Diethelm & Famulari

[Dit is een gastbijdrage geschreven door Michael Bouma] 

In het begin van de jaren tachtig was Nederland in de ban van wat toen nog de Whitbread Round the World Race heette, een zeilrace rond de wereld. In 1977-1978 won de Nederlander Connie van Rietschoten deze race met zijn schip ‘De Flyer’. In 1981-1982 wist hij deze race wederom te winnen, nu met ‘De Flyer II’. Beide schepen waren gebouwd bij Huisman Shipyard in Vollenhove. Zowel de race als de bouw van ‘De Flyer II’ sprak bijzonder tot de verbeelding van het Zwitserse jazzduo Thomas Diethelm & Santino Famulari, dat zich voor hun debuut-lp ‘The Flyer’ (1983) door de prestaties van Van Rietschoten liet inspireren.

Mede dankzij het succes van ‘De Flyer II’ in de Whitbread Round the World Race en een optreden van Diethelm & Famulari bij Sonja Barend, ontstond er een kleine hype rond de lp. De single ‘The Flyer’ stond in 1984 vier weken in de Top 40, met als hoogste positie de 27e plaats. Als ik dit nummer hoor moet ik nog altijd denken aan de prachtige beelden van ‘De Flyer II’ tijdens de race, die achter de muziek waren gemonteerd. Helaas is dit filmpje niet meer te vinden op YouTube. 

Over beide heren heb ik niet zoveel info kunnen achterhalen. Famulari is een klassiek geschoold pianist, die op dit album de synthesizer bespeelt. Diethelm speelt op een akoestische gitaar met nylonsnaren. Opvallend is het gebruik van analoge delays, die het geluid een enkele herhaling geven. Je hoort dus hetzelfde nog een keer maar dan met een herhaling. Deze ‘delay-tijd’ bepaalt het tempo van de nummers en zorgt tegelijkertijd voor een herkenbare en voor die tijd vernieuwende sound. De nummers hebben mede door het gebruik van de akoestische gitaar een hoog Flairck-gehalte. 

Na ‘The Flyer’ brachten Diethelm & Famulari het album ‘Valleys in My Head’ (1984) uit, met daarop wederom een versie van ‘The Flyer’. Santino Famulari werkte later samen met de Zwitserse harpist Andreas Vollenweider, terwijl Thomas Diethelm actief was met de Thomas Diethelm Band (en een aantal jaar geleden wat gitaarfilmpjes op YouTube zette).  

Araglin | Donderdag 03 Mei 2012 at 11:10 pm | Flashback, Gastbijdrage, 80s | 1 reactie
Gebruikte Tags:

100 X 100: Nadieh

Ik was wat aan het zappen, belandde op Best24 en viel middenin een herhaling van Klassewerk. Ik bleef uit nostalgische overwegingen hangen. Hee, dacht ik, volgens mij heb ik deze aflevering daadwerkelijk gezien. Want was dit – en inderdaad, Hans van Willigenburg kondigde haar al aan: Nadieh zong haar hit 'Windforce 11' uit 1987.

Ik was – als jochie van 12 – stiekem verliefd op Nadieh, vooral vanwege haar stem, waar ik het liefste dicht tegenaan wilde kruipen. Negen jaar later zou ze overlijden. Toen ik haar na zoveel tijd weer op tv zag, realiseerde ik me dat ik nog altijd verliefd was.

[16] Nadieh – Land Of Tá (1986) [Spotify] [YouTube] [Discogs]

Araglin | Woensdag 22 December 2010 at 12:25 am | 80s, 100x100 | 1 reactie
Gebruikte Tags: , ,

Neeva (update)

Op de met sterren bespikkelde hoes is een in zwart leer geklede new wave-achtige man te zien, geflankeerd door een in het wit gehulde vrouw met een onverzettelijke blik in haar ogen. Als je de hoes openklapt, blijkt het om James Nevius en Vanessa Wilkinson te gaan.

James zingt en speelt gitaar, terwijl Vanessa de beschikking had over (zet je schrap!) een draagbare, analoge Korg Ms-20, een Wasp (een funky geelzwart synthesizertje), een Micromoog (de goedkopere opvolger van de Minimoog) en een Pulse (geen idee om welke synth het gaat; de Waldorf Pulse zag pas in 1996 het licht).

Onder de noemer Neeva brachten Nevius en Wilkinson in 1982 de 12-inch 'Will You Be Mine' uit, een jaar later gevolgd door een titelloos debuut. Het duo maakte opzwepende synthpop in het straatje van Book of Love, A Flock of Seagulls en vooral Men Without Hats. De niet al te diepgravende liedjes zijn lekker springerig, bijzonder vrolijk en zitten propvol met analoge synts en catchy refreintjes (met als uitschieters 'Blue Star' en 'In Tune'). Het speelplezier spat er vanaf, maar jammer genoeg bleef een doorbraak uit en zou een tweede album nooit het licht zien.

Grappig feitje: Vanessa Wilkinson speelde in de band Our Daughter's Wedding (wellicht bekend van het aanstekelijke synthhitje 'Lawnchairs') en is van origine eigenlijk fluitiste. Uit onvrede over de manier waarop Jethro Tull-frontman Ian Anderson zijn fluit misbruikte, besloot ze over te stappen op de synths.

En nog twee grappige feitjes (ik ben dol op feitjes): Jim Nevius is tegenwoordig dominee bij de Apostolic Church of Truth and Spirit en doceert aan de staatsuniversiteit van New Jersey. Vanessa Wilkinson woont in Alaska, waar ze werkt voor het oliebedrijf Brooks Range Petroleum.

Maar in ieder geval: download een voortreffelijke vinyl-rip (192 kbps, 54 MB, inclusief scans van de hoes) van het Neeva-debuut en kijk intussen naar de clip 'Blue Star' (vreemd genoeg de B-kant van 'Will You Be Mine, hoewel 'Blue Star' inderdaad leuker is).

Araglin | Zaterdag 06 November 2010 at 01:04 am | 80s | Reageer
Gebruikte Tags: ,

Every breath you take

''Het is een heel verraderlijk liedje. Aan de oppervlakte is het een liefdesliedje, maar als je goed luistert, hoor je de bittere ondertoon'', aldus Sting in een interview met New Musical Express uit 1983. Middenin de nacht schoot het zinnetje 'Every breath you take, every move you make' hem ineens te binnen. Hij stapte uit bed, ging achter zijn piano zitten en binnen een half uur was het nummer klaar.

Het grappige was dat iedereen aanvankelijk iets anders in 'Every breath you take' hoorde: de een had associaties met een Big Brother-achtige regering, de ander dacht dat het nummer ging over ouders die goed op hun kinderen moeten passen, terwijl weer anderen van mening waren dat Sting zong over engelen die waken over al het leven op aarde. Maar in feite gaat 'Every breath you take' over een obsessieve, manische liefde. Sting: ''Ik zag een tijdje geleden op tv hoe Andy Gibb het zong als een gevoelig liefdesliedje, samen met een of ander model. Ik deed het in mijn broek van het lachen! Hij sloeg de plank namelijk compleet mis. Het is een heel sadistisch, kwaadaardig nummer over jaloezie, controle en bezitterigheid.''

Sting schreef het toen zijn huwelijk met Frances Tomelty op de klippen was gelopen. De opnamesessies verliepen nogal gespannen; Sting had precies voor ogen hoe het moest klinken en wilde niet dat Police-collega's Stewart Copeland en Andy Summers zich bemoeiden met het nummer. Het belandde op 'Synchronicity', het vijfde (en laatste) album van The Police, en zou uitgroeien tot dé grote wereldhit van 1983. 'Every breath you take' won twee Grammy Awards en tijdens de eerste editie van de MTV Video Music Awards ging de fraaie zwartwitclip (geregisseerd door Lol Creme en Kevin Godley, die later een soortgelijke clip zouden maken voor hun hit ‘Cry’) er vandoor met de prijs voor ‘Best Cinematography’. 

Sting vermoedde al dat hij een klassieker had geschreven, hoewel hij zich ook realiseerde dat het nummer niet bepaald baanbrekend was te noemen. In muziekblad Rolling Stone vertelde hij: ''Every Breath You Take' is een archetypische compositie. Als je een akkoord in majeur laat volgen door een neventoonaard ('relative minor'), ben je niet echt origineel bezig.''

In 1997 gebruikte P. Diddy (toen beter bekend als Puff Daddy) een sample van 'Every breath you take' in zijn hit 'I'll be missing you', een eerbetoon aan rapper Notorious B.I.G. Sting wist van niets, totdat er ineens een berg royalty's binnen kwam rollen. ''Puff Daddy heeft de opleiding van mijn kinderen betaald'', grapte Sting, die het nummer samen met Diddy ten gehore bracht tijdens de uitreiking van de MTV Video Music Awards later dat jaar.

Vier jaar later stond 'Every breath you take' centraal in een aflevering van de populaire tv-serie 'Ally McBeal'. In de desbetreffende episode werd Sting voor de rechter gesleept omdat een echtpaar na het bijwonen van een van zijn concerten slaande ruzie had gekregen - hoe toepasselijk... Samen met acteur Robert Downey jr. nam Sting het in duetvorm op voor de Ally McBeal-compilatie 'For once in my life'. Toen het album uitkwam, was Downey jr. ironisch genoeg al de serie uitgeschreven wegens zijn drugsverslaving. (Overigens zou het later helemaal goed komen met de carrière van Robert Downey jr.)

Toen Sting het op 2 juli 2005 zong tijdens de Live 8-concerten (bedoeld om de Afrikaanse handelsbelemmeringen op te heffen) voegde hij de regel ‘We'll be watching you’ toe, om aan te geven dat ‘de wereld’ de politici en hun beslissingen over het lot van Afrika scherp in de gaten zou houden - van naargeestig nummer naar een politieke boodschap dankzij één zin...

 

Araglin | Donderdag 01 Juli 2010 at 01:02 am | 80s | 1 reactie
Gebruikte Tags:

Hans de Booij

Als je het leven van Hans de Booij (1958) als uitgangspunt zou nemen voor een speelfilm, zouden veel kijkers na afloop ongetwijfeld verzuchten dat het er allemaal wel heel erg dik bovenop ligt. Sterker nog: zo'n klassiek muzikantendrama met grote successen en de onvermijdelijke diepe dalen is toch volstrekt ongeloofwaardig? Nou, nee. Ik had Hans de Booij met alle liefde van de wereld graag een bijzonder succesvolle carrière gegund, maar het lot beschikte anders.

Het begon allemaal zeer voorspoedig: na zijn studie aan de Kleinkunstacademie in Antwerpen werkte Hans begin jaren tachtig als belichtingstechnicus voor onder andere de Belgische acteur Jan Decleir en Boudewijn de Groot.  Samen met Alain Mazijn richtte hij het cabaretduo Circus Stupido op. De eerste (en enige) single van dit duo - 'We gaan' - werd geproduceerd door Bram Vermeulen. Dit liedje wekte de aandacht van muziekuitgever Hans Kusters, die Hans onder zijn hoede nam en in 1983 zijn debuut 'Hans de Booy' (gespeld met een 'y' in plaats van 'ij') uitbracht. En met succes: de singles 'Een vrouw zoals jij', 'Annabel' (misschien wel de eerste Nederlandse minimale electro-hit!) en 'Thuis ben' werden grote hits in zowel Nederland als België.  

Overigens moet de invloed van Boudewijn de Groot en tekstschrijver/journalist Herman Pieter de Boer hierbij niet onderschat worden: De Groot componeerde, en De Boer was verantwoordelijk voor de teksten van 'Annabel' en 'Een vrouw zoals jij' (en herschreef tevens 'Thuis ben').

In 1984 zag het album 'Vermoeden van Vrijheid' het licht, in 1986 gevolgd door 'Ik hou van alle vrouwen'. Hits bleven vervolgens uit, theatertournees waren lang niet zo succesvol als verwacht en toen ook de cd's 'Ca Va Bien' (1987) en  'Geboren vrienden' (1989) flopten, besloot Hans de Booij even een pauze in te lassen, en zich in Antwerpen te bezinnen op zijn toekomst. Als herboren kwam hij in 1990 weer boven water met het album 'Onvervangbaar' - om tot zijn grote teleurstelling te concluderen dat niemand hem eigenlijk had gemist.

Het was het begin van een roerige periode: Hans ging bankroet, raakte verslaafd aan alcohol en (soft)drugs, en werd in 1991 door de Antwerpse politie gearresteerd omdat hij tegen een gebouw stond te plassen. De Booij verzette zich tijdens zijn arrestatie en brak tijdens een schermutseling met de Vlaamse agenten zijn sleutelbeen. Naderhand spande De Booij een rechtszaak aan, die pas in 1994 in zijn voordeel werd beslist.

Na nog een handvol geflopte albums, had hij genoeg van de muziekindustrie en trok De Booij in 1994 naar Aruba en Amerika om daar zeilcruises te organiseren. In 1999 liep Hans 'toevallig' de veertiende Dalai Lama tegen het lijf voor de schouwburg van Antwerpen. Geïnspireerd door diens boodschap van liefde en geweldloosheid, pleitte hij in uiteenlopende talkshows en radioprogramma's vol vuur (en behoorlijk serieus) voor het oprichten van een Ministerie van Liefde. Om zijn ideeën aan de man te brengen, ging Hans langs de deuren om zijn boek 'Het Ministerie van Liefde' aan de man te brengen. Uiteindelijk wist hij 4000 exemplaren te slijten - respect!

Om een lang verhaal kort te maken: de afgelopen jaren nam Hans de Booij regelmatig nieuwe liedjes op, schreef hij zijn autobiografie ('De laatste jaren van onsterfelijkheid'), maakte hij serieus werk van zijn schilderhobby, woonde kortstondig in Oostende en vertrok in 2008 naar Thailand, waar hij op een tropisch eiland ging wonen en samen met producer Hans Vermeulen aan 'Ontsnapt aan een kokosnoot' werkte (2009), en tourde hij eerder dit jaar door Nederland en Vlaanderen.

Maar hij gaat natuurlijk de muziekgeschiedenis in dankzij een trio van hits afkomstig van zijn debuut 'Hans de Booy'. De lp bevat 12 licht depressieve, vaak enigszins wrange en nihilistische liedjes, die bol staan van de vertwijfeling. De teksten zijn prachtig en de nummers hebben de tand des tijds best goed doorstaan - hoewel je wel tegen de karakteristieke stem van Hans de Booij moet kunnen en het oppervlakkige, schrille bedje van typische jaren tachtig elektronica (lees: Oberheim, Minimoog en Synclavier II) niet als problematisch ervaart. Ik moet eerlijk zeggen dat het me niet lukt om in één klap de volle veertig minuten uit te zitten, en volsta met af en toe een handvol nummers (zoals bijvoorbeeld het fraaie 'Sammy', het melancholische 'Een vrouw zoals jij' of 'St. Mère Eglise').  

Platenmaatschappij CNR bracht de lp aanvankelijk uit met elf nummers - 'Annabel' stond er toen nog niet op. Toen het nummer opeens een joekel van een hit werd, werd het razendsnel toegevoegd aan de lp, die prompt een nieuw catalogusnummer kreeg. Maar wat te doen met de hoezen die al waren gedrukt? CNR deed niet moeilijk en gebruikte de buitenhoes van de eerste persing en stopten daar de vinylschijf met 'Annabel' van de tweede oplage in. Op de achterkant van de hoes staat de hit dus niet vermeld.

'Hans de Booy' is opmerkelijk genoeg nooit op cd verschenen. Reden genoeg voor Baby Grandpa om de lp onder het stof vandaan te halen en met een nagenoeg perfecte vinyl-rip op de proppen te komen, inclusief uitstekende scans van de hoes. Luister zelf: 'Hans de Booy' (320 kbps, 95 MB en voor de liefhebbers een WeTransfer-link). Alle eer gaat vanzelfsprekend naar Baby Grandpa!

De kans is overigens klein dat Hans de Booij 'Annabel' ooit nog live ten gehore zal brengen; naar eigen zeggen kan hij dat 'fysiek niet meer aan'.

Araglin | Zaterdag 19 Juni 2010 at 7:19 pm | 80s | 18 reacties

Tracy Chapman

Op 11 juni 1988 werd in Londen een groots concert georganiseerd om de zeventigste verjaardag van Nelson Mandela te vieren. Een controversieel evenement, want Mandela zat op dat moment nog gevangen op Robbeneiland en was daar hét gezicht van de apartheid in Zuid-Afrika geworden. Uiteindelijk zou hij pas in 1990 vrijkomen, na 27 jaar gevangenschap.

Het concert in het Wembley Stadion werd uitgezonden in 67 landen en bereikte ongeveer zeshonderd miljoen televisiekijkers, die vooral inschakelden voor grote namen als Simple Minds (die het 'Belfast Child' b-kantje 'Mandela Day' speciaal voor dit concert hadden geschreven), Dire Straits (met Eric Clapton), UB40 en Whitney Houston. Maar ineens was daar een meisje met een grote gitaar dat, terwijl het podium achter haar werd verbouwd, haar verstilde liedjes 'Why?', 'Behind the Wall' en 'Talking 'Bout A Revolution' ten gehore bracht. Deze 'pauzemuziek' (want dat was het in feite) sloeg in als een bom en verwoordde in alle simpelheid en soberheid precies waar het die dag om ging.

Tracy Chapman had die dag de wind mee, want Stevie Wonder zou later die dag optreden, maar hij weigerde toen bleek dat zijn apparatuur niet goed werkte. Om snel het gat in het programma op te vullen, werd Chapman nogmaals het podium opgestuurd. Tijdens haar tweede optreden zong ze 'Fast Car', een liedje waarin het vluchten in een snelle auto werd gebruikt als een metafoor voor het ontvluchten van een slechte thuissituatie. Wereldwijd werden mensen tot tranen toe geroerd. Tot het Mandela-evenement had Chapman een paar duizend cd's gekocht van haar debuutalbum, twee weken erna waren het er meer dan twee miljoen.

(Uit: 'Top 2000 – volume 2', uitgeverij L.J. Veen, 2009. ISBN 9789020420166. Enigszins herschreven.)

Araglin | Dinsdag 09 Maart 2010 at 12:21 am | 80s | Reageer

Frizzle Sizzle

De allereerste editie van het Eurovisie Songfestival vond plaats op 24 mei 1956, met een line-up van zeven landen: België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland, West-Duitsland en Zwitserland. De Zwitserse zangeres Lys Assia won toen met het liedje 'Refrain'. Een jaar later sleepte Nederland de eerste plaats in de wacht (Corry Brokken met 'Net als toen'), en ook in 1959 (Teddy Scholtens 'Een beetje'), 1969 (Lenny Kuhr met 'De troubadour') en 1975 ('Ding-a-dong' van Teach-In) was het raak. En eigenlijk was de koek vanaf dat moment wel zo'n beetje op.

De Nederlandse inzendingen eindigden de daaropvolgend tien jaar steevast in de middenmoot en in 1986 werd besloten om het over een andere boeg te gooien en eens een fris meidengroepje in te zenden: Frizzle Sizzle. Een echt Goois vriendinnengroepje, bestaande uit Laura Vlasbom, haar zus Karin Vlasblom, Mandy Huydts en Marjon Keller.

De meiden zongen begin jaren tachtig in 'Kinderen voor Kinderen', en besloten in 1985 - toen ze te oud waren geworden voor het kinderkoor – als kwartet onder de noemer The Sweet Society verder te gaan. Aanvankelijk stond er vooral jazz op het repertoire en aangemoedigd door Mandy's vader Jan Huydts, directeur van het conservatorium in Hilversum, maakten Laura, Karin, Mandy en Marjon serieus werk van hun muzikale carrière. Tijdens een van hun optredens stonden producers Jochem Fluitsma en Eric van Tijn in de zaal en zij zagen het helemaal zitten met het viertal. Maar dan moest het muzikale roer wel om - met jazz beland je immers niet in de Top 40. En een gimmick is ook altijd mooi meegenomen: kleurige rokken en optredens op blote voeten.

Een jaar later nam de inmiddels tot Frizzle Sizzle omgedoopte groep met de door Fluitsma & Van Tijn geproduceerde liedjes 'Alles Heeft Ritme' en 'Eenmaal Jong' deel aan het Nationale Songfestival; hun liedjes belandden op respectievelijk de eerste en de tweede plaats tijdens de nationale voorronde zodat ze in mei 1986 naar het Eurovisie Songfestival in Bergen-Noorwegen afreisden. Echt succesvol was Frizzle Sizzle niet: ze bleven steken op de 14e plaats, ver achter de Belgische winnares Sandra Kim ('J'aime la vie').

Lees verder »

Araglin | Donderdag 04 Maart 2010 at 12:49 am | 80s | 1 reactie
Gebruikte Tags: ,

Glenn Medeiros (reprise)

In 1986 deed de 16-jarige leeftijd Glenn Medeiros mee aan een talentenjacht op zijn geboorte-eiland Hawaï. De hoofdprijs was een bedrag van 500 dollar en een professionele opname-sessie. Glenn won glansrijk - de juryleden smolten massaal voor de Hawaïaanse krullenbol en zijn zwoele uitvoering van 'Nothing's Gonna Change My Love For You', in 1984 geschreven door Michael Nasser en Gerry Goffin voor George Benson (en te vinden op diens album '20/20'). Samen met Jay Stone, een van de dj's van het radiostation dat de talentenjacht had gesponsord, dook Glenn de studio in. Dat 'Nothing's Gonna Change My Love For You' de eerste plaats in de Hawaïaanse hitlijst bereikte was geen verrassing. Wel dat de mierzoete single het uitstekend deed in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Vreemd genoeg kwam het succes vervolgens knarsend en piepend tot stilstand. Glenns label Amherst Records besloot om de single niet wereldwijd uit te brengen en de jonge zanger maakte zich op om zijn oude baantje van reisgids weer op te pakken. In 1988 kocht Mercury de rechten van 'Nothing's Gonna Change My Love For You' en kreeg het twee jaar oude nummer een nieuwe kans. En niet zonder succes: in tal van Europese en Aziatische landen belandde Glenn Medeiros op de eerste plaats, zijn debuutalbum (dat destijds in slechts twee weken was opgenomen) in zijn kielzog meeslepend.

In de jaren die zouden volgen, bracht Glenn met regelmatig nieuwe albums uit, scoorde af en toe een hit (zoals 'She Ain't Worth It', een duet met Bobby Brown, en 'Love always finds a reason'), studeerde geschiedenis aan de universiteit van Hawaï, trouwde, werd vader, treedt regelmatig op in Hale Koa Hotel in Waikiki, en geeft momenteel geschiedenisles op de Maryknoll High School.

Allemaal leuk en aardig, het probleem is alleen dat Glenns muziek zo ontzettend... nietszeggend en braaf is. Het is allemaal zo keurig, voorspelbaar en zwijmelzoet. En als hij eens uit de band springt (zie bijvoorbeeld 'She Ain't Worth It' of 'Standing Alone', een duet met Modern Talking-zanger Thomas Anders), heb je voortdurend het gevoel dat hij een geintje maakt. Maar goed, iedereen die is opgegroeid in de jaren tachtig heeft vast wel een warm plekje voor Glenn Medeiros – luister naar zijn debuutalbum uit 1987 (320 kbps, 70 MB).

Araglin | Zaterdag 12 December 2009 at 10:45 pm | 80s | 1 reactie

The Merry Thoughts

Carsten Mainz en Olaf Wollschläger waren in 1983 wat aan het rommelen met gitaren, synthesizers en drumcomputers. Gewoon voor de lol, zonder ook maar enige muzikale pretentie. Het werd iets serieuzer toen Marvin Arkham en Sonja Jordan zich bij het duo voegden en de groepsnaam The Merry Thoughts in het leven werd geroepen.

Aanvankelijk maakte het viertal duistere rock met wave-invloeden, maar toen de Sisters of Mercy in 1985 debuteerden met 'First and Last and Always' (voorafgegaan door inmiddels legendarische singles als 'Alice', 'Temple of Love' en 'Walk Away' uit respectievelijk 1982, 1983 en 1984), ging het roer om. Want waarom moeilijk doen over een ‘eigen sound’ of ‘muzikale identiteit’ als je eigenlijk gewoon precies dezelfde muziek wilt maken als je grote helden?

Na de nodige interne strubbelingen - Carsten en Olaf hadden namelijk niet zoveel zin om écht werk te maken van The Merry Thoughts - namen Sonja en Martin in 1991 en 1993 de singles 'Second Generation' en 'Pale Empress' op, in 1994 gevolgd door het debuut 'Millennium Done I: Empire Songs'. En tjonge, als er één groep is die het adagium 'beter goed gejat dan slecht bedacht' in de praktijk heeft gebracht, dan zijn het wel The Merry Thoughts. De grafstem van Marvin Arkham lijkt griezelig veel op die van Andrew Eldritch (als je je ogen dicht doet, hoor je nauwelijks verschil), Sonja Jordan ontpopt zich tot de evenknie van Patricia Morrinson, de gitaren ronken, en de voortdenderende drummachine 'The Thoughtmachine' steekt zijn grote broer Dr. Avalanche naar de kroon. Oftewel: The Merry Thoughts klinken misschien nog wel meer als de Sisters dan de Sisters zelf...

'Millennium Done I' was redelijk succesvol en opvolger 'Psychocult' (1996) zorgde voor een (kleinschalige) doorbraak in met name Duitsland.  Een kleine troost, want (en ik citeer de vage boodschap op de MySpace-pagina van The Merry Thoughts): ''[...] the process of making that album basically destroyed the group. Up until 2000 Sonja and Marvin still played live with the help of some of their friends and continued to record and write new material. Personal reasons made it impossible for Sonja to stay and she left The Merry Thoughts in October 2000 immediately after what was to be the band's last live appearance. But we can't allow things to end this way, can we?''

In ieder geval: de orginaliteitsprijs zullen ze nooit in de wacht slepen, de Soundmix Bokaal daarentegen... Wie de moed heeft opgegeven dat het bescheiden Sisters-oeuvre ooit nog wordt uitgebreid, zal in zijn nopjes zijn met zowel 'Millennium Done I: Empire Songs' (192 kbps, 74 MB) als 'Psychocult' (192 kbps, 76 MB), hoewel laatstgenoemd album misschien ietsiepietsie minder overkomt als een hardcore Sisters-epigoon.

Araglin | Woensdag 09 December 2009 at 11:51 pm | 80s | Reageer
Gebruikte Tags: ,

Bruce Willis (update)

Vooral acteurs hebben er een handje van: na een of twee succesvolle films (of een serie) stijgt het ze naar de bol en slaan ze aan het zingen. Ongetwijfeld met goede bedoelingen, maar in de meeste gevallen klinkt het nergens naar. Patrick Swayze deed het, David Hasselhoff doet het nog steeds en ook Bruce Willis dacht op een gegeven moment: kom, laat ik eens een album opnemen!

Van 1985 tot 1989 speelde Willis samen met Cybil Shepherd in de succesvolle comedyserie 'Moonlighting' en in 1988 was hij te zien in de muzikale komedie 'The Return of Bruno'. Laatstgenoemde film schijnt best grappig te zien (ik heb 'm nooit gezien) en het gerucht gaat dat enkele hoge heren van Motown zo gecharmeerd waren van zijn vocale prestaties dat ze hem vroegen een lp vol te zingen met een groot aantal soul- en r&b-covers. Het resultaat (het naar de gelijknamige film vernoemde 'The Return of Bruno') leverde de acteur zelfs nog een hit op met 'Under The Boardwalk'. Nu zingt Bruce Willis beter dan (pak 'm beet) Arnold Schwarzenegger, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Hoewel de lp door velen wordt gezien als een van de slechtste albums ooit gemaakt, is het nu ook weer zo heel erg extreem abominabel. De lp is vooral pijnlijk omdat Willis zichzelf bijzonder serieus neemt en erg hard zijn best doet om alle hoge noten te halen. De speciaal voor hem geschreven tracks ('Jackpot', 'Down in Hollywood' en 'Flirting with Disaster') zijn kitscherige niemendalletjes en het is eigenlijk een raadsel waarom de lp destijds zo goed werd ontvangen.

Met opvolger 'If It Don't Kill You, It Just Makes You Stronger' (1989) vervolgde Willis het ingeslagen pad om vervolgens de eer aan zichzelf te houden en nooit meer een album uit te brengen. Een wijze beslissing gezien het verdere verloop van zijn carrière. Luister naar een uitstekende vinyl-rip (320 kbps, 99 MB, inclusief hoezen) van 'The Return of Bruno' – vanzelfsprekend puur uit nostalgische overwegingen...

Araglin | Dinsdag 03 November 2009 at 5:19 pm | 80s | Reageer
Gebruikte Tags: ,