Net zoals Leonard Nimoy voor altijd Spock blijft, zal acteur Brent Spiner voor altijd worden geassocieerd met het personage Data uit de SF-serie Star Trek: The Next Generation. Niet zo verwonderlijk: Spiner kroop maar liefst 15 jaar lang in de gele robothuid van Data.
Toen in 1994 na zeven seizoen de stekker uit Star Trek: The Next Generation werd getrokken, begaf Spiner zich op het pad van een nogal wisselvallige acteercarrière en was hij onder meer te zien in films als Independance Day en Phenomenon en speelde hij tal van kleine (gast)rollen in uiteenlopende Amerikaanse series, waaronder Mad About You, The Outer Limits, Frasier en Threshold. Het mocht allemaal niet baten en momenteel dreigt de inmiddels 62-jarige Spiner toch wel enigszins in de vergetelheid te raken.
In 1991 was hij op het toppunt van zijn roem en zoals dat wel vaker gaat bij Amerikaanse acteurs (zie bijvoorbeeld Bruce Willis, Patrick Swayze en wederom Leonard Nimoy) besloot Spiner een cd op te nemen: ‘Ol' Yellow Eyes Is Back’. De titel is een ludieke verwijzing naar zowel Frank Sinatra als Data – de ogen van laatstgenoemde zijn goudgeel, dus vandaar. De twaalf tracks op het albums bestaan uit standards uit de jaren dertig en veertig (onder andere ‘The Very Thought Of You’, ‘Zing! Went The Strings Of My Heart’ en ‘When I Fall In Love’), waarmee Spiner - volgens het boekje – in zijn jeugd werd doodgegooid tijdens het avondeten:
“This song and dozens of others accompanied every dinner I ate between the ages of five and thirteen. My stepfather, an amateur saxophone player and a hell of a mambo dancer, had put together one of the all time great collections of popular music recordings anywhere. So, to my good fortune, we dined each night with the likes of Ol' Blue Eyes, Judy Garland, Nat ‘King’ Cole, Rosemary Clooney, Louis Prima and Keely Smith and every other singer that ever performed on Capitol, Decca or R.C.A. records.”
Het resultaat is eigenlijk redelijk onopvallend en zou niet misstaan in een willekeurig restaurant waar ook ter wereld. Beschaafde strijkers, drums bespeeld met kwastjes, een saxofoonsolo hier en daar – je kent het wel. Spiner zingt zich adequaat en licht geknepen door de jazznummers, maar een briljant zanger is hij niet. Het meest bijzondere – en lichtelijk hilarische – is ‘It's a Sin (To Tell a Lie)’, met een gesproken intermezzo door niemand minder dan Patrick Stewart (Captain Jean-Luc Picard) en een hummend achtergrondkoor bestaande uit LeVar Burton, Michael Dorn en Jonathan Frakes (respectievelijk Geordie LaForge, Worf en William Riker uit Star Trek: TNG). Zijn acteercollega’s noemden zich voor de gelegenheid The Sunspots, en dat verwijst zowel naar The Ink Spots (de groep die ‘It’s a Sin’ als eerste opnam) als Spot, de kat van Data.
Spiner produceerde zijn eerste en enige album samen met Wendy Neuss, de associate producer voor Star Trek: TNG, en Dennis McCarthy, die talloze Star Trek-afleveringen van muziek voorzag. Inderdaad, het heeft een hoog ons-kent-ons gehalte. Vooral leuk voor de fans derhalve. En de novelty-liefhebber natuurlijk. Ik denk dat ik in beide categorieën thuishoor…
Als je mij zou vragen wie de beste componist/arrangeur van de twintigste eeuw is, zou ik een moeilijke blik opzetten en pro forma peinzend aan mijn sik trekken. ''Poe, daar vraag je me wat.'' Maar natuurlijk weet ik het allang. Bert Kaempfert (1923-1980) is mijn held.
Onbetwiste easy listening-koning en meester in het schrijven van liedjes die voor een glimlach zorgen en tegelijk getuigen van goede smaak. Hij schreef klassiekers als ‘Strangers in the Night’, ‘Spanish Eyes’, ‘ontdekte’ de Beatles en was de eerste Duitser die op één stond in Amerika. Dankzij de compilatie ‘Singles+’ ben ik nooit meer chagrijnig.
Als je als buitenlandse artiest in Nederland optreedt, kan het geen kwaad om een handvol Nederlandse woordjes in te studeren om het ijs te breken. Het zou nog mooier zijn als de artiest in kwestie zou uitbarsten in bijvoorbeeld 'Dromen zijn bedrog' of 'Heb je even voor mij', maar die kans lijkt me klein.
Of je moet natuurlijk James Last heten. Of, in dit geval, Werner Last (1926-1982, beter bekend als Kai Warner). Hoewel hij altijd in de schaduw van zijn oudere broer James heeft gestaan, was Kai Warner behoorlijk succesvol. Hij heeft meer dan zestig albums uitgebracht, schreef filmmuziek en ontpopte zich tot producer en ontdekker van jonge schlagerartiesten. In de jaren zeventig gingen zijn 'Go In'-platen (vrolijke dansmuziek bedoeld voor beschaafde mensen op beschaafde feestjes) massaal over de toonbank.
In een poging om net zoals zijn broer James (die in 1969 met 'James Last op klompen' op de proppen kwam) vaste voet te krijgen aan Nederlandse wal, bracht hij in 1971 de lp 'Met de postkoets door Nederland' uit. Polydor had grootse verwachtingen; op de hoes is ronkend te lezen: ''De fijnste dansplaat van het jaar 1971... heeft u nu vast!''
In de bekende Last-traditie neemt Kai 28 Nederlandse evergreens onder handen en poetst hij alles rimpelloos glad. In de woorden van ene Frits Versteeg (die een heel verhaal op de hoes mocht schrijven): ''Dansmuziek, wat opgepept naar de beat van de jaren '70, maar waarin melodie, ritme en romantiek een toch nog steeds niet te scheiden trio vormen.'' En dat betekent dus fijn schetterende trompetjes en de gezellig hummende Kai Warner Singers. Ik vraag me af of deze lp eigenlijk wel zo'n groot succes was. Zelfs in 1971 waren liedjes als 'Op de woelige baren', 'De postkoets' en 'Bloesem van seringen' (en verder veel Ramblers-covers) toch al behoorlijk oubollig.
Hoe het ook zij, 'Met de postkoets door Nederland' klinkt op een vreemde manier bijzonder gezellig en bijna manisch opgewekt. Luister naar een uitmuntende vinyl-rip (256 kbps, 67 MB, inclusief hoezen. En om Frits Versteeg nog een keer te citeren: ''Kai Warner go in? In elk geval go ahead met deze vorstelijke langspeler!''
Ik was aan het wroeten in de bak met de aanduiding 'Nederlands' en aarzelde over de aanschaf van 'De grootste hits van Frank & Mirella', toen mijn aandacht werd getrokken door 'Het allermooiste van Tol & Tol'. Goed, de broers komen uit Volendam (en om dit kennelijk te benadrukken, staat op het hoesje heel groot 'HOLLANDSE STERREN' afgedrukt), maar verder heeft de muziek van Cees en Thomas Tol nauwelijks raakvlakken met die van bijvoorbeeld Peter Beense, Wolter Kroes of Jeroen van der Boom. In Amerika zou hun muziek te vinden zijn in het vakje 'Contemporary Instrumental', oftewel: lekker in het gehoor liggende instrumentale muziek, zonder te vervallen in rustgevend new age-gedreutel.
Conservatoriumstudenten Cees en Thomas maakten vanaf het prille begin deel uit van BZN en met name Thomas was verantwoordelijk voor de 'palingsound' waarmee de Volendamse popgroep bijzonder populair zou worden: de gitarist en componist schreef talloze grote BZN-hits, waaronder 'Mon Amour', 'Pearly Dumm' en 'The Old Calahan'. In 1988 stapten de broers kort na elkaar uit BZN - 22 jaar van touren, hits schrijven en in een bestelbusje door heel Nederland crossen hadden hun tol geëist.
Cees en Thomas zaten niet bij de pakken en neer en sleutelden in alle rust aan nieuwe liedjes: dromerige, nostalgische instrumentale songs, met lichte invloeden uit Spanje, Frankrijk en Griekenland. Hun eerste album 'Tol & Tol' uit 1989 werd een groot succes, en de eerste single 'Eleni' een wereldhit. Een wereldhit? Jawel, want niet alleen bereikte het nummer de top drie in Nederland, ook in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Engeland, Zuid-Afrika en zelfs Taiwan werd het een hit. 'Eleni' scheerde zelfs langs de bovenkant van de Amerikaanse hitlijsten. Opvolgers 'Sedalia' (1991), 'Tol & Tol III' (1993), 'Tol & Tol IV' (1999) en 'Tol & Tol V' (2001) waren eveneens succesvol. Tegelijkertijd ontwikkelden Cees en Thomas zich tot veelgevraagde producers; zo zijn ze sinds 2002 verantwoordelijk voor de albums en een groot aantal hits van Jan Smit. Van hun hand komt bijvoorbeeld 'Als de nacht verdwijnt', dat overigens al in 1989 is opgenomen door Anny Schilder als 'Le soleil'.
De vijf 'Tol & Tol'-albums luisteren in ieder geval erg plezierig weg, hoewel het soms wel wat zoetig wordt - alsof je naar de muziek van een gladgestreken Holywood-film zit te luisteren. En om je een beeld te geven: vermeng instrumentale versies van de 'exotische' BZN-nummer met een mespuntje vriendelijke en onschuldige wereldmuziek, voeg een klein scheutje Ennio Morricone toe en maak alles af naar wens af met de 'Griekse liedjes' van Benny Neyman (veelal gecomponeerd door Nikos Ignatiadis) en overgiet alles met een easy listening-sausje. Luister zelf: een flink zipje om eens kennis te maken (320 kbps, 112 MB - hier een WeTransfer-link voor de liefhebber).
Leuk feitje: 'Eleni' is ingezongen door Corina en Gella Vamvakari, de Griekse nichtjes van Cees en Thomas en vanaf 1999 de vaste Tol & Tol-stemmen.
Het gaat niet zozeer om Kerstmis, als wel om de weg naar Kerstmis – om maar eens een nieuw spreekwoord te introduceren. En daarom vanaf vandaag op Araglin.nl: de leukste kerstalbums – ik ben namelijk al weken in de stemming! Veel mensen haten het en zeggen: 'Weg met easy listening in de supermarkt en kerstmuziek in de binnenstad. Bah! Daar doe je ons geen plezier mee!' En even later, op de fiets met de muts over de oren getrokken, de cadeautjes in de tas, fluiten ze opgewekt 'White Christmas' in de Bing Crosby-uitvoering. Ik bedoel maar...
Aanvankelijk was het mijn bedoeling om los te barsten met een heuse kerstmarathon, maar da's wellicht iets te veel van het goede. Zoiets moet je rustig opbouwen, bijvoorbeeld met The Boston Pops. Je kunt kerstmuziek namelijk op verschillende manieren benaderen: cheesy, bloedserieus, geforceerd eigenzinnig (en bijvoorbeeld in de weer gaan met exotische arrangementen), smaakvol en noem het maar op. Het is de uitdaging (als je het mij vraagt) om precies de goede snaar te treffen en te balanceren tussen evergreens die iedereen moeiteloos meeneuriet en de wat minder bekende liedjes in een eigenzinnige uitvoering, die toch ontegenzeggelijk de juiste kerstsfeer ademen.
En dat is precies wat The Boston Pops (onder leiding van Keith Lockhart) doen. Natuurlijk ontbreken klassiekers als 'Sleigh Ride' (in de versie van componist Leroy Anderen, die nauw betrokken was bij de Boston Pops), 'O Holy Night' en 'Do You Hear What I Hear' niet, die lekker dik worden aangezet. Opener 'Joy To The World: A Fanfare For Christmas Day' is door Randol Alan Bass voorzien van een geweldig arrangement, inclusief een uit volle borst zingend kerstkoor en schetterende trompetjes. En net als je denkt het trucje door te hebben, passeren het jazzy ' Kije Takes a Ride' (naar een compositie van Prokofiev) en de alleraardigste medley 'Songs from the Hill Folk: Carols of Appalachia' de revue, waarna het weer ouderwets gezellig wordt met het Ray Connif-achtige 'Winter Weather Medley', een opzwepende swingversie van 'Joy' (met zelfs wat Star Wars-elementen) en de ontwapenende afsluiter 'Happy Holidays, The Holiday Season', waarvan je spontaan zin krijgt in een kop warme chocomel en je je moet bedwingen om niet de straat op te rennen en willekeurige voorbijgangers 'een vrolijk kerstmis!' te wensen.
Tuurlijk, het is typisch Amerikaans en wie houdt van sober en ingetogen, moet maar even de andere kant opkijken. Als je echter niet kan wachten om een kerstboom naar binnen te slepen, hoopt op een witte kerst én tegelijkertijd een zwak hebt voor uitstekend uitgevoerde (bij vlagen) jazzy easy listening in kerstsferen, moet je 'Sleigh Ride' van de Boston Pops zeker eens beluisteren (256 kbps, 112 MB).
En even een snel stukje tussendoor: de melige avonturen van Kabouter Wesley mogen inmiddels als bekend worden verondersteld (zeker na het optreden van bedenker Jonas Geirnaert in De Wereld Draait Door) - ik hoop dat het succes van de vuilgebekte kabouter ook de onvolprezen Klaus Wunderlich weer eens onder de aandacht brengt. Want het melige Kabouter Wesley-liedje (oftewel 'La Felicidad'), is van de hand van niemand minder dan 'Mr. Hammond' himself!
Klaus Wunderlich bracht in de jaren zestig en zeventig in angstaanjagend tempo de ene na de andere lp uit (met welluidende titels als 'Hammond für Millionen' of 'Hammond Party'), gevuld met swingende orgelcovers van bekende deuntjes. En om de verkoopcijfers wat op te krikken stond er op de meeste albumhoezen vaak een glimlachende jongedame in een bikini afgebeeld - dat zouden meer bands moeten doen, als je het mij vraagt.
'La Felicidad' is te vinden op de lp 'Süd Americana vol.2' uit 1972, een album gevuld met vrolijke Hammond-versies van klassiekers als 'Limbo Rock', 'El Condor Pasa' en 'Un Rayo del Sol'. Niet heel schokkend (Wunderlichs 'Sound 2000' dat een jaar later verscheen is bijvoorbeeld veel innovatiever), maar het klinkt bijna 40 jaar na dato nog altijd bijzonder opgewekt. Luister zelf: een uitstekende vinyl-rip van 'Süd Americana vol.2' (320 kbps, 98 MB). Als het je puur gaat om 'La Felicidad' is deze link beter geschikt (MediaFire, 7,4 MB). Overigens zou 'La Felicidad' later belanden op tal van Wunderlich-compilaties, waaronder 'The Golden Sound of Hammond' en 'Hammond für Millionen'.
Klaus Wunderlich overleed op 28 oktober 1997 aan een hartaanval; de Duitse organist werd slechts 66. Op zijn aandoenlijk gedateerde homepage vind je meer informatie. En als je eenmaal de smaak te pakken hebt gekregen, breng dan gerust een bezoekje aan het onvolprezen Lounge Legends, waar je een groot aantal lp's van Klaus aantreft - stuk voor stuk aanraders.
Oeps, was ik het bijna vergeten: tijd voor slingers, taart en in een vrolijk gekleurd cadeaupapier verpakt trompetje! Nee, ik ben niet jarig, maar de onze onverwoestbare easy listening-held James Last wel! Hij is vandaag (17 april) tachtig geworden. En om dit te vieren, begint Last op 23 april met zijn 'Mit 80 um die Welt'-tournee. 'The gentleman of music' geeft in een moordend tempo 23 concerten in Duitsland, Zwitserland, België en Frankrijk. Nederland wordt gelukkig niet overgeslagen: op 8 mei strijkt het volledige orkest neer in de Heineken Music Hall in Amsterdam en voor wie op die dag verhinderd is, op 17 mei is Last te bewonderen in de Lotto Arena te Antwerpen. Er zijn nog kaartjes beschikbaar!
Hoewel ik al jaren fan ben van James Last, en deze bekentenis leidt helaas nog steeds tot gefronste wenkbrauwen, heb ik nog nooit een concert van hem bijgewoond. Volgens mij is het een bijzonder gezellige aangelegenheid! Vooral ook omdat het oeuvre van James Last immens en bijna onuitputtelijk is. Hij heeft zo ontzettend veel gemaakt dat het niet leuk meer is. Als je nog een interessante artiest zoekt om te verzamelen, heb je aan James een fikse kluif. De teller staat op honderden lp's, die soms alleen in specifieke landen werden uitgebracht. Last-fan Piet Hemminga heeft alles netjes op een rijtje gezet in deze kleurrijke galerie.
Natuurlijk, het meeste is mierzoet en nogal gezapig, maar zo af en toe glippen er (per ongeluk?) enkele juweeltjes tussendoor, zoals de prachtige trilogie 'James Last in Holland' (met covers van bekende Nederlandse hits), 'Voodoo Party' uit 1972 (waarvoor Last zich laten inspireren door de voodoo-religie) en het onbedaarlijk vrolijke 'Trumpet a GoGo' uit 1966. Het is een gemiste kans dat platenmaatschappij Polydor ter gelegenheid van Hansi's verjaardag voor de zoveelste keer op de proppen komt met een doorsnee verzamelaar – en dat voor een artiest die wereldwijd miljoenen albums heeft verkocht.
Medio jaren negentig zagen de Amsterdamse musici en producers Gerry Arling en Richard Cameron met lede ogen toe hoe dance steeds populair werd en beukende beats de dansvloer overnamen. Hoog tijd voor een tegengeluid, zo vonden de twee. Ze besloten af en toe een feestje te organiseren waarbij de nadruk lag op de swingende easy listening van Herb Alpert, Bert Kaempfert, Esquivel, Klaus Wunderlich en noem het maar op. ''We hadden het niet meer gezellig als we uitgingen,'' vertelde Richard Cameron in een interview met NRC. ''Op house-avonden stond iedereen alleen nog maar voor zichzelf te dansen.''
Hun feestjes in club Roxy en Paradiso sloegen aan en samen met onder andere Eddy de Clercq, Karin & Aad (alias The Intuners) en de Easy Aloha’s (Bas Albers en Gerard Janssen) stonden Arling en Cameron aan de wieg van de kortstondige easy tune-rage in 1995 en 1996. Het bleef niet alleen bij afgestofte singeltjes: Arling en Cameron schreven en produceerden in razend tempo nieuwe nummers (waaronder deze hit), veelal onder de meest hilarische pseudoniemen, die op vier mini-cd's werden uitgebracht op hun eigen Drive-in-label. En die nummers klinken best goed: eigentijdse easy listening, voorzien van beats en precies de juiste hoeveelheid kitscherige lulligheid.
Begin 1996 was de rage op zijn hoogtepunt: in heel Nederland werden easy tune-feesten georganiseerd en de media sprongen bovenop de nieuwe hype. En zoals dat dan altijd gaat (zie bijvoorbeeld het einde van gabber), werd de rage dan ook vakkundig en in rap tempo de nek omgedraaid - opeens was je al easy tune als je op zaterdagavond een Hawaï-hemd aantrok en danste op muziek van The Village People en ABBA. En dat was nu net niet de bedoeling. In april 1996 verklaarden Arling & Cameron het genre officieel dood, om zich te stortten op een succesvolle carrière als duo - maar dat is weer een ander verhaal.
In dit lijvige zipje (320 kbps, 131 MB) vind je de 'Drive-In Presents Easy Tune'-mini-cd's één tot en met vier, met fijne muziek van onder meer de Easy Aloha's, Tommy Yamaha & His Magic Organ, The Intuners, V.O.L.V.O., Hugo Brasil en The Easy Sisters. Het merendeel van deze tracks is overigens te vinden op de compilatie 'The Best of Easy Tune' (1996), maar niet allemaal. Ik zeg: aloha!
In de easy listening-hemel regeert Bert Kaempfert (1923-1980) al bijna dertig jaar met vaste hand. Zo af en toe maakt hij een gaatje in de wolken en knikt goedkeurend als hij de enige nog levende easy listening-koning in het oog krijgt: de onvermoeibare James Last, die op zijn 79ste nog steeds het ene na het andere podium beklimt, dames op leeftijd in katzwijm achterlatend. Ik ben al jaren fan van 'The gentleman of music', hoewel deze bekentenis helaas nog steeds tot gefronste wenkbrauwen leidt.
Last timmert vol overgave aan een nog altijd gestaag uitdijend oeuvre, maar het probleem is dat hij zo ontzettend veel muziek heeft uitgebracht dat het gewoon niet leuk meer is. De teller staat op ettelijke honderden albums en vele tientallen compilaties. Vooral in de jaren zeventig leek het wel alsof de duivel hem op de hielen zat. Om de week bracht hij wel een nieuwe lp uit - alsof Last tijdens zijn ontbijtje dacht 'goh, een album met Paaseiland-medleys, dat lijkt me nu een leuk idee!', vervolgens wat sfeerverhogende moai in zijn studio liet neerzetten, zijn orkest bij elkaar riep en tegen zes uur 's avonds een album had volgespeeld, dat een paar dagen later in de winkels lag.
Het is dan ook niet heel verwonderlijk dat al zijn lp’s op elkaar lijken en onderling uitwisselbaar zijn; als je er eentje hebt gehoord, heb je ze allemaal gehoord en als je er niets aan vond, heb je pech want dan vind je de rest ook niets. Zo heel af en toe springt James Last uit de band (zoals op 'Voodoo Party' uit 1972), maar over het algemeen geeft hij zijn fans precies wat ze willen horen: easy listening-versies van bekende hits en klassieke deuntjes, waar niemand zich een buil aan kan vallen.
Ik kan het me nauwelijks voorstellen, maar als er mensen zijn die nog nooit van James Last hebben gehoord en graag eens kennis willen maken, dan heb ik de perfecte introductie in de aanbieding: ‘Trumpet a GoGo’ uit 1966. Veertien onbedaarlijk vrolijke instrumentale liedjes, met lustig erop los tetterende trompetjes (daar kan Herb Alpert nog een puntje aan zuigen!), plingplangende bassen, subtiele beats en op zijn tijd een fijne xylofoon-solo. Het gaat om weliswaar allemaal covers (onder meer ‘La paloma’, ‘Tico tico’, ‘La bamba’ en ‘Mexican Hat Dance’), maar de balans tussen afgezaagd en ‘o ja, welk nummer is dit ook alweer?!’ is precies goed. Ik krijg spontaan zin om in de dierenwinkel een klein Mexicaans ezeltje aan te schaffen en met een sombrero op door de straten van Utrecht te gaan rijden…
Bijna overal is muziek. Zeker in de donkere decemberdagen. Eerst de vreemde sinterklaasdeuntjes, en dan het gedragen getingel van de kerstplaten. Veel mensen haten het, en ze zeggen: 'Weg met easy listening in de supermarkt en kerstmuziek in de binnenstad. Bah! Daar doe je ons geen plezier mee!' En even later, op de fiets met de muts over de oren getrokken, de cadeautjes in de tas, fluiten ze opgewekt 'White Christmas' in de Bing Crosby-uitvoering.
In Amerika is het nagenoeg traditie dat iedere artiest ten minste één keer in zijn carrière een kerstalbum opneemt. Vaker wel dan niet levert dit tenenkrommende resultaten op, vooral als het desbetreffende album bedoeld is om een ingezakte platenverkoop nieuw leven in te blazen, of als het zogenaamd hippe versies bevat. Ook in Nederland komt deze traditie de laatste jaren tot leven, hoewel ik niet zo heel enthousiast word van kerst met Frans Bauer of André Rieu. Wat mij opvalt als ik eens onverwacht wat flarden Sky Radio opvang, is dat kerstliedjes de laatste jaren een beetje vastgeroest zitten.
Gelukkig worden er al ruim zestig jaar kerstliedjes op de plaat gezet, de een nog gezelliger dan de ander. Een van mijn kerstfavorieten is James Last, die vele tientallen kerstalbums heeft uitgebracht. Last benadert kerstmis op de hem bekende mierzoete wijze, waarbij het glazuur spontaan van je tanden springt. Ik zit niet te wachten op in violen gedrenkte kitscherige uitvoeringen van 'Stille Nacht' of 'Ave Verum Corpus'. Nee, ik wil koortsachtig geklingel van kerstklokjes, manisch toeterende kersttrompetten, roffelende drums, klepperend kerstgebeier en een gezellig hummende koren!
Gelukkig zijn er op elke 'Weihnachten mit James Last'-lp wel een handvol opgewekte wijsjes, medleys en oude Duitse volksliedjes te vinden. Als je niet vrolijk wordt van bijvoorbeeld 'Fröhliche Weihnacht überall', 'Kling Glöckchen Klingelingeling / Lasst uns Froh und Munter sein / O du Fröhliche' en 'Schlittenfahrt zum Weihnachtsmarkt' en de onweerstaanbare behoefte krijgt om onder kerstboom te kruipen met een beker warme chocolademelk, dan ehh... moet je het over een jaar nog maar eens proberen. Luister naar een tiental kerstliedjes (320 kbps, 65 MB) van de inmiddels 79-jarige James Last om helemaal in de juiste stemming te komen! Vrolijk kerstmis!