Sobriëtas (update)

Ad Visser (1947) is een held. Natuurlijk, een hele generatie kent hem als presentator van het legendarische muziekprogramma Toppop, dat hij vijftien jaar zou presenteren. Maar eigenlijk is dat het minst interessante aan Ad Visser. Al meer dan veertig jaar begeeft hij zich buiten de gebaande paden en zoekt hij voortdurend grenzen op. Zo richtte hij midden jaren zestig de avant-gardistische popformatie Adjeef The Poet, His Girl(s), His Friend(s) & The Rest Of The World(s) op, was hij de eerste die Nederland kennis liet maken met symfonische rock en elektronische muziek in zijn populaire radioprogramma 'Superclean Dreammachine' en timmerde hij aan de weg met talloze performances en bijzondere kruisbestuivingen. Voor een volledig overzicht kun je terecht op zijn site (www.advisser.nl), waar keurig al zijn activiteiten worden opgesomd.

Begin jaren tachtig ging het Ad Visser zowel in commercieel als creatief opzicht voor de wind. Hij werd jaar in jaar uit verkozen tot populairste presentator van Nederland en begon steeds meer te experimenteren met elektronische muziek. In 1982 verscheen zijn sciencefictionroman 'Sobriëtas' (uitgeverij Meulenhoff), aangevuld met het gelijknamige album (met prachtige illustraties van Chasch Coeny) dat was bedoeld als soundtrack en in maar liefst achttien landen werd uitgebracht. Boek en lp waren bijzonder succesvol en in 1983 belandde 'Giddyap A Gogo' (met medewerking van Daniel Sahuleka) in de Top 40 en ontstond de bijzondere situatie dat Ad Visser zichzelf aankondigde in Toppop, om vervolgens zijn eigen hit ten gehore te brengen. Niet alleen in Nederland sloeg het conceptalbum aan, in Italië stond Ad maandenlang in de top vijf en trad hij op voor tienduizenden fans in het amfitheater van Verona.

Lees verder »

Araglin Woensdag 29 Oktober 2008 at 12:03 am | | Elektronisch | Zeven reacties

Michiel Mensingh

In een grijs verleden stemde ik regelmatig af op Frits Spits en diens 'Avondspits'. Je had in die tijd nog geen 'muziekpolitie' en 'formats' en een dj kon tot op zekere hoogte draaien wat hij wilde. Frits Spits (oftewel Frits Ritmeester, een erg aardige man, ik ben zelfs nog een keer bij hem in de studio geweest) had (en heeft) een zwak voor muziek van Nederlandse bodem en in zijn programma maakte hij zich vaak sterk voor onbekende artiesten die wel een duwtje in de rug konden gebruiken.

Een van die artiesten was Michiel Mensingh. Spits was nogal gecharmeerd van het instrumentale 'Alone In the Summer', dat in de zomer van 1993 verscheen op het Felix Label. Mensingh was destijds 17 en als ik het me goed herinner, was Felix Label eigendom van Michiels vader, Felix Mensingh. Hoewel Spits zijn schouders eronder zette, werd 'Alone In The Summer' geen hit. Geen grote verrassing, want de single mag dan wel lekker weghappen, zo heel bijzonder was het nu ook weer niet: pianoklanken, engelachtige achtergrondkoren, een synthetisch baslijntje en een halverwege opduikende elektrische gitaar.

Ik dacht eigenlijk dat het bij deze ene single gebleven was - Mensingh heeft in ieder geval geen carrière opgebouwd als de Nederlandse Vangelis. Nee, in plaats daarvan is hij, tot mijn verrassing, een hele andere richting opgegaan: hij studeerde compositie aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht en liep stage bij Guus Janssen. In 2001 won hij de Matthijs Vermeulen Aanmoedigingsprijs met 'Wicked', geschreven voor het blokfluitkwartet QNG. Dit nummer werd in 2006 geselecteerd voor de ISCM-CASH Young Composer Award 2006. Mensingh houdt zich niet alleen bezig met 'serieuze' dingen, hij schrijft daarnaast film- en reclamemuziek en maakte in 2006 lichtelijk furore als bassist van de Amsterdamse rockband Levetationin.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik enigszins zenuwachtig word van de samples op zijn site en stiekem vraag ik me af hoe het zou hebben geklonken als Mensingh niet voor het experiment, maar voor de synths zou hebben gekozen... Luister naar 'Alone in the Summer' (inlcusief 'A Change in Life' en 'Portamento' en hoesjes – 27 MB, 320 kbps).

Araglin Dinsdag 16 September 2008 at 12:51 am | | Elektronisch | Drie reacties

Apollo: Atmospheres and Soundtracks

In 1983 schreef Brian Eno de muziek voor de documentaire 'For All Mankind' van regisseur Al Reinert. Centraal in deze bekroonde documentaire staan de zes Apollo-missies van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, die prachtig in beeld worden gebracht met voornamelijk door de astronauten zelf geschoten filmpjes (hier een YouTube-fragment). 'For All Mankind' zou uiteindelijk pas verschijnen in 1989, precies twintig jaar nadat Neil Armstrong als eerste mens over het maanoppervlak schuifelde. Eno was minder geduldig en bracht 'Apollo: Atmospheres and Soundtracks' in 1983 uit.

Eno was begin twintig toen Apollo 11 op de maan landde en hij herinnert zich dat hij zich nogal stoorde aan de melodramatische en patriottistische manier waarop alles in beeld werd gebracht. Wat in zijn ogen ontbrak, was een gevoel van... ontzag en verstilling. Voor de soundtrack riep Eno de hulp in zijn broer Roger en de Canadese producer en multi-instrumentalist Daniel Lanois. Het album neemt je mee op een intrigerende reis door het heelal - niet met ronkende sequencers of galmende mellotrons, maar met subtiel verschuivende elektronica (met dank aan de Yamaha DX7) en echoënde, rondtollende gitaarklanken, die je een gevoel geven van gewichtloosheid en eindeloos dromende strerrenstelsels.

Hoewel Eno's soundtrack wel wat weg heeft van 'Ambient 4: On Land' uit 1982, klinkt de muziek op het album een stuk ruimtelijker en organischer – dit is misschien wel hét ultiemste space-album ooit gemaakt. De twee meest toegankelijke nummer 'Silver Morning' en 'Deep Blue Day' werden op single uitgebracht, terwijl laatstgenoemde track jaren later zelfs nog belandde op de soundtrack van 'Trainspotting'. Overigens bevat 'Apollo: Atmospheres and Soundtracks' negen tracks (met een speelduur van ruim een half uur), terwijl in 'For All Mankind' nog acht extra nummers zijn te horen, die naar mijn weten nooit op cd zijn verschenen. Mocht iemand meer informatie hebben, laat gerust een reactie achter! Luister zelf (320 kbps, 80 MB).

Araglin Donderdag 11 September 2008 at 12:56 am | | Elektronisch | Twee reacties

Rockets (update)

De Franse formatie Rockets is een bescheiden voetnoot in de geschiedenis van de elektronische muziek. De groep was zo'n beetje gelijktijdig met Kraftwerk en Yellow Magic Orchestra in de weer met vocoders, synthesizers en sequencers, maar slaagde er niet in om een blijvende indruk achter te laten, laat staan serieus genomen te worden. Niet in de laatste plaats omdat de Rockets-leden hun hoofden hadden kaalgeschoren, zich zilvergrijs hadden geschilderd, rondrenden in buitenissige kleding en liedjes zongen over verre planeten en robots (zie bijvoorbeeld de clip van 'On the Road Again'). Hun live-shows waren een regelrecht spektakel, compleet met lasers, rook, ontploffingen en laag overscherende vliegende schotels.

De groep werd in 1972 opgericht door Fabrice Quagliotti en Alain Maratrat en ging aanvankelijk door het leven als achtereenvolgens Crystal, Rocket Men, Rocketters en The Rockets. In 1976 zag hun eerste album het licht, dat alleen in Frankrijk verscheen. Opvolger 'On the Road Again' (1978) sloeg ontzettend aan in Italië en van latere albums ('Plasteroid' uit 1979 en 'Galaxy' uit 1980) gingen in dat land miljoenen exemplaren over de toonbank. Begin jaren tachtig schakelden Rockets over op een wat gladdere sound. De interesse taande en na een aantal half geslaagde albums hief de groep zichzelf in 1986 op. In 1992 stonden de Fransen weer op de planken en probeerden ze met 'Another Future' (gevuld met nieuwe nummers en remixen van oude hits) de tijden van weleer te doen herleven. Dat mislukte. En hoewel de groep nog steeds actief is, ben ik bang dat een glorieuze comeback er nog steeds niet in zit...

De Rockets waren misschien niet zo grensverleggend als Kraftwerk, hun muziek (een mix tussen bombastische synthezisermuziek, disco en rock) klinkt nog altijd erg geinig. Luister naar 'On the Road Again' (320 kbps vbr, 68 MB - met een bijzonder fijne, ruim acht minuten durende versie van het titelnummer) en 'Galaxy' (320 kbps vbr, 79 MB - vooral openingstrack 'Galactica' is onweerstaanbaar).

Araglin Zaterdag 23 Augustus 2008 at 12:00 am | | Elektronisch | Drie reacties

Ashra

Ik heb nog niemand horen klagen, dus daarom heb ik nog maar weer eens een bijna vergeten elektronisch pareltje opgevist uit de stoffige Araglin.nl-archieven. Maar eerst natuurlijk een praatje vooraf. Toen in 1974 zowel Klaus Schulze als Harmut Enke uit de invloedrijke krautrockformatie Ash Ra Tempel stapte, bleef oprichter Manuel Göttsching als enige achter. Hij krabde zich achter de oren, kortte de naam in tot simpelweg 'Ashra' en besloot om solo verder te gaan. In 1975 verscheen 'Inventions for Electric Guitar', dat was gevuld met vernuftig bewerkte gitaarklanken, een jaar later gevolgd door het meditatieve en bezwerende 'New Age of Earth'.

In de jaren die zouden volgen, verschenen met de regelmaat van de klok (en met wisselend succes) nieuwe Ashra-albums, al dan niet samen met Klaus Schulze en andere gastmuzikanten. Een opmerkelijk hoogtepunt is 'E2 E4' (opgenomen in 1981, maar pas in 1984 uitgebracht), dat wordt gezien als een van de eerste house-albums. Sterker nog: 'E2 E4' stond aan de basis van 'Sueño Latino', een dancehit in de zomer van 1989. (Leuk feitje: de Italiaanse producers Stefano Rota en Stefano Righi, verantwoordelijk voor dit nummer, zijn beter bekend als het duo Righeira).

Maar over 'E2 E4' schrijf ik later nog wel een keer, want 'New Age of Earth' verdient het net zo hard om in de schijnwerpers gezet te worden. Op dit album geen kosmische trip, maar speelse, lichtvoetige elektronica. Alsof jonge en nog onbedorven sequencers vrolijk rond dartelen in de synthesizerwei. Opener 'Sunrain' trapt af met lekker bubbelende synths, terwijl 'Ocean of Tenderness' zacht voortdoezelt in een wolkeloze blauwe hemel. En als je eenmaal in slaap bent gesukkeld, is 'Deep Distance' de ideale metgezel. Het bijna 22 minuten durende 'Nightdust' is dan weer andere koek; dit nummer doet nog het meest denken aan de psychedelische jams van Ash Ra Tempel, met gitaarsolo's, vervormde geluidseffecten en echo's van vreemde sterrenstelsels. Ideale muziek om bij weg te dromen. Luister zelf (320 kbps, 93 MB).

Araglin Donderdag 24 Juli 2008 at 12:47 am | | Elektronisch | Geen reacties

Ed Starink

Begin jaren negentig waren de 'Synthesizer Greatest'-verzamelaars erg populair. Wellicht heb je er wel eentje in de kast staan, want er zijn miljoenen van verkocht (vooral in Frankrijk, Nederland en Spanje). Grote man achter deze serie was de Nederlander Ed Starink (1952), die vele tientallen cd's heeft vol gespeeld met covers van bekende synthesizer- en filmdeuntjes, waarbij hij het allemaal nét iets vetter aanzette. Je kunt je afvragen waarom platenmaatschappij Arcade niet gewoon de originelen op een cd'tje zette, maar het verhaal gaat dat 'twee grote namen' niet samen op één compilatie wilden staan. Als ik de tracklisting van de eerste 'Synthesizer Greatest' erbij pak, liggen de namen van Jean Michel Jarre en Vangelis voor de hand...

De productie van Starink was enorm; zich verschuilend achter alter ego's Star Inc., London Starlight Orchestra en The Broadway Stage Orchestra bracht hij in moordend tempo cd's op de markt met titels als 'Golden Panflute Melodies', 'James Bond Themes' en 'Golden Ballads'. In 1981 verscheen Starinks debuut 'Cristallin', in 1985 gevolgd door het uitstekende 'Inner Spirits'. Medio jaren negentig pakte hij de draad weer op met 'The Synthfony Album' (1993) en opgefriste versies van zijn vroegere werk ('The Surround Experience' uit 1998). Starink woont momenteel in Zuid-Frankrijk, waar hij al geruime tijd bezig is met een Groots Conceptalbum over het heelal. Naar verluidt moet dit monsterproject ergens in 2010 het licht zien.

'Inner Spirits', verschenen onder de noemer Star Inc., bevat dertien tracks (inclusief enkele afkomstig van 'Christallin') die opvallen dankzij hun warme klankkleur en vaak originele invalshoeken. Dat Ed Starink zijn instrumenten beheerst, is geen verrassing, wél dat hij erin is geslaagd een eigen sound te creëren en de subtiliteit van Vangelis paart met de beknopte atmosferische, film-achtige sound van Tangerine Dream ten tijde van 'Poland' en 'Le Parc'. Soms wordt het wel erg zoet en easy listening, maar met name 'Pebbles in the Pond', 'Crystalline', 'Visages Unborn' en 'On Wings of Whisper' hebben nog niets aan kracht ingeboet. Luister zelf: 'Inner Spirits deel 1 (63 MB) en deel 2 (53 MB, 320 kbps).

Araglin Maandag 21 Juli 2008 at 11:48 pm | | Elektronisch | Eén reactie

Wolfgang Riechmann

En om naadloos de draad weer op te pakken na enkele dagen stilte (drukdrukdruk): in mijn vorige entry schreef ik over Deutsche Wertarbeit en een van de namen die kort de revue passeerde, was die van Wolfgang Riechmann. Hij maakte eind jaren zeventig deel uit van de progressieve rockformatie Deutsche Wertarbeit en had alles in zich om uit te groeien tot in ieder geval een cultfiguur.

Het mocht helaas niet zo zijn: toen de 31-jarige Riechmann begin augustus 1978 een caféruzie in de binnenstad van Düsseldorf probeerde te sussen, werd hij enkele malen met een mes in zijn hart en longen gestoken. Hij belandde in een coma en overleed vier dagen later in het ziekenhuis. Wrang genoeg zag bijna op dezelfde dag zijn debuut 'Wunderbar' het licht. Het is niet zo dat deze lp een vergeten meesterwerk is dat geheel onterecht in de stoffige muziekarchieven is beland, maar 'Wunderbar' laat wel horen dat Riechmann aan het begin stond van iets nieuws.

Op de hoes is een in stijlvol futuristisch metallic blauw uitgedoste Wolfgang te zien (compleet met blauwe lippenstift), en het ligt voor de hand een vergelijking met Kraftwerk te trekken. Er is hier echter geen sprake van imitatie: Riechmann was goed bevriend met de Kraftwerk-leden en speelde met Wolfgang Flür en gitarist Michael Rother eind jaren zestig in de groep Spirits of Sound. En terwijl het eveneens in 1978 verschenen Kraftwerk-album 'Die Mensch Maschine' een bijna klinische perfectie ademt, dompelt 'Wunderbar' je onder in een warm en weldadig analoog bad.

De melodieën zijn simpel en catchy, en vooral het titelnummer en het bijna negen minuten durende 'Himmelblau' zorgen er dankzij de repetitieve, op elkaar gestapelde synths, de monotone drumcomputer en zang van Riechmann (niet meer dan een opgetogen 'la la la') voor dat je onweerstaanbaar wordt meegezogen. De Kraftwerk-connectie blijkt ook uit 'Silberland', dat wel wat weg heeft van een extreem vertraagde variant op 'Metropolis' - hoewel de vraag is wie wie nu precies heeft geïnspireerd. 'Wunderbar' duurt amper een half uurtje en het album klinkt nog steeds net zo fris als dertig jaar geleden. Wat voor moois zou hij nog gemaakt kunnen hebben als hij niet op zo'n totaal zinloze manier aan zijn einde was gekomen?

Luister naar een uitstekende vinyl-rip (192 kbps, 50 MB).

Araglin Dinsdag 24 Juni 2008 at 12:49 am | | Elektronisch | Geen reacties

Deutsche Wertarbeit

Waarschijnlijk zat er iets in het water of kreeg je bij twee pakken suiker een platencontract – ik kan anders niet bedenken waarom het muzikale klimaat in het Duitsland van de jaren zeventig zo ontzettend vruchtbaar was. Duizenden bands timmerden aan de weg met progressieve rock, elektronica en avant-gardistische experimenten en het merendeel van hen is inmiddels alweer vergeten.

Een van die bands is Streetmark, een progressieve krautrockformatie rond zangeres Dorothea Raukes. Tussen 1976 en 1981 bracht Streetmark vier lp's uit, die gevuld waren met een mengelmoesje van lang uitgesponnen, nerveuze symfonische rock en een flinke lading orgeltjes en melotrons – een beetje zoals de muziek van Eloy en Novalis, maar dan minder goed. De groep was redelijk populair, maar door de nodige wisselingen in de line-up en de tragische dood van bandlid Wolfgang Riechmann, slaagde Raukes er niet in het succes uit te bouwen.

Lang heeft ze niet stilgezeten, want in 1981 zag haar eerste solo-album het licht, dat je met een beetje goede wil zou kunnen beschouwen als een scharnierpunt naar de Neue Deutsche Welle en jaren tachtig-synthpop. 'Deutsche Wertarbeit' is een puur elektronische en analoge aangelegenheid: openingstrack 'Guten Abend Leute' doet denken aan de muziek van Cluster, 'Deutscher Wald' en 'Auf Engelsflügeln' klinken Kraftwerkiaans, 'Unter Tage' en 'Intercity Rheingold' zijn dan weer nummers in de typische Berlijnse School-stijl (dus met pregnante, lekker bubbelende sequencers) en afsluiter 'Der grosse Atem' neemt je op een Tangerine Dream-achtige wijze mee de kosmische diepte in. 'Deutsche Wertarbeit' verkocht waarschijnlijk voor geen meter, want het zou bij deze ene lp blijven.

Erg jammer, want het klinkt allemaal bijzonder fijn. Voor zover ik kon achterhalen, werkt Dorothea Raukes nu als muzieklerares en heeft ze diverse koren onder haar hoede. Luister zelf: 'Deutsche Wertarbeit' (192 kbps, 51 MB - het gaat om een prima vinyl-rip. Met dank aan het voortreffelijke muzieklog van Saltyka!)

Araglin Vrijdag 20 Juni 2008 at 12:57 am | | Elektronisch | Geen reacties

Jarre live in Amsterdam

Mijn vader kwam begin jaren tachtig aanzetten met 'Oxygène', het debuutalbum van Jean Michel Jarre uit 1977. Ik was toen nog maar een klein ventje en begon net een beetje naar de Top 40 te luisteren. 'Oxygène' klonk als niets dat ik ooit had gehoord: vervreemdende elektronische muziek, vol spacy geluiden en een intrigerende sfeer. Toen ik korte tijd later een kungfu-film met Jackie Chan zat te kijken, werd tot mijn verbazing opeens het nummer 'Oxygène 2' gebruikt. De conclusie was snel getrokken: Jarre is cool! Later zwakte ik mijn mening wat af, maar met een scheef oog ben ik hem blijven volgen.

In de jaren negentig verzandde Jarre in bloedeloze dance-experimenten, maar de laatste jaren is hij bezig zichzelf opnieuw uit te vinden. En dat bedoel ik letterlijk: Jarre steekt zijn oude nummers in een nieuw jasje. In tegenstelling tot Edgar Froese van Tangerine Dream slaagt hij erin om daadwerkelijk een nieuwe dimensie aan de muziek toe te voegen, zonder er een goedkoop remix-project van te maken. 'Aero' (uit 2004) was erg geslaagd, en vorig jaar verscheen 'Oxygène' in een compleet opgepoetste uitvoering: alles is opnieuw ingespeeld (op de originele apparatuur) en aangevuld met een aantal 'preludes' en variaties op de dvd.

Om zijn jubileum te vieren, tourde de Fransman begin dit jaar door Europa. En op 25 maart stond Jarre op de planken in het Amsterdamse Carré, te midden van een indrukwekkend arsenaal vintage synths (liefkozend 'old ladies' genoemd). Ik was er niet bij: 90 euro voor een kaartje vind ik wat overdreven. Gelukkig hebben enthousiaste fans diverse concerten opgenomen, en ook het optreden in Amsterdam is terug te luisteren. De geluidskwaliteit is perfect, het introductiepraatje van Jean Michel allervriendelijkst en alle tracks van 'Oxygène' passeren de revue (inclusief het stemmen van de synths, vijf 'nieuwe' tracks die naadloos de sfeer van toen benaderen, en gejoel van het Nederlandse publiek als 'Oxygène 4' voorbij komt). Aanrader! Luister zelf: deel 1 (100 MB), deel 2 (100 MB) en deel 3 (13 MB – 320 kbps, inclusief hoesje). Ten overvloede: het gaat om een bootleg voor en door fans, zonder winstoogmerk.

Araglin Zondag 25 Mei 2008 at 12:59 am | | Elektronisch | Vijf reacties

Johnny Voorbogt

Willem van Kooten (oftewel Joost den Draaijer) moét wel een liefhebber zijn van synthesizermuziek. Het is in ieder geval opmerkelijk dat tussen de artiesten die in jaren tachtig onderdak vonden bij zijn Red Bullet-label (waaronder Centerfold, Confetti's en The Star Sisters) ook de namen zijn te vinden van Peru (Nova krijg je er gratis bij - hier meer informatie) en Johnny Voorbogt.

De muziek van Peru mag zo langzamerhand als bekend worden verondersteld. Maar wie is Johnny Voorbogt? Ik heb drie albums van hem in de kast staan en het is ronduit verbazingwekkend hoe weinig informatie er is te vinden over deze Belg. Je zou toch verwachten dat in deze tijd van Discogs, AllMusic en Last.fm alles wel zo'n beetje valt te achterhalen, maar nee. Ik heb het vermoeden dat 'Sky' uit 1989 zijn debuut is: een album gevuld met 'easy going' elektronische muziek. Geen kosmisch geneuzel en nummers die minimaal een half uur duren, maar rechttoe rechtaan, vrolijke pompompom-liedjes van gemiddeld drie minuten. Uitschieters zijn met name de uptempo-tracks, die niet zouden misstaan als achtergrond bij een of andere Teleac-documentaire.

Aan de andere kant zijn de wat langzamere nummers enigszins 'cheesy'; ze klinken soms als basistracks voor bijvoorbeeld Marianne Weber of Jannes. Het is dan ook geen grote verrassing dat op 'Mare Liberum' (1992) en 'Wonderland' (1993) af en toe de hulp wordt ingeroepen van een zangeres, waardoor Voorbogt langzaam maar zeker afdrijft richting ehhm... tja, het levenslied. Soort van. Hij schijnt zich te hebben ontwikkeld als een succesvol producer en liedjesschrijver, verantwoordelijk voor hits van onder andere Dana Winner en Dennie Damaro (wie?). Voorbogt is misschien wel het beste te vergelijken met Emile Hartkamp, de grote man achter de successen van Frans Bauer. Het begon allemaal dus met puur elektronische muziek en 'Sky' (78 MB, 320 kbps vbr) is best geinig.

Araglin Vrijdag 23 Mei 2008 at 12:26 am | | Elektronisch | Drie reacties