De kauwgompopmultinational

[Gelezen in NRC Handelsblad, zaterdag 19 mei 2012, geschreven door Pieter Steinz.] Bij Waterloo begon de victorie – althans voor ABBA, het Zweedse viertal dat van het midden van de jaren zeventig tot het begin van de jaren tachtig de hitparade domineerde en daarna zou uitgroeien tot een van de invloedrijkste popgroepen aller tijden.

Anni-Frid Lyngstad, Benny Andersson, Björn Ulvaeus en Agnetha Fältskog wonnen op 6 april 1974 in Brighton het 19de Eurovisiesongfestival met Waterloo, een kauwgomrocknummer over een smoorverliefde vrouw. ‘Bij Waterloo gaf Napoleon zich over’, zongen de blonde Anna en de bruinharige Frida tweestemmig nadat rollende gitaren het liedje hadden ingezet. ‘En mijn lot is min of meer hetzelfde’. Waarna de plonkende piano-akkoorden van Benny het slot van het eerste couplet omlijstten: ‘The history book on the shelf / is always repeating itself’.

Niet alleen het tempo van het liedje of het aanstekelijke arrangement maakte ABBA bijna veertig jaar geleden tot een instant-sensatie, ook de presentatie. In voorgaande jaren was het toppunt van eigenzinnigheid Sandie Shaw geweest, die op blote voeten (naar verluidt omdat ze bijziend was en op deze manier zonder bril de snoeren op het podium kon voelen) Puppet On A String naar de overwinning had gezongen. Maar dat was niets vergeleken bij de ABBA-act, te beginnen bij de Zweedse dirigent van het BBC-orkest, die opkwam als Napoleon. De glitterpakken, de kniehoge laarzen en de gitaar in de vorm van een ster van Björn, de enkellange rok van Frida, de felblauwe pofbroek met bijpassend mutsje van Anna – het was allemaal over the top, maar maakte diepe indruk op honderd miljoen televisiekijkers. 

Negen nummers later werden de stemmen van de 17 deelnemende landen uitgebracht en won ABBA met overmacht van onder meer Mouth & McNeal (die een derde plaats haalden met het in het Engels gezongen Ik zie een ster) en Olivia Newton-John (die het Verenigd Koninkrijk vertegenwoordigde met Long Live Love).

Lees verder »

Araglin | Dinsdag 22 Mei 2012 at 12:40 am | Flashback, Gastbijdrage | 2 reacties
Gebruikte Tags: ,

Diethelm & Famulari

[Dit is een gastbijdrage geschreven door Michael Bouma] 

In het begin van de jaren tachtig was Nederland in de ban van wat toen nog de Whitbread Round the World Race heette, een zeilrace rond de wereld. In 1977-1978 won de Nederlander Connie van Rietschoten deze race met zijn schip ‘De Flyer’. In 1981-1982 wist hij deze race wederom te winnen, nu met ‘De Flyer II’. Beide schepen waren gebouwd bij Huisman Shipyard in Vollenhove. Zowel de race als de bouw van ‘De Flyer II’ sprak bijzonder tot de verbeelding van het Zwitserse jazzduo Thomas Diethelm & Santino Famulari, dat zich voor hun debuut-lp ‘The Flyer’ (1983) door de prestaties van Van Rietschoten liet inspireren.

Mede dankzij het succes van ‘De Flyer II’ in de Whitbread Round the World Race en een optreden van Diethelm & Famulari bij Sonja Barend, ontstond er een kleine hype rond de lp. De single ‘The Flyer’ stond in 1984 vier weken in de Top 40, met als hoogste positie de 27e plaats. Als ik dit nummer hoor moet ik nog altijd denken aan de prachtige beelden van ‘De Flyer II’ tijdens de race, die achter de muziek waren gemonteerd. Helaas is dit filmpje niet meer te vinden op YouTube. 

Over beide heren heb ik niet zoveel info kunnen achterhalen. Famulari is een klassiek geschoold pianist, die op dit album de synthesizer bespeelt. Diethelm speelt op een akoestische gitaar met nylonsnaren. Opvallend is het gebruik van analoge delays, die het geluid een enkele herhaling geven. Je hoort dus hetzelfde nog een keer maar dan met een herhaling. Deze ‘delay-tijd’ bepaalt het tempo van de nummers en zorgt tegelijkertijd voor een herkenbare en voor die tijd vernieuwende sound. De nummers hebben mede door het gebruik van de akoestische gitaar een hoog Flairck-gehalte. 

Na ‘The Flyer’ brachten Diethelm & Famulari het album ‘Valleys in My Head’ (1984) uit, met daarop wederom een versie van ‘The Flyer’. Santino Famulari werkte later samen met de Zwitserse harpist Andreas Vollenweider, terwijl Thomas Diethelm actief was met de Thomas Diethelm Band (en een aantal jaar geleden wat gitaarfilmpjes op YouTube zette).  

Araglin | Donderdag 03 Mei 2012 at 11:10 pm | Flashback, Gastbijdrage, 80s | 1 reactie
Gebruikte Tags:

De onbekende Oasis-broer

[Gelezen in NRC Handelsblad, 21 juli 2011, geschreven door Ingmar Vriesema.] Dé Britse rockband van de jaren negentig en vroege jaren nul was Oasis. De band verkocht tientallen miljoenen platen, en meezinghits als Wonderwall en Don’t Look Back in Anger zijn gegrift in het geheugen van elke Europeaan die rond 1995 jeugdpuistjes had.

Oasis bestond uit vijf leden, maar alles draaide om twee broers met grote wenkbrauwen: zanger Liam Gallagher en leadgitarist Noel Gallagher. Op tournee maakten de broers voortdurend ruzie, slingerden ze hotelinterieurs naar elkaars hoofd of beledigden ze elkaars vriendin.

Hoe dan ook, Oasis werd zo succesvol dat de oudere broer van Liam en Noel zich ging afvragen wat híj eigenlijk waard was. Paul Gallagher, anderhalf jaar ouder dan Noel en vier jaar ouder dan Liam, schreef er in 1996 een openhartig boek over, Brothers. “Ik had dezelfde genen, hetzelfde bloed”, schrijft Paul. “Wat was er mis met me?”

Paul had vooral de pech de zoon te zijn van Tommy Gallagher, die zijn vrouw een huwelijk lang mishandelde. Ook zijn zonen sloeg hij, alle drie. Uit angst voor hun vader gingen Paul en Noel zo erg stotteren dat hun moeder hen vier jaar lang wekelijks bij een logopedist afleverde. Op school bracht het gestotter de sociale Noel niet echt in problemen. Maar Paul, verlegen, bang en zonder vriendjes, werd geplaagd. En terwijl Paul thuis lief en braaf bleef tegenover zijn vader, trok Noel zich terug op zijn kamer om zich te storten op zijn obsessie: gitaarspelen. Broertje Liam op zijn beurt reageerde zijn agressie af op het schoolplein, door met iedereen die hem niet aanstond ruzie te zoeken.

Toen Liam en Noel rocksterren werden, leefde Paul nog van een uitkering, thuis bij moeder. Het succes van Oasis beleefde hij als toeschouwer. Paul ging naar Amerika om zijn broertjes te zien schitteren, en hij keerde terug met een koffer van Liam, vol met nieuwe gympen. Bij het inchecken deed de douanier lastig. “Ik neem ze mee terug voor mijn broers, die zijn hier op tournee.”

In 1996 kreeg Paul een droombaan: scout van Noord-Engels muziektalent. Werkgever was de platenmaatschappij van zijn broers. Toeval, zei Paul. Liam reageerde bot als altijd: “Nu betalen wij je salaris.”

Nu verdient Paul zijn geld als dj. Hij treedt op in clubs die worden gerund door een vroege ontdekker van Oasis. Die band zelf is in 2009 overigens uit elkaar gevallen. Noel en Liam hadden weer eens ruzie.

[Gelezen in NRC Handelsblad, 21 juli 2011, geschreven door Ingmar Vriesema.]

Araglin | Maandag 12 September 2011 at 9:59 pm | Gastbijdrage | Reageer
Gebruikte Tags:

Tscher-no-byl

[Gelezen in NRC Handelsblad, 26 april 2011, geschreven door Pieter Steinz.] Over de geschiedenis van kernrampen vallen dikke boeken te schrijven, maar het kan ook in een liedje van zeven minuten, zo bewezen de Duitse synthesizertovenaars van Kraftwerk.

In 1991 bewerkten ze het zestien jaar oude titelnummer van hun lp Radioaktivität voor de moderne tijd. Het dansbare, hypnotiserende nummer met de moralistische tekst (‘Stoppt Radioaktivität / weil’s um unsere Zukunft geht’) kreeg een nieuw intro. Na een opeenvolging van morsepiepjes die een geigerteller lijken, volgt een angstaanjagende declamatie van dieptepunten uit de geschiedenis van de kernenergie.

Het begint met ‘Tscher-no-byl’ (destijds nog maar vijf jaar geleden) en vervolgt met ‘Har-ris-burg’ (het ongeluk in het koelsysteem van de centrale op Three Mile Island, 1979), ‘Sel-la-field’ (brand in de opwerkingsfabriek aan de Ierse Zee, 1957) en natuurlijk ‘Hi-ro-shi-ma’ (het afgooien van de eerste atoombom, 1945). Metrisch klopt dat helemaal: alle plaatsen die getroffen zijn door kernrampen of -ongelukken hebben drie of vier lettergrepen in hun naam en – nog veel belangrijker – twee klemtonen. ‘Fu-ku-shi-ma’ laat zich perfect in de Kraftwerkhit inpassen.

Toeval ongetwijfeld, maar zoals de Engelsen zeggen: better be safe than sorry. Voor ‘Do-de-waard’ hoeven we in Nederland niet meer bang te zijn, de kerncentrale daar is in 1997 gesloten. Maar ‘Bors-se-le’ blijft een veiligheidsrisico voor iedereen die niet in een Kraftwerkliedje wil eindigen.

Araglin | Dinsdag 26 April 2011 at 8:19 pm | Gastbijdrage, Elektronisch | 1 reactie

Knusgeluiden

[Gastbijdrage door vriendin Eva] Daar zat ik dan, bij de cursus mindfulness. Tien minuten voor het raam naar buiten te staren. Opdracht: neem waar wat je ziet, zonder erover te oordelen. En als je dan toch een oordeel bij jezelf opmerkt, kijk er dan naar en accepteer het gewoon.

Dat bleek toch knap lastig. Na een paar minuten gluurde ik al steels uit mijn ooghoeken naar mijn medecursisten, en begon ik me te verliezen in heerlijke dagdromen, plannen en willekeurige gedachten. Allemaal heel begrijpelijk volgens meneer Kabat-Zinn die de mindfulness uitvond, maar we moeten leren onze aandacht steeds weer liefdevol terug te leiden naar de essentie. Tijdens de cursus en in het leven.
Pfff.

De daaropvolgende bijeenkomst kwam de opdracht om geluiden om ons heen waar te nemen met onze volle aandacht. Dit keer zat ik met gesloten ogen heerlijk te genieten van voorbijdenderende bussen, spelende kinderen, vogels, geklus, gepraat en gelach. Het deed me namelijk denken aan iets wat ik zelf ook al vaak doe als ik in bed lig. Iemand vertelde me ooit dat zij de geluiden die ze hoort als ze ’s avonds in bed ligt, ‘knusgeluiden’ noemt. Het tikken van de verwarming, verkeer, gerommel van de buren. Van die geluidjes die je het gevoel geven thuis te zijn. Maar je hoeft er niks mee. Ze omringen je als een paar warme armen, waar je heerlijk in kunt wegdoezelen.

Deze opdracht was dan ook zeer aan mij besteed. Ik zou nu nog een boom kunnen gaan opzetten over de ongetwijfeld interessante verschillen tussen visueel en auditief ingestelde mensen, maar dat laat ik maar achterwege. We bevinden ons hier immers op het muziekweblog Araglin.nl, en niet op de website van Psychologie Magazine.

Enfin.

Natuurlijk dacht ik dat ik de enige was met zulke vreemde (bed)gewoonten. En aangezien de mens zich graag onder soort- dan wel lotgenoten schaart, was ik dan ook aangenaam verrast toen vriend Arnold (beter bekend als Araglin zelf) laatst thuiskwam met een bijzondere cd. Nu gebeurt dat wel vaker, maar deze was van een andere categorie dan de meeste andere cd’s uit Araglins collectie die ik als bijzonder zou aanduiden. Het waren knusgeluiden! Zomaar-geluiden, zoals langskomende treinen, wandelende mensen, spelende kinderen, beierende kerkklokken, winkelgeluiden, flarden van overleg tussen buren, verwaaide radioklanken. En dat alles met elkaar verweven als een kabbelend klanktapijt met hier en daar een wat opvallender geweefd stuk. Ik liet me neer op de bank en liet de geluiden over me heen spoelen.

Lees verder »

Araglin | Zondag 03 April 2011 at 1:55 pm | Interessant, Gastbijdrage | 2 reacties
Gebruikte Tags: , ,

Violet en de dood

Rockmuzikanten praten graag over spirituele ervaringen. Blowen op het strand van Marokko, lsd slikken op de Hoge Veluwe of peyote knagen in Mexico. Paarse wolken, witte zonnen, de maan is een wolf, een knuffelspin eet custardpie.

Rockers schrijven niet graag liedjes over bevallingen. En dat is vreemd. Als je het hebt over ‘rollercoasters’ die van ‘good’ naar ‘bad’ heen en weer terug slingeren en waar je hopelijk niet ‘in’ blijft, dan mag de geboorte van een kind niet ontbreken. Een geheim verbond, geschreeuw, gekrijs, een donker achterkamertje, handdoeken en vuilniszakken om de sporen uit te wissen en dan breekt de zon door, een nieuw leven.

Of de zon breekt nooit meer door. Dat gebeurt ook. Als bevallen niet iets natuurlijks was, zou het verboden worden. Er is weinig verschil in het wereldbeeld van een rocker die veertig jaar lsd geslikt heeft en een vroedvrouw. Die zijn allebei zo spiritueel als de Dalai Lama in vrije val.

Maar bevallingsblues hoor je niet vaak. (‘She’s having a baby, I want to cry.’) Misschien wel uit angst. Er hoeft maar één vroedvrouw op het idee te komen om ‘het-hoofdje-staat’-metal te gaan produceren, en al die ongeschoren bossen ui kunnen wel inpakken. Je kunt zestig Marshall-versterkers op elkaar zetten en je gitaar in de fik steken, maar de grunt van een vrouw met persweeën zal altijd meer indruk maken.

Lees verder »

Araglin | Maandag 07 Maart 2011 at 10:54 pm | Overpeinzing, Gastbijdrage | Reageer
Gebruikte Tags:

Express yourself

Bijna iedere vrouw heeft 'iets' met Madonna. Dat 'iets' speelt zich af in een parallelle vrouwelijke dimensie. Het heeft iets te maken met vrouwelijke emancipatie, girl power en waardig oud worden, Vrouwen tussen de vijfentwintig en vijftig kijken naar Madonna's videoclips als slangen, gehypnotiseerd door trance-trommels. En dat is niet vanwege de goede muziek of de dramatische kwaliteiten van de clip, maar om te zien hoe ze eruit ziet. Heeft ze wat laten doen? Haar neus! Zijn haar wangen rechtgetrokken? Waar zijn de rimpels op haar voorhoofd? Betrapt!

Het feit dat Madonna nu r&b-muziek zingt en dat het glashelder is dat ze 'iets heeft laten doen', roept bij veel vrouwen existentiële vragen op. Moet ik dat straks ook wat laten doen? Ben ik te oud? Moet ik ook platen van Timbaland gaan kopen? Deze vragen vertalen zich vaak in venijnige opmerkingen: ''Ik vind het een beetje ordinair worden. Hoe ze op haar 52ste over auto's ligt te rollen. Het is gewoon genant.''

Madonna kan wel wat flikken bij de meeste vrouwen, maar het wordt nu wel tijd dat ze volwassen wordt: bijvoorbeeld door een plaat te maken met akoestische gitaarliedjes die handelen over de vragen en twijfels van een vrouw van vijftig. Waardig ouder worden is niet je voorhoofd nog een keer botoxen en met r&b-producers de studio induiken. Waardig ouder worden is vrede sluiten met je vergankelijkheid en spirituele vragen stellen aan de kosmos. Of zoiets.

Het is opmerkelijk dat vrijwel iedereen, en zeker vrouwen, een belangrijk punt lijkt te missen als het om Madonna gaat. Ze opereert al 27 jaar op hoog niveau in de muziekindustrie. Ze heeft met de beste producers uit het vak gewerkt. En ze is door vele watertjes gezwommen. Ze zong jaren-veertig-muziek in 'Dick Tracy', musicalmuziek in 'Don't Cry For Me Argentina', en maakte natuurlijk disco, house en nu r&B. En dat ze daarvan leert, is duidelijk. Haar beste platen maakte ze na haar vijfenveertigste. Kom daar maar eens om in de geschiedenis van de popmuziek.

Lees verder »

Araglin | Donderdag 17 Februari 2011 at 12:29 am | Gastbijdrage, Overpeinzing | Reageer

Kus van een engel

Nergens lees je zoveel onzin als in muziekbladen. De popjournalistiek hangt van gezwets aan elkaar. Er is een grote behoefte aan pratende muzikanten, maar wat ze zeggen maakt niets uit. Muzikanten die al decennia geïnterviewd worden, lullen daarom maar wat: ''Naar muziek luisteren moet een soort zelfkastijding zijn. Het moet pijn doen. Alsof je een bal hard op je neus geschoten krijgt.'' Dat zegt Tom Waits, en alles wat het orakel zegt wordt ijverig uitgetikt, en verschijnt met vette letters op papier.

Als Tom Waits zegt dat muziek pijn moet doen, dan praat hij onzin. Naar muziek luisteren moet geen zelfkastijding zijn. Dat weet Waits als geen ander. Als hij in de studio achter zijn mengpaneel zit, en de gitaar klinkt als een kettingzaag of als nagels die over een schoolbord schrapen, dan weet hij niet hoe snel hij die irritante frequenties weg moet draaien. Of beter nog: hij schuift die hele gitaar eruit.

Het is de kunst om dingen rauw en levendig te laten klinken zonder dat het pijn aan je oren doet. Dát is rock-'n-roll. Niet veel mensen verstaan die kunst. Met name liveconcerten zijn meestal vervelend. In een concertzaal – waar stinkende muziekliefhebbers in je nek hijgen – zoemen vaak de meest irritante fluittonen. Naar livemuziek kun je beter niet bewust luisteren. Mensen doen dat gelukkig ook niet. Ze gaan naar concerten om te dansen, te drinken, drugs te gebruiken, meisjes te kijken en omdat ze houden van het groepsgevoel. ''Wij horen vanavond bij elkaar.''

Dat de muziek daarbij klinkt alsof je een bal hard op je neus geschoten krijgt, is dan een bijzaak. Maar je moet niet net doen alsof het zo hoort. Muziek moet klinken alsof je een kus van een engel krijgt, of als de lentezon je wangen streelt.

(Uit: 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raapleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes.)

Araglin | Donderdag 09 September 2010 at 12:09 am | Overpeinzing, Gastbijdrage | Reageer

Flierefluiten

Er zijn mensen die goed kunnen fluiten. Als ze zich goed voelen, fluiten ze een deuntje. Als ze het bos ruiken en de zonnestralen voelen, fluiten ze op hun best. Ze hoeven geen moeite te doen, want alles gaat vanzelf. Eigenlijk doen ze maar wat. Een goede muzikant kan als het ware fluiten met zijn instrumenten. Het bespelen van het instrument gaat achteloos. Zonder dat hij erbij na hoeft te denken, weet hij precies welke toon hij moet raken. Als door een hogere macht bezeten, doet hij wat hij voelt.

Een goede muzikant is onvervangbaar. Met computers kunnen allerlei instrumenten nageaapt worden. Maar er is geen computer die zo maar een beetje losjes mooie melodieën genereert, met de perfecte en persoonlijke timing van een goede flierefluiter. Ongetwijfeld bestaan er fluitwedstrijden. Dat er gemeten wordt wie het hardst kan fluiten, en wie het snelste een toonladder heen en weer kan fluiten. Er is weinig verbeeldingskracht nodig om je te realiseren dat het bijwonen van een fluitwedstrijd geen pretje zal zijn.

Hetzelfde geldt voor muzikantenwedstrijden. Een muzikantenwedstrijd noemen ze meestal een jazzfestival. Alles mag, als het maar virtuoos is. Het is een beetje als de vrije oefening bij het turnen. Een dubbele flikflak. Een eenzijdige schroef. Een vierkante flop. Het is allemaal heel knap, maar ook heel saai. Het wordt pas interessant als een turnster zich gaat bewegen alsof ze op een zonnige speelweide in het park huppelt, en zich bespied weet door de jongen die ze leuk vindt. Dat ze ter plekke een nieuwe sprong verzint, terwijl ze zich niets van de jury aantrekt. Of van haar collega's. Dat het niets uitmaakt of er iets misgaat, omdat je ook mooi door het gras kan rollen.

Achteloze flierefluitervirtuositeit, dat is de echte jazz.

(Uit: 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raapleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes.)

Araglin | Woensdag 23 Juni 2010 at 12:42 am | Gastbijdrage | Reageer
Gebruikte Tags: , ,

Gezegende muziek

Kranten, televisie, internet en tijdschriften maken van zangers en muzikanten een soort halfgoden. Net als over oorlog en religie wordt er altijd heel raar geschreven over muziek. En met name over popmuziek. Als een dichter over een walnoot schrijft, zal hij woorden als mooi of slecht niet makkelijk gebruiken.

Hij zal eerder schrijven over dat het is alsof twee dobbelstenen elkaar na lang zoeken gevonden hebben, en perfect in elkaar passen. En over de golvende ribbeltjes die door een miniatuurwind gevormd lijken te zijn. Wat kun je verder over een noot zeggen. Dat je hem kunt oprapen, dat hij zo groot is als een merelei, en dat hij niet meer weegt dan een paar kleine kiezelstenen. Maar dat het lastig is de noot kapot te krijgen.

Het is natuurlijk een ouwehoer zo'n dichter, maar je krijgt wel een beeld van de noot. Als een walnoot daarentegen in handen komt van een popjournalist is het al snel een mooie noot, of een slechte noot of een mythische bal met een grote oorspronkelijkheid, de nieuwe eikel of een slappe afdruk van een noot die zichzelf aan het herhalen is.

Voor je innerlijk oog stijgt een vette mist op. Het innerlijk oor vangt het geluid van een eenzame piep in de ruimte op. Als je popster wilt worden, wil je eigenlijk een heilige worden, een halfgod. Popmuzikanten als Keith Richards, Kurt Cobain en Tom Waits zijn voor veel mannen wat Maria is voor oppassende Italiaanse moeders. Muziek wordt dan gezegende muziek, aangeraakt zijn door een hogere macht.

Gezegend door Bach, door Schubert, door Lennon. Nooit hoor je eens iemand zeggen dat modulatie in opus 26 G mol pianissimo eigenlijk gewoon kut in A groot is. De muziek van Bach en Beethoven is allemaal goed, allemaal geniaal. Nooit maakten die gasten zich er eventjes snel vanaf. Het is voor de klassieke muzikanten maar goed dat er geen opnamen van de meesters zelf meer bestaan. Dat niemand weet hoe Bach zijn eigen werk speelde. Anders zouden veel hedendaagse vertolkingen meteen als ketters verbrand zijn. Dan was er maar één echte Bach-vertolking. Die van Bach zelf. Kijk maar naar de Beatles. Voor een echte Beatle-fan is een Beatlesnummer pas echt goed als het gespeeld wordt door de Beatles. Een bigbandversie van 'Get Back' is waardeloos. Soms wordt er nog een oogje dichtgeknepen bij een waardeloze versie van Joe Cocker.

Als er een opname bestaat van John Lennon die twee noten speelt op een kapotte gitaar zullen fans die opname koesteren zoals vrome katholieken plastic flessen met Lourdeswater koesteren. Een muziekliefhebber luistert liever naar Jimi Hendrix die een kapotte tamboer stukslaat dan naar de buurjongen die een mooi deuntje speelt op een dure goedklinkende gitaar, zoals voor een goede katholiek een houten kerkbank beter zit dan een lekkere televisiestoel.

Het zit allemaal tussen de oren.

(Uit: 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raapleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes.)

Araglin | Vrijdag 28 Mei 2010 at 12:01 am | Gastbijdrage | Reageer