[Gelezen in NRC Handelsblad, zaterdag 19 mei 2012, geschreven door Pieter Steinz.] Bij Waterloo begon de victorie – althans voor ABBA, het Zweedse viertal dat van het midden van de jaren zeventig tot het begin van de jaren tachtig de hitparade domineerde en daarna zou uitgroeien tot een van de invloedrijkste popgroepen aller tijden.
Anni-Frid Lyngstad, Benny Andersson, Björn Ulvaeus en Agnetha Fältskog wonnen op 6 april 1974 in Brighton het 19de Eurovisiesongfestival met Waterloo, een kauwgomrocknummer over een smoorverliefde vrouw. ‘Bij Waterloo gaf Napoleon zich over’, zongen de blonde Anna en de bruinharige Frida tweestemmig nadat rollende gitaren het liedje hadden ingezet. ‘En mijn lot is min of meer hetzelfde’. Waarna de plonkende piano-akkoorden van Benny het slot van het eerste couplet omlijstten: ‘The history book on the shelf / is always repeating itself’.
Niet alleen het tempo van het liedje of het aanstekelijke arrangement maakte ABBA bijna veertig jaar geleden tot een instant-sensatie, ook de presentatie. In voorgaande jaren was het toppunt van eigenzinnigheid Sandie Shaw geweest, die op blote voeten (naar verluidt omdat ze bijziend was en op deze manier zonder bril de snoeren op het podium kon voelen) Puppet On A String naar de overwinning had gezongen. Maar dat was niets vergeleken bij de ABBA-act, te beginnen bij de Zweedse dirigent van het BBC-orkest, die opkwam als Napoleon. De glitterpakken, de kniehoge laarzen en de gitaar in de vorm van een ster van Björn, de enkellange rok van Frida, de felblauwe pofbroek met bijpassend mutsje van Anna – het was allemaal over the top, maar maakte diepe indruk op honderd miljoen televisiekijkers.
Negen nummers later werden de stemmen van de 17 deelnemende landen uitgebracht en won ABBA met overmacht van onder meer Mouth & McNeal (die een derde plaats haalden met het in het Engels gezongen Ik zie een ster) en Olivia Newton-John (die het Verenigd Koninkrijk vertegenwoordigde met Long Live Love).
[Dit is een gastbijdrage geschreven door Michael Bouma]
In het begin van de jaren tachtig was Nederland in de ban van wat toen nog de Whitbread Round the World Race heette, een zeilrace rond de wereld. In 1977-1978 won de Nederlander Connie van Rietschoten deze race met zijn schip ‘De Flyer’. In 1981-1982 wist hij deze race wederom te winnen, nu met ‘De Flyer II’. Beide schepen waren gebouwd bij Huisman Shipyard in Vollenhove. Zowel de race als de bouw van ‘De Flyer II’ sprak bijzonder tot de verbeelding van het Zwitserse jazzduo Thomas Diethelm & Santino Famulari, dat zich voor hun debuut-lp ‘The Flyer’ (1983) door de prestaties van Van Rietschoten liet inspireren.
Mede dankzij het succes van ‘De Flyer II’ in de Whitbread Round the World Race en een optreden van Diethelm & Famulari bij Sonja Barend, ontstond er een kleine hype rond de lp. De single ‘The Flyer’ stond in 1984 vier weken in de Top 40, met als hoogste positie de 27e plaats. Als ik dit nummer hoor moet ik nog altijd denken aan de prachtige beelden van ‘De Flyer II’ tijdens de race, die achter de muziek waren gemonteerd. Helaas is dit filmpje niet meer te vinden op YouTube.
Over beide heren heb ik niet zoveel info kunnen achterhalen. Famulari is een klassiek geschoold pianist, die op dit album de synthesizer bespeelt. Diethelm speelt op een akoestische gitaar met nylonsnaren. Opvallend is het gebruik van analoge delays, die het geluid een enkele herhaling geven. Je hoort dus hetzelfde nog een keer maar dan met een herhaling. Deze ‘delay-tijd’ bepaalt het tempo van de nummers en zorgt tegelijkertijd voor een herkenbare en voor die tijd vernieuwende sound. De nummers hebben mede door het gebruik van de akoestische gitaar een hoog Flairck-gehalte.
Na ‘The Flyer’ brachten Diethelm & Famulari het album ‘Valleys in My Head’ (1984) uit, met daarop wederom een versie van ‘The Flyer’. Santino Famulari werkte later samen met de Zwitserse harpist Andreas Vollenweider, terwijl Thomas Diethelm actief was met de Thomas Diethelm Band (en een aantal jaar geleden wat gitaarfilmpjes op YouTube zette).
Marilyn Monroe (1926-1962). Stijlicoon van de twintigste eeuw, wereldberoemd actrice, mannenverslindster en zangeres - zo'n beetje in die volgorde. Hoewel over het leven van Marilyn Monroe, haar films en stormachtige relaties talloze boeken zijn volgeschreven, komt haar muzikale carrière er altijd maar bekaaid van af.
Waarschijnlijk omdat dat nooit zo hoog op haar prioriteitenlijstje heeft gestaan. In succesvolle films annex muscials als 'There's No Business Like Show Business' (1954), 'River of No Return' (1954) en 'Gentlemen Prefer Blondes' (1953) zingt ze weliswaar regelmatig een liedje, maar ze heeft zich nooit gewaagd aan een compleet album.
Na haar ‘waarschijnlijke zelfmoord’ in 1962 probeerde menigeen een graantje mee te pikken van de Marilyn-hausse en verschenen er talloze compilaties op de markt, gevuld met liedjes uit haar films, bij elkaar geschraapte fragmenten uit reclamespotjes, radio-interviews, live opnamen en natuurlijk haar beroemde 'Happy Birthday', dat ze in mei 1962 zong voor de jarige president John F. Kennedy.
De honderden Marilyn Monroe-cd's zijn allen terug te voeren op twee albums: 'Marilyn' uit 1962, dat liedjes bevat uit bovengenoemde films (in 1972 zag een iets uitgebreide variant het licht onder de titel 'Remember Marilyn) en 'Marilyn Monroe' uit 1972, met vooral allerhande rariteiten (later hernoemd naar 'Rare Recording 1948-1962'). De vele verzamelaars uit de jaren tachtig en negentig bestaan voor het merendeel uit een opgewarmd prakje van deze twee albums, hoewel er zo heel af en toe wel wat nieuws opdook.
Monroe beschikte over een omfloerste, verleidelijk kirrende stem, die geheel in overstemming was met haar imago. Wereldschokkend is haar nagelaten muzikale oeuvre niet; de bigband-deuntjes en zwijmelballads klinken vooral aandoenlijk, waarbij het beeld van de platinablonde actrice met de opwaaiende jurk als een zwoel parfum uit je speakers komt dwarrelen.
Op de uitstekende verzamelaar ‘The very best of Marilyn Monroe’ zijn alle hoogtepunten verzameld, waaronder ‘Diamonds Are A Girls Best Friend’ en ‘I Wanna Be Loved By You’, aangevuld met wat minder bekende tracks als 'I'm Gonna File My Claim' en 'After You Get What You Want, You Don't Want It'. Luister zelf (192 kbps, 84 MB - WeTransfer-link).
''Ik heb een theorie,'' vertelde Willy DeVille in een interview in 2002. ''En dat is dat ik veel meer cd's zal verkopen als ik dood ben dan tijdens mijn leven. Ik vind het een vervelende gedachte, maar ik zal er mee moeten leren leven.'' Zeven jaar later, op 6 augustus 2009, overleed DeVille op 58-jarige leeftijd aan de gevolgen van alvleesklierkanker.
Zijn overlijden zorgde er helaas niet voor dat zijn albums massaal de winkels uitvlogen – DeVille had namelijk de 'pech' vlak na Michael Jackson te sterven. Ergens is dat ook wel passend, want het oeuvre van DeVille, of dat nu onder zijn eigen naam of met zijn band Mink DeVille was, is in Amerika altijd al behoorlijk over het hoofd gezien, hoewel hij in Europa werd gezien als een ster.
DeVille werd geboren als William Borsay in het industriële niemandsland Stamford in de Amerikaanse staat Connecticut. Hij verliet op zestienjarige leeftijd zijn ouderlijk huis om muziek te gaan maken. Zijn omzwervingen brachten hem in New York, Londen en San Francisco en vervolgens weer terug naar New York. Daar ging hij met een groep muzikanten die hij aan de Amerikaanse westkust had ontmoet aan de slag als Billy DeSade & The Marquees. In 1974 werd de naam veranderd in Mink DeVille en ging William Borsay voortaan door het leven als Willy DeVille.
De band schopte het tot huisband van het legendarische New Yorkse punkclub CBGB's, waar Mink DeVille werd opgepikt door de bekende producer Jack Nitzsche. Laatstgenoemde was bekend geworden dankzij zijn werk voor Ike & Tina Turner, The Rolling Stones en Neil Young. Met hem nam Mink DeVille het baanbrekende 'Cabretta' op, een album waarop punk met blues, r&b en traditionele elementen werd gecombineerd. Naar verluidt kwam Mick Jagger tijdens de opnamen de studio in en heeft hij met zijn ogen dicht een hele avond staan dansen op de muziek van Mink DeVille.
In Amerika snapten ze het niet, maar de Europeanen gingen snel overstag; de single 'Spanish Stroll' (1978) werd een grote hit en ging de muziekgeschiedenis als een onbetwiste popklassieker.
Het is misschien wel de bekendste ballad aller tijden: 'I Will Always Love You', of het nu in de uitvoering is van Whitney Houston of Dolly Parton. Het liedje is het verhaal van een pijnlijke scheiding. Dolly Parton, die het nummer in 1973 schreef, dacht daarbij niet aan iemand met wie ze een romantische relatie had. 'I Will Always Love You' was een boodschap aan countryzanger Porter Wagoner, die haar in 1967 had gevraagd als vaste duetpartner voor zijn tv-show. Toen Dolly in rap tempo populairder werd dan Wagoner, besloot ze solo verder te gaan en schreef ze het nummer als dank voor de jaren dat ze samen hadden gewerkt.
Aanvankelijk was het niet de bedoeling dat ze 'I Will Always Love You' zelf zou opnemen; ze bood het aan tal van artiesten aan en toen Elvis Presley het hoorde, wilde hij het maar wat graag uitbrengen. Alleen... Dolly moest dan wel de helft van de auteursrechten afstaan. Ze weigerde en zong de ballad in 1974 dan maar zelf de hitlijsten in. Dat deed ze in 1982 nogmaals, toen ze het nummer gebruikte voor de soundtrack van de film 'The Best Little Whorehouse In Texas'.
Tien jaar later ging Whitney Houston ermee aan de haal. Ze speelde naast Kevin Costner in 'The Bodyguard' en Costner vond het liedje perfect voor de soundtrack. Een verstandige keuze, want de cover legde Whitney geen windeieren: ze won twee Grammy Awards en de 'Bodyguard'-soundtrack groeide uit tot de best verkochte soundtrack ooit. En ook Dolly had niets klagen. In 2008 vertelde ze in een interview: ''Whitney's uitvoering leverde mij zo'n zes miljoen dollar aan auteursrechten op. Ik denk dat jonge zangeressen die mij als grote voorbeeld noemen, dit bedrag in hun achterhoofd hebben.''
Grappig feitje: Saddam Houssein gebruikte Whitney Houstons 'I Will Always Love You' in zijn verkiezingsprogramma en is naar verluidt een groot fan van de Amerikaanse zangeres. Platenlabel Arista was overigens niet echt te spreken over Saddams actie en diende een klacht in bij de Verenigde Naties.
Grappig feitje #2: in 1967 schreef Dolly Parton 'I'll Oil Wells Love You'. Geen vroege versie van haar grote hit, maar simpelweg een geintje om haar zinnen te verzetten, zo vertelde ze tegen muziektijdschrijft Mojo (juni 2008): ''I was just playing off the oil wells and Texan men, a spoof. Sometimes I write silly stuff just to get my wit going and mind working. That was a song I probably wrote while I was primed to write something good."
Uit: 'Top 2000 – volume 2', uitgeverij L.J. Veen, 2009. ISBN 9789020420166. Aangevuld en enigszins herschreven.
Dat het niet zo goed gaat met Griekenland is een understatement van jewelste. Het land scheert rakelings langs de toppen van een faillissement en wordt nu overeind gehouden met een financieel noodpakket van 110 miljard euro, verstrekt door de landen van de Europese Unie (waaronder Nederland) en het Internationaal Monetair Fonds.
Om ook de komende jaren de eigen eh.. toga te kunnen ophouden, moet de regering van premier George Papandre de komende jaren drastisch bezuinigen. Zo wordt onder meer enthousiast het mes gezet in het pensioenstelsel - dit tot grote woede van de Griekse bevolking, dat massaal in opstand komt en met stakingen en demonstraties het openbare leven lam legt. En om een domino-effect naar andere eurolanden te voorkomen, is er een garantiefonds van maar liefst 500 miljard euro ingesteld.
Ik ben geen econoom - laat staan zo'n bankierende schurk in een maatpak - en kan alleen maar met mijn ogen knipperen als ik dergelijke onvoorstelbare bedragen voorbij zie flitsen. Dus daarom heb ik maar een persoonlijk Grieks reddingsplan in het leven geroepen, dat uit twee, in elkaar grijpende onderdelen bestaat. Belangrijkste is dat we morgenavond gaan eten bij een van de dertien (!) Griekse restaurants die Utrecht rijk is (tips zijn welkom!). En om alvast in de stemming te komen, luisterde ik vandaag de hele dag naar Trio Hellenique - je weet immers maar nooit of er na je bordje gyros nog een sirtaki gedanst moet worden.
Dankzij Trio Hellenique maakten talloze Nederlanders medio jaren zestig kennis met Griekse muziek. Het trio bestond uit Polis Efthimiadis, Basil Nikolaidis en Denis Kavalieratos, die aanvankelijk hun geluk beproefden in talloze Griekse restaurants in Brussel en Parijs, en na nodige omzwervingen in Stockholm hun debuut-lp opnamen.
De Nederlandse platenmaatschappij CNR zag het wel zitten met Trio Hellenique en bracht een (bijzonder succesvolle) ep op de markt, met daarop onder meer de hit 'Ni Nanai'. In 1965 gaf het trio enkele optredens in Antwerpen en om goed beslagen ten ijs te komen, hadden Polis, Basil en Denis contact opgenomen met CNR met het verzoek of ze wat hun eigen platen konden aanschaffen om in België door te kunnen verkopen aan familie en vrienden. CNR speelde het slim en stuurde niet alleen een pallet met ep's naar de Grieken, maar bood ze ook meteen een platencontract aan.
Ruwweg in dezelfde periode ontmoette zangeres Liesbeth List de Griekse zanger/componist Mikis Theodorakis en begon ze met de voorbereidingen voor haar album 'Liesbeth List Zingt Theodorakis', gewijd aan zijn beroemde Mauthausen-cyclus. En als je nu denkt: wat heeft de 'serieuze' muziek van Theodorakis te maken met Trio Hellenique? Nou, in 1965 schreef Theodorakis de muziek voor de film 'Zorba de Griek', waaronder het aanstekelijke 'La danse de Zorba'.
De film werd een succes en binnen de kortste keren danste iedereen de sirtaki. Inspelend op deze hype nam ook Trio Hellenique een versie op van deze Griekse volksdans - en schreef daarmee muziekgeschiedenis, want er stonden maar liefst vier versies van hetzelfde nummer in de Top 40 (varianten van Trio Hellenique, Polis & Les Helleniques, Duo Akropolis en Mikis Theodorakis zelf).
In de jaren die volgden scoorde Trio Hellenique een handvol hitjes, toerden ze door Europa en Canada, en brachten ze in wisselende bezetting meer dan dertig albums uit, gevuld met vrolijke Griekse liedjes, waarbij het goed ouzo drinken is en de opgewekte bouzouki-klanken je als vanzelf naar een van de zonnige Griekse eilanden doen verlangen… Luister naar de grootste hits van Trio Hellenique (320 kbps, 93 MB, hier een WeTransfer-link), waaronder meedeiners als 'Zorba's Dance', 'Ni Nanai', 'Varko Sto Gialo' en 'Ella, Ella'.
Eens in de zoveel tijd zie ik 'm voorbijschuiven op muziekfora en diverse muzieklogs: 'Erotic Dreams', het bootleg-album van Enigma, dat vlak na 'MCMXC A.D.' (1990) zou zijn verschenen, maar nooit officieel is uitgebracht. Het album zou begin jaren negentig voor het eerst zijn opgedoken in Oost-Europa en de schakel vormen tussen de Gregoriaanse dance van het verrassend succesvolle debuut en de wereldmuziek op opvolger 'The Cross of Changes' (1993).
Ik gebruik inderdaad iets te vaak het woord 'zou', want dit is helemaal geen Enigma-album. Creatieve geesten hebben zelf een alleraardigst hoesje in elkaar geflanst (zie afbeelding links) om te verdoezelen dat het in feite om het album 'Temple of Love' van de Nederlandse groep Erotic Dreams gaat. En inderdaad, als je niet al te goed luistert, zou het allemaal met een beetje goede wil kunnen doorgaan voor de muziek waar de Roemeense componist en producer Michael Cretu furore mee maakte. Vooral de eerste track, 'Temple of Love', is een schaamteloos aftreksel van 'Sadeness': de standaard Enigma-beat, Gregoriaanse gezangen, een sfeervolle panfluitsynthesizer... Enkele nummers later duikt er zelfs fluisterende vrouwenzang op om de vergelijking helemaal compleet te maken.
'Temple of Love' werd in 1998 uitgebracht door Dino Music, en een sticker op het doosje ('Bekend van tv!') moest de nieuwsgierige koper over de streep trekken. De muziek op het album werd namelijk gebruikt in het gelijknamige soft-erotische programma, waarin eigenlijk voornamelijk korte fragmenten uit de erotische films van regisseurs als Andrew Blake en Michael Ninn aan elkaar waren geplakt - minus de al te expliciete scènes. Voor de juiste sfeer zorgde zweverige dance (toentertijd bekend onder de noemer 'dream dance') van andere Sacred Spirit, Enigma, Robert Miles, Dance 2 Trance en Erotic Dreams.
Achter Erotic Dreams scholen Jan Dekker, Ruud van Es en Rob Papen en laatstgenoemde twee maakten weer deel uit van de Nederlandse synthesizergroep Peru, die als Nova in 1982 een verrassingshitje scoorden met het instrumentale 'Aurora'. Ogenschijnlijk misschien een rare keuze om voor dit drietal te kiezen, maar Peru had op het (geflopte) album 'The Prophecies' al laten horen behoorlijk uit de voeten te kunnen met dance. Voor meer informatie over Nova verwijs ik je graag naar deze entry uit de oude doos.
'Temple of Love' is geen miskend meesterwerk, maar leuk genoeg om weer eens op te zetten - als je tenminste de bovengenoemde artiesten leuk vond en niet per se behoefte hebt aan bijzonder originele of grensverleggende muziek. Luister zelf: Erotic Dreams - 'Temple of Love' (320 kbps, 114 MB - hier een WeTransfer-link).
Ze was haar tijd niet mijlenver vooruit, maar toch zeker wel een jaar of zeven. In de winter van 1999 scoorde de toen 21-jarige Sarah Geels (dochter van filmproducent Laurens Geels) een bescheiden hitje met 'Ik Laat Me Gaan'. Bijzonder was dat dit niet alleen een van de eerste Nederlandstalige dance-nummers was, maar dat Sarah ook het middelpunt was van een heus multimedia-concept, inclusief een speciale site, webcamsessies en online bonusmateriaal. Anno 2010 de gewoonste zaak ter wereld, maar in 1999 behoorlijk vernieuwend.
Sarah Geels werd ontdekt door zanger, presentator en radio-dj Eric Corton, die begin 1999 toevallig een optreden bijwoonde van haar (school)band en onder de indruk raakte van haar stem en charisma. Hij tipte het producersduo Ton Sijmons en Ramon Braumuller. De twee hadden naam gemaakt met tal van radio- en tv-commercials, en wilden nu een carrière op poten zetten in de muziekindustrie. Sijmons had 'Ik Laat Me Gaan' geschreven, maar een geschikte zangeres had zich nog niet aangediend - eerder had hij het nummer laten inzingen door Sheila Timmerman (inderdaad, een van de dochters van Gert & Hermien), maar dat was het toch niet helemaal. Sarah Geels kwam dan ook als geroepen.
Platenmaatschappij Universal zag het project wel zitten, maar Sijmons, Braumiller en Corton hadden hoge verwachtingen en besloten Sarah zelf in de markt te zetten. Samen met reclamebureau BSUR (Be As You Are) richtten ze een platenlabel op, werd er een innovatieve website in elkaar geknutseld en schoot de bekende commercialregisseur Paul Vos de videoclip voor 'Ik Laat Me Gaan'. De single was redelijk succesvol, maar opvolger 'Labyrint' bleef steken in de bovenste regionen van de hitlijsten. Sarahs debuut 'Wat Ik Wil' (2000) deed het niet veel beter; het album bracht slechts één week door in de Album Top 100.
En zo viel geruisloos het doek voor Sarah. Ze probeerde het vervolgens enige jaren als achtergrond- en sessiezangeres, en is sinds 2005 nu frontvrouwe van de coverband Tour De Funk. Het is jammer dat het zo gelopen is, want 'Wat Ik Wil' is een prima album, dat qua sfeer nauw verwant is met Madonna's 'Ray of Light' (1998).
Een van de voornaamste redenen waarom de doorbraak uitbleef, had volgens mij te maken met haar imago: Sarah werd neergezet als een sensuele blonde stoeipoes, die, gekleed in spannende outfitjes, allerlei ondeugende dingen deed voor de webcam. Haar album was echter een stuk serieuzer, met redelijk poëtische teksten over voornamelijk relaties en intimiteit. Bovendien werd op 'Wat Ik Wil' regelmatig het gas teruggenomen (waardoor het ook geschikt was voor in de woonkamer) en zaten de elf tracks - inclusief een akoestische, jazzy versie van 'Ik Laat Me Gaan' - uitstekend in elkaar en klinken ze tien jaar na dato nog altijd fris. Marco Borsato mag zich dan in zijn hit 'Rood' uit 2006 te buiten gaan aan dance-elementen, Sarah deed dat zeven jaar eerder al - en beter.
Het bekendste nummer van Lou Reed is zonder twijfel het prachtige 'Perfect Day'. Volgens velen is het een liefdesliedje voor Reeds toenmalige verloofde (en later eerste vrouw) Bettye Kronstadt. Een ode aan een perfecte dag die hij met haar doorbracht. Het is een van de hoogtepunten op Reeds album 'Transformer' uit 1972, maar ook in een latere en zeer afwijkende uitvoering een hoogtepunt op zijn op gedichten van Edgar Allen Poe geïnspireerde cd 'The Raven' (2003).
Het door David Bowie en Mick Ronson geproduceerde 'Perfect Day' bereikte pas een groot publiek toen het in 1996 werd gebruikt in de film 'Trainspotting' van regisseur Danny Boyle. Het nummer begeleidt een scène waarin Ewan McGregor als junkie Mark Renton een overdosis heroïne neemt. Pas toen deze scène uitgroeide tot een cultureel fenomeen, telden Reed-fans een en een bij elkaar op. Want toen Lou Reed 'Perfect Day' schreef, was hij zelf ook aan het worstelen met heroïne. Teksten als 'You just keep me hanging on', 'I thought I was someone else, someone good' en vooral 'You're going to reap just what you sow' zijn uiterst herkenbaar voor junkies.
Toch zit Reed er niet mee als zijn nummer voor romantische doeleinden wordt gebruikt. Hij werkte zelfs mee aan de liefdadigheidssingle waarin een keur aan artiesten (van Bono tot Tom Jones en van Elton John tot Emmylou Harris) het nummer onder handen neemt. Er gingen in 1997 meer dan een miljoen stuks van deze versie over de toonbank. Tal van artiesten hebben een cover van het nummer opgenomen, onder wie Coldplay, Patti Smith, Kirsty MacColl, Chris Whitley en Duran Duran. Volgens Reed zelf is de versie van laatstgenoemde band de 'ultieme Perfec Day': ''Ik vind de versie van Duran Duran beter dan die van mezelf.''
(Uit: 'Top 2000 – volume 2', uitgeverij L.J. Veen, 2009. ISBN 9789020420166. Aangevuld en enigszins herschreven – het stikt van de kleine foutjes en onzorgvuldigheden.)
Nederland heeft altijd, vooral in de jaren zeventig, de reputatie gehad dat het een goede graadmeter was voor internationale hits. Deed een plaat het in ons land goed, dan zou hij in andere landen ook wel aanslaan, was de gedachte. Vaak was dat ook zo – sommige legendarische hits zijn in Nederland 'begonnen'. Soms viel het echter wat tegen en was een Amerikaanse of Engelse single alléén in ons land een hit. 'Worn Down Piano', bijvoorbeeld, van de Amerikaans / Australische broers Mark en en Clark Seymour.Een potentiële wereldhit, maar alleen in Nederland stond de single in de hitlijsten.
De broertjes Seymour verdienden al een paar jaar de kost als huismuzikanten van verschillende bars en clubs in en rond Fort Lauderdale in Amerika, waar ze voornamelijk materiaal van anderen speelden. Hun eigen nummers kwamen nauwelijks aan bod, totdat ze ontdekt werden door producer Ron Dante. Laatstgenoemde had in de jaren zestig een paar hits gehad als anonieme zanger op novelty-singles, zoals 'The Leader of the Laundromat' van The Detergents (een parodie op 'The Leader of the Pack') en 'Sugar Sugar' van The Archies. In de jaren zeventig was hij producer van onder andere Barry Manilow en Cher.
Dante was erg onder de indruk van de demo's die de Mark en Clark hem hadden gestuurd. Hij zag vooral iets in 'Worn Down Piano', dat een lang, klassiek zou moeten worden met veel tempowisselingen. Hij koos voor een bijzondere opstelling in de studio: een compleet orkest, met in het midden de band die Mark en Clark moest begeleiden. Het nummer zou dan in één keer live op de band worden gezet. Na wat tegenslagen – de piano's in de studio bleken op het laatste moment niet goed genoeg te zijn en de arrangeur was ziek, zodat zijn arrangementen niet beschikbaar waren – werd 'Worn Down Piano' in een paar takes opgenomen.