Gezegende muziek

Kranten, televisie, internet en tijdschriften maken van zangers en muzikanten een soort halfgoden. Net als over oorlog en religie wordt er altijd heel raar geschreven over muziek. En met name over popmuziek. Als een dichter over een walnoot schrijft, zal hij woorden als mooi of slecht niet makkelijk gebruiken.

Hij zal eerder schrijven over dat het is alsof twee dobbelstenen elkaar na lang zoeken gevonden hebben, en perfect in elkaar passen. En over de golvende ribbeltjes die door een miniatuurwind gevormd lijken te zijn. Wat kun je verder over een noot zeggen. Dat je hem kunt oprapen, dat hij zo groot is als een merelei, en dat hij niet meer weegt dan een paar kleine kiezelstenen. Maar dat het lastig is de noot kapot te krijgen.

Het is natuurlijk een ouwehoer zo'n dichter, maar je krijgt wel een beeld van de noot. Als een walnoot daarentegen in handen komt van een popjournalist is het al snel een mooie noot, of een slechte noot of een mythische bal met een grote oorspronkelijkheid, de nieuwe eikel of een slappe afdruk van een noot die zichzelf aan het herhalen is.

Voor je innerlijk oog stijgt een vette mist op. Het innerlijk oor vangt het geluid van een eenzame piep in de ruimte op. Als je popster wilt worden, wil je eigenlijk een heilige worden, een halfgod. Popmuzikanten als Keith Richards, Kurt Cobain en Tom Waits zijn voor veel mannen wat Maria is voor oppassende Italiaanse moeders. Muziek wordt dan gezegende muziek, aangeraakt zijn door een hogere macht.

Gezegend door Bach, door Schubert, door Lennon. Nooit hoor je eens iemand zeggen dat modulatie in opus 26 G mol pianissimo eigenlijk gewoon kut in A groot is. De muziek van Bach en Beethoven is allemaal goed, allemaal geniaal. Nooit maakten die gasten zich er eventjes snel vanaf. Het is voor de klassieke muzikanten maar goed dat er geen opnamen van de meesters zelf meer bestaan. Dat niemand weet hoe Bach zijn eigen werk speelde. Anders zouden veel hedendaagse vertolkingen meteen als ketters verbrand zijn. Dan was er maar één echte Bach-vertolking. Die van Bach zelf. Kijk maar naar de Beatles. Voor een echte Beatle-fan is een Beatlesnummer pas echt goed als het gespeeld wordt door de Beatles. Een bigbandversie van 'Get Back' is waardeloos. Soms wordt er nog een oogje dichtgeknepen bij een waardeloze versie van Joe Cocker.

Als er een opname bestaat van John Lennon die twee noten speelt op een kapotte gitaar zullen fans die opname koesteren zoals vrome katholieken plastic flessen met Lourdeswater koesteren. Een muziekliefhebber luistert liever naar Jimi Hendrix die een kapotte tamboer stukslaat dan naar de buurjongen die een mooi deuntje speelt op een dure goedklinkende gitaar, zoals voor een goede katholiek een houten kerkbank beter zit dan een lekkere televisiestoel.

Het zit allemaal tussen de oren.

(Uit: 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raapleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes.)

Araglin Vrijdag 28 Mei 2010 at 12:01 am | | Gastbijdrage

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.