Op de meeste (middel)grote NS-stations is wel een Free Record Shop te vinden en als mijn trein weer eens vertraging heeft, dood ik vaak de tijd door een beetje lukraak door de cd's te snuffelen. En zo stuitte ik maandagavond op 'Smoke', het debuutalbum van X Factor-winnares Lisa Hordijk, die nu door het leven gaat als Lisa Lois. De cd kostte 9,95 euro en dat vond ik een prima prijsje. Al snel bleek dat het om een foutje ging: voor alle andere Lisa-cd's moest je 19,95 betalen. Ik deed tijdens het afrekenen alsof mijn neus bloedde en gelukkig vatte de verkoper het sportief op: toen 'Smoke' afgelopen weekend werd gelanceerd, kon je het album kennelijk met korting op de kop tikken en alleen het exemplaar dat ik had opgediept was nog voorzien van de aanbiedingsprijs. Zo zie je maar weer: voor een tientje wil ik best eens een impuls-cd'tje aanschaffen – en ik ben vast niet de enige.
Maar goed, dat Lisa kan zingen (en hoe!), heeft ze overtuigend bewezen in X Factor en onbewust vermoedde ik dat haar debuut bijkans uit elkaar zou knallen van vocale acrobatiek. In plaats daarvan bevat 'Smoke' elf tracks (inclusief een enigszins uit de toon vallende akoestische versie van 'Hallelujah'), die je losjes zou kunnen scharen onder de noemer 'poppy soul', een beetje à la Joss Stone en Adele en zelfs met af en toe een verre Total Touch-echo. Bijzonder radiovriendelijke nummers waar niemand zich een buil aan kan vallen. Vakkundig geproduceerd en uitstekend gezongen, maar helaas bij vlagen ook nogal onopvallend voortkabbelend. Slechts bij het prachtige, smaakvol gearrangeerde titelnummer en het opzwepende 'Owe It All To You' veerde ik enthousiast op – allemachtig, wat heeft Lisa toch een fijne stem!
Datzelfde euvel kent 'I Dreamed a Dream', het debuut van de Schotse Susan Boyle, die wereldberoemd werd dankzij haar deelname aan Britain’s Got Talent. Dat ze prachtig kan zingen, behoeft geen betoog. Op haar debuut vind je een mengelmoesje van bekende popliedjes ('Daydream Believer', 'Cry Me A River'), religieuze evergreens ('How Great Thou Art', 'Silent Night') en tijdloze klassiekers (het titelnummer, 'Amazing Grace'). Keurig en smaakvol ('I Dreamed a Dream' is bijvoorbeeld ingetogen gearrangeerd, terwijl haar lome versie van het Stones-nummer 'Wild Horses' opvallend is te noemen), maar bovenal erg veilig. Susan Boyle is niet zozeer een succesvolle zangeres als wel een 'feel good'-YouTube-fenomeen, goed voor absolute verkooprecords in Engeland (410.000 stuks in amper één week) en Amerika (één miljoen cd's in de voorverkoop).
Of, anders gesteld: met 'I Dreamed a Dream' trekt Susan Boyle een lange neus naar iedereen die niet in haar geloofde. En daarvoor heb je niet per se een subliem album nodig.
Ik zat al een tijdje te broeden op een geschikte openingszin, maar eigenlijk was mijn eerste ingeving de beste: allemachtig, wat is ‘Strange Fruits and Undiscovered Plants’ een vet album! Het jonge trio uit het Limburgse Geleen levert een ouderwets lekker debuut af, en dat ‘ouderwets’ mag je letterlijk nemen.
Drummer Luka van de Poel, zijn broer en zanger/gitarist Pablo en toetsenist/bassist Robin Piso mogen dan ‘slechts’ respectievelijk 15, 18 en 19 jaar oud zijn, ‘Strange Fruits and Undiscovered Plants’ klinkt alsof het al sinds eind jaren zestig bij iemand op zolder heeft gelegen. Oftewel: een aangename mix tussen Deep Purple, Cream, The Doors, Led Zeppelin, Black Sabbath en een mespuntje Pink Floyd om alles op smaak te brengen (voor wie liever in genres denkt: hardrock, progressieve rock en een scheutje psychedelica) . Toen ik probeerde om vriendin Eva te enthousiasmeren, antwoordde ze: ''Wat is hier nu leuk aan? Het klinkt gewoon oud!''
En hoewel ze dit natuurlijk niet bedoelt als een compliment, is het wel als zodanig op te vatten; DeWolff maakt heerlijke retrorock, met uitstekend gitaarwerk, energieke drums en een brullend Hammond-orgel in de beste Jon Lord-traditie (het intro van 'Don't You Go Up The Sky' is magistraal!) en enkele geinige accentjes (zoals bijvoorbeeld de saxofoonsolo op 'Red Sparks Of The Morning Dusk'). Hoogtepunten zijn (niet geheel toevallig) de lange nummers 'Birth of the Ninth Sun' (met in de tweede helft een heuse psychedelische uitbarsting waar Jim Morrison niet voor hoeft te schamen) en 'Silver Lovemachine', dat klinkt als een mix tussen Hawkwind en Deep Purple. Als ik al iets te zeuren heb, is het dat de songteksten misschien iets te weinig om het lijf hebben. Maar ach, 'Strange Fruits And Undiscovered Plants' is tijdloos lekker! Met stip op de eerste plaats in mijn lijst van leukste platen van 2009! Far out, man – zoals ze dat in de jaren zestig zeiden...
Dat belooft wat voor de toekomst – hoor ik daar een concept-dubbelaar aankomen? En dan te bedenken dat ze alle drie nog op school zitten: Pablo volgt het Conservatorium in Amsterdam, Robin studeert biomedische technologie in Eindhoven en Luka zit in 4 Atheneum. Op hun MySpace vind je een handvol nummers en het laatste nieuws lees je op DeWolff-site.
En wie zogenaamd hip wil doen en zijn neus ophaalt voor dergelijke 'ouwe rommel': ga dat eens lekker ergens anders doen?
Wij hebben Wubbo Ockels, de Zweden hebben Arne Christer Fuglesang, die op 10 december 2006 geschiedenis schreef door als eerste Zweed een ruimtewandeling te maken. Eindelijk! Want het zag er jarenlang naar uit dat het er nooit van zou komen. Al vanaf 1992 stond Fuglesang in de startblokken. Hij werd opgeleid door de European Space Agency, was in Rusland reservebemanningslid voor de Russische Euromir 95-missie en werd eind jaren negentig ingelijfd door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Door uiteenlopende redenen bleef Fuglesang echter aan de grond en kreeg hij de bijnaam 'de astronaut die nooit de ruimte ingaat'. Een bijnaam die hij 14 jaar later eindelijk achter zich kon laten.
Het leven van deze Zweedse held staat centraal op het derde album 'For Sardines Space is No Problem' van de spacerockers van The Movements. Het begint allemaal vrij rustig met 'A Birth Under the Northern Sky', dat wordt gedomineerd door plechtige orgelklanken, waarna zo tegen het einde kirrende babygeluiden opduiken – Fuglesang is geboren! Op 'Mother Someday I'm Going To Be An astronaut' wordt het gaspedaal flink ingedrukt, inclusief energiek gedrum, synthesizereffecten, exotische instrumenten en een scheurende gitaar. 'In the Footsteps of Gagarin' (een verwijzing naar Jouri Gagarin, de eerste mens in de ruimte) neigt naar Pink Floyd-achtige geluidstapijten, terwijl 'Trapped on Earth' rustig begint, maar zich halverwege ontpopt tot een kosmische jamsessie van ongekende proporties. En dan zijn we nog maar halverwege. 'Go Now My Friend (Out into Space') is een redelijk rustige, chant-achtige track, en met 'That’s the Wrong Bolt' zijn we beland in een baan rond de aarde: het nummer bevat NASA-dialoog over de ruimtewandelingen van Arne Christer Fuglesang. Het album sluit in stijl af met de ruim negen minuten durende epische instrumentale krautrocker 'Ministers of Space' en het alle kanten op slingerende 'The Grasp of the King’s Hand is Not Enough'.
'For Sardines Space is No Problem', verschenen op het Oostenrijkse Sulatron-label, is een origineel conceptalbum en 'gefundenes Krautrock Fressen' voor wie, net zoals ik, nog enigszins in de jaren zeventig is blijven hangen... Op hun MySpace-account vind je een dwarsdoorsnede van het oeuvre van The Movements.
Op zijn vorig jaar verschenen tweede album 'AtmoSphere' verkeerde Michel van Osenbruggen (beter bekend als Synth.nl) in hoger sferen - en dat mag je letterlijk nemen: de cd neemt je mee op een fascinerende reis door de verschillende atmosferische lagen. Met zijn nieuwe album gaat Van Osenbruggen de diepte in. 'OceanoGraphy' is een conceptalbum over de diverse oceanen en de wezens die zich in de diepten ophouden. Net zoals zijn voorganger bevat 'OceanoGraphy' vriendelijke, 'open' elektronische muziek, waar niemand zich een buil aan kan vallen. Voor de verandering eens een keer geen ellenlange excursies in een parallel kosmisch universum, maar nummers die gemiddeld zes minuten duren en op smaak worden gebracht met subtiel geïntegreerde natuurgeluiden en samples (walvissen in bijvoorbeeld 'Megaptera' of geluiden van Michels duikboottrip in het titelnummer), relaxed voortkabbelende beats, sfeervolle ambient en af en toe een synthsolo.
In vergelijking met 'AtmoSphere' en vooral Synth.nl's debuut 'Aerodynamics' (2007) is het tempo op 'OceanoGraphy' wat rustiger en liggen de Jean-Michael Jarre-invloeden er minder dik bovenop (eigenlijk zijn alleen nog op 'Carcharodon' en 'Pacifico' overduidelijke Jarre-echo's te horen). Michel van Osenbruggen schurkt tegen de uitwaaierende, licht melancholische klanktapijten van Vangelis en Vlaming Frank Van Bogaert aan, maar klinkt bovenal steeds meer als... Synth.nl. En aangezien al die moderne elektronische muziek nogal op elkaar lijkt, is dat een prestatie van formaat.
Kortom, mijn toch wel enigszins hooggespannen verwachtingen, worden met 'OceanoGraphy' moeiteloos ingelost, hoewel Michel de originaliteitsprijs nooit zal winnen. Voeg daarbij de uitstekende geluidskwaliteit en mastering van Groove.nl-labelbaas Ron Boots en het is duidelijk dat Synth.nl klaar is voor een wereldwijde doorbraak - voor zover je daar bij elektronische muziek tenminste over kunt spreken. Nieuwsgierig geworden? Op Michels site en zijn MySpace-pagina kun je diverse tracks beluisteren. Overigens gaat een gedeelte van de opbrengst van het album naar het Wereld Natuur Fonds.
Tot slot: in mei 2010 moet het vierde Synth.nl-album verschijnen, dat compleet gevuld is met lauwwarme synthesizercovers van uitgekauwde klassieke deuntjes als Pachelbells 'Canon in D' en Vivaldi's 'Primavera (Lente)'. Niet zo'n heel goed idee, als je het mij vraagt...
Het lijkt me een ongemakkelijke spagaat: aan de ene kant wil je je als artiest (althans, zo lijkt het me tenminste) vernieuwen en grenzen verleggen, aan de andere kant is het zaak om niet te vervallen in ‘experimenteren om het experimenteren’ of halfslachtige pogingen om hip over te komen. Sommige muzikanten doen al jaren hetzelfde en dat is wel zo handig: je weet wat je kunt verwachten. Anderen slaan voortdurend onontgonnen wegen in en zorgen ervoor dat elk album een verrassing is. Het Franse duo Air valt een beetje tussen wal en schip.
In 1998 debuteerden ze met het briljante ‘Moon Safari’, dat Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel sindsdien niet meer overtroffen hebben. Het lijkt wel alsof de twee Fransen na uitstapjes met ‘The Virgin Suicides’ (2000), ‘10.000 Hz Legend’ (2001), ‘Talkie Walkie’ (2004) en het in 2007 verschenen ‘Pocket Symphony’ eindelijk weer thuis zijn gekomen. ‘Love 2’ sluit namelijk naadloos aan op ‘Moon Safari’: ladingen analoge synths en een softfocus-sfeertje vol ontluikende seksualiteit. Af en toe gaat het tempo omhoog ('Bee A Bee', 'Eat My Beat') en duikt er een pompend gitaartje op, maar over het algemeen is de stemming totaal ontspannen (met zelfs een heus popliedje in de vorm van 'Sing Sang Sung').
Het is alsof er opeens een zitkuil in de woonkamer is verschenen, iemand lichtgevende sterretjes op het plafond heeft geplakt, de hippe designlamp opeens is vervangen door een ouderwets gezellige lava-variant en hee, kijk nou! Silvia Kristel schuift verleidelijk glimlachend aan – tjonge, als het nu niet gezellig wordt... En als Dunckel voor het volgende album niet zelf achter de microfoon kruipt om halfslachtig te fluisterzingen, maar enkele getalenteerde Franse zangeressen opscharrelt, kan het feest echt helemaal losbarsten.
Overigens: op zaterdag 6 februari is Air live te bewonderen in de Amsterdamse Paradiso. De voorverkoop gaat morgen (zaterdag 31 oktober) van start.
Zo hèhè. Is me dat onthaasten of niet?! Ik was afgelopen anderhalve week vrij en had wilde plannen: alle tijd om te loggen, cd's te recenseren, te twitteren en wat dies meer zij. In theorie dan, want in de praktijk kwam hier niet zo veel van terecht en heb ik eigenlijk vrij weinig zinvols uitgevoerd - heerlijk! Zo heb ik eindelijk eens Mark Ververs 'Ik heb nergens spijt van' gelezen, het vuistdikke boekwerk over het leven van Dennis Overweg. Beter bekend als Dikke Dennis, de kleurrijke Amsterdamse ex-taxichauffeur, ex-skinhead, piercer, tatoeëerder (zie Tattooshop 666) en notoir cocaïnegebruiker.
Ik kende hem natuurlijk als boegbeeld en vaste 'stadionspeaker' van rockband Peter Pan Speedrock. Beroemd en berucht was het moment waarop Dennis het podium beklom tijdens een Peter Pan Speedrock-concert om 'Schoppenaas' te brullen, zijn weergaloze versie van Motörheads 'Ace of Spades' – om halverwege het nummer vaak al zijn kleren uit te trekken, naakt over het podium te rollen, zijn microfoon wegkoppend, om tot slot enthousiast het publiek in te springen (hier een mp3'tje). Voor de argeloze zapper is hij wellicht beter bekend van de Telfort- en Hans Anders-reclamespotjes, zijn optredens in de Nachtsuite en de talloze programma's waarvoor hij wordt gestrikt.
Nu voert het misschien wat ver om mijn leven als saai te bestempelen, maar tijdens het lezen van de lijvige biografie (of beter gezegd: een gedetailleerde beschrijving van bijna één jaar uit het leven van Dikke Dennis), bekruipt me wel het gevoel dat ik maar weinig meemaak. Het grappige is dat Mark Verver (1969) geen seconde probeert om objectief te blijven en eigenlijk zelf gewoon meespeelt. Verver gaat met Dennis mee naar concerten en festivals, een begrafenis, schoolreünie en hangt rond in de tattooshop van Dikke Dennis in Amsterdam, alwaar hij met iedereen een gesprek aanknoopt, variërend van klanten en dealers, tot ex-vriendinnen en gemeentelijke inspecteurs. Het duurt even, maar op een gegeven moment verandert Mark Verver van 'de schrijver van dat boek' tot een goede vriend, die volledig in vertrouwen wordt genomen.
Lees verder »
Begin 2008 werd Kiss-frontman Paul Stanley voor een artikel in Oor geïnterviewd door Willem Bemboom. Op de vraag of er ooit nog een nieuw album verschijnt, antwoordde Stanley: ''Kissology 4 (een dvd met live-beelden) komt eraan en verder niets. Wat zou het voor zin hebben om iets op te nemen? Zodat iedereen het vervolgens gratis kan overnemen zeker... Ik weet zeker dat niemand naar een concert gaat om nieuwe dingen te horen. Je gaat toch naar de Stones vanwege de klassiekers? Bands nemen een nieuwe plaat op voor zichzelf, en niet voor de fans. Die zal het worst wezen. [...] Nieuw materiaal is een teleurstelling voor iedereen.''
Ik verbaasde me destijds nogal over deze ferme uitspraken, maar gelukkig is niets veranderlijker dan een Kiss-zanger/gitarist: want elf jaar na het belabberde 'Psycho Circus' verrast de groep vriend en vijand met 'Sonic Boom', een nieuw album, met elf gloednieuwe tracks. En om alles en iedereen gelijk maar de wind uit de zeilen te nemen: voor diepgang ben je nog altijd bij Kiss aan het verkeerde adres, subtiliteiten zijn ver te zoeken en de heren Simmons en Stanley mogen dan wel respectievelijk 60 en 57 jaar zijn, kennelijk is dat nog niet te oud om je onder te smeren met make-up en jezelf te hullen in capes en andere buitenissige kleding.
En van mij mogen ze, graag zelfs! Ik ben dol op rechttoe rechtaan rock en onbenullige songteksten over vrouwen, feestjes en snelle auto's. De boog kan niet altijd gespannen zijn, nietwaar? 'Sonic Boom' trapt sterk af met het voor Kiss-begrippen verrassend eigentijds klinkende 'Modern Day Delilah', gevolgd door meezingstamper 'Russian Roulette' (refrein: This is Russian Roulette / One pull of the trigger is all you're gonna get / The deck is loaded when I like what I see / You're gonna lose it all, eventually), en de jaren tachtig feestrock van 'Never Enough'.
Lees verder »
Bijna drie jaar geleden werd ik verliefd op een stem. Ik werd door vriendin Eva meegesleept naar een optreden van ene Signe Tollefsen in het kleine Utrechtse cafeetje Flitz. Ik had nog nooit van haar gehoord en haar naam deed me denken aan een hoogblonde Scandinavische zangeres, die weemoedige liedjes zingt over fjorden, zeehonden en lang vervlogen Viking-tijden. De Amerikaans-Nederlandse Signe woont echter gewoon in Utrecht en in haar liedjes is geen zeehond te bekennen.
De 28-jarige zangeres studeerde kortstondig filosofie in Engeland, stapte vervolgens over naar klassieke zang om uiteindelijk een opleiding zang en gitaar aan het conservatorium in Amsterdam af te ronden. Tussendoor toerde ze in 2005 als support act van Stephen Malkmus door Europa en won ze in 2006 de publieksprijs en de prijs voor de beste artiest bij de Grote Prijs van Nederland in de categorie singer-songwriter.
Maar in ieder geval: tijdens het concert in café Flitz slaagde ze er moeiteloos in om iedereen stil te krijgen. En da's best knap: een warme, rokerige kroeg vol geroezemoes en mensen die een bordje nasi naar binnen proberen te werken, is niet echt de meest geschikte plek voor melancholieke, akoestische liedjes. Maar goed, wat wil je ook met zo'n stem: Signe klinkt als een lekker warm dekentje om dicht tegen aan te kruipen, als een warm kopje chocomel na een lange herfstwandeling. Ik bleef haar met een scheef oog volgen, geduldig wachtend op haar debuutalbum – dat eigenlijk bij toeval het licht heeft gezien. Toen Signe namelijk vorig jaar een gratis concert gaf in het Amsterdamse Vondelpark, stond er toevallig een Amerikaanse producer in het publiek, die behoorlijk onder de indruk was van haar optreden – ook al hoorde hij slechts het laatste liedje.
Lees verder »
Achter Volcano Choir schuilen Bon Iver-frontman Justin Vernon en Chris Rosenau en Jon Mueller van de groep Collections of Colonies of Bees. Ik kan nu heel interessant gaan zitten doen over Bon Iver, maar om eerlijk te zijn is hun vorig jaar verschenen debuut 'For Emma, Forever Ago' totaal langs me heen gegaan. Dat komt vooral – denk ik – omdat ik over het algemeen niet zo heel erg warm loop voor introverte singer-songwriters die fragiele liedjes zingen en daarbij heel moeilijk en gekweld kijken. En van de instrumentale experimentele rock van Collections of Colonies of Bees had ik eveneens nog nooit gehoord.
'Unmap' is het eerste wapenfeit van het collectief uit Wisconsin en wat als eerste opvalt is dat de negen tracks alle kanten uitwaaieren. Opener 'Husks and Shells' is een grotendeels akoestisch nummer dat wordt ingekleurd door de hoge, typische stem van Vernon. Het bijna zeven minuten durende 'Sleepymouth' begint eveneens met herhalende gitaarakkoorden en hoge zang, maar heel subtiel worden er elektronische elementen geïntroduceerd en werkt de track toe naar een opzwepend, bijkans psychedelisch crescendo.
En zo wiegt 'Unmap' heen en weer tussen lo-fi elektronica, folk-achtige schetsen en dromerige klanken. De teksten van Vernon zijn associatief en nogal abstract – als hij überhaupt wat zingt. Sommige nummers bestaan namelijk slechts uit herhaalde klanken en uitroepen, zoals bijvoorbeeld 'And Gather'. 'Unmap' is fragmentarisch en bij vlagen nogal experimenteel, maar tegelijkertijd ook ongrijpbaar en sfeervol – een beetje misschien zoals de albums van de IJslandse collega's van Sigur Rós. Typisch van die muziek die totaal niet tot zijn recht komt als je het overdag opzet tijdens een kopje koffie, maar die 's nachts opeens enorm aan zeggingskracht wint. En laat ik deze review nu net in het holst van de nacht aan het tikken zijn... Luister zelf.
Er was eens een klein meisje, dat opgroeide in een net zo klein Zweeds dorpje in de buurt van Stockholm. Lisa Isaksson was dol op paarden en sprookjes en kon urenlang in het bos doorbrengen, haar schetsboek binnen handbereik. Toen Lisa tijdens haar middelbare schooltijd samen met enkele vrienden een band oprichtte, was het dan ook geen verrassing dat uit haar pen lieflijke, sprookjesachtige liedjes vloeiden. Na het in zeer beperkte oplage verschenen album 'Cantering' (uitgebracht onder de naam Lisa o Lillportan op het kleine Zweedse label Hör upp) is 'When This Was The Future', het échte debuut van Lisa o Piu, oftewel 'Lisa en haar band'.
De cd bevat acht verstilde, lieve en feeërieke liedjes, die ijl wegzoemen naar langvergeten werelden. Lisa begeleidt zichzelf op gitaar, aangevuld met spaarzame percussie, fluit, klarinet, theremin, mellotron, harp en noem het maar op. 'When This Was The Future' is dus geen doorsnee album; voor hapklare refreintjes of gezellige meezingers ben je bij Lisa aan het verkeerde adres. Het is alsof je je een weg baant door een eeuwenoud bos, waar diffuus zonlicht af en toe de open plekken verlicht. Opener 'Cinnamon Sea' is de meest 'ruige' track van de cd, met aanzwellende vocalen en een pingelende elektrische gitaar. De daarop volgende zeven nummers is het fijn wegzwijmelen, zonder overigens in slaap te sukkelen – op de achtergrond duikt altijd wel een apart geluidje of een interessant motiefje op, terwijl Lisa fluisterzingt over de natuur, mystieke ervaringen of andere zaken die na lezing van het tekstboekje nog steeds niet helemaal duidelijk zijn.
'When This Was The Future' kent een typische jaren zeventig 'psychfolk'-feel (de pschychedelische vormgeving helpt ook natuurlijk), waarbij de stem van Lisa soms zelfs enigszins aan die van Renaissance-zangeres Annie Haslam doet denken. Niet wereldschokkend, wel sfeervol en bijzonder plezierig.
« Vorige Pagina |
Toon berichten 11-20 van 161 |
Volgende Pagina »