Terwijl Sanne Vogel in de grote zaal van Theater Kikker afgelopen zaterdag een 'poëtische monoloog over de schoonheid van verdriet' hield (aldus haar website), stond in de kleine zaal een heel ander soort schoonheid centraal: de esthetiek van de stad. Oftewel: Urban Narratives, georganiseerd door het Utrechtse initiatief PAUME (Platform voor Avantgarde en Urbane Media Exploratie).
In 1981 schreef de lsd-goeroe dr. Timothy Leary over de vervreemdende kunst van de Zwitser H.R. Giger: ''Het tijdperk van de steden is voorbij. Natuurlijk wil een vrij, intelligent mens zijn leven niet slijten als een stiekem schimmig knaagdier in een holenachtige metropool. Ieder stadsmens is een embryonale larfachtige, die erop wacht om in een hoog vliegend schitterend wezen te veranderen. Of je het nu leuk vindt of niet, we zijn allemaal insektoïde vreemden, verborgen in onze 'urbanoïde' lichamen. […] Stadsmensen, opgepast! Het wordt tijd je te ontwikkelen!''
Ik moest aan dit citaat denken terwijl ik in het schemerduister van Theater Kikker de ijlduistere soundscapes van Monotonos onderging, gevolgd door de experimentele stadsklanken en videokunst van Machinist en de machinale, maniakaal intense muziek van Franz Fjödor.
Lees verder »
Muziek bezit de kracht om sloten te forceren en werelden te openen. Want waarom naar zielige liefdesliedjes luisteren van een of andere kwelende zanger die allang weer een ander schatje achter de coulissen heeft klaarstaan? Waarom jezelf wentelen in het alledaagse als je ook op verkenning kunt gaan in een andere dimensie, waar talloze werelden wachten om ontgonnen te worden?
Neem nu Simon Kölle en Simon Heath. Onder de noemer Za Frûmi hebben de twee Zweden zeven albums uitgebracht, die door hun kleine onafhankelijke Zweedse label Waerloga Records worden omschreven als 'melodic mood music from a dark fantasy setting'. Fantasymuziek dus, hoewel deze benaming Za Frûmi wel wat te kort doet. Kölle en Heath pakken het namelijk grondig aan en hebben een geheel eigen wereld gecreëerd, waarbij ze zich hebben laten inspireren door de Lord of the Rings-trilogie van J.R.R. Tolkien en dan met name door diens verhalen over de Uruk-Hai, een door de snode tovenaar Saruman gefokt orkenras.
'Za shum ushatar Uglakh' (uit 2000) was de eerste kennismaking met de wondere wereld van Za Frûmi: een conceptalbum over de avonturen van een groep orken, geleid door de legendarische Uglakh, en hun strijd tegen de machtige vampier Ismael. En alsof dat nog niet intrigerend genoeg is, bevat het album tal van dialogen in het orks. Wat op het eerste gehoor overkomt als een rare verzameling keelklanken, is namelijk een heuse taal (de zogenoemde Zwarte Spraak, om precies te zijn). In het cd-boekje tref je keurig een vertaling aan.
'Za shum ushatar Uglakh' is dankzij de tot de verbeelding sprekende geluidseffecten, het onheilspellende tromgeroffel, de dramatische finale en bovenal het intrigerende concept een geweldig en uniek album. Dat de synthesizers redelijk goedkoop klinken en de melodielijnen nogal simpel zijn - ach, je kunt nu eenmaal niet alles hebben. Love it or hate it.
Lees verder »
Universitair hoofddocent muziekcognitie Henkjan Honing beschrijft in zijn boek 'Iedereen is muzikaal' (Nieuw Amsterdam, 2009) hoe wetenschappers het maatgevoel van baby’s onderzoeken. De zuigelingen krijgen een pulserend ritme te horen, waarin op het muzikaal belangrijkste moment een rust is ingebouwd. Honing noemt dit een 'luide rust'. Het blijkt dat de babyhersens op dezelfde manier reageren als de hersenen van volwassenen, aan wie gevraagd was om bij de luide rust op een knop te drukken. De conclusie is dus volgens Honing logischerwijs dat maatgevoel een aangeboren vaardigheid is.
Als dat inderdaad zo is, bedacht ik me tijdens het lezen, is het eigenlijk een kleine stap naar het daadwerkelijk muzikaal opvoeden van baby's. Je kunt immers niet vroeg genoeg beginnen, nietwaar? Aan de andere kant: om kleine kinderen nu gelijk bloot te stellen aan bijvoorbeeld AC/DC of Captain Beefheart, tja, da's ook weer zo wat. Maar ja, peinsde ik verder, je wilt toch ook niet de hele dag van die zoetsappige kinderliedjes opzetten, waar je dan - of je het nu wilt of niet - naar gaat zitten luisteren.
Nu heb ik geen kinderen, laat staan een kirrende baby, maar mocht het misschien ooit nog zover komen, dan roep ik heel misschien de hulp in van de Argentijn Mariano Yanani. Hij is namelijk vol overgave in een tja… opmerkelijke muzikale lacune gesprongen: rockmuziek in een babyjasje. Oftewel: bekende hits van grote namen als Queen, U2, Coldplay en de Rolling Stones in een rustieke klingelklangel-uitvoering, waarvan de baby moeiteloos in slaap valt - over sublimale boodschappen gesproken…
Informatie over Yanani is nogal schaars (ik kon in ieder geval nauwelijks iets vinden), maar wie goed zoekt, schijnt zijn 'Babies go… [vul de naam van de artiest in]'-serie te kunnen aanschaffen in tal van goed gesorteerde babywinkels. Het klinkt allemaal bijzonder fascinerend en op een bizarre, unheimische speeldoosmanier toch bekend. Luister zelf: Babies go… Queen' en 'Babies go… Rolling Stones' (192 kbps en 160 kbps, bij elkaar in een zipje van 110 MB - en voor de liefhebbers een WeTransfer-link).
Ook leuk materiaal voor een muziekquiz, trouwens.
Wat zou er gebeuren als je een olifant een piano voor zijn snufferd zette? Waarschijnlijk weinig. Maar wat nu als je een speciale olifantenpiano zou ontwikkelen? En gelijk ook maar een olifantentheremin, -xylofoons en joekels van gongs? Het klinkt als het begin van een surrealistische mop, maar toch is dit precies wat Richard Lair heeft gedaan. Hij is de medeoprichter van het Thai Elephant Conservation Center in Lampang en bij toeval ontdekte hij dat olifanten dol zijn op het maken van muziek. Samen met componist Dave Soldier nam hij zes olifanten onder zijn hoede die een bijzonder muzikaal talent vertoonden.
Het is gelukkig niet zo dat de dieren liedjes moesten naspelen of uit het hoofd leren. De olifanten kregen de vrije eh... poot en het resultaat is verbazingwekkend. De olifant-improvisaties klinken behoorlijk avant-gardistisch en experimenteel. Een melodie is niet te bekennen en het is soms net alsof de olifanten maar een beetje lukraak aan het rammen zijn, maar je hoort toch duidelijk een soort samenspel. En belangrijker nog: de olifanten hebben er lol in.
In 2001 bracht Lair het eerste album uit van en met zijn Thai Elephant Orchestra. De cd was gevuld pure olifantenmuziek, aangevuld met een handvol nummers waarop ook Dave Soldier en enkele Thaise muzikanten zijn te horen. Drie jaar later zag 'Elephonic Rhapsodies' het licht. Dit album is wat minder experimenteel en bevat zelfs olifanten-interpreaties van Beethoven (zesde symfonie 'Pastorale') en Hank Williams ('Kaw-liga').
Momenteel bestaat het Thai Elephant Orchestra uit twaalf muzikanten met een slurf, die elke week een concert geven en tegelijkertijd geld inzamelen voor het olifantenpark. Luister naar het eerste Thai Elephant Orchestra-album (192 kbps, 88 MB) en bekijk een intrigerend YouTube-filmpje om te zien hoe een en ander nu precies in zijn werk gaat.
Lou Reeds 'Metal Machine Music' (1975) is geen album dat je opzet als je gezellig hutspot zit te eten met je vriendin. Sterker nog: ik kan eigenlijk nauwelijks een gelegenheid indenken waarbij deze lp volledig tot zijn recht komt - of je moet een geflipte seriemoordenaar zijn, op zoek naar een onderhoudend achtergrondmuziekje tijdens het uitbenen.
Het is nog altijd een groot raadsel wat Lou Reed precies voor ogen stond toen hij de dubbel-lp uitbracht: 64 minuten gevuld met... tja, herrie. De vier nummers (Metal Machine Music, deel 1 tot en met 4) bestaan uit overstuurde gitaarfeedback, zonder ook maar enige ontwikkeling of melodie. Het gepiep en geknars is weliswaar door Reed nog enigszins bewerkt, maar ligt nog altijd als een bonk rauw vlees op de maag. In de begeleidende tekst beweert Reed de heavy metal te hebben uitgevonden en beschouwt hij 'Metal Machine Music' als het onvermijdelijke eindpunt van dat genre. ''This record is not for parties, dancing, background or romance'', zo waarschuw hij nog, mocht je denken dat het allemaal wel zal meevallen.
Het ligt voor de hand om het album te beschouwen als een grote grap, maar Reed zelf is bloedserieus – voor zover je dat kunt nagaan. In een interview met muziekjournalist Lester Bangs zegt hij inspiratie te hebben opgedaan bij klassieke symfonieën, waaronder Beethovens 'Eroica'. Sterker nog: sommige 'melodielijnen' (ahum) zouden zijn ontleend aan Beethoven en Reed heeft er naar eigen zeggen (tevergeefs) voor geijverd om 'Metal Machine Music' uit te brengen op Red Seal, het klassieke label van zijn platenmaatschappij RCA.
Bangs is een van de weinige recensenten die redelijk positief is over het album. In zijn essay 'How to Succeed in Torture Without Really Trying' (1987) schrijft hij: "as classical music it adds nothing to a genre that may well be depleted. As rock 'n' roll it's interesting garage electronic rock 'n' roll. As a statement it's great, as a giant FUCK YOU it shows integrity—a sick, twisted, dunced-out, malevolent, perverted, psychopathic integrity, but integrity nevertheless." Anderen beschouwen 'Metal Machine Music' dan weer als een gewiekste zet van Reed om van zijn platencontract af te komen – iets dat hij overigens altijd heeft ontkend – of als een fiasco van ongekende proporties. Zo riep het Engelse muziekblad Q de lp in 2005 uit tot het op drie na slechtste album aller tijden.
Brian Eno verwoordde het bijzonder fraai en signaleerde opmerkelijk genoeg raakvlakken met de muziek waar hij destijds mee bezig was. In 1995 schreef hij in zijn dagboek: "Reed's Metal machine music was released the same week - twenty years ago - as Discreet Music. Discreet Music was soft, calm, melodic and reassuringly repetitive, without a single sound other than tape hiss about 1500 Hz, whereas MMM is as abrasive and unmelodic as possible, with almost nothing below - and yet they occupy two ends of what was at the time a pretty new axis — music as immersion, as sonic experience in which you float. The roots of Ambient."
'Metal Machine Music' is de geschiedenis ingegaan als een van de eerste noise- en industrial-albums en heeft, hoe je het ook wendt of keert, grote invloed gehad op tal van (al dan niet experimentele) lawaaimakers als bijvoorbeeld Sunn O))), Merzbow en misschien ook wel Nine Inch Nails. En door (of beter gezegd: dankzij) alle ophef, zijn er alleen in Amerika een slordige 100.000 exemplaren van verkocht. Luister zelf: 'Metal Machine Music' (320 kbps, 140 MB - of via WeTransfer)
Het gaat niet zozeer om Kerstmis, als wel om de weg naar Kerstmis – om maar eens een nieuw spreekwoord te introduceren. En daarom op Araglin.nl deze maand de leukste kerstalbums - ik ben namelijk al weken in de stemming! Veel mensen haten het en zeggen: ‘Weg met easy listening in de supermarkt en kerstmuziek in de binnenstad. Bah! Daar doe je ons geen plezier mee!’ En even later, op de fiets met de muts over de oren getrokken, de cadeautjes in de tas, fluiten ze opgewekt ‘White Christmas’ in de Bing Crosby-uitvoering. Ik bedoel maar...
Voor wie dacht alles al een keer gehoord te hebben, heeft Araglin.nl-lezer Marcel een ronduit briljant kerstalbum in de aanbieding: ‘A Toolbox Christmas’ van houtbewerker én klassiek geschoold muzikant Woody Phillips. Op het album staan dertien bekende kerstliedjes (waaronder Jingle Bells, Joy to the World, The Twelve Days of Christmas, Deck the Halls en Auld Lang Syne), die nu eens niet worden uitgevoerd door een mierzoet kinderkoor of een keurige zangeres in een jurk. Phillips heeft zijn schuurtje geplunderd en is de studio ingedoken met onder andere een schuurmachine, een ketting- en handzaag, allerhande moersleutels, een slijptol, een knijptang en drie hamers. En om het allemaal nog gezelliger te maken, krijgt dit gereedschap zo af en toe gezelschap van een cello, mandoline, hobo en een dulcimer.
Woody Phillips studeerde aan het conservatorium in San Francisco, zijn proefschrift draagt de welluidende titel ‘The Contemporary Composer: 120-Grit Sandpaper and its Effects on Margarita Making in Central California at the Dawn of the Third Millennium’ en bovendien werkt hij als professioneel cellist voor diverse orkesten. Zijn andere grote hobby is houtbewerking en op ‘A Toolbox Christmas’ combineert hij moeiteloos zijn grote liefdes. Of, om het iets beter te verwoorden: slaat hij de spijker op zijn kop.
Het klinkt reuzelollig, op het hysterische af, maar bovenal blijf je achter met een onvervalst wow!-gevoel. In het cd-boekje valt te lezen: “Tchaikovsky’s beloved ‘Dance of the Sugar Plum Fairy’ may never sound the same to you again once you’ve experienced Phillips’s ensemble of antique hand drill, mandolin, anvil, T-square, level, and pipes.” En zo is het maar net. Het perfecte kerstalbum voor de échte klusser. Luister zelf: ‘A Toolbox Christmas’ (320 kbps, 82 MB – en voor de liefhebbers een MediaFire-link).
En voor wie behoefte heeft aan meer: op opvolger ‘Toolbox Classics’ neemt Phillips werken van Bach, Strauss, Wagner en Mozart onder handen.
(Met grote dank aan Marcel - zonder hem was ik dit geniale album nooit op het spoor gekomen!)
Het gaat niet zozeer om Kerstmis, als wel om de weg naar Kerstmis – om maar eens een nieuw spreekwoord te introduceren. En daarom op Araglin.nl de leukste kerstalbums - ik ben namelijk al weken in de stemming! Veel mensen haten het en zeggen: 'Weg met easy listening in de supermarkt en kerstmuziek in de binnenstad. Bah! Daar doe je ons geen plezier mee!' En even later, op de fiets met de muts over de oren getrokken, de cadeautjes in de tas, fluiten ze opgewekt 'White Christmas' in de Bing Crosby-uitvoering. Ik bedoel maar...
Kerstmuziek is er in allerlei soorten en maten, variërend van smaakvol en ingetogen tot uitbundig en bijzonder gezellig. En dan heb je nog 'A Rubber Band Christmas' (2000) van Jeff St. Pierre en Phillip Antoniades - dat gemakkelijk een eigen categorie opeist. Dat de twee vrienden een hele cd met kerstliedjes hebben gemaakt is niet zo bijzonder, wel het feit dat ze dit slechts elastiekjes als instrumenten gebruikt (hoewel er af en toe een nietmachine of een perforator opduikt).
Het idee was in eerste instantie geboren uit pure verveling en bedoeld voor een persoonlijke kerstkaart, maar aangezien de ontvangers zo enthousiast reageerden, besloten St. Pierre en Antoniades de tracks op cd uit te brengen. Bekende kerstliedjes zijn teruggebracht tot hun naakte essentie (je hoort vaak alleen het geplingplong van een elastiekje) en het is verbazingwekkend hoe herkenbaar de liedjes nog steeds zijn. Alleen al de tracklisting is een belevenis op zich: Rubber Bells, Rudolph The Rubber Nosed Reindeer, Ring Rubber Bells, Little Rubber Boy, Deck The Halls With Rubber, Feliz Rubberdad, Rubber, Oh Rubber Tree, God Rest Ye Merry Rubbermen, Rubber Ride, Rubber Clause is Coming To Town, Rubber To the World, Rubber Bell Rock en Rubber Night.
Toegegeven, veertien rubberliedjes zijn wel wat veel van het goede, maar gelukkig duurt het album slechts een half uurtje. Een lang en uitermate ongemakkelijk half uurtje, dat wel. 'A Rubber Band Christmas' is te vinden via deze entry van WFMU's Beware of the Blog. Gaat het downloaden niet snel genoeg, dan heb ik deze Rapidshare-link (192 kbps, 33 MB) in de aanbieding.
In een moment van zwakte kocht ik de dvd 'The best of Benny Hill, volume 1' - voor een paar euro wil ik best wat jeugdsentiment oprakelen. Kijkend naar de sketches kon ik me voorstellen dat ik het als klein jongetje erg grappig vond: de humor van Benny Hill is lekker melig en niet bijster ingewikkeld. De vele toespelingen op seks had ik indertijd niet zo door, maar zorgen er nu voor dat zijn lach-of-ik-schiet humor behoorlijk gedateerd overkomt, hoewel er nog altijd niets mis is met de vele ronddartelende meisjes in tot de verbeeldig sprekende lingerie... Ondeugend, maar op een onschuldige manier.
Hill werd op 21 januari 1924 in Southampton geboren als Alfred Hawthorn Hill. Na een geflopte carrière als stand up comedian besloot hij eind jaren veertig zijn geluk te beproeven bij de BBC; het nieuwe medium televisie was in opkomst en men had grote behoefte aan creatieve programmamakers. Hill ging enthousiast aan de slag en met succes: in de jaren vijftig was The Benny Hill Show het best bekeken en populairste programma op de Engelse tv. Eind jaren zestig stapte hij over naar een commerciële zender en werden zijn shows ook verkocht aan het buitenland. De combinatie van lollige sketches, liedjes en vrouwen in korte rokjes en jarretels sloeg wereldwijd aan. Toen in 1988 zijn contract bij de Engelse zender Thames niet werd verlengd, raakte Hill depressief en zocht hij zijn heil in alcohol en eten. Op 18 april 1992 overleed hij aan een hartaanval.
Hoewel de komiek in het openbaar de geinponem uithing, met altijd wel een bekoorlijke dame aan zijn arm, was Hill in werkelijkheid nogal eenzaam. Hij had geen behoefte aan luxe, leefde sober en teruggetrokken en is nooit getrouwd geweest - genoeg redenen voor de roddelpers om te speculeren over zijn vermeende homoseksualiteit.
Benny Hill was in de eerste plaats komiek, maar heeft enkele albums opgenomen die best grappig zijn, zeker voor novelty-liefhebbers. Zijn liedjes zijn doorspekt met woordspelingen en variëren van countrypastiches tot variaties op bekende deuntjes. Op 'Benny Hill – Ultimate Collection' (320 kbps, 133 MB) vind je 23 geinige tracks uit de periode 1961-1971, waaronder de Engelse nummer 1-hit 'Ernie (The Fastest Milkman in the West)', 'Those Days' (een parodie op Sonny & Chers 'I Got You Babe') en 'Harvest of Love' (met de ludieke regels 'I will kiss your lips / Those tempting lips / The only ones that can thrill me / And I will hold you tight 'neath the stars so bright / if my wife ever finds out, she'll kill me!").
In Amerika is Halloween hét griezelfeest bij uitstek. Typisch Amerikaans, zul je misschien denken. Kinderen die verkleed als spook of zombie aanbellen voor snoep. Nu ja, zo heel Amerikaans is het allemaal niet. Halloween is het Angelsaksische restant van het Katholieke Allerheiligen en Allerzielen, dat plaatsvindt op 1 en 2 november. Deze dag werd in 998 door de Abdij van Cluny in Frankrijk ingesteld. De Katholieke kerk deed weer inspiratie op bij de oude Kelten, die jaarlijks op 31 oktober het einde van het jaar ('Samhain') vierden.
Men geloofde dat op deze avond de grens tussen de 'gewone' wereld en de wereld der geesten vervaagde, en de doden voor de laatste keer hun familie bezochten. Tegelijkertijd zagen allerlei kwade geesten hun kans schoon om af te dalen. Om deze boze geesten te verdrijven, trokken de Kelten afschrikwekkende kleren aan en maakten een hoop lawaai.
De naam 'Halloween' is afgeleid van 'All Hallow's evening', de vooravond van een Ierse heiligenfeestdag; Ieren gingen van deur tot deur en vroegen om voedsel voor een feestmaal – hoe meer je gaf, hoe voorspoediger het nieuwe jaar zou uitpakken. De Ierse en Schotse immigranten brachten in de 19e eeuw hun tradities naar Amerika, waar de verscheidene feestdagen gecombineerd en gemixt werden. Het Amerikaanse Halloween is dus een vreemd allegaartje van folklore en verzonnen gebruiken. Een beetje zoals Sinterklaas langzaam transformeerde naar zijn aalgladde evenknie Santa Claus.
In ieder geval: mocht je het geval krijgen dat je Halloween-avond redelijk tam is verlopen, luister dan naar 'Halloweensounds' van Scott McNulty. Dit album bevat vier tracks ('Haunted', 'Cemetary', 'Nightmare' en 'Spirits') die je ongetwijfeld in de juiste stemming brengen. Lang uitgesponnen klanktapijten, die beelden oproepen van verlaten begraafplaatsen en mysterieuze spookhuizen. Er wordt weliswaar met kettingen gerinkeld, af en toe weerklinkt er onheilspellend klokgebeier en het naargeestige gejammer van de wind is niet van de lucht, maar McNuly slaagt er gelukkig in om aan de goede kant van de cheesy-grens te blijven. Luister zelf: 'Halloween Sounds' (256 kbps vbr, 116 MB).
12 november 1981, Peoria, Illinois. Het was een koude nacht en Connie Cook kon de slaap niet vatten. Ze lag te woelen in bed en had last van vreemde dromen die ze niet kon plaatsen. Op een gegeven moment merkte ze een vreemd wit licht op voor haar slaapkamerraam. De 34-jarige Connie stond slaapdronken op en tuurde naar buiten. Tot haar grote verbazing zweefde er een heus ruimteschip voor het raam, zacht en heen en weer wiegend alsof de inzittenden haar nauwlettend in de gaten hielden.
Connie stond anderhalf uur in trance voor het raam om vervolgens weer naar bed te gaan en in slaap te vallen. Ze droomde over vier buitenaardse wezens, die in de lucht zweefden en haar goedmoedig toeknikten. De daaropvolgende dagen herhaalde deze droom zich en na verloop van tijd stonden de aliens naast haar bed en vertelden haar afkomstig te zijn van de sterrenhoop Pleiaden, op ongeveer 440 lichtjaar afstand van de aarde. Ze hadden niet de intentie om dood en vernietiging te zaaien, maar kwamen met goede bedoelingen. Hun boodschap moest verspreid worden via muziek en Connie was de uitgelezen kandidaat. Ze sloeg geestdriftig aan het componeren, waarbij de muziek en teksten (zoals: ''By and by we learn to fly / Within each other's heart. / Space and time, the ancient rhyme, / Is overcome in our heart.'') via een telepathische verbinding rechtstreeks uit de Pleiaden naar Illinois werden overgestraald. Naar verluidt kun je haar muziek omschrijven als een mengeling van soft jazz, een klein scheutje rock en een heleboel synthesizers. Door sommigen wordt ze zelfs gezien als een van de eersten die de weg plaveiden voor het genre dat later zou uitgroeien tot new age.
Kan best, want ik heb nog nooit iets van haar gehoord. Op haar website zijn een aantal korte fragmenten te beluisteren, en die klinken ehhh, tja... intrigerend. En als je toch aan het rondneuzen bent, Cook houdt er tevens enkele opmerkelijke theorieën op na over onder andere de aanslagen van 9/11, seksueel misbruik, ufo's en bewustzijnsverruiming. Tja, wat er ook van moet denken, opmerkelijk leesvoer is het allemaal wel. Mocht iemand een lp of cd van haar hebben (kan toch?), laat gerust een reactie achter!
|
Toon berichten 1-10 van 82 |
Volgende Pagina »