Een van de meest eigenaardige filmgenres is de kannibalenfilm, vooral erg populair in de jaren zeventig. In de meeste gevallen gaat het om films waarin een groep (Amerikaanse) wetenschappers zich in een of andere exotische jungle waagt, op zoek naar de 'laatst overgebleven kannibalenstam'.
Vanzelfsprekend komen ze een dergelijke stam op het spoor en blijkt er van onderzoek weinig terecht te komen. De groep wordt gevangen genomen, gemarteld en uiteindelijk op gruwelijke wijze vermoord, waarbij vaak de vrouwelijke hoofdpersoon erin slaagt te ontsnappen - of juist nét niet. De kijker wordt getrakteerd op de nodige ranzigheid: verminkingen, het eten van ingewanden, het afslachten van levende dieren en zogenaamd erotische scènes. Pulpregisseurs als Ruggero Deodato, Joe d'Amato en Jess Franco leefden zich uit in een groot aantal waanzinnige films, met als 'hoogtepunt Deodato’s 'Cannibal Holocaust' uit 1980, misschien wel een van de meest nare en verontrustende films ooit gemaakt.
'Cannibal Holocaust' zorgde voor de nodige ophef, vooral omdat veel mensen dachten dat het echt was. Centraal staat namelijk een in de jungle teruggevonden videoband, met daarop schokkende opnamen van een wetenschappelijke zoektocht naar kannibalistische stammen in het Amazonegebied - een missie die uiteraard slecht is afgelopen. De beelden worden aan elkaar gepraat en zogenaamd van deskundig commentaar voorzien door hoogleraar antropologie Harold Monroe (Robert Kerman), waardoor het er allemaal bijzonder realistisch uitziet.
Zo realistisch zelfs dat Deodato werd gearresteerd op verdenking van moord op de vier hoofdrolspelers. De rechter raakte pas overtuigd van Deodato's onschuld toen de regisseur de acteurs Carl Gabriel Yorke, Francesca Ciardi, Perry Pirkanen en Luca Barbareschi optrommelde en uitlegde hoe hij de gruwelijke sterfscène van Luca (die gespietst werd aan een grote paal) had gefilmd. Deodato werd vanzelfsprekend vrijgesproken, hoewel dierenactivisten hem nog altijd de vele expliciete en bloederige wreedheden jegens dieren kwalijk nemen. 'Cannibal Holocaust' werd verboden in Australië, Engeland, Noorwegen, Finland en Nieuw-Zeeland (en werd in Nederland geschikt bevonden voor zestien jaar en ouder). Ik kan hier nu wel een heel stuk gaan zitten tikken, maar dan zou ik eigenlijk deze uitgebreide en verhelderende Wikipedia-pagina nog eens dunnetjes overdoen en dat is natuurlijk niet de bedoeling.
Voor de begeleidende muziek schakelde Deodato de eveneens Italiaanse componist Riziero 'Riz' Ortolani in, en dan vooral vanwege diens werk voor de pseudo-documentaire 'Mondo Cane' (waarvoor hij een Grammy kreeg). De 'Cannibal Holocaust'-soundtrack ademt een typische jaren zeventig-sfeer, waarbij Ortolani zo te horen een vrij karig budget tot zijn beschikking had.
De soundtrack telt tien tracks en trapt af met het zoetsappige 'Cannibal Holocaust - Main Theme', dat niet zou misstaan in een soft-erotische film als 'Bilitis'. Gelukkig maakt het daaropvolgende 'Adulteress' Punishment' (met primitieve Commodore 64-geluidjes en dreigende aanzwellende violen) een hoop goed. 'Cameramen’s Recreation' is dan weer typische jaren zeventig-disco, met een lullig Klaus Wunderlich-orgeltje. De vervreemding slaat weer toe in 'Massacre Of The Troupe', waarna het hoofdthema terugkeert in het royaal met violen besprenkelde James Last-achtige 'Love with Fun' - dat na een minuut of twee bruut de nek om wordt gedraaid met surrealistische hakgeluiden.
Het melancholische 'Crucified Woman' vormt de opmaat naar het funkyknullige 'Relaxing In The Savana'. Na het unheimische 'Savage Rite' mag er weer geswingd worden met het verrassend jazzy 'Drinking Coco'. 'Cannibal Holocaust - End Titles' begint weliswaar met de inmiddels bekende synthetische hakgeluiden, maar na een paar seconden stroomt het zoete thema als bloederige stroop je speakers uit - een mooi besluit van een redelijk eigenaardige soundtrack…
Drie akkoorden, een sobere melodielijn en een onderhuids, enigszins ongemakkelijk gevoel van broeierige spanning - het instrumentale 'Lux Aeterna' van de Engelse componist Clint Mansell weet precies de juiste snaar te raken. Mansell schreef het voor de soundtrack van 'Requiem for a Dream' (2000), de controversiële film van regisseur Darren Aronofsky, gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1978 van Hubert Sebley Jr. over vier New Yorkers die ten ondergaan aan hun drugsverslaving.
'Requiem for a Dream' groeide uit tot een cultfilm en betekende de definitieve doorbraak van Aronofsky. Nog interessanter is het feit dat het 'Requiem for a Dream'-thema ‘Lux Aeterna’ een geheel eigen leven is gaan leiden. Het nummer is namelijk gebruikt in filmtrailers voor 'The Lord of the Rings: The Two Towers', 'The Da Vinci Code', 'I Am Legend', 'Babylon A.D.' en 'Sunshine' . Verder dook het op in gametrailers voor onder meer 'Assassin’s Creed' en 'The Lord of the Rings: The Return of the King', talloze reclamespotjes (voor onder andere Canons PowerShot-camera’s), tv-programma’s als 'Late Show with David Letterman' en 'So You Think You Can Dance' en werd het door rapper Lil Jon gesampled in diens 'Throw It Up' (2002).
Wie bij de naam 'Clint Mansell' al enigszins nadenkend begon te fronsen: inderdaad, Mansell is bekend geworden als zanger/gitarist van de redelijk succesvolle Engelse formatie Pop Will Eat Itself. Nadat de groep in 1996 uit elkaar viel, waagde Mansell de oversteek naar New York om daar zijn geluk te beproeven. Hij raakte bevriend met de jonge regisseur Darren Aronofsky, die druk bezig was om zijn eerste film 'Pi' (1998) van de grond te krijgen. Aangezien hij geen geld had om een 'echte' filmcomponist in te huren, vroeg hij of Mansell het misschien eens wilde proberen. Het was het begin van een vruchtbare samenwerking, want Mansell voorzag niet alleen 'Pi' en 'Requiem for a Dream' van muziek, maar ook Aronofsky's 'The Fountain' (2006), 'The Wrestler' (2008) en het binnenkort te verschijnen 'Black Swan'.
Toen Mansell zich aan het componeren zette voor de 'Requiem'-soundtrack, maakte hij een stuk of twintig muzikale sfeerschetsen. Samen met Aronofsky bekeek hij vervolgens welke muziek het beste werkte bij specifieke scènes. ''Een van de ideeën die ik had'', vertelde Clint Mansell in een interview met het Amerikaanse vakblad Billboard, ''zou later uitgroeien tot 'Lux Aeterna'. Steeds als we het in een belangrijke scène gebruikte, bleek het naadloos te passen - alsof het er speciaal voor was geschreven.''
Nadat Mansell en Aronofsky besloten hadden dat 'Lux Aeterna' de 'muzikale ruggengraat' van 'Requiem for a Dream' zou worden, ging Mansell aan de slag met diverse nog niet eerder uitgebrachte nummers (voornamelijk ambient en elektronische experimenten) die hij nog had liggen. Om uiteindelijk met bijna een uur durende, bijzonder fijne (hoewel soms wat in herhaling vallende) score op de proppen te komen, waarop ook het bekende Kronos Quartet is te horen.
En daar had het hele verhaal kunnen eindigen - ware het niet dat een aangepaste versie van 'Lux Aeterna' (nu opgenomen met een groot koor en orkest) in 2002 prominent te horen was in de trailer voor 'The Lord of the Rings: The Two Towers', waarmee het nummer zich definitief loszong van zijn oorspronkelijke context. ''Ik had totaal niet verwacht dat 'Lux Aeterna' zo’n lange adem zou hebben'', aldus een bescheiden Mansell.
'Lux Aeterna' heeft hem overigens geen windeieren gelegd: omdat 'Requiem for a Dream' een 'kleine' film was, gemaakt met een gering budget door de onafhankelijke studio Artisan Entertainment, heeft Mansell de rechten op zijn muziek grotendeels in eigen hand kunnen houden. Een slimme beslissing, om het maar eens zacht uit te drukken…
Mijn lerares Engels op de middelbare school deed niet zo moeilijk. Mijn boekenlijst mocht ik grotendeels zelf samenstellen en dat liet ik me natuurlijk geen twee keer zeggen. Ik heb altijd al veel SF, fantasy en horror gelezen en voor mijn gevoel stelde ik een 'funlijst' samen, met onder andere de Lord of the Rings-trilogie, Douglas Adams' 'Hitchhiker's Guide', '1984' van Orwell, de Elric-boeken van Michael Moorcock en Frank Herberts 'Dune'. Vreemd genoeg stelde ze tijdens mijn mondeling tentamen nauwelijks vragen over deze romans, maar bleef ze hangen bij de boeken die ik verplicht had moeten lezen.
Jammer, want alleen al over 'Dune' (uit 1965) had ik een hele middag vol kunnen leuteren. En dat ga ik ook nu niet doen. Het is een van de best verkochte sciencefictionboeken ter wereld en wie nog nooit een bezoekje heeft gebracht aan de woestijnplaneet Arrakis, moet dat zeker eens gaan doen. En als je geen tijd hebt voor zes dikke pillen: de verfilming van David Lynch uit 1984 is best geinig en de twee miniseries (te vinden in de uitverkoopbakken) zijn eveneens aardig.
Heb je zowel voor lezen als tv-kijken geen geduld, dan is er natuurlijk altijd nog de muziek. Verantwoordelijk voor de soundtrack van buitenissige Lynch-verfilming is namelijk niemand minder dan Toto. Opmerkelijk, want deze groep was net uit een diep dal geklommen, om met het album 'Toto IV' en de radiovriendelijke wereldhits 'Rosanna' en 'Africa' een glorieuze comeback te maken. In tegenstelling tot de pompeuze soundtrack die Queen afleverde voor de SF-flop 'Flash Gordon' (uit 1980), hielden de Toto-leden zich grotendeels aan de ongeschreven regels voor filmmuziek: klassiek aangezette sfeerschetsen, waarvoor de hulp werd ingeroepen van de Wiener Symphoniker en de Volksoper Wien (gedirigeerd door Marty Paich, de vader van Toto-toetsenist David Paich).
Twee tracks springen eruit: het ijle, door Brian Eno geschreven 'Prophecy Theme' (het gerucht gaat dat hij een complete Dune-score heeft geschreven die nooit is gebruikt) en het fijne instrumentale rocknummer 'Dune (Desert Theme)', met gitaarsolo en al. Echt heel opvallend is de soundtrack niet, maar het zit allemaal uitstekend in elkaar en sfeervol is het zeker. Luister zelf: 'Dune' (320 kbps, 73 MB).
[En als je nu denkt: goh, dit stukje komt me wel erg bekend voor?! Inderdaad: deze entry schreef ik eind mei. Toen Araglin.nl 2.0 medio oktober online werd gezet, is een handvol entry’s (waaronder deze) tussen wal en schip gevallen tijdens het importeren van de database. Het zou zonde zijn als deze stukjes huisvlijt spoorloos zouden verdwijnen in cyberspace, nietwaar?]
Dat het de laatste tijd akelig stil is op mijn weblog, betekent niet dat ik elke avond uit mijn neus zit te eten terwijl ik muziek aan het downloaden ben. Ik ben druk met van alles en nog wat: de voorbereidingen voor de tweede editie van Nouveau Noir (op vrijdag 28 augustus - reserveer alvast een plekje in je agenda!), gesleutel aan Araglin 2.0 (het verloopt traag, maar de eerste versie staat) het schrijven van allerhande teksten, en natuurlijk moet er ook nog gewerkt en getwitterd worden. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat ik ook nog een verslaving heb opgelopen. Een verslaving die zich in één woord laat samenvatten: Stargate.
Een aantal maanden kocht ik namelijk een uit de kluiten gewassen dvd-box met daarin alle tien seizoenen van sciencefictionserie Stargate SG-1. Voor wie deze serie niet kent: Stargate is gebaseerd op de gelijknamige film uit 1994 over buitenaardse sterrenpoorten die het mogelijk maken om van de ene planeet naar de andere te reizen. En vanzelfsprekend gaat dat gepaard met een hoop buitenissige snode aliens, spectaculaire ontploffingen en coole ruimteschepen.
Lichtvoetig en met de nodige humor (vooral dankzij Richard Dean 'MacGyver' Anderson), waardoor het de ideale serie is om de dag mee af te sluiten. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Battlestar Galactica (ook leuk, maar wel wat grimmig). Ik ben nu halverwege het zesde SG-1-seizoen, dus het schiet al op - nog een slordige 100 afleveringen en twee films te gaan. Spin-off Stargate Atlantis is inmiddels ook alweer een tijdje van de buis (waar blijft die verzamelbox met alle vijf seizoenen?), maar in oktober gaat de Stargate-franchise weer van start met Stargate Universe (hoewel de trailer me nog niet echt wist te overtuigen).
Goed, genoeg geleuterd: fans doe ik ongetwijfeld een plezier met 'The Best of Stargate' (320 kbps, 109 MB), waarop muziek uit het eerste en tweede seizoen is verzameld, gecomponeerd door onder andere Joel Goldsmith en Dennis McCarthy. Lekker bombastisch en meeslepend. Wie behoefte aan meer, moet 'Stargate SG-1' (320 kbps, 132 MB) maar eens downloaden, dat alle muziek bevat uit de anderhalf uur durende pilotaflevering uit 1997.
De keren dat ik tegenwoordig nog een ouderwetse lp opzet, zijn op de vingers van één hand te tellen. Paradoxaal genoeg wil dat niet zeggen dat ik helemaal geen lp's meer koop. Dat doe ik af en toe namelijk nog wel, hoewel ik ze nu vooral in huis haal uit nostalgische overwegingen of vanwege de fraaie hoezen.
Bij één lp komen, wat mij betreft, beide elementen samen: de Ghostbusters-soundtrack. Niet alleen brengt de film (uit 1984 alweer!) goede herinneringen naar boven, de hoes is prachtig en uit duizenden herkenbaar: het bekende spookje in het rode verbodsbord. De muziek is dan weer wat minder, maar wasemt wel een onmiskenbaar jaren tachtig-sfeertje uit. Het album opent met de bekende knaller van Ray Parker Jr., gevolgd door tracks van onder andere The Bus Boys, Thompson Twins, Laura Branigan (die je wellicht kent van de hit 'Self Control') en Air Suply. En voor de volledigheid vind je op de soundtrack ook 'Main Title Theme' en 'Dana's Theme' van filmcomponist Elmer Bernstein en de instrumentale versie van 'Ghostbusters' (die veertig seconden langer duurt dan de gezongen variant).
Smeuïg detail: in eerste instantie was het de bedoeling dat Huey Lewis and the News het titellnummer zou verzorgen, maar de groep weigerde, waarna Ray Parker Jr. de klus in zijn schoot geworpen kreeg en met 'Ghostbusters' een wereldhit scoorde. Huey Lewis daagde Parker vervolgens voor de rechter omdat het nummer wel heel erg veel leek op hun hit 'I Want a New Drug'. Tot een uitspraak kwam het niet: de ruzie werd buiten de rechtszaal geschikt, waarbij er ongetwijfeld vele dollars van eigenaar verwisselden. De wraak van Huey Lewis and the News was zoet: ze werkten mee aan de soundtrack van de eerste 'Back to the Future'-film en hun bijdragen ('The Power of Love' en 'Back in Time') waren uitermate succesvol.
Overigens wordt er momenteel gewerkt aan het script voor een derde Ghostbusters-film, die medio 2012 in premiere moet gaan, mét de originele cast (Bill Murray, Dan Aykroyd, Harold Ramis en Sigourney Weaver). En dat lijkt me nog best leuk ook. In ieder geval: luister naar de soundtrack van 'Ghostbusters' (192 kbps, 56 MB).
Mijn collega's zijn behoorlijk grote filmfreaks en tijdens de lunch ontspon er zich een discussie over een films die je meerdere malen (misschien iets te vaak) hebt gezien. Het is ergens wel grappig dat ik met moeite mijn sofi-nummer kan onthouden, terwijl ik in een oogwenk een dergelijk lijstje weet te fabriceren: 'Way of the Dragon' (1972) met Bruce Lee en Chuck Norris (puur jeugdsentiment - mijn vader en ik vonden deze film eigenaardig genoeg bijzonder hilarisch), 'House of 1000 Corpses' (2003), het heerlijk nihilistische regiedebuut van Rob Zombie, en 'Labyrinth' (1986) van Jim Henson, een van de weinige films uit mijn jeugd die wat mij betreft de tand des tijds moeiteloos heeft doorstaan.
Ik geef toe, een eigenaardige top drie. Een paar uur later schoot me nog een film te binnen die ik wel erg vaak heb gezien: 'Groundhog Day' (1993) met Bill Murray en Andie MacDowell. En eigenlijk steeds per ongeluk: als 'ie wordt uitgezonden op tv (en dat gebeurt nog altijd zeer regelmatig) blijf ik steevast hangen, vooral dankzij een fijn schmierende Bill Murray als een nukkige weerman op zijn retour. Hij wordt naar het gehucht Punxsutawney gestuurd, waar hij een reportage moet maken over het jaarlijkse 'Groundhog Day', waarbij een bosmarmot het einde van de winter aankondigt. Na zich mopperend door de dag te hebben geslagen, noodzaakt een zware sneeuwstorm hem om in het dorpje te overnachten. De volgende dag blijkt het echter wéér Groundhog Day te zijn en moet hij tot zijn grote ontzetting nogmaals dezelfde reportage maken – en de dag erna nog een keer, en nog een keer, en nog een keer – waarbij hij steeds wordt gewekt met Sonny & Chers 'I Got You Babe' uit zijn wekkerradio...
Oké, het is geen briljante film, en bovendien is het einde nogal zoet, maar het gegeven is leuk uitgewerkt. En pas als je 'Groundhog Day' meerdere keren ziet, merk je hoe subtiel de muziek van George Fenton (1950) zijn werk doet. Deze Engelse componist is bekend geworden dankzij zijn scores voor de BBC-documentaires 'The Blue Planet' en 'Planet Earth', maar maakt regelmatig een uitstapje naar Hollywood. Zo voorzag hij onder meer 'The Fisher King', 'Cry Freedom' en 'Gandhi' van muziek. Voor wie net als ik 'Groundhog Day' iets te vaak heeft gezien, is de soundtrack (192 kbps, 64 MB) een feest der herkenning.
Het was een genre dat eind jaren zeventig zijn hoogtepunt beleefde: de soft-erotische film in een kunstzinnig jasje. De meeste films uit die tijd zijn nagenoeg vergeten (en terecht), maar de titels roepen nog steeds een gelukzalige glimlach en een mistig staren in de verte op. Een goed voorbeeld is 'Bilitis' (1977) van debuterend regisseur David Hamilton. Deze Engelsman had naam gemaakt met talloze foto's van onschuldige, maar o zo sensuele jonge meisjes op het breukvlak tussen kind en vrouw (ahum) en met 'Bilitis' zette hij eigenlijk zijn verzameling om in bewegende beelden.
De film vertelt het verhaal van het 17-jarige kostschoolmeisje Bilitis, dat de zomervakantie doorbrengt op het landgoed van haar pasgetrouwde vriendin Melissa. Ze wordt stiekem verliefd op fotograaf Lucas, maar is te verlegen om de eerste stap te zetten. Als ze bij toeval getuige is hoe Melissa door haar man wordt gedwongen om seks te hebben, is ze geschokt en verbijsterd. Tussen de twee vriendinnen ontstaat een kortstondige lesbische romance, die later door Melissa wordt afgedaan als 'een zomerzotheid'. Aan het einde van de film heeft Bilitis besloten dat Lucas de ideale man is voor Melissa en keert ze terug naar school, zonder de ware liefde te hebben gevonden.
Kortom, een flinterdun verhaaltje. Voor het goede spel, plotwendingen of diepgravende gesprekken ben je dan ook bij Hamilton aan het verkeerde adres. Als je van omfloerste, soft-focus-beelden houdt, dol bent op pastelkleuren en dartelende borstjes, dan is 'Bilitis' best aardig. Dat de film ruim dertig jaar later nog steeds tot verbeelding spreekt, is voornamelijk te danken aan de muziek van Francis Lai (1932). Deze Franse componist en accordeonist (bekend geworden als begeleider van Edith Piaff in de jaren vijftig) voorzag 'Bilitis' (en later ook 'Emmanuelle') van een weelderige, dromerige en uiterst zoete score. Piano, woordeloze vrouwenzang, aanzwellende akkoorden – je ziet de vlindertjes bijna tastbaar ronddwarrelen boven een klaterend bosbeekje.
Wederom geldt: het heeft weinig om het lijf, sfeervol is het wel. Luister zelf: de Bilitis-soundtrack (192 kbps, 53 MB, inclusief hoezen – het gaat om een uitstekende vinyl-rip).
Muziek speelt een belangrijke rol in '2001: A Space Odyssey' (1968) van Stanley Kubrick (1928-1999). Met een beetje fantasie wil zou je de zorgvuldig uitgekozen nummers zelfs kunnen beschouwen als een extra personage, dat de film eeuwigheidswaarde geeft. Mede dankzij de spaarzame dialogen komt de muziek van onder andere Johan Strauss jr. ('An der schönen blauen Donau'), Richard Strauss ('Also sprach Zarathustra') en de Hongaars-Oostenrijkse componist György Sándor Ligeti optimaal tot zijn recht.
Opmerkelijk genoeg was het aanvankelijk helemaal niet de bedoeling om klassieke muziek te gebruiken. Kubrick had een soundtrack besteld bij filmcomponist Alex North (1910-1991), die eerder de muziek schreef voor onder meer 'Spartacus', 'A Streetcar Named Desire' en 'Dr. Strangelove'. Begin 1966 begon filmstudio MGM zich lichtelijk zorgen te maken over de voortgang van '2001' en de studiobazen vroegen Kubrick enigszins bezorgd of hij al wat kon laten zien. In allerijl stelde de regisseur een compilatie samen met ruw materiaal. En omdat de muziek nog niet klaar was, besloot Kubrick om zijn 'werkmuziek' te gebruiken (dus de bovengenoemde klassieke muziek). De MGM-bazen waren opgelucht en vooral de muziek viel in goede aarde. Ook Kubrick was in zijn nopjes en besloot om voor de definitieve versie de door hem uitgekozen nummers te handhaven.
Eind goed al goed, ware het niet dat Kubrick vergat om Alex North hiervan op de hoogte brengen. Het was dan ook even slikken voor North toen hij tijdens een voorpremière tot de ontdekking kwam dat het resultaat van zijn noeste arbeid totaal niet in de film voorkwam. Tussen deze twee is het dan ook nooit meer goed gekomen. De oorspronkelijke soundtrack van North is pas vele jaren later uitgebracht en eigenlijk is het maar goed ook dat Kubrick zijn eigen weg is gegaan. Want hoewel North zijn best heeft gedaan, klinkt de score typisch als een product van de jaren zestig. De briljante scène waarin het ruimteschip aankomt bij het ruimtestation, is bijvoorbeeld een nagenoeg perfect samenspel met de lichtvoetige wals 'An der schönen blauen Donau'.
De variant van Alex North ('Space Station Docking') is een stuk fletser en vooral gedateerder. Je kunt merken dat North geprobeerd heeft een futuristisch tintje aan zijn composities mee te geven, maar het is nu eenmaal moeilijk opboksen tegen Strauss en Ligeti. Het zou interessant zijn (en waarschijnlijk is het al eens gedaan) om Kubricks meesterwerk eens te bekijken met de originele soundtrack. Luister zelf: '2001- A Space Odyssey (The Original Score)' (320 kbps, 46 MB).
Begin deze maand werd de film 'Zwartboek' van Paul Verhoeven uitgeroepen tot de beste Nederlandse speelfilm aller tijden. Op de tweede plaats van de door het Nederlands Film Festival, VPRO en Cinema.nl georganiseerde verkiezing staat 'Simon', gevolgd door 'Soldaat van Oranje', 'Alles is liefde' en 'Turks Fruit' op de vijfde plek. Dat de 15.000 stemmers zich vooral door hun korte-termijngeheugen hebben laten leiden, spreekt voor zich: 'Zwartboek' , 'Simon' en 'Alles is liefde' verschenen in respectievelijk 2006, 2004 en 2007 in de bioscopen. Tijdens een soortgelijke verkiezing in 1999 werd 'Turks Fruit' nog gehuldigd als beste Nederlandse film ooit.
Als je mij zou vragen wat de beste film van eigen bodem is, zou ik ehh.. tja. Ik heb eigenlijk niets met Nederlandse films. Ik kan wel moeiteloos vijf bereslechte films opnoemen (met op één 'Intensive Care'), maar dat telt niet. Over de beste soundtrack daarentegen, kunnen we kort zijn: 'Turks Fruit' van Rogier van Otterloo, waarmee de veel te jong gestorven componist en dirigent zijn debuut maakte als hofleverancier voor tal van Nederlandse films (elders op mijn log meer informatie). Van Otterloo voorzag 'Turks Fruit' van omfloerste, jazzy muziek, met een prominente rol voor de mondharmonica van Toots Thielemans en het Louis van Dijk Trio. Het Turks Fruit-thema met vrolijk gefluit en een subtiel op de achtergrond pompend baslijntje is bijna in ons collectieve geheugen geëtst. Wereldschokkend zijn de 36 minuten filmmuziek niet, maar de twaalf tracks zijn wel precies goed: geen noot te veel of te weinig en bijzonder sfeerverhogend. Je moet wel van beschaafde en subtiele zondagochtendjazz met een flinke scheut easy listening houden, anders verandert zelfs de half uur durende soundtrack in een ware marteling.
Overigens vond regisseur Paul Verhoeven de muziek maar niets. Hij ergerde zich aan de "drummetjes met van dat veeggedoe." En terwijl ik de muziek zou omschrijven als 'melancholisch', werd Verhoeven ronduit depressief toen hij de soundtrack voor het eerst hoorde. Maar goed, dat werd ik weer toen ik 'Showgirls' zag.
En om een lang verhaal kort te maken: 'Turks Fruit' (320 kbps, vbr, 57 MB). De cd is trouwens al geruime tijd niet meer verkrijgbaar – pas op dat je niet de wanstaltige musical-cd in huis haalt!
In een vlaag van verstandsverbijstering heb ik onlangs het eerste seizoen van Babylon 5 (uitgezonden in 1994) gekocht. Ik had goede herinneringen aan deze Amerikaanse SF-serie (bedacht, geproduceerd en grotendeels geschreven door Joseph Michael Straczynski) en hoewel met name de effecten (Babylon 5 was een van de eerste series die uitgebreid gebruikmaakte CGI) wat gedateerd overkomen, hebben de epische belevenissen op het ruimtestation in de verre toekomst weinig aan kracht ingeboet. Dat is met name te danken aan de doordachte verhaallijnen én de muziek van Christopher Franke (1953).
Geen onbekende naam: hij was een van de oprichters van Tangerine Dream, en samen met Edgar Froese en Peter Baumann verantwoordelijk voor legendarische albums als 'Phaedra', 'Rubycon' en 'Cyclone'. In 1988 besloot Franke dat het tijd was om zich te storten op een solocarrière. Begin jaren negentig richtte hij de labels Sonic Images en Earthtone New Age Music op, maakte filmmuziek onder de noemer Berlin Symphonic Film Orchestra en bracht verschillende solo-albums uit. In 1991 verhuisde hij naar Los Angeles om het daar te gaan maken als filmcomponist. Na wat kleine klusjes had hij in 1993 beet en sleepte hij de opdracht in de wacht om muziek te componeren voor de SF-serie Babylon 5.
Aanvankelijk zou Stewart Copeland van The Police aan de slag gaan, maar toen hij verhinderd bleek, kreeg Franke de klus, niet vermoedend dat deze serie vijf seizoenen zou lopen en vier tv-films en een computerspel zou opleveren. Voor elke aflevering (bijna 130 in totaal) schreef Franke ongeveer een half uur sfeervolle, bombastische muziek met lichte elektronische invloeden. Het lijkt soms wel heel erg veel op elkaar allemaal, maar ach, een kniesoor die daarop let. Liefhebbers van aanzwellende violen, kunnen met een gerust hart dit zipje (75 MB, wisselende bitrates) met de muziek van 'The Coming of Shadows' (aflevering 9, seizoen 2) en 'The Face of the Enemy' (aflevering 17, seizoen 4) downloaden. Ik zet nog maar eens aflevering op...