Cosmo V

Ik stopte. Ik stopte met waar ik mee bezig was om goed te kunnen luisteren. Als ik op dat moment in een auto zou hebben gereden, zou ik in ademloze vervoering mijn wagen langs de kant van de weg hebben gezet. Maar nee, ik was thuis en bezig met de afwas. Ik schudde het schuim van mijn handen, liep naar mijn pc en checkte welk nummer werd afgespeeld. ‘Roam’ van Cosmo V. Het klonk ogenschijnlijk simpel: een echoënde gitaarrif, een pulserend hartslagritme, rammelende synths en een ijle, etherische vrouwenstem. Bezwerend.

In het mapje ‘Nog te beluisteren’ stonden nog drie nummers van Cosmo V, afkomstig van de EP V: lo-fi elektronica met intrigerende fluisterzang en heel veel sfeer en melancholie. Ik plaatste een linkje naar de EP op mijn Facebook-pagina, typte er een lyrische commentaarregel bij, luisterde V vijf keer achter elkaar en maakte toen de afwas af.

De volgende dag bleek Cosmo V te hebben gereageerd: ‘Leuk dat je mijn EP hebt gepost! Thanks!’ We sloegen aan het Facebooken. Cosmo V bleek het alter ego te zijn van Cosmo Luhulima, een 23-jarige studente uit Utrecht. Ze was enthousiast, ik was fan, één en één is twee en een paar weken later dronk ik samen met een lichtelijk nerveuze Cosmo een biertje in haar knusse zolderappartement aan de Hopakker.

Cosmo’s muziek roept associaties op met de muziek van Cocteau Twins, Cranes, Eklin, Warpaint... Hoe zou ze zelf haar muziek omschrijven? Cosmo Luhulima: “Ik noem het ‘bedroom pop’, omdat ik in het in mijn woon- en slaapkamer heb gemaakt. Ik moet eerlijk zeggen dat de artiesten die je noemt me niet zoveel zeggen; ik ben beïnvloed door van alles, het minimalistische van garagerock, Franse zuchtmeisjes, schrijvers als Charles Bukowski en uiteenlopende artiesten als Nico en Nirvana.’’

Lees verder »

Araglin | Zondag 09 Oktober 2011 at 10:51 pm | Elektronisch, Interview | 2 reacties
Gebruikte Tags: , ,

of what once was

In 1949 componeerde de Franse kunstenaar en performancepionier Yves Klein (1928-1962) zijn ‘Monotone-Silence Symphony’. En dat monotone mag je letterlijk nemen: het stuk bestaat uit één akkoord dat een kamerorkest maar liefst twintig minuten aanhoudt, gevolgd door exact twintig minuten stilte. Om ervoor te zorgen dat het publiek zich de eerste twintig minuten niet stierlijk zat te vervelen, liet Klein vaak naakte modellen opdraven, die esthetisch over met blauwe verf ingesmeerde vellen papier moesten rollen en glibberen.

De Utrechtse geluidskunstenaar Machinist (oftewel de 29-jarige Zeno van den Broek) liet zich voor zijn vierde album ‘of what once was’ inspireren door Kleins symfonie. Het ruim 21 minuten durende ‘mono tone in d’ bestaat uit golvende gitaarexperimenten in een d-akkoord, waarbij de enige variatie bestaat uit de lengte van de tonen en verschillende trillingsvormen. Dit klinkt misschien net zo spannend als het kijken naar opdrogende verf, maar dankzij ratelende omgevingsgeluiden, sonore drones en af en toe zacht geknars en geknetter, blijft ‘mono tone in d’ van begin tot eind boeien.

Zeno van den Broek heeft geen naakte modellen nodig om je aandacht vast te houden: zijn muziek opent deuren in je geest. Het is alsof je ’s nachts door een schemerig verlichte fabriek dwaalt, vol met onbekende apparaten die al eeuwenlang geduldig ronddraaien. Na enige tijd te hebben rondgewandeld, wrik je een raam annex patrijspoort open en ontdek je tot je stomme verbijstering dat je je op volle zee bevindt, het zwarte water verlicht door een bleke maan…

Lees verder »

Araglin | Woensdag 21 September 2011 at 12:37 pm | Review | 1 reactie
Gebruikte Tags: , ,

De onbekende Oasis-broer

[Gelezen in NRC Handelsblad, 21 juli 2011, geschreven door Ingmar Vriesema.] Dé Britse rockband van de jaren negentig en vroege jaren nul was Oasis. De band verkocht tientallen miljoenen platen, en meezinghits als Wonderwall en Don’t Look Back in Anger zijn gegrift in het geheugen van elke Europeaan die rond 1995 jeugdpuistjes had.

Oasis bestond uit vijf leden, maar alles draaide om twee broers met grote wenkbrauwen: zanger Liam Gallagher en leadgitarist Noel Gallagher. Op tournee maakten de broers voortdurend ruzie, slingerden ze hotelinterieurs naar elkaars hoofd of beledigden ze elkaars vriendin.

Hoe dan ook, Oasis werd zo succesvol dat de oudere broer van Liam en Noel zich ging afvragen wat híj eigenlijk waard was. Paul Gallagher, anderhalf jaar ouder dan Noel en vier jaar ouder dan Liam, schreef er in 1996 een openhartig boek over, Brothers. “Ik had dezelfde genen, hetzelfde bloed”, schrijft Paul. “Wat was er mis met me?”

Paul had vooral de pech de zoon te zijn van Tommy Gallagher, die zijn vrouw een huwelijk lang mishandelde. Ook zijn zonen sloeg hij, alle drie. Uit angst voor hun vader gingen Paul en Noel zo erg stotteren dat hun moeder hen vier jaar lang wekelijks bij een logopedist afleverde. Op school bracht het gestotter de sociale Noel niet echt in problemen. Maar Paul, verlegen, bang en zonder vriendjes, werd geplaagd. En terwijl Paul thuis lief en braaf bleef tegenover zijn vader, trok Noel zich terug op zijn kamer om zich te storten op zijn obsessie: gitaarspelen. Broertje Liam op zijn beurt reageerde zijn agressie af op het schoolplein, door met iedereen die hem niet aanstond ruzie te zoeken.

Toen Liam en Noel rocksterren werden, leefde Paul nog van een uitkering, thuis bij moeder. Het succes van Oasis beleefde hij als toeschouwer. Paul ging naar Amerika om zijn broertjes te zien schitteren, en hij keerde terug met een koffer van Liam, vol met nieuwe gympen. Bij het inchecken deed de douanier lastig. “Ik neem ze mee terug voor mijn broers, die zijn hier op tournee.”

In 1996 kreeg Paul een droombaan: scout van Noord-Engels muziektalent. Werkgever was de platenmaatschappij van zijn broers. Toeval, zei Paul. Liam reageerde bot als altijd: “Nu betalen wij je salaris.”

Nu verdient Paul zijn geld als dj. Hij treedt op in clubs die worden gerund door een vroege ontdekker van Oasis. Die band zelf is in 2009 overigens uit elkaar gevallen. Noel en Liam hadden weer eens ruzie.

[Gelezen in NRC Handelsblad, 21 juli 2011, geschreven door Ingmar Vriesema.]

Araglin | Maandag 12 September 2011 at 9:59 pm | Gastbijdrage | Reageer
Gebruikte Tags:

De metamorfose van Signe

“Voordat we beginnen eerst even een ehh… mededeling.” De Utrechtse singer-songwriter Signe Tollefsen wrijft door haar oranje krullen. “Ik heb mijn bankpas door een spleet in mijn balkon laten vallen. Vraag me niet hoe ik dat voor elkaar heb gekregen... De onderbuurvrouw – een vriendin van me – is er pas over een week weer. Ik heb dus helaas even geen geld paraat.” Signe gaat zitten en trekt een licht beteuterd gezicht. Ik grijns en ben blij dat ik van tevoren extra geld heb opgenomen omdat ik niet zeker wist of je bij café het Hart aan de Voorstraat kon pinnen. “Ach joh, geen enkel probleem”, is dan ook mijn antwoord. “Wat wil je drinken?’’ Signe lacht. "Een hele slappe koffie verkeerd, graag. In een glas.''

Als ik met de glazen terugkeer, heeft ze net haar eerste sigaret gerold en neem ik haar onopvallend op. Ik ken Signe als de zangeres met de hippie-achtige uitstraling: sandalen, jurkjes, een grote bos warrige krullen, dat werk. Op de hoes van haar nieuwe album ‘Hayes’ prijkt echter een sexy Signe-silhouet, compleet met rokje en hoge hakken. In een persbericht omschrijft haar platenmaatschappij Cavalier Recordings haar metamorfose als ‘van Signe-met-bloemetjes naar Signe-met-ballen’. De Signe die naast me op het terras zit, kleine slokjes nemend van haar koffie, draagt een gescheurde spijkerbroek, een mosgroen ribjasje en stoere laarzen. “Nee, geen hoge hakken’’, lacht ze als ze mijn blik opmerkt. “Die waren puur voor de foto!’’

De metamorfose beperkt zich niet tot Signe’s kledingkast. Ze is ook een andere muzikale weg ingeslagen. “Ik ben heel erg veranderd de afgelopen twee jaar’’, vertelt de zangeres. “Het was ooit zo simpel: ik had een gitaar en kon zingen. Dan is de keuze snel gemaakt om je in het singer-songwritergenre te begeven. Maar daar had ik het eerlijk gezegd na een paar jaar wel mee gehad. Ik verruilde mijn akoestische gitaar voor een elektrische en vertrok in juni samen met een aantal vrienden naar Zweden om daar nieuwe nummers te schrijven. Een maand lang weg van alles en iedereen. Mijn vader is begin dit jaar overleden en het was uitgegaan met mijn vriend - genoeg materiaal om over te schrijven.”

Lees verder »

Araglin | Zondag 11 September 2011 at 01:16 am | Interessant, Interview | Reageer

100 X 100: Gandalf

Het zou nog twee jaar duren voordat ik de boeken zou lezen. En twaalf jaar voordat de trilogie in de bioscoop te zien zou zijn. Bij de naam Gandalf doemt dan ook geen bebaarde tovenaar voor mijn geestesoog op, maar Oostenrijker Heinz Strobl. Ik kocht zijn tweede album ‘Visions’ op een rommelmarkt, nieuwsgierig gemaakt door de hoes en de songtitels. Ik was net tot de conclusie gekomen dat Top 40-muziek leuk is, maar ook wat saai en weinig uitdagend en Gandalf bevestigde me in mijn mening. Want wat een album – evocatief, bezwerend en 30 jaar na dato nog altijd betoverend.

[26] Gandalf – Visions (1981) [Spotify] [YouTube] [Discogs]

Araglin | Dinsdag 06 September 2011 at 12:37 am | New age, 100x100 | 8 reacties
Gebruikte Tags: , ,

Brent Spiner

Net zoals Leonard Nimoy voor altijd Spock blijft, zal acteur Brent Spiner voor altijd worden geassocieerd met het personage Data uit de SF-serie Star Trek: The Next Generation. Niet zo verwonderlijk: Spiner kroop maar liefst 15 jaar lang in de gele robothuid  van Data.

Toen in 1994 na zeven seizoen de stekker uit Star Trek: The Next Generation werd getrokken, begaf Spiner zich op het pad van een nogal wisselvallige acteercarrière en was hij onder meer te zien in films als Independance Day en Phenomenon en speelde hij tal van kleine (gast)rollen in uiteenlopende Amerikaanse series, waaronder Mad About You, The Outer Limits, Frasier en Threshold. Het mocht allemaal niet baten en momenteel dreigt de inmiddels 62-jarige Spiner toch wel enigszins in de vergetelheid te raken.

In 1991 was hij op het toppunt van zijn roem en zoals dat wel vaker gaat bij Amerikaanse acteurs (zie bijvoorbeeld Bruce Willis, Patrick Swayze en wederom Leonard Nimoy) besloot Spiner een cd op te nemen: ‘Ol' Yellow Eyes Is Back’. De titel is een ludieke verwijzing naar zowel Frank Sinatra als Data – de ogen van laatstgenoemde zijn goudgeel, dus vandaar. De twaalf tracks op het albums bestaan uit standards uit de jaren dertig en veertig (onder andere ‘The Very Thought Of You’, ‘Zing! Went The Strings Of My Heart’ en ‘When I Fall In Love’), waarmee Spiner - volgens het boekje – in zijn jeugd werd doodgegooid tijdens het avondeten:

“This song and dozens of others accompanied every dinner I ate between the ages of five and thirteen. My stepfather, an amateur saxophone player and a hell of a mambo dancer, had put together one of the all time great collections of popular music recordings anywhere. So, to my good fortune, we dined each night with the likes of Ol' Blue Eyes, Judy Garland, Nat ‘King’ Cole, Rosemary Clooney, Louis Prima and Keely Smith and every other singer that ever performed on Capitol, Decca or R.C.A. records.”

Het resultaat is eigenlijk redelijk onopvallend en zou niet misstaan in een willekeurig restaurant waar ook ter wereld. Beschaafde strijkers, drums bespeeld met kwastjes, een saxofoonsolo hier en daar – je kent het wel. Spiner zingt zich adequaat en licht geknepen door de jazznummers, maar een briljant zanger is hij niet. Het meest bijzondere – en lichtelijk hilarische – is ‘It's a Sin (To Tell a Lie)’, met een gesproken intermezzo door niemand minder dan Patrick Stewart (Captain Jean-Luc Picard) en een hummend achtergrondkoor bestaande uit LeVar Burton, Michael Dorn en Jonathan Frakes (respectievelijk Geordie LaForge, Worf en William Riker uit Star Trek: TNG). Zijn acteercollega’s noemden zich voor de gelegenheid The Sunspots, en dat verwijst zowel naar The Ink Spots (de groep die ‘It’s a Sin’ als eerste opnam) als Spot, de kat van Data.

Spiner produceerde zijn eerste en enige album samen met Wendy Neuss, de associate producer voor Star Trek: TNG, en Dennis McCarthy, die talloze Star Trek-afleveringen van muziek voorzag. Inderdaad, het heeft een hoog ons-kent-ons gehalte. Vooral leuk voor de fans derhalve. En de novelty-liefhebber natuurlijk. Ik denk dat ik in beide categorieën thuishoor…

Luister zelf: ‘Ol' Yellow Eyes Is Back’ (320 kbps, 71 MB, via WeTransfer).

Araglin | Dinsdag 30 Augustus 2011 at 12:33 am | Easy listening | 4 reacties
Gebruikte Tags:

Zand en zeemeeuwen

Je komt ze vaak tegen in new age- en gezondheidswinkels: cd’s met natuurgeluiden, al dan niet aangevuld met subtiele piano- of synthesizerklanken. Meestal gaat het om albums in de zogeheten Solitudes-serie van de Canadees Dan Gibson, opgehangen aan een bepaald thema (zoals bijvoorbeeld rondbanjeren op een Afrikaanse steppe terwijl je achtervolgd wordt door een hongerige miereneter).
 
Zo af en toe wil ik best wel eens een dergelijk cd’tje opzetten en onderuit gezakt op de bank geluiden uit een willekeurig tropisch regenwoud over me heen laten komen: een regenbui, getjilp van vogels, geruis van de wind, een schuifelende boa constrictor en wat dies meer zij. Het probleem is alleen dat er - vaak als je er net lekker inzit - een of andere brulkikker of een ander raar beest met het nodige lawaai voorbij komt hoppen waardoor de sfeer direct de nek om wordt gedraaid.

Als je eenmaal een raar geluid heb gehoord, ga je je toch afvragen wat dat nu precies was. En dat heeft weer te maken met het feit dat er in Nederland geen regenwouden te vinden zijn en dergelijke geluiden dan ook niet in ons ‘systeem’ zitten. Klinkt logisch, nietwaar? Ik heb me dan ook altijd afgevraagd waarom die cd’s met natuurgeluiden steevast ergens heel ver weg zijn opgenomen. Ik zou gewoon met mijn bandrecorder op de Veluwe of Lage Vuursche gaan zitten. Of op een Waddeneiland.

Maar goed, om een lang verhaal kort te maken: onlangs kocht ik een pakje darjeelingthee in een reformwinkel en neusde onwillekeurig met een scheef oog door het bakje met cd’s – het is sterker dan ik. En tussen de albums met dolfijnen, Afrika-geluiden en - ik verzin het niet - kikkers, stuitte ik op 'Wadden – Sands and Seagulls'. Het zou toch niet… En jawel: bijna een uur lang geklots van de Noordzee en het gekrijs van zeemeeuwen. Heerlijk. Er kan zo een stempel op: ‘Natuur van eigen bodem. Goedgekeurd door Geert’.

Alleen: toen ik op ooit eens een paar dagen op vakantie was op Terschelling, reed ik tot mijn afgrijzen per ongeluk een zeemeeuw aan. Of eigenlijk reed ik er gewoon overheen. Met de fiets. De zeemeeuw in kwestie hinkte wat, wapperde boos met zijn vleugel, maar mankeerde verder niets. En tijdens het luisteren beleef ik dat moment opnieuw - en opnieuw en opnieuw, tot ik er gek van word. De volgende keer ga ik op zoek naar geluiden van de Veluwe; daar ben ik namelijk nog nooit op vakantie geweest. 

Luister zelf: 'Wadden – Sounds and Seagulls' (via WeTransfer, 72 MB, 256 kbps vbr).

Araglin | Zaterdag 27 Augustus 2011 at 12:50 am | New age | 4 reacties
Gebruikte Tags: ,

Zomerslaap

Niet alleen in de winter zoeken sommige dieren een rustig plekje op voor hun slaapzak en een welverdiend tukkie, ook in de zomer houden sommigen dieren een ‘zomerslaap’. Neem nu bijvoorbeeld de dwerglemur uit Madagaskar. Dit vrolijk gestreepte aapje slaapt vanwege de extreme hitte zo'n zeven maanden per jaar. Ook het Australische vogelbekdier is een groot gedeelte van het jaar niet aanspreekbaar en houdt zich schuil in een hol boven de waterspiegel.

En ik denk dat zoiets ook voor mij geldt. Niet dat ik nu al een paar maanden opgekruld in de hoek van mijn woonkamer aan de gordijnrails hang, maar op Araglin.nl is het al een tijdje angstvallig stil. En gek genoeg was dat eigenlijk helemaal geen bewuste keuze. Een festivalletje zus en een concertje zo, een artikeltje hier en een interview daar... De afgelopen tijd ben ik behoorlijk druk geweest met van alles nog wat, maar vooral voor en met 3VOOR12/Utrecht, zoals de aandachtige lezer ongetwijfeld al had gemerkt.

Vriendin Eva kent het stukje over 'Dusk… and Her Embrace' inmiddels uit haar hoofd en mijn blog is door diverse mensen al ten grave gedragen. Maar hoho, zo’n vaart loopt het nu ook weer niet. Ik zal niet ontkennen dat het door mijn hoofd is geschoten om Araglin.nl stilzwijgend naar het webblogkerkhof te begeleiden, maar het zou toch wel heel erg jammer zijn om er na bijna zeven jaar een eind aan te breien, nietwaar? Ik vind het nog altijd bijzonder leuk om te doen en er gaat bijna geen dag voorbij waarin ik niet een of ander bijzonder of buitenissig album opduikel, om dan steevast te denken: goh, hier moet ik eens een stukje over tikken.

Kortom, waar waren we gebleven?

Araglin | Maandag 22 Augustus 2011 at 10:30 pm | Overig | 5 reacties
Gebruikte Tags:

100 X 100: Dusk...

Gefascineerd bladerde ik door het cd-boekje: foto’s van mistige begraafplaatsen, groepsleden die eruitzagen alsof ze slechts enkele uren eerder waren opgegraven, een blasfemische pastiche van het Laatste Avondmaal, songteksten over paganisme en vampirisme…  De zwaar aangezette bombastische metal paste wonderwel bij de beelden, om nog maar te zwijgen over het imponerend hoge gekrijs van Dani Filth. Duistere romantiek in optima forma. Met 'Dusk… and Her Embrace' brak Cradle of Filth wereldwijd door. En waarschijnlijk was het onverwachte succes ook de reden waarom het in de schappen lag van mijn lokale platenzaak. Ik ben platenhuis ’t Oor nog altijd dankbaar.

[25] Cradle of Filth – Dusk… and Her Embrace (1996) [Spotify] [YouTube] [Discogs]

Araglin | Zaterdag 07 Mei 2011 at 12:18 am | 100x100 | 5 reacties
Gebruikte Tags:

Bultrug

De meeste dieren kennen niet zoveel variatie. Een duif bijvoorbeeld roekoet de godganse dag hetzelfde riedeltje - om helemaal gek van te worden. Tegelijkertijd is het ook wel lekker overzichtelijk. Al gelijk bij de eerste toon weet je: ah, dit is een duif. Of: kijk eens aan, het gesis van een koningscobra - wegwezen. Het zou nogal vervelend zijn als een cobra elke keer een ander geluidje zou maken voordat hij zijn giftanden kordaat en enthousiast in je enkel plant.

Het is dan ook maar goed dat de bultrug, een walvissoort, niet giftig is. Australische onderzoekers ontdekten namelijk dat (mannelijke) bultruggen bijna ieder jaar een ánder liedje ‘zingen’. De wetenschappers vergeleken 775 opnamen van bultruggezang door de jaren heen en uit verschillende gebieden en kwamen tot de ontdekking dat bultruggen liedjes van elkaar overnemen. Zo zongen de walvissen in de buurt van Frans Polynesië in de Stille Oceaan hetzelfde deuntje als hun soortgenoten zes jaar daarvoor aan de Australische westkust (in de Indische Oceaan).

Het is niet zo dat ze spontaan dezelfde liedjes verzinnen. Als bultrogen elkaar tegenkomen bij de jaarlijkse trek (‘Hee, da’s lang geleden! Alles goed?’), bijvoorbeeld in nauwe zeestraten, nemen ze liedjes van elkaar over. En daarbij geldt: hoe meer bultruggen een bepaald liedje zingen, hoe groter de kans dat dit wordt overgenomen door anderen.

“De populatie aan de oostkust van Australië is de grootste in de regio en bestaat uit meer dan 10.000 bultruggen,’’ vertelt onderzoeksleider Ellen Garland van de Universiteit van Queensland. ‘’Puur omdat ze in de meerderheid zijn, oefenen ze meer invloed uit en bepalen ze welke liedjes uiteindelijk ‘aanslaan’.’’ (Bron.)

Hoewel biologen nog altijd aan het soebatten zijn over de vraag of de mannetjesbultroggen nu elkaar of de vrouwtjes toezingen, zijn ze het er over eens dat het bultruglied een belangrijke rol speelt bij de voortplanting: mannetjes gaan een soort zangwedstrijd met elkaar aan, waarna de vrouwelijke bultruggen het gezelschap opzoeken van de bultrug die de meeste herrie weet te produceren.

En als je je afvraagt hoe dit nu allemaal klinkt:

Araglin | Donderdag 05 Mei 2011 at 12:53 am | Default | 2 reacties