Net zoals Leonard Nimoy voor altijd Spock blijft, zal acteur Brent Spiner voor altijd worden geassocieerd met het personage Data uit de SF-serie Star Trek: The Next Generation. Niet zo verwonderlijk: Spiner kroop maar liefst 15 jaar lang in de gele robothuid van Data.
Toen in 1994 na zeven seizoen de stekker uit Star Trek: The Next Generation werd getrokken, begaf Spiner zich op het pad van een nogal wisselvallige acteercarrière en was hij onder meer te zien in films als Independance Day en Phenomenon en speelde hij tal van kleine (gast)rollen in uiteenlopende Amerikaanse series, waaronder Mad About You, The Outer Limits, Frasier en Threshold. Het mocht allemaal niet baten en momenteel dreigt de inmiddels 62-jarige Spiner toch wel enigszins in de vergetelheid te raken.
In 1991 was hij op het toppunt van zijn roem en zoals dat wel vaker gaat bij Amerikaanse acteurs (zie bijvoorbeeld Bruce Willis, Patrick Swayze en wederom Leonard Nimoy) besloot Spiner een cd op te nemen: ‘Ol' Yellow Eyes Is Back’. De titel is een ludieke verwijzing naar zowel Frank Sinatra als Data – de ogen van laatstgenoemde zijn goudgeel, dus vandaar. De twaalf tracks op het albums bestaan uit standards uit de jaren dertig en veertig (onder andere ‘The Very Thought Of You’, ‘Zing! Went The Strings Of My Heart’ en ‘When I Fall In Love’), waarmee Spiner - volgens het boekje – in zijn jeugd werd doodgegooid tijdens het avondeten:
“This song and dozens of others accompanied every dinner I ate between the ages of five and thirteen. My stepfather, an amateur saxophone player and a hell of a mambo dancer, had put together one of the all time great collections of popular music recordings anywhere. So, to my good fortune, we dined each night with the likes of Ol' Blue Eyes, Judy Garland, Nat ‘King’ Cole, Rosemary Clooney, Louis Prima and Keely Smith and every other singer that ever performed on Capitol, Decca or R.C.A. records.”
Het resultaat is eigenlijk redelijk onopvallend en zou niet misstaan in een willekeurig restaurant waar ook ter wereld. Beschaafde strijkers, drums bespeeld met kwastjes, een saxofoonsolo hier en daar – je kent het wel. Spiner zingt zich adequaat en licht geknepen door de jazznummers, maar een briljant zanger is hij niet. Het meest bijzondere – en lichtelijk hilarische – is ‘It's a Sin (To Tell a Lie)’, met een gesproken intermezzo door niemand minder dan Patrick Stewart (Captain Jean-Luc Picard) en een hummend achtergrondkoor bestaande uit LeVar Burton, Michael Dorn en Jonathan Frakes (respectievelijk Geordie LaForge, Worf en William Riker uit Star Trek: TNG). Zijn acteercollega’s noemden zich voor de gelegenheid The Sunspots, en dat verwijst zowel naar The Ink Spots (de groep die ‘It’s a Sin’ als eerste opnam) als Spot, de kat van Data.
Spiner produceerde zijn eerste en enige album samen met Wendy Neuss, de associate producer voor Star Trek: TNG, en Dennis McCarthy, die talloze Star Trek-afleveringen van muziek voorzag. Inderdaad, het heeft een hoog ons-kent-ons gehalte. Vooral leuk voor de fans derhalve. En de novelty-liefhebber natuurlijk. Ik denk dat ik in beide categorieën thuishoor…
Je komt ze vaak tegen in new age- en gezondheidswinkels: cd’s met natuurgeluiden, al dan niet aangevuld met subtiele piano- of synthesizerklanken. Meestal gaat het om albums in de zogeheten Solitudes-serie van de Canadees Dan Gibson, opgehangen aan een bepaald thema (zoals bijvoorbeeld rondbanjeren op een Afrikaanse steppe terwijl je achtervolgd wordt door een hongerige miereneter).
Zo af en toe wil ik best wel eens een dergelijk cd’tje opzetten en onderuit gezakt op de bank geluiden uit een willekeurig tropisch regenwoud over me heen laten komen: een regenbui, getjilp van vogels, geruis van de wind, een schuifelende boa constrictor en wat dies meer zij. Het probleem is alleen dat er - vaak als je er net lekker inzit - een of andere brulkikker of een ander raar beest met het nodige lawaai voorbij komt hoppen waardoor de sfeer direct de nek om wordt gedraaid.
Als je eenmaal een raar geluid heb gehoord, ga je je toch afvragen wat dat nu precies was. En dat heeft weer te maken met het feit dat er in Nederland geen regenwouden te vinden zijn en dergelijke geluiden dan ook niet in ons ‘systeem’ zitten. Klinkt logisch, nietwaar? Ik heb me dan ook altijd afgevraagd waarom die cd’s met natuurgeluiden steevast ergens heel ver weg zijn opgenomen. Ik zou gewoon met mijn bandrecorder op de Veluwe of Lage Vuursche gaan zitten. Of op een Waddeneiland.
Maar goed, om een lang verhaal kort te maken: onlangs kocht ik een pakje darjeelingthee in een reformwinkel en neusde onwillekeurig met een scheef oog door het bakje met cd’s – het is sterker dan ik. En tussen de albums met dolfijnen, Afrika-geluiden en - ik verzin het niet - kikkers, stuitte ik op 'Wadden – Sands and Seagulls'. Het zou toch niet… En jawel: bijna een uur lang geklots van de Noordzee en het gekrijs van zeemeeuwen. Heerlijk. Er kan zo een stempel op: ‘Natuur van eigen bodem. Goedgekeurd door Geert’.
Alleen: toen ik op ooit eens een paar dagen op vakantie was op Terschelling, reed ik tot mijn afgrijzen per ongeluk een zeemeeuw aan. Of eigenlijk reed ik er gewoon overheen. Met de fiets. De zeemeeuw in kwestie hinkte wat, wapperde boos met zijn vleugel, maar mankeerde verder niets. En tijdens het luisteren beleef ik dat moment opnieuw - en opnieuw en opnieuw, tot ik er gek van word. De volgende keer ga ik op zoek naar geluiden van de Veluwe; daar ben ik namelijk nog nooit op vakantie geweest.
Niet alleen in de winter zoeken sommige dieren een rustig plekje op voor hun slaapzak en een welverdiend tukkie, ook in de zomer houden sommigen dieren een ‘zomerslaap’. Neem nu bijvoorbeeld de dwerglemur uit Madagaskar. Dit vrolijk gestreepte aapje slaapt vanwege de extreme hitte zo'n zeven maanden per jaar. Ook het Australische vogelbekdier is een groot gedeelte van het jaar niet aanspreekbaar en houdt zich schuil in een hol boven de waterspiegel.
En ik denk dat zoiets ook voor mij geldt. Niet dat ik nu al een paar maanden opgekruld in de hoek van mijn woonkamer aan de gordijnrails hang, maar op Araglin.nl is het al een tijdje angstvallig stil. En gek genoeg was dat eigenlijk helemaal geen bewuste keuze. Een festivalletje zus en een concertje zo, een artikeltje hier en een interview daar... De afgelopen tijd ben ik behoorlijk druk geweest met van alles nog wat, maar vooral voor en met 3VOOR12/Utrecht, zoals de aandachtige lezer ongetwijfeld al had gemerkt.
Vriendin Eva kent het stukje over 'Dusk… and Her Embrace' inmiddels uit haar hoofd en mijn blog is door diverse mensen al ten grave gedragen. Maar hoho, zo’n vaart loopt het nu ook weer niet. Ik zal niet ontkennen dat het door mijn hoofd is geschoten om Araglin.nl stilzwijgend naar het webblogkerkhof te begeleiden, maar het zou toch wel heel erg jammer zijn om er na bijna zeven jaar een eind aan te breien, nietwaar? Ik vind het nog altijd bijzonder leuk om te doen en er gaat bijna geen dag voorbij waarin ik niet een of ander bijzonder of buitenissig album opduikel, om dan steevast te denken: goh, hier moet ik eens een stukje over tikken.
Gefascineerd bladerde ik door het cd-boekje: foto’s van mistige begraafplaatsen, groepsleden die eruitzagen alsof ze slechts enkele uren eerder waren opgegraven, een blasfemische pastiche van het Laatste Avondmaal, songteksten over paganisme en vampirisme… De zwaar aangezette bombastische metal paste wonderwel bij de beelden, om nog maar te zwijgen over het imponerend hoge gekrijs van Dani Filth. Duistere romantiek in optima forma. Met 'Dusk… and Her Embrace' brak Cradle of Filth wereldwijd door. En waarschijnlijk was het onverwachte succes ook de reden waarom het in de schappen lag van mijn lokale platenzaak. Ik ben platenhuis ’t Oor nog altijd dankbaar.
De meeste dieren kennen niet zoveel variatie. Een duif bijvoorbeeld roekoet de godganse dag hetzelfde riedeltje - om helemaal gek van te worden. Tegelijkertijd is het ook wel lekker overzichtelijk. Al gelijk bij de eerste toon weet je: ah, dit is een duif. Of: kijk eens aan, het gesis van een koningscobra - wegwezen. Het zou nogal vervelend zijn als een cobra elke keer een ander geluidje zou maken voordat hij zijn giftanden kordaat en enthousiast in je enkel plant.
Het is dan ook maar goed dat de bultrug, een walvissoort, niet giftig is. Australische onderzoekers ontdekten namelijk dat (mannelijke) bultruggen bijna ieder jaar een ánder liedje ‘zingen’. De wetenschappers vergeleken 775 opnamen van bultruggezang door de jaren heen en uit verschillende gebieden en kwamen tot de ontdekking dat bultruggen liedjes van elkaar overnemen. Zo zongen de walvissen in de buurt van Frans Polynesië in de Stille Oceaan hetzelfde deuntje als hun soortgenoten zes jaar daarvoor aan de Australische westkust (in de Indische Oceaan).
Het is niet zo dat ze spontaan dezelfde liedjes verzinnen. Als bultrogen elkaar tegenkomen bij de jaarlijkse trek (‘Hee, da’s lang geleden! Alles goed?’), bijvoorbeeld in nauwe zeestraten, nemen ze liedjes van elkaar over. En daarbij geldt: hoe meer bultruggen een bepaald liedje zingen, hoe groter de kans dat dit wordt overgenomen door anderen.
“De populatie aan de oostkust van Australië is de grootste in de regio en bestaat uit meer dan 10.000 bultruggen,’’ vertelt onderzoeksleider Ellen Garland van de Universiteit van Queensland. ‘’Puur omdat ze in de meerderheid zijn, oefenen ze meer invloed uit en bepalen ze welke liedjes uiteindelijk ‘aanslaan’.’’ (Bron.)
Hoewel biologen nog altijd aan het soebatten zijn over de vraag of de mannetjesbultroggen nu elkaar of de vrouwtjes toezingen, zijn ze het er over eens dat het bultruglied een belangrijke rol speelt bij de voortplanting: mannetjes gaan een soort zangwedstrijd met elkaar aan, waarna de vrouwelijke bultruggen het gezelschap opzoeken van de bultrug die de meeste herrie weet te produceren.
Tijd voor wat schaamteloze zelfpromotie. Iemand moet het doen, nietwaar? Vorige maand bracht ik een bezoekje aan het prachtige kasteel De Haar in Haarzuilens. Niet zomaar natuurlijk, ik had een missie: de Elf Fantasy Fair. Een verslag lees je op 3VOOR12/Utrecht, inclusief prachtige foto’s van partner in crime Herre Vermeer.
Een week of wat geleden bevond ik me in oefenstudio dB’s voor een optreden van Vanderbuyst (waanzinnig goede heavy metal van Nederlandse bodem in het straatje van Whitesnake, Deep Purple, Vandenberg en Van Halen – ga ze vooral live zien!). In het voorprogramma stond de Utrechtse speedrockformatie El Camaro, inclusief een uitzinnige verzameling El Camaro-fans: in kartonnen outfits gehulde feestbeesten. Een verslag van deze ehh… onvergetelijke avond lees je eveneens op 3VOOR12/Utrecht (check de foto’s van Frans van Arkel!).
En om alvast vooruit te blikken: als ik Bevrijdingsfestival Utrecht heb overleefd (waarbij ik zeker een kijkje neem bij het Sena Talent Podium), wandel ik aanstaande zaterdag rond tijdens SENS11 in Tivoli De Helling. Tijdens dit feest (georganiseerd door Stichting Skyway, dat zich richt op jongeren met een beperking) kun je de muziek niet alleen horen, maar ook zien, voelen, ruiken en proeven. Ik ben benieuwd…
Tips zijn overigens altijd welkom – ik ben overal voor in!
Ik was er nog veel te jong voor en snapte meer niet dan wel. Ik las 'De verzamelde gedichten van Albert Verwey' en luisterde daarbij onafgebroken naar Meat Loafs 'Bat Out Of Hell'. De ultieme combinatie, dacht ik toen én nu.
Nog altijd als ik 'Heaven Can Wait' of 'For Crying Out Loud' hoor, doemen er dichtregels vol Weltschmerz op voor mijn geestesoog. De muziek op 'Bat Out Of Hell' wordt vaak omschreven als overdreven, bombastisch en zwaar over de top. Dit kan wel zo zijn, maar zijn Meat Loaf en Jim Steinman niet gewoon Tachtigers in een leren jasje?
[Gelezen in NRC Handelsblad, 26 april 2011, geschreven door Pieter Steinz.] Over de geschiedenis van kernrampen vallen dikke boeken te schrijven, maar het kan ook in een liedje van zeven minuten, zo bewezen de Duitse synthesizertovenaars van Kraftwerk.
In 1991 bewerkten ze het zestien jaar oude titelnummer van hun lp Radioaktivität voor de moderne tijd. Het dansbare, hypnotiserende nummer met de moralistische tekst (‘Stoppt Radioaktivität / weil’s um unsere Zukunft geht’) kreeg een nieuw intro. Na een opeenvolging van morsepiepjes die een geigerteller lijken, volgt een angstaanjagende declamatie van dieptepunten uit de geschiedenis van de kernenergie.
Het begint met ‘Tscher-no-byl’ (destijds nog maar vijf jaar geleden) en vervolgt met ‘Har-ris-burg’ (het ongeluk in het koelsysteem van de centrale op Three Mile Island, 1979), ‘Sel-la-field’ (brand in de opwerkingsfabriek aan de Ierse Zee, 1957) en natuurlijk ‘Hi-ro-shi-ma’ (het afgooien van de eerste atoombom, 1945). Metrisch klopt dat helemaal: alle plaatsen die getroffen zijn door kernrampen of -ongelukken hebben drie of vier lettergrepen in hun naam en – nog veel belangrijker – twee klemtonen. ‘Fu-ku-shi-ma’ laat zich perfect in de Kraftwerkhit inpassen.
Toeval ongetwijfeld, maar zoals de Engelsen zeggen: better be safe than sorry. Voor ‘Do-de-waard’ hoeven we in Nederland niet meer bang te zijn, de kerncentrale daar is in 1997 gesloten. Maar ‘Bors-se-le’ blijft een veiligheidsrisico voor iedereen die niet in een Kraftwerkliedje wil eindigen.
Poepoe, nounou. Drukdrukdruk. Je kent het wel. Concertje hier, festival daar, deadline zus en dj-klusje zo. En o ja, ik heb ook nog een weblog (en een Twitter-, Tumblr- en Facebook-account – houdt het dan nooit op!). De stofnesten begonnen zich al in de hoekjes op te hoppen, maar wees gerust: ik leef nog. De afgelopen tijd heb ik niet stilgezeten, maar het is jammer dat je daar op Araglin.nl zo weinig van merkt…
De komende weken wordt het iets rustiger en zal ik weer eens wat verse stukjes gaan tikken (waaronder een verslag van de Elf Fantasy Fair in en rond kasteel De Haar). Maar tot het zover is, een redelijk willekeurige greep uit de afgelopen weken: een bijzonder interview dat ik begin april had met de Utrechtse grindcore-formatie Kutschurft (hilarisch, al zeg ik het zelf), backstage met de aardige dames van The Secret Love Parade en een wat ouder artikel over het Wild Wild East Festival dat begin februari plaatsvond.
Lijkt het je overigens leuk om zelf iets te schrijven voor Araglin.nl (waarbij vanzelfsprekend jouw naam en eventueel aanvullende informatie wordt vermeld)? Dan kan dat natuurlijk! Stuur je bijdrage naar araglin@araglin.nl.
Volgens kenners is het dé platenbeurs van Europa en misschien zelfs wel van de wereld: de Mega Platen & CD Beurs. Een gigantische hal in de Utrechtse Jaarbeurs gevuld met vele duizenden lp’s, cd’s, (cd-)singletjes en allerhande muziekparafernalia.
Overweeg je om zaterdag 9 of zondag 10 april langs te wippen bij alweer de 35e editie? Ben je op zoek naar dat ene ontbrekende album in je collectie? Die exclusieve boxset? Die zeldzame 12-inch? Of vraag je je überhaupt af of de Mega Platen & CD Beurs de moeite waard is? Voor 3VOOR12/Utrecht heb ik een aantal tips op een rijtje gezet, die wellicht ook handig zijn voor de Araglin.nl-lezer.
Tip 1: Bier of lp’s? Om te beginnen moet je natuurlijk af en toe nog wel lp’s en cd’s draaien. Als je al je cd’s hebt gedigitaliseerd en weggegeven, bent overgestapt op een online muziekdienst als Spotify of vrolijk aan het downloaden bent geslagen, kun je het entreegeld beter besteden aan twee biertjes en een terrasje pikken aan de Oudegracht. Het schijnt mooi weer te worden komend weekend.
Tip 2: Weet wat je aantreft Als je de hal met kraampjes binnenstapt, zakt de moed wellicht direct in je schoenen: het aanbod is overweldigend. En hoewel niet te ontkennen valt dat het ‘heul veel’ is, valt het aangebodene ook te omschrijven als 'meer van hetzelfde': metal/punk, psychedelica/krautrock, sixties, ‘mainstream alternative’, progressive rock en een bescheiden hoeveelheid funk, disco en soul. Nieuwe albums zijn in de minderheid (maar zijn er wel) en als je van wat minder gangbare genres houdt (zoals wereldmuziek, klassiek of ambient) moet je bijzonder goed graven in de bakken en geluk hebben.
Tip 3: Merchandise De Mega Platen & CD Beurs is niet alleen uitermate geschikt om je muziekvoorraad weer aan te vullen, ook als je op zoekt bent naar uiteenlopende parafernalia (T-shirts, beeldjes, gouden platen, kalenders, oude muziektijdschriften, boeken, cd-koffers, pick-upnaalden, stickers, lp-hoezen en noem het maar op) kom je aan je trekken. Verder zijn elke editie de Elvis-, Beatles- en Rolling Stones-fanclubs van de partij, die de meest uiteenlopende fanmerchandise aanbieden. En wie op zoek is naar metalshirts en dito patches, zal zeker niet misgrijpen.
Tip 4: Zoom uit en weer in Bij de ingang krijg je een plattegrond in je handen gedrukt waarop precies staat aangegeven waar welke standhouder staat en wat hij verkoopt. Neem de tijd om het kaartje te bestuderen zodat je weet waar je moet zijn. Houd je bijvoorbeeld niet van metal, dan kun je al bijna een kwart van de hal overslaan. Als je binnenkomt, maak dan eerst een globaal en oriënterend rondje door de hal. Stort je niet als een kip zonder kop op het eerste het beste kraampje dat je tegenkomt – als je op deze manier te werk gaat, ben je na een uur namelijk al doodop.