, waar de jongere generatie wél naar luistert. En dat wordt voor hen - aanvankelijk althans - het referentiekader.

Nu ben ik misschien niet de meest gemiddelde muziekliefhebber, maar het lijkt me stug dat ik de enige 33-plusser ben die nog dagelijks nieuwe artiesten ontdekt. Het enige probleem is dat het - volgens The Echo Nest - geen populaire artiesten zijn. Om te kunnen beoordelen of je inderdaad stopt met het luisteren naar nieuwe muziek na een bepaalde leeftijd, lijkt het mij dan ook zinvoller om te kijken naar de nieuwe (lees: nog niet eerder beluisterde) artiesten of genres die worden toegevoegd aan je muziekblibliotheek.

Nog interessanter is het om iemands muzieksmaak gedurende een langere termijn te volgen. Hopelijk komt een slimme wetenschapper op het idee om data van gebruikers te monitoren – muziek luister je immers niet alleen via Spotify (en andere diensten), maar ook via YouTube, SoundCloud en tal van andere oplossingen. Het lijkt me overigens stug dat zoiets niet allang in gang is gezet, eigenlijk…

Araglin Vrijdag 15 Mei 2015 at 12:54 am | | interessant | Eén reactie
Gebruikte Tags: ,

Teken van leven

“Als ik dit had geweten, had ik wel meer meegenomen…” De verkoper op de Utrechtse Vrijmarkt keek beteuterd naar het handjevol lp’s op zijn kleedje. “Ik begon de dag met drie bakken vol en moet je nu eens zien!” Ik mompelde instemmend en bestudeerde met een scheef oog de overgebleven platen. Best aardig nog: Alle 13 Goed-varianten, Neil Diamond en een verdwaalde ABBA. “Ik probeerde vanmiddag mijn zoon nog op te bellen om te vragen of wat extra dozen met platen uit de garage mee kon brengen”, vervolgde de man, “maar ik ben bang dat hij zijn roes ligt uit te slapen. Naja, volgend jaar neem ik in ieder geval nog meer mee!”

Dat vinyl in trek is, bleek ook tijdens afgelopen Koningsdag. Het aantal kraampjes met lp’s was bijzonder hoog en de personen die in de bakken wroetten opvallend jong. En helaas gold dat ook voor de prijzen. Gemiddeld 6 euro voor een plaat – en dan nog geen eens een heel bijzondere. Ik heb me jarenlang afgevraagd waar toch al die rommel vandaan kwam die mensen tijdens Koninginnedag en Koningsdag proberen te slijten aan voorbijgangers. Dat moet op een gegeven moment toch wel zo’n beetje opraken? Anno 2015 lijkt dat inderdaad het geval (in Utrecht althans), want het aanbod was eigenlijk best goed. Qua muziek dan. In eerste instantie was ik van plan al mijn aanwinsten gedetailleerd te beschrijven, maar ik denk niet dat daar iemand op zit te wachten. Sterker nog, laat ik eerst maar eens flink wat stukjes gaan tikken, dat is er de afgelopen tijd wegens enorme drukte behoorlijk bij ingeschoten…

Araglin Zondag 03 Mei 2015 at 10:18 pm | | Standaard | Geen reacties

Cijfers

In de categorie ogenschijnlijk saaie, maar interessante cijfers: in vergelijking met 2013 is de omzet van de Nederlandse muziekmarkt afgelopen jaar licht gedaald. De totale omzet van de muziekmaatschappijen in Nederland bedroeg in 2014 bijna 128 miljoen euro; een daling van 1,3 procent in vergelijking met een jaar eerder. 

Ruim de helft (54%) is afkomstig uit fysiek product (cd’s, lp’s en muziek-dvd’s), goed voor een omzet van 69,4 miljoen euro (een daling van bijna 9%). Niet geheel opvallend is het gestegen aandeel van vinyl. Volgens brancheorganisatie NVPI bedroeg de vinylomzet afgelopen jaar 8 miljoen euro (oftewel 11,5 procent van de totale fysieke markt). In 2012 en 2013 was dit nog respectievelijk 6 en 7 miljoen euro. Wel opvallend is dat Nederland vinylkoploper is: wereldwijd is vinyl namelijk verantwoordelijk voor slechts 2% van de fysieke markt. Overigens: de tweedehandsmarkt in lp’s is niet meegenomen in deze cijfers.

De digitale markt (inkomsten uit downloads en muziekstreaming) was in 2014 goed voor 45,7 procent van de totale omzet (58,4 miljoen euro). In 2013 was dit percentage nog 41,6 procent van het totaal. De inkomsten uit betaalde downloads zijn teruggelopen (in 2014 14 miljoen, 10% minder dan in 2013), maar dit werd gecompenseerd door streamingdiensten als Spotify en Deezer; de omzet steeg met 17,2 procent van 37,3 miljoen naar 43,7 miljoen euro. 

Als je de totale muziekomzet in Nederland omrekent naar consumentenbestedingen zou dit bedrag uitkomen op ruim 189 miljoen euro – minder dan vorig jaar, toen de Nederland 191,7 miljoen uitgaf aan muziek. En als je uitgaat van dezelfde percentages betekent dat in 2015 de omzet uit de digitale markt die van de fysieke markt zal overvleugelen. Of de Nederlander moet dit jaar opeens heel veel lp’s gaan kopen, maar dat waag ik te betwijfelen. Je hoeft geen visionair te zijn om te kunnen voorspellen dat over een jaar of vijf de cd is veranderd in een nicheproduct, voorbijgestreefd door de lp, terwijl de betaalde downloads nagenoeg zijn uitgestorven. 

Wereldwijd is dezelfde trend te zien, zo blijkt uit cijfers van de International Federation of the Phonographic Industry (IFPI). De internationale muziekmarkt is in 2014 licht gedaald (0,4 procent) ten opzichte van 2013. De totale omzet was in 2014 wereldwijd 14,97 miljard dollar, 0,4 procent lager dan in 2013. 

Fysiek product en digitaal nemen ieder 46 procent van de omzet voor hun rekening. (En voor wie het zich afvraagt: de overige acht procent zijn inkomsten uit ‘performance rights’ en licentie-inkomsten). Wereldwijd hebben ongeveer 41 miljoen mensen een betaald abonnement op een muziekstreamingdienst – een stijging van 39 procent ten opzichte van 2013. 

En voor wie alles netjes in een schema wil zien: klik.

Araglin Woensdag 15 April 2015 at 12:24 am | | nieuws | Vijf reacties
Gebruikte Tags:

Muzikale tips

Ik heb één groot probleem met Spotify: er gebeurt niets als je het opstart. Je moet eerst bedenken naar wie of welk genre je wilt luisteren en dit vervolgens in- of aanklikken. Nu is dit meestal geen probleem, maar het duurt vaak even voordat ik iets van mijn gading of stemming heb gevonden. Op Spotify staan meer dan 20 miljoen tracks, maar slechts een zeer bijzonder klein percentage wordt daadwerkelijk beluisterd; ongeveer een vijfde is nog nooit gestreamd. Het is dan ook geen wonder dat artiesten vaak mopperen op de muziekdienst - zie maar eens op te vallen tussen het gigantische aanbod.

Je zou denken dat Spotify alles op alles zou zetten om gebruikers op het spoor te zetten van nieuwe artiesten of genres. Immers: hoe meer luisteraars, hoe beter. Toegegeven, de dienst probeert het wel, maar het is huilen met de pet op. Zo krijg je op je startpagina playlists voorgeschoteld die zijn gerangschikt per stemming (‘Morning Tea’, ‘’t Koffiehuis’ en dergelijke). Jammer genoeg zijn die niet alleen een jaar oud, maar bevatten ze ook artiesten die ik helemaal niet wil horen als ik rustig aan wakker worden ben.

Het overzicht met nieuwe releases dan? Prima idee, maar als je deze lijst wekelijks updatet met slechts vijf nieuwe albums schiet het niet op. De aanbevelingen op basis van beluisterde artiesten? Een beetje muziekliefhebber kan de suggesties ook zelf wel verzinnen. ‘Omdat je naar Kraftwerk hebt geluisterd raden we je Jean Michel Jarre aan.’ Joh!

Tot voor kort was het voor derden mogelijk om apps voor Spotify te maken. De cd-recensies van Nu.nl en Pitchfork waren bijvoorbeeld in Spotify te lezen. Handig, want je kon direct doorklikken naar het desbetreffende album. Het klassieke muzieklabel Harmonia Mundi maakte een app waarmee je door honderden jaren muziekgeschiedenis kon bladeren en de Last.fm-app stelde muzikale suggesties voor op basis van eerder beluisterde muziek. Na de laatste Spotify-update zijn deze apps echter spoorloos verdwenen. Spotify wil zich nog nadrukkelijker gaan richten op mobiel gebruik. En wie via zijn mobiel of tablet naar Spotify luisterde, had sowieso geen toegang tot deze apps.

Ik maak nu een jaar of vijf gebruik van Spotify en zal ongetwijfeld een hele hoop data over mijn luistergedrag hebben gegenereerd. (Waar je overigens zelf niet bij kunt. Spotify laat weliswaar zien naar welke artiesten en genres je het vaakst luistert, maar niet hoe vaak.) Is het nu echt zo moeilijk uit deze databrij zinvolle informatie te destilleren? Nieuwe releases van artiesten die je eerder hebt beluisterd? Playlists die wél de moeite waard zijn? Aanbevelingen die je op het spoor zetten van iets nieuws, zonder te vervallen in de meer van hetzelfde-valkuil? Artiestenspecials die je door hun oeuvre loodsen? De mogelijkheden zijn eindeloos.

Maar aan de andere kant ('elk nadeel hep immers z'n voordeel'): zo heb ik wel een excuus om obscure muziektijdschriften te kopen.

En voor wie het zielig vindt voor al die artiesten wiens muziek virtueel stof staat te vergaren, breng eens een bezoekje aan Forgotify, waar je muziek krijgt voorgeschoteld die nog niet eerder is gestreamd. To boldly go…

Araglin Dinsdag 07 April 2015 at 3:27 pm | | overpeinzing, Standaard | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Smurfenlied

De bijna 80-jarige Pierre Kartner (oftewel Vader Abraham) mag dan miljoenen platen hebben verkocht, de laatste jaren komt hij eigenlijk vooral in het nieuws vanwege zijn gemopper. Gemopper over het feit dat Nederlandstalige muziek (beter gezegd: volkse muziek) niet op de radio wordt gedraaid, gemopper over de Nederlandse inzending voor het Eurovisie Songfestival, gemopper over dat hij niet serieus wordt genomen en ga zo maar door.

En daar zit wat in. Als zelfs je vrouw niet meer mee wil naar optredens en rode loper-aangelegenheden omdat je toch alleen maar kritiek krijgt (zoals ik las in een interview met De Stentor), zou ik zelf ook chagrijnig worden.

Maar hoe je het ook wendt of keert, de gloriedagen van Pierre Kartner liggen achter hem. In de jaren zeventig om precies te zijn. Hij scoorde een gigantische hit met het door hem geschreven ‘Huilen is voor jou te laat’ van Corry en de Rekels en was verantwoordelijk voor klappers als ‘De clown’ van Ben Cramer, ‘Manuela’ van Jacques Herb en Wilma’s ‘Zou het erg zijn lieve opa’. Met zijn ‘groep’ Vader Abraham en Zijn Zeven Zonen had hij een groot aantal carnavalshits en solo scoorde hij onder meer de wereldhits ‘Het Smurfenlied’ en ‘Het kleine café aan de haven’. Laatstgenoemde is onder de titel ‘The Red Rose Café’ uitgegroeid tot een wereldwijd meegezongen evergreen.

En misschien geldt dat ook wel voor ‘Het Smurfenlied’ (uit 1977). Het idee om een nummer op te nemen rond de blauwe stripfiguurtjes kwam van producer en Schlagerfestival-organisator Harry Thomas en Smurfen-bedenker Peyo. Het leek Thomas een goed idee om Dennie Christian als zanger in te schakelen, maar diens manager vond het maar een raar idee en wees het voorstel af. Na wat omzwervingen belandde Thomas uiteindelijk bij Kartner, die toezegde, maar alleen één voorwaarde had: hij wilde het zelf zingen.

Geen onverstandige beslissing, want ‘Het Smurfenlied’ werd dé hit van 1977 in Nederland en België. Ook in het buitenland scoorde het vrolijke, naïeve deuntje: in Duitsland stond Vader Abraham op één met zijn ‘Lied der Schlümpfe’, in Engeland bleef de ‘The Smurf Song’ steken op een niet onverdienstelijke tweede plek. Daarnaast nam Kartner versies op in onder andere het Frans, Spaans, Zweeds, Chinees en IJslands. Tijdens de uitreiking van de Buma Award 2015 werd bekendgemaakt dat van alle Smurfenlied-versies wereldwijd maar liefst 17 miljoen exemplaren zijn verkocht. Ongelooflijk.

Het verhaal gaat dat de versie van ‘Het Smurfenlied’ zoals we dat nu kennen, eigenlijk half af is. Kartner had zijn platenmaatschappij Dureo een demo gestuurd, zodat men het alvast kon beluisterden. Omdat een groot gedeelte van de tekst nog niet af was, barstte Kartner op het einde in een enthousiast en ellenlang ge-lalala uit - de definitieve tekst volgde later wel, zo was zijn gedachte. En natuurlijk werd deze lalala-versie (al dan niet per ongeluk) op single uitgebracht.

Overigens: op het succesvolle Smurfen-album ‘In Smurfenland’ dat in december 1977 in allerijl werd uitgebracht, draagt ‘het Smurfenlied’ de titel ‘Smurfenlied 1’ – er staat namelijk ook nog een ‘Smurfenlied 2’ op het album.

Araglin Vrijdag 03 April 2015 at 11:50 am | | weird | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Streamen

Het wordt druk in de arena voor muziekstreamingdiensten. Spotify was lange tijd oppermachtig, maar de van oorsprong Zweedse muziekdienst krijgt het de komende maanden aan de stok met onder meer Apple, Google en Tidal.

Om met de laatstgenoemde te beginnen: eerder deze week lanceerde Shawn ‘Jay Z’ Carter zijn streamingdienst Tidal. De rapper nam begin dit jaar voor 56 miljoen dollar het Scandinavische Aspiro over, het moederbedrijf van Tidal. Opvallend is dat Jay Z Tidal nadrukkelijk in de markt zet als een dienst ‘voor en door muzikanten’. Naast Jay Z hebben ook Beyoncé, Rihanna, Kanye West, Jack White, Arcade Fire, Usher, Nicki Minaj, Coldplay, Alicia Keys, Calvin Harris, Daft Punk, deadmau5, Jason Aldean, J. Cole en Madonna een (minderheids)belang in de dienst. Elk van de zestien artiesten heeft een aandeel van 3%, zodat het totaal net onder de helft blijft, 48%.

In ruil voor hun aandeel hebben de artiesten exclusieve content toegezegd. Zo is Rihanna’s nieuwe single ‘Bitch Better Have My Money’ (toepasselijke titel!) op Tidal te vinden, maar niet op Spotify. Naast toegang tot een slordige 25 miljoen tracks hebben abonnees ook de beschikking over 75.000 muziekclips in HD-kwaliteit.

Tidal wordt gepresenteerd als hét antwoord op de veelgehoorde kritiek dat artiesten te weinig zouden verdienen aan muziekstreamingdiensten. Om die reden trok bijvoorbeeld Taylor Swift haar muziek terug van Spotify. Tidal biedt – in tegenstelling tot Spotify – geen gratis versie aan. Een abonnement met ‘standaard’ geluidskwaliteit en zonder HD-clips kost 9,99 dollar per maand, voor een hogere audiokwaliteit betaal je 19,99 dollar per maand.

En om het allemaal nog wat verwarrender te maken: Apple komt deze zomer met zijn versie van de Beats streamingdienst, terwijl Google eerdaags zijn betaalde YouTube-muziekdienst Music Key lanceert. En dan zijn er nog concurrenten als Deezer en JUKE, met in hun kielzog hifi-streamingdiensten als Qobuz, Technics Tracks en Deezer Elite.

Prima dat artiesten opkomen voor hun belangen, maar het is wel een wassen neus. Er wordt geklaagd dat Spotify zo weinig betaalt per stream, maar daar kan de dienst weinig aan doen: dat heeft te maken met het contract dat de artiest in kwestie heeft afgesloten met zijn label en de afspraken die zijn gemaakt met de componisten en rechthebbenden. Spotify heeft sinds zijn oprichting in 2008 zo’n 2,5 miljard dollar uitgekeerd aan rechthebbenden. Maar het gaat bij Tidal helemaal niet om de muziek of de artiesten; het gaat om de bankrekening van de 16 artiesten die zich rond de Tidal-wieg hebben geschaard. 16 artiesten die – mag ik hopen – toch al niets te klagen hebben op financieel gebied.

Leuk hoor, die hifi-geluidskwaliteit, maar is dat 20 euro waard? Aangezien niet iedereen rondloopt met Beats-hoofdtelefoons van 400 euro of een high-end geluidsinstallatie in de woonkamer heeft staan, hoor je het verschil amper. Om nog maar te zwijgen over je mobiele dataverbruik, dat ongetwijfeld tot astronomische hoogtes zal stijgen na een middagje streamen.

Niet alleen Tidal zal inzetten op exclusieve content, ook Apple en Spotify doen dat of zullen dat gaan doen. Als ik de nieuwe single van Beyoncé wil horen (niet dat ik dat wil, maar goed), moet ik dus naar Tidal en kan ik niet terecht bij Spotify of YouTube. De artiest in kwestie zal er ongetwijfeld een lucratieve deal aan overhouden - de grote namen dan, zij kunnen het zich veroorloven om te onderhandelen, de wat minder bekende of beginnende artiesten verkeren niet in die luxe positie – maar de muziekliefhebber is de dupe.

Araglin Woensdag 01 April 2015 at 10:44 pm | | nieuws | Eén reactie
Gebruikte Tags:

Zombies

De afgelopen weken heb ik er in een recordtempo vijf seizoenen van The Walking Dead doorheen gejaagd, een serie over een aantal mensen dat probeert te overleven in een post-apocalyptische wereld die wordt bevolkt door zombies. Dat dit niet geheel soepel verloopt, behoeft geen betoog – anders zou de serie niet zo populair zijn natuurlijk. The Walking Dead is een prima serie, maar ik mis alleen één ding: muziek van de Italiaanse groep Goblin.

Ik heb een groot aantal zombiefilms gezien, waaronder ‘Night Of The Living Dead’ (1968) van George Romero, de film waarmee het allemaal begon (hoewel dit niet de eerste zombiefilm was). Wat mij betreft is het vervolg ‘Dawn Of The Dead’ (1978), dat zich grotendeels afspeelt in een winkelcentrum, nóg beter.

Omdat Romero aanvankelijk de financiering niet rond kreeg, schoot de Italiaanse regisseur Dario Argento te hulp. Argento was net doorgebroken met de horrorfilm ‘Susperia’ (1977) en kon wel een potje breken. De afspraak was kort gezegd dat Romero de 'Dawn Of The Dead'-rechten kreeg voor het Engelstalige taalgebied, terwijl Argento de rechten verwierf voor de overige gebieden, waaronder het Europese vasteland. Alleen al de titels waaronder de zombiefilm in Europa werd uitgebracht zijn prachtig: ‘Zombi: L’alba dei Morti Viventi’ (Italië) ‘Zombie: Le Crépuscule des Morts Vivants’ (Frankrijk), ‘Zombi: El Regreso de los Muertos Vivientes’ (Spanje), ‘Zombie’ (Duitsland),’ Zombie: Rædslernes Morgen’ (Denemarken) en ‘Zombie: In De Greep van de Zombies’ (Nederland).

Zowel Romero als Argento sleutelde naar hartenlust aan ‘Dawn Of The Dead’. Terwijl Romero in sommige expliciete scènes het mes zette, liet Argento deze juist zitten. Hij sneed dan weer in enkele uitleggerige scènes, voerde het tempo op en besteedde minder aandacht aan karakterontwikkeling. Romero voegde op zijn beurt weer extra fragmenten toe – enfin, er doen een heleboel varianten de ronde.

Een van de belangrijkste wijzigingen die Argento doorvoerde, had echter te maken met de muziek. Want waar Romero library music en enkele bestaande nummers gebruikte, schakelde Argento de hulp in van het Italiaanse Goblin, de groep die bijna al zijn films van muziek had voorzien (elders op mijn log iets meer info). En dat betekende dus een soundtrack die bolstond van de progressieve rock en vervreemdende geluidseffecten - een soort nerveuze rockversie van de muziek waar collega-regisseur John Carpenter patent op lijkt te hebben. Prachtig.

Als ik nu een zombie zie, verwacht ik een dreigende synthesizerriedel en geen aanzwellende violen in mineur. Componist Bear McCreary doet heel erg zijn best, maar zijn muziek voor ‘The Walking Dead’ is vooral effectief. Een geluidseffectje hier, een subtiel atonaal roffeltje daar, dat werk. Hoog tijd om na vijf seizoenen beschaafde zombiemuziek eens lekker uit de band te vliegen…

Araglin Vrijdag 20 Maart 2015 at 12:13 pm | | film | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Kwek kwek

Afgelopen weekend bevond ik me in Rotterdam. In Wunderbar om precies te zijn, een soort Duitse Stube met een industriële vintage twist (inclusief verplaatsbare tafeltjes op rails en een winkelgedeelte waar onder meer lp’s werden verkocht). Ik voelde me er gelijk thuis, niet in de laatste plaats vanwege de muziek. Want terwijl we zo heen en weer reden aan onze tafeltjes, kwamen er nummers voorbij van Jean-Jacques Perrey, Donna Summer en Klaus Wunderlich. Op een gegeven moment schalde er een driftig gekwaak uit de speakers. “Wat is dit nu weer?” vroeg de goede vriendin met wie ik aan de gin zat. “Ronald en Donald”, was mijn antwoord. Ze lachte. “Waarom verbaast het me niet dat jij dit kent!?”

En om je geheugen op te frissen: in april 1974 was Nederland in de ban van de twee kleine gele eendjes Ronald en Donald. Hun eerste single 'Kwek kwek' bereikte de vierde plaats in de Top 40 en iedereen zong mee met dit onweerstaanbaar debiele nummer. En niet alleen in Nederland waggelden ze door de hitlijsten, ook Frankrijk en België waren niet veilig voor Ronald en Donald, die voor de gelegenheid in het Frans kwekten ('Couac Couac').

Achter deze hit school de Belg Eddy Govert (bij de burgerlijke stand bekend als Eddy Van Mouffaert), die zich in de jaren zeventig ontpopte tot een veelgevraagd arrangeur, tekstschrijver en producer. Hij werkte voor Johnny Hoes en diens Telstar-label (zo produceerde hij nummers voor Don Mercedes en de Zangeres Zonder Naam), en startte in de jaren tachtig een solocarrière als accordeonist en zanger (onder de namen Le Grand Julot en Eddy Govert). Midden jaren tachtig ging hij werken bij het Belgische label Scorpion en stond hij mede aan wieg van Publishing Group Deschuyteneer & Van Mouffaert, dat zou uitgroeien tot een van de grootste muziekuitgeverijen annex platenmaatschappijen van België.

In 1974 scoorde Govert tot zijn grote verrassing en met wat hulp van piratenzender Radio Mi Amigo een internationale hit met 'Kwek kwek'. In ijltempo sleutelde hij vervolgens een album in elkaar (met als vanzelfsprekende titel 'Kwek kwek'). En terwijl de single niet aan te slepen was, flopte het album gigantisch. Niet verwonderlijk, één nummer met gekwaak is nog best grappig, een hele lp (met nummers als 'Rock 'n' Roll Ducks', 'Duck Story' en 'Tomato Soup') is simpelweg te veel van het goede...

Araglin Woensdag 11 Maart 2015 at 10:11 pm | | weird | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Strange Days

Narcistisch is het verkeerde woord, extravagant dekt de lading niet en het woord podiumdrift heb ik net verzonnen. Maar er moet iets zijn dat muzikanten, acteurs/actrices en kunstenaars voortstuwt om voortdurend het podium te beklimmen. Een ongebreidelde scheppingsdrang misschien? Wat in ieder geval niet helpt is (al dan niet valse) bescheidenheid. Gelukkig heeft Ad Visser daar geen last van. Hoewel bescheidenheid wederom het verkeerde woord is – misschien kun je beter spreken van een wild enthousiasme, een ontembaar geloof in intuïtie en het toeval.

In ‘Strange Days – Muzikale avonturen in de 60’s en 70’s’ haalt de 67-jarige Ad Visser herinneringen op aan onder meer zijn jeugd in Amsterdam, zijn carrière als avant-gardistisch muzikant, zijn periode als manager bij het Phonogram-label en Island Records en natuurlijk zijn jaren als presentator van het tv-programma Toppop.

Ad Visser springt heen en weer in de tijd en wisselt anekdotes en bespiegelingen af met songteksten, open brieven en zelfs een cocktailrecept. Visser schrijft zoals hij praat: vol passie en in bloemrijke volzinnen, die af en toe uit de bocht vliegen. Vooral in het begin van het boek is het alsof je hem tegen bent gekomen tijdens een feestje en hij de hele avond enthousiast in je oor aan het schreeuwen is, waarbij soms de rode draad even uit het oog wordt verloren.

Wie ‘Strange Days’ heeft gekocht voor de Toppop-verhalen, kan zijn hart ophalen. Toen Ad Visser met Toppop begon, waren artiesten nog redelijk benaderbaar en alle grote namen reisden af naar de studio in Amsterdam. Vermakelijk zijn bijvoorbeeld de verhalen over Peter Tosh en zijn band (die bijna te stoned waren om op te treden), David Bowie, Black Sabbath en Ozzy Osbourne, de leden van de Beach Boys die na de opnames belandden bij een seksfeest en dachten dat het er allemaal bij hoorde…

Visser schetst zichzelf als een zondagskind; het lijkt alsof alles hem komt aanwaaien en hij met de ene na de andere briljante ingeving op de proppen komt. En misschien is dat ook wel zo. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk, maar ‘Strange Days’ is geen boek dat je achter elkaar door kunt lezen – gedoseerd tot je nemen is het devies.

‘Strange Days’ is vooral leuk voor wie nieuwsgierig is naar al die beruchte Toppop-uitspattingen, de grote muzikale namen uit de jaren zeventig én naar de vroege carrière van Visser (die zich in de jaren zestig onder meer het alter ego Adjéèf The Poet aanmat). Visser refereert soms aan zijn ‘synthesizerperiode’ en zijn programma Super Clean Dream Machine, maar gaat daar niet of nauwelijks dieper op in.

Jammer, ik had graag meer willen lezen over zijn ‘Sobriëtas’-project en de daaraan gekoppelde Europese tournee, de Brainsessions-serie, zijn Amsterdam Computer Ensemble, zijn talloze multimediaprojecten, de ‘Zing je Moerstaal’-lp, de spiritueel-esoterische cd-serie die hij samenstelde voor het Oreade-label en noem het maar op.

‘Strange Days’ stopt nu begin jaren tachtig; wat mij betreft wordt het vanaf dat moment pas écht interessant. Ad Visser is veel meer dan alleen ‘Mr. Toppop’, een rol die hij weliswaar graag en met verve speelt, maar slechts een klein onderdeel is van zijn veelzijdige kunstenaarschap. Op naar een vervolg dus.

Araglin Donderdag 05 Maart 2015 at 10:48 pm | | elektronisch | Eén reactie